Loge L’Inséparable is is een vrijmetselaarsloge in Bergen op Zoom die is opgericht in 1767. Loge 'L'Inséparable' is een vereniging van leden van de Orde van Vrijmetselaren onder het Grootoosten der Nederlanden, die - op grond van een haar door die Orde verleende constitutiebrief - zelfstandig werkt in de stad Bergen op Zoom. De naam betekent 'de onafscheidelijke', een verwijzing naar de broederschap binnen de vrijmetselarij.

De loge kent ca. 25 leden, veelal uit Bergen op Zoom maar ook elders uit de regio. De leden komen uit alle geledingen van de maatschappij. Tweewekelijks is er op vrijdag een logebijeenkomst, waarbij er doorgaans een Open loge is - een rituele bijeenkomst waarbij de aanwezigen formeel gekleed zijn en maçonnieke regalia als schootsvel en handschoenen dragen - of een comparitie. Bij dit laatste type bijeenkomst wordt een inleiding gegeven over een filosofisch, spiritueel of anderszins interessant onderwerp (in vrijmetselaarsjargon: er wordt een bouwstuk opgeleverd), wat daarna besproken wordt.

Liefdadigheid speelt in de loge niet meer zo'n grote rol als in het verleden, maar vanaf 1998 is de traditie ontstaan van een maandelijkse boekenmarkt in het logegebouw, waarvan de opbrengst ten goede komt aan diverse goede doelen.

Loge ‘L'Inséparable’ is de oudste vereniging van Bergen op Zoom en bestond in 2017 tweehonderdvijftig jaar. Ter gelegenheid hiervan is onder meer een jubileumboek uitgebracht.

Kenmerken miniatuur|Zegel loge L'Inséparable 1767- ca.1850|links Vanaf het begin bezat loge 'L’Inséparable' een eigen zegel. Initieel was het zegel rond, met daarin Harpocrates, de Grieks-Romeinse god van stilte en geheimhouding. Hij is afgebeeld als een jongeling met de rechter wijsvinger voor zijn mond, leunend tegen een zuil, met in de linkerhand een waterpas en een geopende passer op de voorgrond. Dit is een verwijzing naar de plicht tot geheimhouding in de vrijmetselarij. In de rand van het zegel staat het motto van de loge, de Latijnse tekst Comes Consiliorum ("Metgezel van de beginselen").

Dit zegel was in gebruik tot de tweede helft van de negentiende eeuw. Hierna verscheen het huidige zegel waarin een aantal maçonnieke symbolen zijn afgebeeld. De basis ervan wordt gevormd door een een waterpas in de vorm van een driehoek met daarin een schietlood. Op het rechterbeen van de driehoek hangt een steekpasser en is een ganzenveer geplaatst. Tegen het linkerbeen staan een maatstok en een kraspen afgebeeld. Op de basis van de driehoek ligt rechts een hamer en links een troffel. Tegen de de achtergrond zijn acaciatakken weergegeven en een Dorische zuil, met daarboven een stralende vijfpuntige ster.

De onderscheidingskleur van de loge was bij de oprichting karmozijnrood. In de loop van de jaren daarna is deze kleur een aantal keren gewijzigd om in 1864 definitief terug vastgesteld te worden op de oorspronkelijke.

Het logegebouw In 1996 werd loge 'L'Inséparable' eigenaar van het pand Engelsestraat 30. Oorspronkelijk bestond dit pand uit twee gebouwen, genaamd St. Jorisschild en De Witte Roose. Beide panden werden in 1925 verkocht aan de Amsterdamsche Bank, deze was reeds gevestigd in het naastgelegen huis op nummer 26. De beide oude gebouwen werden afgebroken en vervangen door een - voor die tijd - nieuw en modern bankgebouw, in expressionistische stijl met nieuw-zakelijke elementen, ontworpen door de architecten J. Ouëndag en P. de Nijs. Het interieur was in art déco stijl, bovenin was de woning van de directeur en beneden de bank.

Nadat de Amsterdamsche Bank in 1964 fuseerde met de Rotterdamsche Bank tot AMRO-bank (later ABN-AMRO bank), kwam het gebouw geruime tijd leeg te staan. In 1968 werd het gekocht door een sportschool, die op de begane grond een zwembad en in de kelder een sauna inrichtte. In 1993 werd het gebouw een esoterisch centrum tot het in 1996 door de loge werd gekocht. Na een grondige verbouwing, waarbij zoveel mogelijk de originele stijlelementen werden bewaard, werden de begane grond en de kelder in 1997 in gebruik genomen door de loge. De eerste verdieping werd aan derden verkocht als zelfstandig appartement (huisnummer 28).

