thumb|Bahai-wereldcentrum in Haifa, Israël. Het bahai-geloof (Perzisch: دین بهائی) is een monotheïstische religieSchaefer, 1984 die in de negentiende eeuw gesticht is door Bahá'u'lláh in Perzië (Iran) en de geestelijke eenheid van de mensheid benadrukt. Wereldwijd zijn er naar schatting ongeveer zeven miljoen bahai-gelovigen, verspreid over de meeste landen en gebieden van de wereld.Hoekstra, 2000, p. 59-60

De bahai-leringen benadrukken de onderliggende eenheid van de grote wereldgodsdiensten. Religieuze geschiedenis wordt gezien als een ontvouwing van waarheid met behulp van een aantal goddelijke boodschappers, manifestaties van God genaamd, die elk een religie hebben gesticht afgestemd op de behoeften van hun tijd en het begripsvermogen van de mensen uit hun tijd. Onder deze boodschappers zijn Abraham, Krishna, Boeddha, Jezus en Mohammed de bekendste.

Voor bahai-gelovigen is de meest recente en belangrijkste boodschapper Bahá'u'lláh. Zij geloven dat elke boodschapper over de volgende sprak en dat Bahá'u'lláhs leer, met zijn leven als proef op de som, de eindtijd-beloften van de voorgaande religies vervult.Momen, 2006, p. 425 Volgens hen is de mensheid betrokken bij een voortdurend, noodzakelijk en geleidelijk proces naar verstandhouding, vrede, gerechtigheid en eenheid op wereldschaal.Hoekstra, 2000, p. 60

Terminologie

Het woord "bahai" wordt gebruikt als een bijvoeglijk naamwoord dat verwijst naar het bahai-geloof of als zelfstandig naamwoord voor een volgeling van Bahá'u'lláh. Het woord wordt niet los gebruikt voor de religie als geheel, maar in samenstellingen als bahai-geloof, bahai-literatuur, bahai-gemeenschap. Het is afgeleid van het Arabisch Bahá', dat "glorie" of "pracht" betekent. De term "bahaïsme" is gebruikt in het verleden, maar dit wordt steeds minder gebruikt.

Geloof

Aan de basis van alle bahai-leringen staat het idee van de eenheid van God, de eenheid van religie en de eenheid van de mensheid.Smith, 2000, p. 345 Uit deze stellingen komt de overtuiging dat God periodiek zijn wil openbaart door middel van goddelijke opvoeders, waarvan het doel is het karakter van de mensheid te transformeren en, onder degenen die de boodschap accepteren, morele en spirituele kwaliteiten ontwikkelen. Religie wordt dus gezien als geordend, verenigd en progressief.Smith, 2000, p. 289-290

God

De bahai-geschriften beschrijven een enkele, persoonlijke, ontoegankelijke, alwetende, alomtegenwoordige, onvergankelijke en almachtige God, die de schepper van alle dingen in het universum is.Smith, 2000, p. 164-165 Het bestaan van God en het universum worden beschouwd als eeuwig, zonder begin of einde.Britannica, 1992 Hoewel rechtstreeks ontoegankelijk, wordt God toch gezien als bewust van de schepping, met een wil en doel die worden uitgedrukt door middel van boodschappers die Manifestaties van God worden genoemd.

Bahai-leringen beschrijven dat God te groot is om door de mens ten volle begrepen te worden, of om door mensen zelf een compleet en accuraat beeld van te krijgen; menselijk begrip van God is door zijn openbaring via de Manifestaties van God. In de bahai-geschriften wordt God vaak genoemd door middel van titels en eigenschappen (bijvoorbeeld de almachtige, of de liefderijke) en er is een aanzienlijke nadruk op monotheïsme; doctrines als de drie-eenheid zijn in tegenspraak met bahai-visie dat God één is en geen gelijke heeft.

