De Colossusklasse was een scheepsklasse van in totaal acht vliegdekschepen, ontworpen door de Britse marine tijdens de Tweede Wereldoorlog. De schepen, en variaties daarvan, zijn in acht verschillende marines gebruikt, waaronder de Nederlandse Koninklijke Marine. De schepen zijn ingezet tijdens de Tweede Wereldoorlog, de Eerste Indochinese Oorlog, de Koreaanse Oorlog, de Vietnamoorlog, de Indiaas-Pakistaanse Oorlog van 1971 en de Falklandoorlog.

Aanloop Het ontwerp van de Colossusklasse was bedoeld als tussenstap tussen de in de Tweede Wereldoorlog veel gebruikte escortcarriers en volwaardige vliegdekschepen. Doel was een relatief goedkoop, multifunctioneel vliegdekschip te bouwen, dat ondanks de relatief geringe grootte een belangrijke rol in een zeeslag zou kunnen hebben.Robins, The Aircraft Carrier Story De schepen werden vaak Light Fleet Carrier genoemd.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog werden er zestien Colossusklasse vliegdekschepen besteld. Er werden echter maar acht schepen volgens het originele Colossusklasse ontwerp gebouwd, slechts vier daarvan deden dienst gedurende de Tweede Wereldoorlog. Vijf van de zestien opstapel staande schepen werden omgebouwd naar de grotere Majesticklasse en twee werden omgebouwd tot onderhoudscarrier.Ireland,The Illustrated Guide to Aircraft Carriers of the World

Majesticklasse De acht overgebleven rompen zouden origineel afgebouwd moeten worden naar het Colossusklasse-ontwerp, maar de snelle ontwikkeling van vliegdekschip-gebaseerde vliegtuigen en luchtafweerwapens vereiste aanpassingen aan het oorspronkelijke ontwerp. De katapult, opvangkabels en vliegtuigliften moesten worden geüpgraded om snellere en zwaardere vliegtuigen aan te kunnen. Ook moest het vliegdek versterkt worden. Modernere wapens en radars werden geïnstalleerd en de benodigde apparatuur voor het tanken op zee werd verschaft. Hierdoor werden de schepen zo'n 1.500 ton zwaarder dan het originele ontwerp en werd de diepteligging vergroot met een halve meter. Omdat de schepen aanzienlijk veranderd waren ten opzichte van het originele ontwerp, werden de schepen opnieuw geclassificeerd. Ze maakten nu deel uit van de Majesticklasse. Het zesde schip van de klasse is uiteindelijk niet afgebouwd.

Onderhoudcarriers Omdat de Geallieerden weinig faciliteiten hadden in het Midden-Oosten en rond de Stille Oceaan, was er tijdens de Tweede Wereldoorlog behoefte aan onderhoud- en reparatiecarriers, die voer- en vliegtuigen konden repareren. Twee in aanbouw zijnde schepen van de Colossusklasse werden daarom omgebouwd tot onderhoudscarriers.

Afbeeldingen

Schepen in klasse Colossusklasse Originele Naam Werf Kiellegging Tewaterlating In dienst Buitenlandse dienst/noten lot HMS Colossus Vickers-Armstrongs 1 juni 1942 30 september 1943 16 december 1944 Franse marine, Arromanches (1946–1974) gesloopt in 1978 HMS Glory Harland and Wolff 27 augustus 1942 27 november 1943 2 april 1945 - gesloopt in 1961 HMS Ocean Alexander Stephen and Sons 8 november 1942 8 juli 1943 8 augustus 1945 - gesloopt in 1962 HMS Venerable Cammell Laird 3 december 1942 30 december 1943 17 januari 1945 Nederlandse marine, Hr.Ms. Karel Doorman (1948 t/m 1968) Argentijnse marine, ARA Veinticinco de Mayo (1969 t/m 1999) gesloopt in 1999 HMS Vengeance Swan Hunter 16 november 1942 23 februari 1944 15 januari 1945 Australische marine, HMAS Vengeance (1952 t/m 1955) Braziliaanse marine, Minais Gerais (1960 t/m 2001) gesloopt in 2004 HMS Pioneer Vickers-Armstrong 2 december 1942 20 mei 1944 8 februari 1945 afgebouwd als onderhoudscarrier gesloopt in 1954 HMS Warrior Harland & Wolff 12 december 1942 20 mei 1944 2 april 1945 Canadese marine, HMCS Warrior (1946 t/m 1948) Engelse marine, HMS Warrior (1948 t/m 1958) Argentijnse marine, ARA Independencia (1958 t/m 1971) gesloopt in 1971 HMS Theseus Fairfield Shipbuilding and Engineering Company 6 januari 1943 6 juli 1944 9 februari 1946 - gesloopt in 1962 HMS Triumph R. & W. Hawthorn Leslie & Company Limited 27 januari 1943 2 oktober 1944 9 mei 1946 In 1965 omgebouwd naar onderhoudsschip gesloopt in 1981 HMS Perseus Vickers-Armstrong 1 juni 1943 26 maart 1944 19 oktober 1945 afgebouwd als onderhoudsschip gesloopt in 1958 Majesticklasse HMS Majestic Vickers-Armstrong 15 april 1943 28 februari 1945 28 oktober 1955 Australische marine HMAS Melbourne gesloopt in 1985 HMS Terrible HM Dockyard Devonport 19 april 1943 28 februari 1944 16 december 1948 Australische marine, HMAS Sydney gesloopt in 1975 HMS Magnificent Harland & Wolff 29 juli 1943 16 november 1944 21 maart 1948 Canadese marine, HMCS Magnificent gesloopt in 1965 HMS Hercules Vickers-Armstrong en Harland & Wolff 14 oktober 1943 22 september 1945 4 april 1961 Indiase marine, Vikrant gesloopt in 2014-2015 HMS Leviathan Swan, Hunter & Wigham Richardson, Limited 18 oktober 1943 7 juni 1945 - gesloopt voor afbouwing definitief gesloopt in 1968 HMS Powerfull Harland & Wolff 27 november 1943 27 februari 1945 17 januari 1957 Canadese marine, HMCS Bonaventure gesloopt in 1971