Op de begane grond bevinden zich een grote vergaderzaal (in vrijmetselaarsjargon: de voorhof) en de werkplaats, ook wel tempel genoemd. Ook bevindt zich hier de bar (in vrijmetselaarsjargon: de Zevende Graad), met zithoek. In de kelder bevinden zich vergaderruimtes en de bibliotheek van de loge, evenals de originele bankkluis. Het pand is in 2002 tot rijksmonument verklaard.

In de Engelsestraat, tegenover het logegebouw, bevinden zich de panden met huisnummers 23 tot en met 31. Deze panden vormden ooit een geheel, het toeval wil dat de oprichter en eerste Voorzittend Meester van de loge Friedrich May hier heeft gewoond.

Het logegebouw wordt ook gebruikt voor bijeenkomsten van een tweetal vervolgpaden - ook wel hogere graden genoemd - binnen de Nederlandse vrijmetselarij. Dit betreft:

de consistorie nr. 11 'Willem de Zwijger' van de Opperraad van de Aloude en Aangenomen Schotse Ritus voor het Koninkrijk der Nederlanden de bouwhut nr. 26 'L'Inséparable' van de Afdeling van de Meestergraad

Tevens komt de loge 'Amethist' van de Orde van Weefsters, een para-maçonnieke organisatie voor vrouwen, samen in het gebouw evenals het filosofisch café 'Sapere Aude'.

Geschiedenis van de vrijmetselarij in Bergen op Zoom

Voorgeschiedenis De voorgeschiedenis van de vrijmetselarij in Bergen op Zoom begint in het midden van de achttiende eeuw, ten tijde van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. Bergen op Zoom was in de loop van de zeventiende eeuw getransformeerd in een garnizoensstad, waar veel militairen gelegerd waren.

De achttiende eeuw was ook de periode van de Verlichting, een cultureel-filosofische en intellectuele stroming. In deze periode kende Bergen op Zoom burgerlijke genootschappen met verlichte inslag, zoals het Collegium Musicum. Dit muziekgezelschap, opgericht in 1759 en aanvankelijk exclusief voor stedelijke elites, opende later de deuren voor officieren en burgers van buiten de stad. Het Collegium kwam wekelijks bijeen boven de Vleeschhal op de Grote Markt en organiseerde concerten, dansavonden en plechtige gelegenheden. Enkele leden van dit gezelschap behoorden tot de oprichters van loge 'L'Inséparable'.

Daarnaast bestond in Bergen op Zoom rond 1746 een afdeling van de Orde der Mopsen, een gemengd para-maçonniek genootschap wat rond 1740 in Frankrijk was ontstaan binnen katholieke kringen. Het genootschap maakte gebruik van symboliek en rituelen verwant aan de vrijmetselarij. Over de activiteiten ervan in Bergen op Zoom is weinig bekend, maar het garnizoen vormde vermoedelijk de kern van haar ledenbestand.

In Bergen op Zoom was rond deze tijd het regiment Stuart van de Schotse brigade gelegerd, een huurleger in dienst van de Republiek. In 1759 diende kapitein J. Halkett uit dit regiment een verzoek in bij de Groote Loge der Zeven Verenigde Nederlanden - een voorloper van het huidige Grootoosten der Nederlanden - om een constitutiebrief voor een nieuwe loge. In zijn verzoek vermeldde hij 'reeds enige maanden aan het hoofd te staan van een volmaakte broederschap'.

Er is geen aanwijzing dat de Groote Loge een dergelijke constitutiebrief daadwerkelijk heeft verstrekt. Toen echter een groep vrijmetselaars in 1767 om een constitutiebrief verzocht voor de nieuw op te richten loge 'L'Inseparable' meldden zij daarbij dat zij 'al enige tijd onder een vreemde constitutie hadden gewerkt'. Dit doet vermoeden dat zij eerder een constitutiebrief hadden ontvangen van de Grand Lodge of Scotland, maar hier is geen bewijs van.

