Fukuzawa Yukichi (Japans: 福澤 諭吉, Fukuzawa Yukichi) (Osaka, 10 januari 1835 - Tokio, 3 februari 1901) was een Japans schrijver, tolk en vertaler. Hij was een van de grote intellectuelen van de Meiji-restauratie en speelde een grote rol in de Japanse modernisering. Fukuzawa richtte de eerste dagelijkse nationale krant op (Jiji Shimpo). Hij was een verdediger van vrouwenrechten en was gekant tegen polygamie.

Fukuzawa heeft veel boeken over het westen geschreven die echte bestsellers waren en zelfs in de kleinste dorpjes van Japan gelezen werden. Hij maakte zijn landgenoten duidelijk dat indien Japan de achterstand op het westen zou willen inhalen en "sterk zou willen zijn in zowel de kunst van het oorlog voeren als in de vrede", Japan de westerse wetenschap, westerse ondernemingsgeest en westerse wapens zou moeten verwerven.

Leven thumb|Monument van NAKATSU-Han magazijn en Fukuzawa Yukichi geboorteplaats, op Hotarumachi, Fukushimaku, Osaka, Japan.

Fukuzawa werd geboren als de zoon van een lagere klasse samoerai en was de jongste van vijf kinderen. Hij behoorde tot een klein gebied op Kyushu, Nakatsu Han genaamd. Toen Fukuzawa anderhalf jaar was, stierf zijn vader waardoor zijn moeder min of meer verplicht was om haar kinderen terug mee te nemen naar Nakatsu, haar feodale provincie van herkomst. Wegens de lage sociale klasse van zijn familie had Fukuzawa niet de kans om naar school te gaan. Als tiener bracht hij vele uren door met het bestuderen van de Japanse en Chinese literatuur. Hij was echter ongelovig.

Fukuzawa was zich enorm bewust van het kastensysteem dat bestond in de samoeraiklasse. Iemand kreeg een titel en baan naargelang de status van deze persoon. Zijn vader, een geleerde van de Chinese Klassieken, werd nooit gepromoveerd binnen dit systeem ondanks zijn grote talent. Fukuzawa gaf later toe dat dit een van de redenen was dat hij wraak wilde nemen op het feodale systeem, omdat het de oorzaak was van het feit dat zijn vader zijn talenten nooit volledig heeft kunnen ontwikkelen.

In 1854 ging Fukuzawa op 19-jarige leeftijd naar Nagasaki om Nederlands te studeren (zie: Rangaku). Dit is een jaar nadat Commodore Perry voor de eerste keer de baai van Edo binnenvoer. De Japanners wilden wanhopig graag de westerse methoden van het maken van wapens en kanonnen leren, maar de weinig boeken over dit onderwerp waren in het Nederlands (Nederland is eeuwenlang bevoorrecht geweest in Japan; zie Deshima). Fukuzawa was een uiterst goede leerling en al snel gaf zijn leraar hem de toestemming om hem te verlaten. In één jaar beheerste Fukuzawa de basis van het Nederlands en het gebruik van artillerie. In 1855 vertrok hij naar Osaka waar zich de beste school in Japan voor westerse studies (werd in die tijd ook wel 'Nederlandse studies' genoemd; zie Rangaku) bevond en hij werd een bekend geleerde. Onder het toezicht van Ogata, schreven de studenten van deze school hun eigen kopieën over van Nederlandse boeken over geneeskunde, chemie, fysica en astronomie. Het was hard werk, maar de jonge mannelijke studenten waren ook zware drinkers en haalden heel wat poetsen uit. In 1858 vroeg de daimio (heer) van Nakatsu aan Fukuzawa om een school op te richten in Edo (nu Tokio) en de vertegenwoordigers van de daimio in de hoofdstad les te geven. Daarnaast verdiende Fukuzawa nog geld met het vertalen van Nederlandse boeken naar het Japans.

In 1859 opende de shogun de haven van Yokohama voor vreemdelingen en Fukuzawa ging heel enthousiast naar de haven om met buitenlanders te kunnen praten. Het was echter een grote schok te ontdekken dat niemand daar Nederlands sprak. Iedereen sprak Engels. Ondanks zijn grote teleurstelling had hij nog genoeg moed om over te schakelen naar de Engelse taal. Na heel wat weken kreeg hij eindelijk een Engels conversatieboek in handen en een Nederlands-Engels woordenboek. Hulp bij de uitspraak kreeg hij van Japanse vissers die ooit gered waren door een Engels schip. Fukuzawa werd een van de eerste van het half dozijn Japanners dat Engels leerde. Door deze studie besloot Fukuzawa om als een van de eerste Japanners de Verenigde Staten en Europa te bezoeken om meer over de westerse cultuur en de Engelse taal te leren. Zijn ervaringen zou hij later uitgebreid beschrijven in zijn autobiografie.

