miniatuur|Lesbisch-feministische "Pride"-vlag in Rouen, met dubbele bijl (labrys) Het lesbisch feminisme is een politieke stroming en een maatschappijkritische ideologie die streeft naar emancipatie van vrouwen in het algemeen en lesbiennes in het bijzonder. Het is een radicale stroming binnen het feminisme die vrouwen aanmoedigt zich in hun aandacht, activiteiten en relaties vooral op andere vrouwen te richten en omgang met mannen te beperken. Aanhangers propageren het lesbianisme als logisch uitvloeisel van het feminisme en zijn van mening dat lesbiennes de vrouwenstrijd als voorhoede kunnen dienen. Lesbisch feminisme is een vorm van identiteitspolitiek, waarbij de eigenheid van betrokkenen de basis vormt van het gedachtegoed.
De stroming ontstond rond 1970 uit onvrede met het gebrek aan solidariteit dat lesbische vrouwen binnen het mainstream feminisme ondervonden, de vooral op mannelijke homoseksualiteit gerichte homobeweging van die tijd, en de seksuele revolutie. Het lesbisch feminisme was vooral van belang in de jaren zeventig en tachtig. Ideologie en activisme waren die tijd dominant onder politiek bewuste lesbiennes in de VS, al vormden ze een minderheid onder alle lesbische vrouwen. Na die tijd zorgden kwesties als aids en racisme ervoor dat juist weer meer met andere organisaties werd samengewerkt, waardoor het lesbisch feminisme op de achtergrond raakte.Encyclopædia Britannica, kopje "Contemporary issues". De opkomst van queer theory in de jaren negentig, de gedachte van meerdere vormen van discriminatie die elkaar beïnvloeden en de controversiële kijk op transseksualiteit die een deel van de beweging kenmerkt, hebben het lesbisch feminisme naar de marge gedrongen. Een toenemende acceptatie van homoseksualiteit zorgde er bovendien voor dat de hoofdstrategie van de beweging, separatisme, niet goed meer te slijten was.
Kenmerken Ideologie miniatuur|Audre Lorde (links) en Adrienne Rich (rechts) in 1980 miniatuur|Monique Wittig miniatuur|Zwarte lesbisch-feminist op een conventie van de Democratische Partij in de VS De theorievorming van het lesbisch feminisme kenmerkt zich door kritiek op heteronormativiteit en de gedachte dat heteroseksualiteit niet alleen gaat over seksuele aantrekking, maar dat het een geschapen institutie is waarvan de gehele maatschappij is doordrenkt en die fundamenteel onderdrukkend is voor vrouwen.Encyclopædia Britannica, kopje "Theoretical underpinnings". Daarom ook vindt de beweging dat lesbische vrouwen in hun activiteiten en relaties naar de maatschappij toe gewenst subversief gedrag vertonen (lesbianisme als daad van verzet). Verder denkt men dat lesbische vrouwen door de afwezigheid van mannelijke partners sociaal, economisch en seksueel veel onafhankelijker zijn dan andere feministen en dat ze de hoofdstroming van het feminisme daarom als voorbeeld en voorhoede kunnen dienen. De lesbisch-feministische theorievorming heeft veel bijgedragen aan inzichten omtrent sociale en culturele aspecten van seksualiteit en genderrollen.
Toch gaat het lesbisch feminisme in beginsel niet over seksuele aantrekking tussen vrouwen, maar om politieke keuzes voor een op andere vrouwen gericht leven, ook wel politiek lesbianisme genoemd. Men vindt dat een lesbisch of celibatair leven een logisch uitvloeisel van de vrouwenstrijd is, ook voor heteroseksuele vrouwen. Hiermee konden de feministes zich verzetten tegen verplichte heteroseksualiteit. Verder was het cultureel feminisme, dat uitgaat van 'natuurlijke superieure eigenschappen' van vrouwen, van invloed op het denken en handelen binnen het lesbisch feminisme.
