Het Warmtebedrijf Rotterdam is in 2006 op initiatief van de gemeente Rotterdam opgericht om restwarmte uit het Rotterdamse havengebied in te zetten voor stadsverwarming en in de industrie. De gemeente Rotterdam is grootaandeelhouder. Door onbenutte warmte die vrijkomt bij industriële processen in het havengebied in te zetten voor het verwarmen van woningen of voor warmte-vragende bedrijven, neemt de vraag naar fossiele brandstoffen af en wordt de energie-efficiëntie verhoogd.
Eind 2019 worden ongeveer 60.000 huishoudens verwarmd door Warmtebedrijf Rotterdam. Omdat dit minder is dan verwacht, lijdt het bedrijf verlies. Dankzij periodieke kapitaalinjecties van de gemeente Rotterdam wordt een faillissement afgehouden, de gemeente heeft in juli 2019 al meer dan € 200 miljoen in het bedrijf gestoken (kapitaal en bankgaranties). In november 2019 besluit de Rotterdamse gemeenteraad een raadsenquête in te stellen naar de problemen bij Warmtebedrijf Rotterdam, in september 2020 kwam het definitieve rapport uit.
Organisatie Het Warmtebedrijf Rotterdam bestaat sinds 2009 uit twee bedrijven: Warmtebedrijf Infra N.V. en Warmtebedrijf Exploitatie N.V. Deze zijn in 2017 als dochtervennootschappen ondergebracht bij Warmtebedrijf Holding B.V., waarvan de gemeente Rotterdam 97% van de aandelen bezit. Warmtebedrijf Infra is verantwoordelijk voor de infrastructuur (aanleg en onderhoud warmtetransportnetwerk) en Warmtebedrijf Exploitatie zorgt voor de inkoop, levering en optimale inzet van de havenwarmte.
Sinds oktober 2010 is Co Hamers directeur van Warmtebedrijf Rotterdam. Voormalig Leefbaar Rotterdam-raadslid Gerben Vreugdenhil is per 24 februari 2020 financieel-directeur. Het bedrijf heeft in 2017 14 medewerkers.
Leidingen en bronnen De warmte die begin 2020 door het Warmtebedrijf Rotterdam wordt ingekocht is afkomstig van de afvalverbrandingsinstallatie Rozenburg van afvalverwerker AVR. In september 2018 wordt aangekondigd dat het Warmtebedrijf ook restwarmte van olieraffinaderij Shell Pernis gaat leveren aan 16.000 Rotterdamse huishoudens, in samenwerking met het Havenbedrijf Rotterdam en lokale warmtedistributeurs.
De bij deze industrieën vrijkomende restwarmte wordt middels verwarmd water naar de afnemers vervoerd. Dit gebeurt door middel van een aanvoer- en een retourleiding in een gesloten systeem, met een diameter van 400 of 500 millimeter. De stalen leidingen zijn voorzien van isolatie en een kunststof-omhulsel. De warmte van het aangevoerde water ligt tussen de 98 en 120 graden Celsius, bij het water dat wordt teruggevoerd is dit tussen 50-70 graden. De thermische capaciteit van het netwerk is 105 MWth en het volume is 1.500.000 GJ.
Voor de levering vanaf de afvalverbrandingsinstallatie Rozenburg heeft het Warmtebedrijf de warmteleiding 'De Nieuwe Warmte Weg' aangelegd. Deze leiding van 26 kilometer lang loopt vanaf Rozenburg langs de A15, onder de Oude Maas door en via Hoogvliet en het Waal-Eemhavengebied naar Rotterdam-Zuid, waar hij zich in twee richtingen splitst. Onderweg zorgen verschillende pompen voor het behouden van de druk op de leiding. Het Havenbedrijf Rotterdam werkt aan de aanleg van een leiding naar Shell Pernis. In april 2016 worden de plannen voor de 'Leiding over Oost' aangekondigd, die tussen Rotterdam en Leiden zal lopen.
De afnemers van het Warmtebedrijf zijn energiebedrijven Vattenfall en Eneco, die in bepaalde delen van Rotterdam of Leiden stadswarmte leveren aan eindverbruikers.