Ontwerp thumb|Hr.Ms. Karel Doorman met een hoekdek thumb|Majestic (links) en Powerfull in aanbouw

Scheepsvorm De totale lengte van de schepen van de Colossusklasse was 212 meter. Het vliegdek was 210 meter, de breedte was 24 meter en de diepteligging 5,65 meter. Het vliegdek had een oppervlakte van zo'n 5.000 m². De schepen hadden een waterverplaatsing van 13.200 ton bij een normale belading, maar bij een zware belading werd dit 18.000 ton en de diepteligging 7,09 meter. De schepen hadden een enkel eiland, dat zich aan de stuurboordzijde van het schip bevond.

De schepen van de Majesticklasse hadden dezelfde afmetingen als de Colossusklasse, maar hadden een waterverplaatsing van 15.750 ton en een diepteligging van 5,94 meter bij een normale belading en een waterverplaatsing van 19.500 ton en een diepteligging van 7,54 meter bij een zware belading.

Een paar schepen zijn na de dienst bij de Engelse marine aanzienlijk veranderd. Zo ook de Nederlandse Hr.Ms. Karel Doorman, waar de meest opvallende wijziging het veranderen van het dek was. In 1953 werd er een hoekdek op het schip gemaakt, waardoor het meer ruimte had om vliegtuigen op te slaan, de efficiëntie werd verbeterd en het schip veiliger was, omdat bij eventuele ongelukken op de landingsbaan vliegtuigen minder snel met elkaar in aanraking kwamen.

Aandrijving De aandrijving was verdeeld over twee machinekamers. In beide machinekamers stond een stoomturbine en twee 3-drum ketels. Deze machines voorzagen de schepen van een kracht van zo'n 30.000 kilowatt, waarmee een maximumsnelheid van 25 knopen (46 km/h) gehaald kon worden. Als de schepen een kruissnelheid van 14 knopen (~26 km/h) aanhielden, konden ze 22.000 kilometer afleggen.Blackman, Jane's Fighting Ships

Bewapening De bewapening van de vliegdekschepen was geheel gericht op het verdedigen van het schip, aanvalswapens werden achterwege gelaten, want de airwing was het ultieme aanvalswapen. Dit is de reden waarom vliegdekschepen vrijwel altijd geëscorteerd worden.

Verdediging De schepen verdedigden zichzelf volgens het originele ontwerp met zes maal 4-loops 2 pounder luchtafweergeschut en 16 keer dubbelloops 20 mm Oerlikon geschut. Dit werd al snel veranderd naar 40 mm bofors. Naarmate de schepen ouder werden, veranderden verschillende marines de bewapening, sensors en airwing. Dit kon variëren van geleide wapens tot simpel handgestuurd luchtafweergeschut.Fontenoy, Aircraft carriers: an illustrated history of their impact

Airwing thumb|Hawker Sea Fury strijgt op van HMS Glory thumb|Hr.Ms Karel Doorman met S-58's en Grumman S-2 Trackers In het originele ontwerp waren de schepen in staat om 41 vliegtuigen te vervoeren. Door het herindelen van de parkeerplekken in de hangar en op het dek werd dit aantal naar maximaal 52 vliegtuigen opgeschroefd. Toendertijd werden er voornamelijk Fairey Barracuda torpedobommenwerpers en Supermarine Seafire jachtvliegtuigen gebruikt op de Britse vliegdekschepen. Op het schip konden 24 Barracuda's en 24 Seafires of 18 Barracuda's en 34 Seafires.