De bahai-leer beschrijft dat de eigenschappen die aan God worden toegekend gebruikt worden om het goddelijke te vertalen in menselijke termen en tevens om mensen te helpen zich te concentreren op hun eigen eigenschappen bij het aanbidden van God, om zo hun potenties te ontwikkelen op hun spirituele pad. Volgens de bahai-leringen is het doel van de mens God te leren kennen en lief te hebben door middel van gebed en meditatie.Smith, 2000, p. 186

Religie 200px|left|thumb|Symbolen van een aantal religies op een pilaar van de bahai-tempel in Wilmette, Illinois

Het bahai-concept van progressieve religieuze openbaring resulteert in de aanvaarding van de geldigheid van de meeste wereldreligies, waarvan de stichters worden gezien als Manifestaties van God. Religieuze geschiedenis wordt geïnterpreteerd als een reeks dispensaties, waarbij elke Manifestatie een wat bredere en meer gevorderde openbaring brengt, die geschikt is voor de tijd en plaats waar deze verschijnt. Specifieke sociale leringen (bijvoorbeeld voedselbeperkingen) kunnen worden herroepen door een latere Manifestatie, zodat een meer passende lering voor de tijd en plaats kan worden vastgesteld. Omgekeerd kunnen bepaalde algemene principes (zoals naastenliefde) worden gezien als universeel en consistent. Volgens het bahai-geloof zal dit proces van progressieve openbaring niet eindigen en wordt het als cyclisch gezien.Smith, 2000, p. 276-277 Gelovigen verwachten niet dat een nieuwe Manifestatie van God zal verschijnen binnen 1000 jaar vanaf Bahá'u'lláhs openbaring.Smith, 2000, p. 231

Bahai-leringen worden soms beschreven als syncretische combinaties van oudere religies. Volgens de gelovigen betreft het echter een onafhankelijke religie met zijn eigen geschriften, leer, wetten, en geschiedenis.Smith, 2000, p. 67 De religieuze oorsprong in sji’i-islam wordt gezien als analoog aan de joodse context waarin het christendom ontstond.Taherzadeh, 1984, p. 262 Bahai-gelovigen beschrijven hun geloof als een onafhankelijke wereldreligie, die alleen verschilt van de andere religies in de relatieve leeftijd en in de geschiktheid van Bahá'u'lláhs leer voor de huidige omstandigheden. Zij geloven dat Bahá'u'lláh de Messiaanse verwachtingen van de voorgaande religies vervult.

De mens 150px|thumb|Het ringsteen-symbool verwijst naar de verbinding tussen God en de mensheid De bahai-geschriften leren dat de mens beschikt over een "rationele ziel" en dat dit hem in staat stelt God en de relatie tussen de mensheid en haar schepper te erkennen. Ieder mens heeft de plicht God te erkennen via zijn boodschappers en hun leringen te volgen. Door middel van erkenning en gehoorzaamheid, dienstbaarheid aan de mensheid en gebed, komt de ziel dichter bij God. Wanneer een mens sterft, gaat de ziel over naar de volgende wereld, waar haar geestelijke ontwikkeling in de fysieke wereld een basis wordt voor vooruitgang in de spirituele wereld. Hemel en hel worden gezien als geestelijke staten van nabijheid en verafzijn van God in deze wereld en de volgende en niet als fysieke plaatsen van beloning en straf na de dood.

De bahai-geschriften leggen de nadruk op de wezenlijke gelijkwaardigheid van de mensSmith, 2000, p. 186-187 en de afschaffing van vooroordelen.Smith, 2000, p. 275-276 De mensheid wordt gezien als in wezen één, hoewel zeer gevarieerd; haar verscheidenheid van ras en cultuur worden zeer gewaardeerd. Racisme, nationalisme, hiërarchie op basis van kasten, sociale klassen of geslacht worden gezien als kunstmatige belemmeringen voor eenheid. De bahai-leringen stellen dat de eenwording van de mensheid van essentieel belang is in de religieuze en politieke omstandigheden van de huidige wereld.Smith, 2000, p. 365

Leringen Samenvatting Shoghi Effendi, het benoemde hoofd van de godsdienst vanaf 1921 tot 1957, schreef de volgende samenvatting van wat hij de onderscheidende principes van de leringen van Bahá'u'lláh te zijn, die samen met de wetten en de verordeningen van de Kitáb-i-Aqdas, de basis van het bahai-geloof vormen:

Principes De volgende principes worden vaak genoemd als een korte samenvatting van de bahai-leer. Ze zijn afgeleid van de transcripties van de toespraken van `Abdu'l-Bahá tijdens zijn bezoek aan Europa en Noord-Amerika in 1912.Smith, 2000, p. 69-70 De lijst is niet gezaghebbend en er bestaan verscheidene van dergelijke lijsten.Bakker, 2002, p. 35-54

thumb|upright=1.25|Bahai-tuinen op de berg Karmel in Haifa, Israël. Eenheid van God Eenheid van religie Eenheid van de mensheid Gelijkwaardigheid van mannen en vrouwen Uitbanning van alle vormen van vooroordelen Wereldvrede Harmonie tussen religie en wetenschap Onafhankelijk onderzoek naar de waarheid Universeel verplicht onderwijs Universele hulptaal Gehoorzaamheid aan de overheid en niet-betrokkenheid bij de partij-politiekZie bijvoorbeeld: Afschaffing van uitersten van rijkdom en armoede Afschaffing van slavernij.