Oprichting loge L'Inséparable Het verzoek voor een constitutiebrief voor loge 'L'Inséparable' werd gedaan door een twaalftal vrijmetselaars: F. May, L. Aelmans, F. Farardez, C.P. van Affelen, T.J. ten Berge, J.B. Spanoghe, M.C. de Sausin, M. Lammens, F.C. Hornman, H. Aelmans, A.P. de Brauw en C. Lemmers. Onder hen bevonden zich leden van de magistratuur en hoge militairen. De constitutiebrief werd op 25 maart 1767 verstrekt en de loge werd op 6 mei 1767 geïnstalleerd. De eerste Voorzittend Meester was de militair Friedrich May. De loge kende in haar beginjaren een sterk verlichte signatuur, haar leden waren overwegend protestants en afkomstig uit de burgerlijke en militaire elite.

In deze tijd was het niet ongebruikelijk dat aan een militair regiment een ambulante loge - ook wel veldloge - verbonden was, bestaande uit militairen die ook vrijmetselaar waren. Dergelijke loges waren niet gebonden aan een locatie en speelden een belangrijke rol in de verspreiding van de vrijmetselarij. Van verschillende militaire loges is bekend dat zij korte tijd in de stad verbleven:

De 'Union Lodge' van het regiment Houston (1779-1780) Loge 'L'Union Militaire' van het regiment De Schepper (1784) Loge 'La Temple de la Vertu' van het regiment Pabst (1785)

De maatschappelijke betrokkenheid van de leden van loge 'L'Inséparable' was groot, zo waren vrijmetselaars betrokken bij de oprichting van het plaatselijke departement van de Maatschappij tot Nut van 't Algemeen in Bergen op Zoom in 1791. Bij de ramp met het kruitschip in Leiden in 1807 zamelde de loge geld in voor de slachtoffers.

Verdere ontwikkeling In 1869 nam loge 'L'Inséparable' het initiatief tot het oprichten van een zogeheten Volksbibliotheek voor de inwoners van Bergen op Zoom. De bibliotheek bevond zich in een door de loge gehuurd lokaal midden in de stad. In 1903 droeg de Volksbibliotheek haar bezit over aan de Maatschappij tot Nut van 't Algemeen.

Vanaf 1804 kwam de loge bijeen in de lokalen boven de Vleeschhal aan de Grote Markt. Deze ruimte mocht zij voor een geringe vergoeding gebruiken, en na bemiddeling door prins Frederik (1797-1881) - grootmeester van het Grootoosten der Nederlanden van 1816 tot aan zijn overlijden - lange tijd kosteloos. In 1902 gaf het Ministerie van Oorlog echter te kennen dat zij de ruimte voor andere doeleinden vorderde. Ondanks protesten werd de loge gedwongen om in juli 1904 de ruimte te verlaten.

Er was geen geschikte vervangende ruimte beschikbaar en de loge was genoodzaakt haar bezittingen voorlopig op te slaan. Door middel van inzamelingen en uitgifte van aandelen werden echter voldoende middelen bijeen gebracht om over te gaan tot de stichting van een eigen gebouw, aan de Noordzijde Zoom 5. Op 6 oktober 1907 werd dit gebouw plechtig ingewijd, in aanwezigheid van de grootmeester van het Grootoosten van Nederland Hugo van Gijn en diverse andere hoogwaardigheidsbekleders.

Tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog (1940-1945) waren alle activiteiten rondom vrijmetselarij verboden en werden de bezittingen van alle vrijmetselaarsloges geconfisqueerd. Zo ook van loge 'L'Inséparable': op 11 september 1940 werden vrijwel de volledige inventaris en het archief van de loge in beslag genomen, alleen een zevental ceremoniële zwaarden kon worden verstopt. Het logegebouw werd gedwongen verkocht en werd een kringhuis van de Nationaal Socialistische Beweging (N.S.B.).

Na de bevrijding kwam de loge op 11 mei 1946 weer voor het eerst bij elkaar. Het logegebouw was volledig ontredderd achtergelaten door de N.S.B., maar ook oorlogshandelingen hadden schade aangericht. De kosten van het herstel bleken uiteindelijk te hoog, en er werd gezocht naar een ander gebouw. Uiteindelijk werd dat gevonden in de vorm van een woonhuis aan de Halsterseweg 312. Na een grondige verbouwing werd dit in gebruik genomen bij de viering van het tweehonderdjarig bestaan van de loge in 1967.

In 1976 was het ledenaantal van loge 'L'Inséparable' zodanig toegenomen dat een aantal leden aan het hoofdbestuur van het Grootoosten der Nederlanden verzocht om een eigen nieuwe loge te mogen oprichten. Dit leidde tot de oprichting van loge 'van Aerssen Beyeren' op 19 november 1977, anno 2026 komt deze loge bijeen in Putte.