In Engelse dienst werden de Barracuda's later verwisseld met de modernere Fairey Firefly en tijdens de Korea-oorlog werden de Seafires vervangen door Hawker Sea Fury's.

Nederland De vliegtuigen op Nederlandse Hr.Ms. Karel Doorman waren in eerste instantie Fairey Firefly vlieguigen en Hawker Sea Fury jachtvliegtuigen. In de jaren '50 wist Nederland -in het kader van naoorlogse steun- 78 Grumman Avenger TBM-3W2 verkenners en TBM-3S2 torpedobommenwerpers van de Verenigde Staten te ontvangen. Deze Avengers bleken tijdens diverse oefeningen goed te voldoen.

Toen straalvliegtuigen hun opmars gingen maken en de strijd tegen straalbommenwerpers niet door propellorjachtvliegtuigen gewonnen zou kunnen worden, gaf de Koninklijke marine aan dat het straaljagers wilde. Niet alleen een eventueel conflict met de Sovjet-Unie speelde daarbij een rol, maar ook een mogelijk conflict met Indonesië. In 1956 kwam de mededeling van de Amerikanen dat de gewenste straalvliegtuigen -Britse Seahawks- besteld konden worden. 22 werden geleverd en deze bleven tot 1964 in dienst.

De toestellen die gedurende de laatste jaren van Hr.Ms. Karel Doorman vlogen, waren de Grumman Trackers S2F langeafstandspatrouillevliegtuigen bedoeld voor met name onderzeebootbestrijding.

Incidenteel hebben de Sea Otter ASR, een watervliegtuig in de tijd van voor de helikopter, en de Sikorsky H5 helikopters geopereerd vanaf het schip. De Sikorsky S-55 heli's en S-58 heli's hebben veel langer deel uitgemaakt van de airwing van Hr.Ms. Karel Doorman.

Brazilië In de jaren 90 bestond de airwing van het Braziliaanse schip, Minas Gerais, uit zes Grumman Trackers, vier tot zes H-3 Sea Kings, twee Eurocopter AS355 Écureuil 2 en drie Aérospatiale 332 Super Puma's. In 1999 werden er 20 A-4 Skyhawks op gestationeerd.Corless,The Brazilian Navy blazes a trail in the South Atlantic

Dienst Dienst Argentinië thumb|ARA Independencia

ARA Independencia 80px|left In 1958 werd voormalig HMS Warrior gekocht door de Argentijnse marine en hernoemd naarARA Independencia. Vanaf 1959 werden er vliegoperaties vanaf het schip uitgevoerd, nog voor het officieel in dienst was gesteld. Op 8 juli 1959 werd het schip officieel in dienst gesteld. Het luchtafweergeschut werd naar twaalf 40 mm kanonnen gereduceerd, later naar acht. De airwing bestond in 1959 uit F4U Corsairs, North American T-6 Texans en Grumman Trackers. In 1963 werd de Grumman F9F Panther, de eerste straaljagers van de Argentijnse krijgsmacht, toegevoegd aan de inventaris van het vliegdekschip en de Grumman F-9 Cougars, die later ongeschikt bleken voor het opereren op een vliegdekschip. Het schip gebruikte ook North American T-28 Trojans. Nadat het vliegdekschip ARA Veinticinco de Mayo in dienst kwam in 1969 werd het schip in reserve geplaatst. In 1970 ging het uit dienst en in 1971 werd het voor sloop verkocht.Gardiner,Conway's All the World's Fighting Ships 1947–1995

ARA Veinticinco de Mayo 80px|left thumb|A-4Q Skyhawk stijgt op van ARA Veinticinco de Mayo thumb|Grumman Tracker op ARA Veinticinco de Mayo Op 15 oktober 1968 werd voormalig Hr.Ms. Karel Doorman gekocht door de Argentijnse marine en hernoemd naar ARA Veinticinco de Mayo. In 1969 werd het schip officieel in dienst gesteld. De airwing bestond in 1969 uit Grumman F9F Panthers, Grumman F-9 Cougars en later uit A-4Q Skyhawks, Grumman S-2 Trackers en twee H-3 Sea Kings. Gedurende de jaren 70' was het schip vaak in de droogdok te vinden, voor reparaties en modificaties. In 1981 werd het schip klaar gemaakt voor het gebruiken van de Franse Dassault Super-Étendard, maar tijdens het testen werd ontdekt dat het schip moeilijkheden had met het lanceren van de vliegtuigen. Het schip bleef A-4Q Skyhawks gebruiken. In 1982 brak de Falklandoorlog uit.

Falklandoorlog