Vaker dan andere feministen beoefenen en propageren de lesbisch-feministen het separatisme, het trachten omgang en samenwerken met mannen te beperken of zelfs geheel te vermijden. Bovendien denkt men dat vrouwen, als ze eenmaal losgeweekt zijn van het patriarchaat, als vanzelf de utopistische doelen antiracisme, antikapitalisme en anti-imperialisme realiseren. In die zin heeft het lesbisch feminisme veel raakvlakken met het radicaal feminisme. Vanuit deze gezichtspunten leverden lesbische feministen geregeld pittige kritiek op het mainstream feminisme.
De radicale ideologieën werden in sterke mate beïnvloed door de Afro-Amerikaanse en andere burgerrechtenbewegingen en door de seksuele revolutie. Een deel van het gedachtegoed was afkomstig van Nieuw Links, maar dan gefilterd door het lesbisch feminisme.Faderman, pp. 218-220.
Tot de toonaangevende denkers en activisten van de beweging behoren in elk geval Sheila Jeffreys, Charlotte Bunch, Rita Mae Brown, Adrienne Rich, Marilyn Frye, Audre Lorde, Mary Daly, Barbara Smith, Pat Parker, Margaret Sloan-Hunter, Monique Wittig, Cheryl Clarke en Cherrie Moraga.
Separatisme Bijeenkomsten en instellingen waar geen mannen werden toegelaten, waren al bekend binnen het feminisme en het is een van de kenmerken van de tweede feministische golf. Lesbisch-feministen beoefenden deze afzondering uit een sterke afkeer van de 'mannenmaatschappij', omdat het ze een gevoel gaf ergens bij te horen en omdat ze meenden de vrouwenstrijd er een grote dienst mee te bewijzen.Lee en Atchison, paragraaf "Separatism Without Secession". Verder was het de gedachte dat ze het patriarchaat ten val zouden brengen door vrouweninspanningen en -aandacht eraan te onttrekken en dat daarna een betere samenleving zou ontstaan.Del Rio, pp. 1-51. Het separatisme domineerde het lesbisch feminisme in de VS van 1973 tot begin jaren tachtig. De gedachte van een 'Lesbian Nation' inspireerde betrokken tot het werken aan talloze vrouweninstellingen, gemeenschappen en een vrouwencultuur. Het geheel daarvan werd later gezien als een opmaat voor een goeddeels buiten de mannenmaatschappij georganiseerde vrouwensamenleving. Het 'lesbisch land' was bovendien een denkbeeldige wereldwijde gemeenschap die alle lesbiennes zou verbinden en bevrijden en die alle andere vrouwen tot voorbeeld zou zijn.
Ook hun ervaringen in voorgaande decennia speelde een rol bij de keuze voor afzondering in vrouwenomgevingen. Lesbiennes waren onderling verbonden geweest in kleine gemeenschappen, maar hielden hun geaardheid daarbuiten meest strikt geheim. Ze wilden wel uit de kast komen, maar daarbij als het ware de geborgenheid van de kast zien te behouden. Verder konden benauwende factoren als schoonheidsidealen, verwachtingen van familie en sociale restricties door separatie ontvlucht worden.Lee en Atchison, paragraaf "Defying the Patriarchy". Lesbische vrouwen moeten daarom ook voor de opkomst van het feminisme vaak vormen van separatie hebben beoefend.
Communes Midden jaren zeventig was er in de VS sprake van een hausse aan lesbische communes, op het platteland en in de steden. Er moeten er honderden zijn geweest en het verschijnsel staat bekend als women's land. Evolve or die: the stark choice facing America's 'women's lands', Reuters, 15 oktober 2019. Gearchiveerd op 13 oktober 2022. De leden trachtten daar zo zelfvoorzienend als mogelijk te zijn en wijdden zich aan een rechtvaardiger en zorgzamer leven. Deze communes zijn niet allemaal een lang leven beschoren geweest, omdat botsende levenskeuzes en politieke inzichten al snel tot conflicten leidden. Toch heeft een flink aantal van deze communes langer bestaan, of functioneerde anno 2021 nog. Deze communes hebben echter al decennia last van een gebrek aan aanwas, waardoor ze een vooral oudere bevolking hebben.
Ook in onder meer Canada, Europa en Australië werden dat soort communes gevestigd. In Nederland speelde de actiegroep Lesbian Nation geruime tijd met de gedachte een eiland te vestigen, waar alleen lesbische vrouwen zouden wonen en werken. Om verschillende redenen is dat er nooit gekomen.Van de Loo, pp. 134-135.
