thumb|World Trade Center site enkele dagen na de aanslagen op 11 september 2001 Complottheorieën over gecontroleerde sloop van het World Trade Center in New York beweren dat de instorting van het World Trade Center bij de aanslagen op 11 september 2001 niet geschiedde zoals werd uiteengezet in officiële verslagen uitgegeven door het National Institute of Standards and Technology (NIST), een wetenschappelijk overheidsinstituut dat onder meer bouwtechnische fouten onderzocht die tot de instorting van de Twin Towers zouden hebben geleid, en Federal Emergency Management Agency (FEMA), een federaal agentschap van het Amerikaanse ministerie van Binnenlandse Veiligheid. Het gaat dan niet meer om een instorting door felle brand, maar om een gecontroleerde sloop.
Complottheorieën over het instorten van de Twin Towers en dat van het 7 World Trade Center (in de late namiddag) zijn de meest besproken theorieën over de aanslagen op 11 september 2001.
Achtergrond
Complotdenkers die bekend werden zijn Loose Change-regisseur Dylan Avery, Fahrenheit 9/11-regisseur Michael Moore, architect Richard Gage, fysicus Steven E. Jones en theoloog David Ray Griffin. Ze vergelijken de gebeurtenissen met de Japanse aanval op Pearl Harbor en de moord op John F. Kennedy. Ze menen dat de Verenigde Staten [de eigen overheid] voorkennis had om (1) onder bewind van president Franklin D. Roosevelt de neutraliteit op te geven en deel te nemen aan de Tweede Wereldoorlog en (2) om de moord op president Kennedy uit te voeren voor zijn running mate en opvolger Lyndon B. Johnson of de Cubaanse dictator Fidel Castro.
Op 11 september 2001 mochten de kapers van Al Qaida doen wat ze wilden. Een door de regering George W. Bush I opgelegde passiviteit aan de NORAD, de militaire organisatie die waakt over het luchtruim van de Verenigde Staten en Canada, zou de oorlogsverklaring aan Irak en Afghanistan verklaren (lees: niet optreden, Engels; "no stand-down"). NORAD zou niet hebben opgetreden om vier door Al Qaida gekaapte passagiersvliegtuigen te onderscheppen omdat de overheid dat eiste. NORAD mocht dusdanig de aanslagen niet neutraliseren.
Complotdenkers menen met hun stellingen aan te tonen dat de Amerikaanse overheid zelf verantwoordelijk is voor duizenden (eigen) burgerlijke slachtoffers. Echter stellen critici dat de meeste stellingen dateren van voor het moment dat de verslagen werden gepubliceerd. De verslagen die in 2002 (FEMA) en 2008 (NIST) werden gepubliceerd in naam van de regering George W. Bush I en II, suggereren een instorting door toedoen van een heftige brand die is ontstaan na de impact van de passagiersvliegtuigen American Airlines-vlucht 11 en United Airlines-vlucht 175 in het World Trade Center. Beide verslagen liepen tegen ongeloof aan bij complotdenkers. Het gaat om ingenieurs, architecten en gewone burgers die de aanslagen argwanen.
Op dinsdag 11 september 2001 stortten drie wolkenkrabbers van het World Trade Center-complex in: de North Tower (WTC 1), de South Tower (WTC 2) en het 7 World Trade Center ("Building 7"). Vier andere gebouwen die onderdeel waren van het complex werden daadwerkelijk afgebroken door schade. Dat de stalen gebouwen door brand instortten, werd door complotdenkers weggezet als "praktisch onmogelijk". Dat de gebouwen de eerste stalen gebouwen ooit waren die instortten door brand, haalde men aan als argument. Die stelling werd een jaar na de aanslagen op het World Trade Center vermeld door Federal Emergency Management Agency (FEMA) in hun verslag. Complotdenkers hebben vermoedens van een voorgekauwde instorting van het World Trade Center.
Complotdenkers geloven dat de Twin Towers (de North Tower en de South Tower) op een alternatieve manier instortten, anders dan uiteengezet door ingenieurs in opdracht van de overheid. Sommigen onder hen geloven niet dat vliegtuigen de Twin Towers zijn binnengevlogen en denken dat het ging om hologrammen. Weer anderen beweren uitsluitend dat ze werden neergehaald door een gecontroleerde sloop met vooraf geplaatste springstoffen en dus detonatie, ongeacht de rol die vliegtuigen speelden.