Fukuzawa's eerste reis naar de Verenigde Staten thumb|left|250px|Matrozen van de Kanrin Maru, leden van de Japanse ambassade van de Verenigde Staten over 1860. Fukuzawa Yukichi zit aan de rechterkant.

Zijn eerste reis naar Amerika maakt hij in 1860, aan boord van het Japanse schip Kanrin Maru. Hoewel dit een oorlogsschip werd genoemd, was het maar een klein zeilschip, dat was uitgerust met een hulpstoommachine, die diende om in en uit de havens te manoeuvreren. De Kanrin Maru moest eigenlijk dienen als een soort escorte van de Japanse gezant die op een Amerikaans oorlogsschip voer. Dit was de eerste diplomatieke missie van de Shogun aan de Verenigde Staten, met name naar San Francisco. Fukuzawa kwam in deze missie terecht door zich als vrijwilliger op te geven als lijfknecht van de toenmalige kapitein Kimura van de Kanrin Maru.

thumb|Fukuzawa Yukichi met Theodora Alice in San Francisco, 1860

Fukuzawa was uiterst trots op de vaardigheid van de Japanners om zo snel met schepen te leren varen: "Ik wil mijn trots op deze prestatie van Japan best toegeven. Dit zijn de feiten: pas in 1853 werd voor het eerst een stoomschip gezien; pas in 1855 begonnen we met het leren navigeren van de Nederlanders in Nagasaki; tegen 1860 werd de wetenschap genoegzaam begrepen om ons in staat te stellen met een schip de Grote Oceaan over te zeilen. Dit betekent dat ongeveer zeven jaar na de eerste aanblik van een stoomschip, na slechts zo'n vijf jaar oefenen, het Japanse volk de Stille Oceaan overstak zonder hulp van buitenlandse deskundigen. Ik denk dat we, zonder ongepaste trots, tegenover de wereld kunnen beroemen op deze moed en vaardigheid."

Fukuzawa was 25 jaar oud toen hij in Amerika aankwam en alles wat hij zag was uiterst nieuw en fascinerend. De mensen van San Francisco toonden hem allerhande gebouwen, zoals een suikerraffinaderij en een telegraafgebouw. Omdat hij deze processen in de school van Ogata al bestudeerd had en ze dus niet nieuw waren voor hem, interesseerde Fukuzawa zich meer voor het dagelijkse leven. Zaken als lucifers, koetsen, ijsblokjes en dansen, wisten daarentegen wel zijn aandacht te krijgen. Vooral de verspilling van ijzer vond Fukuzawa onvoorstelbaar. In Japan was ijzer uiterst kostbaar en in Amerika vond hij overal oude olieblikken en metalen kannen. Het leek hem een enorme verspilling. Ook de manier van zakendoen, de stilzwijgende afspraken binnen de maatschappij en de manier van denken plaatsten Fukuzawa voor raadsels.

Fukuzawa bracht een Webster-woordenboek mee voordat hij naar huis ging. Binnen enkele maanden schreef en publiceerde Fukuzawa het eerste Engels-Japanse woordenboek, met 2200 woorden en 500 uitdrukkingen en korte zinnen.

In 1861 trouwde hij met Toki Kin. Ze was de dochter van een samoerai met hoge status die de daimio van Nakatsu diende. Ze hadden een gelukkig huwelijk en negen kinderen, vier jongens en vijf meisjes die allemaal voorspoedig opgroeiden.

Fukuzawa's reis naar Europa In december van het jaar 1861 vertrok Fukuzawa naar Europa. Terwijl hij op zijn vorige reis als lijfknecht van de kapitein mee was gereisd, werd hem nu door de regering gevraagd om als officiële tolk mee te gaan. Deze keer voer men met een Engels oorlogsschip, de Odin. Dit schip was naar Japan gestuurd om de afgezant te vervoeren. Tijdens deze reis deed het gezelschap verschillende havens aan in de Indische Oceaan. Daarna ging het door de Rode Zee naar Suez en vandaar werd de reis per trein voortgezet tot Caïro. Dit was de eerste keer dat Fukuzawa met de trein reed. Toen hij Amerika had bezocht kende Californië nog geen spoorwegen. Van Caïro ging de reis per boot over de Middellandse Zee naar Marseille. Dan weer met de trein naar Parijs, met tussenhalte in Lyon. Het gezelschap verbleef ongeveer twintig dagen in Parijs, terwijl de onderhandelingen tussen Frankrijk en Japan aan de gang waren en stak daarna over naar Engeland.

