Jean-Talon is een metrostation in het stadsdeel Villeray–Saint-Michel–Parc-Extension van de Canadese stad MontréalHet metronet op de site van STM. Gearchiveerd op 4 augustus 2023 dat werd geopend op 14 oktober 1966 en wordt bediend door de oranje lijn en de blauwe lijn van de metro van Montréal. Het station is net als de straat genoemd naar Jean Talon die op 23 maart 1665 door koning Lodewijk XIV tot eerste gezaghebber van Nieuw-Frankrijk werd benoemd.

Geschiedenis Na verschillende voorstellen in de eerste helft van de 20e eeuw voor een metronet in Montréal lag er in 1961 een ontwerp voor een metronet bestaande uit drie lijnen. De Ligne verte (lijn 1) en Ligne orange (lijn 2) zouden nieuw gebouwd worden, terwijl de Ligne rouge (lijn 3) zou worden gerealiseerd door de ombouw van de voorstadslijn tussen het Gare Centrale en de wijken ten westen van Mont Royal.De plankaart uit 1962 De aanleg van de metro begon op 23 mei 1962Hans-Werner Schleife c.s.: Lexikon Metros der Welt. Transpress VEB, Oost-Berlijn & Motorbuch Verlag Stuttgart 1985. . Blz. 203 echter alleen met de lijnen 1 (groen) en 2 (oranje). De stad en de eigenaar van de voorstadslijn konden het niet eens worden over de overname door de stad en lijn 3 werd geschrapt uit het metroplan, al bleef het nummer wel gereserveerd. Het westelijke eindpunt van het eerste deel van de oranje lijn zou bij het kruispunt Rue Berri/Boulevard Crémazie komen, acht stations ten westen van het overstappunt tussen beide lijnen bij Berry de Montigny. Een van de stations onderweg kwam bij het kruispunt Rue Berri/Rue Jean Talon en werd gebouwd volgens de openbouwput methode. Jean-Talon was een van de 20 stations van de metro die op 14 oktober 1966 werd geopend, waarmee het deel uitmaakt van het initiële metronet van Montréal.

Nadat in mei 1970 de Olympische Zomerspelen 1976 aan Montréal waren toegewezen werd op 12 februari 1971 een lening goedgekeurd voor de uitbreiding van het metronet. Naast de verlenging van de lijnen 1 en 2 werd ook de bouw van de blauwe lijn, destijds aangeduid als lijn 5, parallel aan lijn 1 goedgekeurd. De blauwe lijn zou volgens de plannen twee overstapstations krijgen met de oranje lijn. De zuidelijke overstap kwam bij Snowdon, de noordelijke bij Jean-Talon. Om te voorkomen dat tijdens de bouw het metroverkeer op de oranje lijn moest worden stilgelegd werd besloten om de sporen van de blauwe lijn boven elkaar in plaats van naast elkaar te leggen. De bouw van het eerste deel van de blauwe lijn begon in 1975 maar kwam in 1976 stil te liggen als gevolg van een uitgavenstop die door de regering van Quebec aan alle verlengingen van de metrolijnen werd opgelegd.Inauguration et prolongements op de site van STM De olympische verlenging van de groene lijn was op tijd klaar voor de Olympische Spelen, de bouw van de blauwe lijn werd echter pas in 1979 hervat. Het eerste deel van de blauwe lijn, waaronder de perrons bij Jean-Talon, werd op 16 juni 1986 geopend.

Ligging en inrichting Het station is aanvankelijk niet ontworpen als overstapstation zodat de bouwstijlen, door het tijdsverschil van 15 a 20 jaar, van de twee lijnen duidelijk verschillen. Het deel uit 1966 heeft drie toegangen die allemaal uitkomen in de stationshal. De hoofdingang ligt op de begane grond van de Tour Jean Talon en is met twee vaste trappen en een roltrapgroep verbonden met de stationshal onder het plantsoen op de hoek van de Rue Jean-Tallon en de Rue de Saint-Vallier. In dit plantsoen staat ook de toegang met lift waarmee rolstoelgebruikers toegang hebben tot het station. De derde toegang ligt op de begane grond van een appartementencomplex op de hoek van de Rue Jean-Tallon en de Rue Berri. Daarnaast heeft de blauwe lijn een eigen toegang, een blok ten noorden van de Tour Jean Talon, die met een voetgangerstunnel is verbonden met de noordelijke reizigershal van die lijn. De twee reizigershallen van de blauwe lijn zijn met een voetgangerstunnel onder de oranje lijn onderling verbonden.

In de stationshal is achter de OV-poortjes een balkon boven de sporen en perrons dat met liften en vaste trappen verbonden is met de perrons van de oranje lijn. De blauwe lijn is vanuit de stationshal bereikbaar via de zuidelijke trap en lift en een gang naar de zuidelijke reizigershal van die lijn. De sporen en perrons van de oranje lijn liggen op 10,4 meter diepte onder de Rue Berri onder een gewelf ten westen van de stationshal. Het gestapelde station van de blauwe lijn ligt vrijwel noord-zuid tussen de parkeerplaats achter de Orthodoxe kerk en Rue St. Denis 7229.

De beide perrons van de oranje lijn zijn elk met twee dwarsgangen verbonden met de respectievelijke reizigershallen van de blauwe lijn. Deze reizigershallen hebben drie niveaus, het bovenste op hetzelfde niveau als de perrons van de oranje lijn, het middelste op hetzelfde niveau als het perron voor de metro's richting Snowdon op 18,6 meter onder het maaiveld en het onderste op hetzelfde niveau als het perron voor de metro's richting Anjou op 23,8 meter onder het maaiveld. De verschillende niveaus in de reizigershallen zijn onderling met roltrappen en vaste trappen verbonden.

De noordelijke hal kent verbindingsgangen tussen hal en perron, de zuidelijke hal ligt direct aan het perron en heeft bovendien ook een lift tussen de verschillende niveaus. De tunnelwanden tegenover de verbindingsgangen van de noordelijke hal zijn door de architect voorzien van pijlen die de rijrichting van de metro's aangeven. De westwand van de zuidelijke reizigershal is opgesierd met een tegelwerk van 18 x 18 meter van de hand van Judith Klein. De metalen tegels in verschillende kleuren zijn een artistieke weergave van het station met boven de oranje lijn onder het gewelf en daaronder de boven elkaar rijdende metro's van de blauwe lijn.

Van perroneinde tot perroneinde gemeten ligt Jarry op 977,1 meter, Beaubien op 712,1 meter, Fabre op 839,6 meter en Le Castelnau op 471,6 meter afstand.

Jean-Talon