Een gecontroleerde sloop heeft volgens complotdenkers zeker betrekking gehad op de neergang van het 7 World Trade Center, dat niet werd geraakt door een vliegtuig. In de vooravond van 11 september 2001 stortte dat gebouw in doordat een veelvoud aan branden zeven uur lang woedden. Complotdenkers van de 9/11 Truth movement werden bekritiseerd door ingenieurs die het "officiële verhaal" affirmeren of door ingenieurs die voor de Amerikaanse overheid hebben gehandeld. De idee van complotdenkers was al afkomstig van de propositie dat de eigen overheid achter de aanslagen zou zitten. De verslagen uitgegeven door het National Institute of Standards and Technology (NIST) en Federal Emergency Management Agency (FEMA) verklaarden dat de Twin Towers en het 7 World Trade Center instortten door felle brand, maar complotdenkers denken aan een gecontroleerde sloop. Dit geloof is vooral aanwezig aangaande het 7 World Trade Center, dat al ontruimd was en niet getroffen werd door een passagiersvliegtuig.
Twin Towers
Dogma's Op dinsdag 11 september 2001 vlogen twee gekaapte passagiersvliegtuigen van het type Boeing 767 in de Twin Towers van het World Trade Center. De eerste inslag vond plaats in de North Tower om 8:46 uur (American Airlines-vlucht 11) en de tweede inslag in de South Tower om 9:03 uur (United Airlines-vlucht 175). Een minderheid van de complotdenkers (en niemand van de genoemde personen) gelooft dat er geen vliegtuigen waren en dat de Twin Towers op commando van de eigen overheid werden opgeblazen, zonder externe individuen (lees: Al Qaida). Gesteld dat de Twin Towers om 8:46 uur en 9:03 uur uit zichzelf ontploften, stellen critici dat het eigenaardig is dat de gebouwen niet meteen faalden zoals bij een normale gecontroleerde sloop. De South Tower bleef 56 minuten overeind staan, de North Tower bleef 102 minuten staan.
Een meerderheid [complotdenkers] gelooft dat er vliegtuigen waren, maar dat de ontstane branden de uiteindelijke progressieve instorting niet inleidden. De branden die ontstonden nadat de kerosine uit de vliegtuigen was uitgebrand produceerden volgens complotdenkers niet genoeg warmte om de verticale stalen kolommen van de draagconstructie te laten smelten. Nota bene was dit een analyse die intensief door het NIST en FEMA werd uitgevoerd. De studies van het NIST en FEMA toonden dezelfde resultaten als de studies van complotdenkers, die een gecontroleerde sloop insinueren net omdát het staal niet smolt. De opvattingen van Steven E. Jones, Richard Gage en David Ray Griffin werden ontkracht door ingenieurs en architecten die het NIST en FEMA ondersteunen. Dylan Avery heeft spijt van enkele beweringen.
Het is een feit dat de smelttemperatuur van staal (1500 ° Celsius) op geen enkel moment bereikt werd. Het NIST heeft 1000 ° Celsius gemeten na simulatie van de gebeurtenissen. Echter trof de natuurkundige Steven E. Jones nanothermiet aan, een mengsel van een metaalpoeder en een ultrafijn metaaloxide. Jones zag een bewijs.
Thermiet brandt heet en is explosief. Mogelijk is door thermiet een snelle verzwakking opgetreden en geen smeltovergang van de kolommen. Nanothermiet is een nano-energetisch materiaal ontwikkeld voor militaire doeleinden, drijfgassen, explosieven of pyrotechniek. Het werd geopperd dat het waargenomen nanothermiet mogelijk afkomstig was uit aluminium van de geëxplodeerde vliegtuigen. Aluminium reageert namelijk fel op een heftige brand. Thermiet valt voor wanneer een metaal uit aluminium wordt aangetast door verbinding met meestal ijzer(III)oxide. Dave Thomas, journalist bij Skeptical Inquirer, stelde dat, om door een verticale stalen balk te snijden, omhulling op hoge temperatuur moet worden aangebracht om te voorkomen dat het gesmolten ijzer gaat vallen. Daarnaast zou een thermietreactie te langzaam zijn om te worden gebruikt bij een gecontroleerde sloop. Thomas bewees dit door een demonstratie van nanothermiet te laten geven in New Mexico. Het nanothermiet die door een horizontaal liggende stalen balk van één kolom sneed (optimale toestand), leverde vlammen en rook, maar geen grote schade aan de balk op.
