Jan Gabrielsz. Sonjé (Delft, ca. 1625 – Rotterdam, begraven 15 januari 1697) was een Nederlands kunstschilder uit de Gouden Eeuw die zich specialiseerde in landschappen.
Sonjé was een zoon van Gabriel Mathijsz., die in 1641 in Delft overleed. Op 20 januari 1658 trouwde hij in Kralingen met Elisabeth de Jongh uit Rotterdam; uit dit huwelijk werden tussen 1658 en 1663 drie dochters gedoopt, van wie Maria in het huwelijk trad met de schilder Johannes de Vou. Op 7 juni 1665 hertrouwde hij – mogelijk in Rotterdam, mogelijk in Dordrecht – met Claesje Kerckenburgh uit Geertruidenberg; uit dit tweede huwelijk werden tussen 1667 en 1675 drie zonen gedoopt.
Sonjé was een leerling van Adam Pijnacker. Op 3 september 1646 werd hij meester van het Sint-Lucasgilde van Delft. Na de kruitramp van 12 oktober 1654 verhuisde hij naar Rotterdam, waar hij bleef tot 1665, toen hij naar Dordrecht verhuisde. Hij keerde later terug naar Rotterdam, waar hij zich bij het plaatselijke Sint-Lucasgilde voegde en dit in 1678, 1686 en 1692 voorzat.
Sonjé werkte vaak samen met Pieter van Mase, waarbij Sonjé het landschap schilderde en Van Mase de figuren. Hij schilderde grote, uitgestrekte berg- en bosachtige landschappen, vaak in Italiaanse stijl. Kenmerkend voor zijn stijl zijn de helderheid van de lucht en het landschap, en de zilverachtige wolken in contrast met de donkere voorgrond. De bomen zijn goed te onderscheiden, en de figuren en dieren zijn soms zo goed gemaakt dat ze herinneren aan Karel Dujardin. Hij schilderde ook rivierlandschappen in de stijl van Herman Saftleven, maar van mindere kwaliteit.
In Rotterdam is een straat naar hem genoemd.
Categorie:Landschapschilder Categorie:Nederlands kunstschilder