Achtergrond In december 2005 kondigt Rotterdamse wethouder Wim van Sluis (Haven, Economie, Milieu en Werkgelegenheid, Leefbaar Rotterdam) aan dat Rotterdam een eigen warmtebedrijf zal oprichten. Met het Warmtebedrijf Rotterdam verwacht men in potentie 300.000 tot 500.000 woningen te kunnen verwarmen met warmte die onbenut wordt geloosd met koelwater of in de lucht door de industrie in de Rotterdamse haven. Door deze efficiëntere benutting van energie kan het gebruik van fossiele brandstoffen worden teruggedrongen, wat naast economische voordelen een positief effect heeft op de luchtkwaliteit en het klimaat. De geschatte kosten voor het project bedragen destijds € 27 miljoen.
Restwarmte afvalverbranding AVR De olieraffinaderij Shell Pernis zou als eerste restwarmte gaan leveren aan het warmtebedrijf, maar de kosten voor de benodigde installaties blijken hoger uit te vallen dan verwacht. Omdat er niet overeen gekomen kan worden wie deze extra kosten gaat dragen, wordt het project noodgedwongen afgeblazen. Het Warmtebedrijf Rotterdam heeft op dat moment al meer dan € 20 miljoen uitgegeven aan het project. In september 2018 krijgt restwarmtelevering door Shell in een nieuw project weer doorgang.
Carl Berg, tussen 2003 en 2008 directeur Middelen en Control bij de gemeente Rotterdam, zet een plan op om restwarmte van Afvalverwerking Rijnmond (AVR) in te kopen, in plaats van de raffinaderij van Shell. In 2006 is dit afvalverwerkingsbedrijf door de gemeente Rotterdam verkocht aan buitenlandse investeerders met daarbij enkele afgegeven garanties. Door een conflict over mogelijke schending van deze clausules dreigt destijds een miljoenenclaim voor de gemeente Rotterdam. Door een nieuw verbeterd contract voor afvalverwerking af te sluiten met AVR, met daarin ook afspraken over de afname van restwarmte, is het de bedoeling zowel het conflict met AVR als het gebrek aan restwarmte voor het warmtebedrijf op te lossen. Op 18 juni 2009 laat het college van burgemeesters en wethouders weten dat de nieuwe afspraken rond zijn. Met het nieuwe contract verplicht het Warmtebedrijf Rotterdam zich om tot 30 september 2044 voor een bepaalde prijs een vaste hoeveelheid restwarmte in te kopen bij AVR, het is aan het warmtebedrijf om hier afnemers voor te vinden.
Kort na deze overeenkomst sluit AVR een afvalverbrandingslocatie in Rotterdam, zodat de restwarmte bij een andere AVR-locatie in Rozenburg afgenomen moet worden. Omdat deze locatie verder weg ligt, betekent dit € 40 miljoen aan extra aanlegkosten voor de benodigde infrastructuur. Ondanks veronderstelde afspraken over compensatie door AVR, worden deze kosten uiteindelijk geheel door het Warmtebedrijf gefinancierd. Op 18 november 2010 worden de plannen voor de 26 kilometer lange warmteleiding 'De Nieuwe Warmte Weg' langs de zuidoever van de Maas gepresenteerd, waarna de aanleg begint en in 2015 wordt voltooid.
De hoeveelheid restwarmte die Warmtebedrijf Rotterdam inkoopt bij AVR is veel groter dan op dat moment bij het Warmtebedrijf wordt afgenomen. Onderhandelingen met Eneco in 2011 over een tweede warmteleiding naar de noordkant van de Maas, om meer afzet te creëren, mislukken door onenigheid over de verdeling van de kosten. Deze warmteleiding wordt later alsnog door Eneco zelf gerealiseerd, zonder betrekking van het Warmtebedrijf. In 2015 is de warmteleiding van Warmtebedrijf Rotterdam gereed en begint de eerste levering van warmte. In het eerste operationele jaar maakt het bedrijf € 14 miljoen verlies, op een omzet van € 10 miljoen. Dit wordt veroorzaakt door het gebrek aan afzetmogelijkheden van de ingekochte warmte bij AVR en hoog opgelopen schulden. In 2014 verstrekt de gemeente een noodkrediet van € 12 miljoen om het Warmtebedrijf overeind te houden, nadat het in 2011 al een garantstelling gaf voor € 104 miljoen.
Leiding over Oost
Op 5 april 2016 wordt de aanleg van een nieuwe warmteleiding aangekondigd: de 'Leiding over Oost'. Deze 43 kilometer lange warmtetransportleiding zal vanaf het Maasstad Ziekenhuis in Rotterdam, via Zoetermeer naar Leiden lopen. De aanleiding voor dit nieuwe project is de zoektocht naar meer afzetmogelijkheden voor de restwarmte, die contractueel verplicht wordt afgenomen bij de afvalverbrandingsinstallatie in Rozenburg van AVR. Het gebrek aan afnemers zorgt voor jaarlijkse verliezen bij Warmtebedrijf Rotterdam (€ 17.000 per dag in 2019).