Daarna reisde men verder naar Nederland. Omdat Nederland en Japan eeuwenlang een speciale band hadden, werd het gezelschap hier bijzonder goed onthaald. Veel deelnemers aan de reis hadden ook Nederlands gestudeerd als eerste vreemde taal. Vervolgens werd Berlijn aangedaan, destijds de hoofdstad van Pruisen. De laatste halte was Sint-Petersburg in Rusland. Omdat het gezelschap weinig bekend was met de Westerse gewoonten zorgde dit, zeker in het begin, voor heel wat misverstanden.

Deze reis stelde Fukuzawa in staat de Engelse taal te gebruiken. Hij was ook in het bezit van een grote som geld die hij voor de aanvang van de reis gekregen had. Omdat reiskledij niet duur was en de reis zelf volledig door de regering gedragen werd, gebruikte hij dit geld voornamelijk om in Londen boeken aan te schaffen.

Tijdens deze reis maakte Fukuzawa veel aantekeningen, die hij later gebruikte voor zijn eerste boek dat in 1866 verscheen onder de titel 'Westerse Zaken'. Dit boek geeft voornamelijk een neutrale beschrijving over gewone westerse instellingen zoals privéscholen, bibliotheken en ziekenhuizen. Het vergelijkt deze zaken niet met de Japanse. In die tijd zou de minste kritiek op de Japanse samenleving gemakkelijk kunnen leiden tot de executie van Fukuzawa door de overheid, of tot een aanslag door een organisatie die zich verzette tegen vreemdelingen. Dit boek was heel simpel geschreven zodat iedereen het kon lezen en het werd dan ook razend populair. 'Westerse zaken' maakte Fukuzawa rijk op 31-jarige leeftijd.

Tijdens de volgende jaren schreef Fukuzawa verschillende boeken, zoals 'Westerse manieren van leven' dat over voedsel, kledij, huizen en meubilair ging, en 'de landen in de wereld', dat geschreven is voor kinderen, op rijm. Verder schreef hij ook nog 'Het geïllustreerde boek van de natuurwetenschappen' (het manuscript werd eerst voorgelezen aan analfabete vrouwen); 'het Engelse parlement'; 'Boekhouden'; 'Hoe een conferentie houden'; 'Het handboek van het geweer'; en 'Een uiteenzetting over de westerse kunst van het oorlog voeren'.

Fukuzawa's tweede reis naar de Verenigde Staten In 1867 had Fukuzawa opnieuw de kans naar Amerika te vertrekken. Deze reis werd gemaakt in verband met een schip dat aangekocht was van de Amerikanen, maar waarvan de aflevering vertraagd was als gevolg van de Amerikaanse Burgeroorlog.

Tijdens deze reis verloor Fukuzawa vrijwel al zijn vertrouwen in de toenmalige Japanse regering. Hij was van mening dat het land beter af was met een andere regering. Fukuzawa was vrij achteloos in zijn gesprekken hierover en de regering kon daar allesbehalve om lachen. Toen Fukuzawa terugkeerde naar Japan, mocht hij zijn werk bij Buitenlandse Zaken dan ook niet hervatten en kreeg hij huisarrest. Dit kwam hem op dat moment zeer goed uit en hij wijdde zich opnieuw aan het lesgeven. In deze periode schreef hij het boek 'Een gids voor het reizen in de westerse wereld' (Seiyo Tabi Annai). Nakajima Saburosuke (een politiecommissaris van het oude Uraga) sprak met Fukuzawa's baas en overtuigde die dat in deze moeilijke momenten het beter zou zijn Fukuzawa weer in dienst te nemen, wat ook geschiedde.

Met het geld dat hij met zijn boeken had verdiend liet Fukuzawa in 1868 een slaapzaal bij zijn school bouwen, wat ervoor zorgde dat hij al snel ruim 200 leerlingen had. Zelfs volwassenen gingen naar zijn school, vanwege de grote hoeveelheid Engelse boeken die hij meegebracht had uit zijn tweede reis naar de Verenigde Staten. In het begin waren bijna alle leraren Europeanen en Amerikanen. Ze onderwezen het westerse alfabet, Engelse grammatica, basisbegrippen van de wetenschappen en, een jaar erna, ook nog aardrijkskunde, geschiedenis en natuurkunde.