Ingenieurs zijn van mening dat de reactie van de Twin Towers op de gebeurtenissen "gemakkelijk" te begrijpen is. De instortingen leken met andere woorden niet op een gecontroleerde sloop. Zo kantelde het bovenliggende gedeelte van de South Tower voorover door een falen ten zuidoosten op de 81ste verdieping. Hier stopt volgens het NIST en FEMA de vergelijking met een gecontroleerde sloop. De kinetische energie van het vallende gedeelte op het onderliggende was volgens professor Zdeněk Bažant van de American Society of Civil Engineers (ASCE) groter dan de capaciteit om de progressie op te vangen.
Het instorten van de South Tower gebeurde volgens het NIST en FEMA onder impuls van verbogen vloeren en daardoor van zijdelingse steun ontnomen, door hitte vervormde kolommen ten zuidoosten van het gebouw. De top van de South Tower kon uiteindelijk niet op straat – te weten Church Street – zijn gevallen, beweren ze, omdat een dergelijke kanteling altijd voldoende mechanische spanning plaatst op het onderliggende gedeelte voordat het zwaartepunt voldoende verschuift (lees: een kettingreactie van falen was het gevolg). Een stabiele conditie onder de getroffen zone werd daarom niet gehaald en het gebouw stortte compleet rechtstandig in. Het puin doorboorde maximaal het Austin J. Tobin Plaza en een deel van West Street. In de North Tower gebeurde net hetzelfde, naar het zuiden toe en onder impuls van de kern.
Kritiek
Een gecontroleerde sloop met detonatie kon zich niet voordoen, stellen critici. Ten eerste moesten onderaan de gebouwen de perimeterkolommen blootgesteld worden. Het ontwerp van de Twin Towers, perimeterkolommen die achter de buitenmuren waren geplaatst, bemoeilijkte dit. Een gecontroleerde sloop van de Twin Towers met detonatie had naburige gebouwen verwoest en had er normaal uitgezien als een gecontroleerde sloop van een hoge schoorsteen. Men zou niet alleen een grote omgeving moeten ontruimen, maar zou onvermijdelijk andere gebouwen verwoesten door de manier waarop de constructie slecht en valt. Wat geïmpliceerd werd was dat een afbraak in fases zoals bij het aanpalende Deutsche Bank Building negen jaar na de feiten onweerlegbaar was, indien een afbraak ooit had moeten gebeuren.
De Twin Towers moesten omwille van hun ontwerp tenminste rechtstandig inzakken. Detonatie zou moeilijk uit te voeren zijn geweest en niet zonder gevaar. Ten tweede moest de voorbereiding overdag maar onopgemerkt worden uitgevoerd, allicht met ontmaskering tot gevolg (de plannen mochten niet uitlekken). Lonten en ontstekingsmechanismen dienden stiekem langs de beveiliging te komen, al werd door complotdenkers "verlening van toegang door bevoegden" aangehaald als argument. Critici verwezen daarnaast naar een impasse om een 'stiekeme' gecontroleerde sloop uit te voeren. Ten slotte waren er geen officiële plannen voor een gecontroleerde sloop en kon een 'stiekeme' gecontroleerde sloop niet door duizenden personen verdoezeld worden door de risico's op een gewetenskwestie (verraad, zie onder).
De gecontroleerde sloop van de gebouwen moest op een efficiënte manier worden uitgevoerd, maar zou altijd slachtoffers maken aangezien complotdenkers geloven dat de Amerikaanse overheid voorkennis had van een kaping. Enerzijds gelooft men dat men [de overheid] Al Qaida de aanslagen liet uitvoeren als doofpot, anderzijds gelooft men dat springstoffen werden geplaatst in opdracht van de overheid. Complotdenkers betichten de regering George W. Bush I van voorkennis. Echter komen absurde en vaak immorele feiten aan de oppervlakte. Een gecontroleerde sloop zoals die normaal wordt uitgevoerd valt niet te rijmen.