De Leiding over Oost is onderdeel van een herstelplan voor het Warmtebedrijf Rotterdam. Onder dit plan wordt ook € 26,5 miljoen extra kapitaal in het Warmtebedrijf gestoken door de gemeente, en wordt op 25 september 2018 alsnog warmtelevering met behulp van Shell Pernis aangekondigd. Warmtebedrijf Rotterdam zal de restwarmte van Shell leveren aan lokale warmtedistributeurs voor 16.000 Rotterdamse huishoudens.
Nuon (nu Vattenfall) levert stadswarmte aan 13.000 woningen en 200 bedrijven in Leiden, waarvoor het restwarmte gebruikt van een lokale STEG-centrale ('De Lichtfabriek') van Uniper. Het contract met Uniper zou per 1 januari 2020 aflopen, zodat er een opening is voor onderhandelingen met een nieuwe aanbieder. Onder andere Carl Berg (tussen 2012-2017 directeur bijzondere opdrachten bij de gemeente Rotterdam) en Adriaan Visser (D66, wethouder Financiën, Organisatie, Haven, Binnenstad en Sport tussen 2014-2018) zien hierin een mogelijkheid om meer restwarmte kwijt te kunnen, om zo het warmtebedrijf winstgevend te maken.
Omdat het geplande tracé van de Leiding over Oost door een groot deel van oostelijk Zuid-Holland loopt, raakt ook het bestuur van de provincie bij het project betrokken. Vanwege het Klimaatakkoord van Parijs en de geplande stopzetting van de aardgaswinning in Groningen (door de aardbevingsproblematiek), zoekt de provincie Zuid-Holland naar mogelijkheden om het energieverbruik in de provincie te verduurzamen. Er worden plannen gemaakt voor een 'Warmterotonde', een stelsel van warmteleidingen die restwarmte uit de provinciale industrie verbindt met verschillende steden en glastuinbouwgebieden. De Leiding over Oost kan hier een onderdeel van uitmaken. Han Weber (D66, tussen 2011-2019 gedeputeerde van de provincie Zuid-Holland, met o.a. Energie in zijn portefeuille) treedt namens de provincie Zuid-Holland op.
Voor het project wordt € 200 miljoen vrijgemaakt, te betalen door de gemeente Rotterdam en de provincie Zuid-Holland. Zuid-Holland opereert hierbij via het Warmteparticipatiefonds, dit investeringsfonds is gericht op de ontwikkeling van een warmtemarkt in Zuid-Holland en wordt gefinancierd door de provincie. De gemeente Rotterdam zal € 118 miljoen ter beschikking stellen, terwijl de Provincie Zuid-Holland € 137,5 miljoen zal storten in het Warmteparticipatiefonds (waarvan een groot deel bestemd is voor de Leiding over Oost). Er wordt in oktober 2017 overeengekomen dat het Warmtebedrijf Rotterdam vanaf 1 januari 2020 voor een periode van 30 jaar warmte zal leveren aan Nuon/Vattenfall in Leiden. Volgens NRC Handelsblad wordt tijdens de onderhandelingen in een geheim document met Nuon afgesproken dat de gemeente Rotterdam en de provincie Zuid-Holland aansprakelijk zijn als de warmtelevering in Leiden niet per 1 januari 2020 zou kunnen starten.
Door verschillende problemen wordt duidelijk dat de warmtelevering niet op 1 januari 2020 kan starten. Het Warmteparticipatiefonds, dat onafhankelijk van het provinciaal bestuur mag besluiten over het eigen vermogen, wil het benodigde geld niet vrijgeven voordat bepaalde vergunningen zijn verkregen. Het Warmtebedrijf Rotterdam rekende er juist op dat men gedurende de aanleg deze vergunningen zou regelen, omdat dit ook zo is gedaan bij de aanleg van 'De Nieuwe Warmte Weg' bij Rotterdam. In maart 2019 worden de Rotterdamse gemeenteraad en de provinciale staten van Zuid-Holland ingelicht over de opgelopen vertraging van minimaal 2 jaar. Dit gebeurt kort nadat in februari de gemeenteraad akkoord ging met de investering van € 118 miljoen in het project.