Bahá'u'lláh schrijft dat alle mensen "zijn geschapen om een immer voortschrijdende beschaving uit te dragen", gebaseerd op de ontwikkeling van deugden,Smith, 2000, p. 106 maar waarschuwt ook: "tot het uiterste doorgevoerd zal beschaving een even grote bron van kwaad blijken te zijn als van geluk, wanneer ze binnen de grenzen van gematigdheid wordt gehouden".Smith, 2000, p. 250Momen, Moojan (1996). Bahá'í Social Teachings.

Met betrekking tot het bereiken van wereldvrede heeft Bahá'u'lláh een wereldwijde collectieve veiligheid regeling voorgeschreven als vereiste voor de totstandkoming van een duurzame vrede.Momen, 2006, p. 430

Het verbond

De bahai-leringen spreken van zowel het "Grote Verbond", dat universeel en eindeloos is, en het "Kleine Verbond", dat uniek is voor elk religieus tijdperk. Het Kleine Verbond wordt gezien als een overeenkomst tussen een boodschapper van God en zijn volgelingen en omvat sociale gebruiken en de voortzetting van het gezag binnen de religie. Gelovigen zien de openbaring van Bahá'u'lláh als een bindend klein verbond voor zijn volgelingen; in de bahai-geschriften wordt standvastigheid in het verbond benadrukt. Het Grote Verbond wordt wel gezien als een meer permanente overeenkomst tussen God en de mensheid, waar een Manifestatie van God de komst van een volgende Manifestatie van God aankondigt.Smith, 2000, p. 114

Met eenheid als een essentiële leer van de religie, volgen gelovigen een administratief stelsel waarvan ze geloven dat het God verordend is, en zien daarom pogingen tot schisma's en divisies als inspanningen die strijdig zijn met de leer van Bahá'u'lláh. Schisma's hebben plaatsgevonden over de opvolging van gezag, maar iedere afsplitsing heeft relatief weinig succes gehad en weinig volgelingen aangetrokken (minder dan 0,1% van alle mensen die zich bahai noemen). De aanhangers van deze afsplitsingen worden beschouwd als verbondsbrekers; zij worden gemeden en in wezen geëxcommuniceerd.

Canonieke teksten

De canonieke teksten van het bahai-geloof zijn de geschriften van de Báb, Bahá'u'lláh, 'Abdu'l-Bahá, Shoghi Effendi en het Universele Huis van Gerechtigheid, samen met de geautoriseerde toespraken van 'Abdu'l-Baha. Hiervan worden de geschriften van de Báb en Bahá'u'lláh als goddelijke openbaring beschouwd, de geschriften en toespraken van 'Abdu'l-Bahá en de geschriften van Shoghi Effendi als gezaghebbende interpretatie, en die van het Universele Huis van Gerechtigheid als gezaghebbende wetgeving en toelichting. In alle gevallen wordt een zekere mate van goddelijke leiding verondersteld.Smith, 2000, p. 100-101

Enkele van de belangrijkste geschriften van Bahá'u'lláh zijn de Kitáb-i-Aqdas (Het Heiligste Boek) en de Kitáb-i-Íqán (Het Boek van zekerheid). De Verborgen Woorden wordt gezien als beknopte weergave van zijn ethische en geestelijke leringen en de Zeven Valleien als mystieke verhandeling.Momen, 2006, p. 423

Mystieke geschriften Hoewel de bahai-leringen een sterke nadruk leggen op sociale en ethische kwesties, bestaat er een aantal fundamentele teksten die worden omschreven als mystiek. De Zeven Valleien wordt beschouwd als Bahá'u'lláhs "grootste mystieke compositie." Het is geschreven aan een volgeling van het soefisme, in de stijl van Attar.Smith, 2000, p. 311Taherzadeh, 1976, p. 96-99 De Verborgen Woorden is een ander boek geschreven door Bahá'u'lláh uit dezelfde periode met 153 korte verzen waarin Bahá'u'lláh zegt de fundamentele kern van bepaalde spirituele waarheden te hebben genomen en ze in korte vorm op schrift te hebben gezet.Smith, 2000, p. 181

Geschiedenis Ontstaansgeschiedenis