Overige kenmerken Het lesbisch feminisme heeft problemen met alle mannelijkheid, ook die in eigen gelederen, en staat daarom afwijzend tegenover butch en femme-genderrollen. Vanwege een principieel verlangen naar gelijkheid in (seksuele) relaties wordt bdsm afgekeurd. Een uitzondering daarop vormde het lesbisch-feministische SM-collectief Samois, maar zij werden dan ook hevig gekritiseerd.
Kledingstijlen miniatuur|De stereotypische (roze) tuinbroek, hier door mannen gedragen op een Franse betoging tegen het homohuwelijk, in 2013 Lesbisch-feministen ontwikkelden in de jaren 70 een eigen uiterlijke stijl die vooral een afwijzing van het traditioneel vrouwelijke was. Dat gold wel voor meer lesbische vrouwen, maar voor de lesbisch-feministen was het een opzettelijke publieke uiting van hun seksuele en politieke identiteit. Kort haar was in de mode, net als jeans, laarzen en geruite overhemden met een wit T-shirt eronder. De tuinbroek, die onder meer in Nederland een stereotype werd voor lesbiennes, werd ook in de VS een symbool voor de lesbische en soms feministische afwijzing van het traditioneel vrouwelijke. Leren jassen waren in de VS en in het VK onder lesbo's populair, maar niet onder lesbisch-feministen. Ten eerste omdat het werd gezien als iets mannelijks, dat vermeden diende te worden, en ten tweede omdat leer werd geassocieerd met SM, dat vanuit het lesbisch en radicaal feminisme onder vuur lag in de zogenaamde feminist sex wars.
In Nederland was het dragen van broeken onder lesbiennes pas eind jaren zestig gangbaar, en een sociale code om de geaardheid mee te duiden. Een paar jaar later droegen veel meer mensen vrijetijdskleding en konden lesbische vrouwen zich daarmee niet meer identificeren. Lesbisch-feministen droegen begin jaren zeventig in Nederland soms roze tuinbroeken om zich te onderscheiden van andere (tuin)broekendragers.
Geschiedenis miniatuur|Julie Bindel in 2015 miniatuur|Lesbisch-feministische Pride-vlag in Servië in 2019 De geschiedenis van het lesbisch feminisme in de VS kent een vijftal fasen. Tussen 1969 en 1972 werd de ideologie ontwikkeld en viel de doorslaggevende beslissing om zich los van andere bewegingen te organiseren. Van 1973 tot ongeveer 1977 organiseerde men zich zoveel mogelijk buiten de 'harteloze mannenmaatschappij', in een denkbeeldige wereldwijde gemeenschap van lesbiennes die alle andere vrouwen tot voorbeeld zou zijn. Vanaf 1977 kwamen er steeds meer scheurtjes en scheuren in de gedachte dat men alle (lesbische) vrouwen kon verenigen, maar de gestichte instellingen en vrouwencultuur bloeiden nog steeds. In de jaren tachtig raakte de beweging door een aantal factoren in verval, terwijl de beweging radicaliseerde en versplinterde. Ondertussen werd de samenleving om hen heen minder 'harteloos' en minder een 'mannenmaatschappij', waardoor de strategie van separatie niet meer te slijten was. Begin jaren negentig verdrongen nieuwe inzichten, waaronder queer theory, het lesbisch feminisme naar de marge.
Achtergrond Homoseksualiteit was in veel landen, ook westerse, tot in de jaren zestig van de twintigste eeuw nog (deels) verboden en het werd soms zelfs nog als psychische stoornis gezien. Toch speelden veel lesbische vrouwen een hoofdrol in diverse, op gelijkberechtiging gerichte organisaties en bewegingen. In de steden in de VS was ruim voor de jaren zestig al sprake van een bloeiende homocultuur, waarin ook lesbische vrouwen vertegenwoordigd waren. Om privacyredenen vond dat plaats in bars en bij mensen thuis, omdat uit de kast komen in die tijd nog ronduit gevaarlijk kon zijn. De eerste activistische organisatie voor lesbische vrouwen was de in 1955 opgerichte Daughters of Bilitis.