De AJS Model 10-serie was een serie motorfietsen die het Britse merk AJS produceerde van 1926 tot 1936.

Voorgeschiedenis De gebroeders Stevens uit Wolverhampton maakten al in de jaren nul stationaire motoren en inbouwmotoren voor motorfietsmerken als Wearwell en Clyno. In 1909 richtten ze hun eigen merk op met de naam "AJS", genoemd naar een van de broers, Albert John Stevens. Dat deden ze met het plan om deel te nemen aan de TT van Man van 1911. Dat lukte. Albert John werd met een 300cc-AJS Model B zestiende in de Junior TT en J. Corke werd vijftiende. Tijdens de Junior TT van 1914 werden Eric Williams en Cyril Williams (geen familie) eerste en tweede. Na de Eerste Wereldoorlog won Cyril Williams met het AJS TT Model de Junior TT van 1920. In 1921 was het succes compleet: In de Junior TT werd Eric Williams eerste, Howard Davies tweede, Tom Sheard derde en George Kelly vierde, maar Davies won met zijn 350cc-machine ook nog de 500cc-Senior TT. Het TT Model presteerde ook goed in de Junior TT van 1922 met de eerste twee plaatsen voor Tom Sheard en George Grinton en in de Junior TT van 1923 werd H.F. Harris tweede. Ook in de volgende jaren deden de machines het goed in de 350cc-Junior TT, maar in de 500cc-Senior TT kregen ze het steeds moeilijker. AJS had echter geen 500cc-modellen, tot in 1926. Sportieve rijders konden in 1925 kiezen voor het AJS Model E4 met zijklepmotor, het AJS Model E5 met zijklepmotor, het AJS Model E6 met kopklepmotor en voor de echte coureurs het AJS Model E7 met koplepmotor. Dit waren allemaal 350cc-machines. Jaren twintig Vanaf 1925 had AJS een nieuwe type-aanduiding ingevoerd, waarbij elk bouwjaar zijn eigen letter kreeg. In 1925 was dat de "E", in 1926 de "G", in 1927 de "H", in 1928 de "K", in 1929 de "M", in 1930 de "R", in 1931 de "S" en in 1932 de "T". Modellen G10 en H10 1926-1927 In 1926 verschenen twee 500cc-machines van AJS. Het sportmodel G8 voor gebruik op de openbare weg en het Model G10 als echte racemotor. Beiden waren gebaseerd op de 350cc-modellen, maar kwamen door een boring van 84 mm en een slag van 90 mm op 498,8 cc. Ze hadden een kopklepmotor met stoterstangen waarbij de nokkenassen voor (uitlaat) en achter (inlaat) de cilinder lagen. De cilinderkop was afneembaar en werd met een beugel die in het carter geschroefd was op zijn plaats gehouden. Twee schetsplaten droegen de tuimelaarassen en de kleppen en klepveren lagen open. Krukas en drijfstangen draaiden in kogellagers en het Model G10 had duraluminium tuimelaars en een aluminium zuiger. Rechts op het carter zat een kettingkastje voor de aandrijfketting van de Lucas-ontstekingsmagneet. Die werd door de uitlaatnokkenas aangedreven en hier zat ook het extra oliepompje dat op de andere modellen een accessoire was. De machine had echter nog geen dry-sump smeersysteem; het was een total loss systeem met een handpomp op de tank en de mechanische pomp diende slechts ter ondersteuning. Ze had een Binks-carburateur met twist grip control en een Brooklands can-uitlaat. De drieversnellingsbak was handgeschakeld en het schakelquadrant zat rechts voor naast de tank. De machine had geen kickstarter omdat races met een duwstart begonnen. Het frame was het bij AJS gebruikelijke open brugframe waarin het blok een dragende functie vervulde. De voorvering werd verzorgd door een parallellogramvork zonder demping. Het achterframe was ongeveerd. Beide wielen hadden trommelremmen. De primaire- en de secundaire aandrijving werden verzorgd door kettingen in lichte, open kettingschermen en de machine had een meervoudige droge plaatkoppeling waarvan de platen met kurk bekleed waren. De olie werd niet in een compartiment van de benzinetank meegevoerd, maar in een aparte olietank onder het zadel waarop ook het handpompje zat. Aan het TT-sportstuur zaten manettes voor de aansturing van o.a. de voorontsteking, maar de snelheid werd geregeld door een twist grip. Een hendel links bediende de koppeling, het rechter hendel de voorrem. De achterrem werd met de linkervoet bediend, rechts zat geen pedaal. Als sportmodel had de machine geen treeplanken, maar voetsteunen. Al deze elementen konden echter worden aangepast aan de wensen van de coureur. Zo kon de bediening van de oliepomp met de voet gebeuren en konden ook beide remmen met de voet bediend worden. De uitlaatDe Brooklands can-uitlaat had een platte geluidsdemper die lang niet overal verplicht was. Uiteraard wel op Brooklands (vandaar de naam), maar niet op bijvoorbeeld het eiland Man. kon vervangen worden door een eenvoudige, ongedempte ronde pijp en men kon kiezen tussen een 3- of een 3½gallon-benzinetankDe Senior TT was 676 km lang en zelfs met een grote tank moest er een keer bijgetankt worden.. Een vaste prijs kon dan ook niet worden bepaald. De machine kostte - afhankelijk van de wensen van de klant - ongeveer zestig pond. Dat was twee pond goedkoper dan een Model G8, maar technisch weken de machines dan ook niet veel van elkaar af, terwijl op het Model G10 om gewicht te sparen veel onderdelen (bagagedrager, voorwielstandaard etc.) ontbraken. Het boordgereedschap werd meegevoerd in een tasje op de tank dat de coureur als steun kon gebruiken als hij in "racehouding" zat. Rechts onder de tank zat een fietspompje. In 1927 veranderde de typenaam in AJS Model H10. Het schakelquadrant werd verplaatst en de machine kreeg een stuurdemper. Senior TT 1926 Ondanks zijn teleurstelling over de diskwalificatie in de Lightweight TT eerder in de week, verscheen Pietro Ghersi met de gevreesdeDe Britten vreesden de Moto Guzzi C4V niet zonder reden. Guido Mentasti was in 1924 met de oude 22pk-versie Europees kampioen geworden, maar dankzij de verbeterde klopvastheid van de benzine had Carlo Guzzi de compressieverhouding flink kunnen verhogen en leverde de machine nu al 32 pk. Moto Guzzi C4V toch aan de start van de Senior TT. Hij moest voor de start nog wat laatste reparaties uitvoeren, maar toen hij naar de startstreep reed werd hij door het Britse publiek met applaus ontvangen. Toch viel zijn eerste ronde wat tegen. Wellicht door gebrek aan circuitkennis kwam hij een minuut langzamer door dan Jimmie Simpson. Wal Handley was in de eerste ronde Howard Davies gepasseerd, maar kreeg in de tweede ronde problemen met zijn bougie en zijn remmen, waardoor Stanley Woods en Edwin Twemlow hem voorbij kwamen. Toch passeerde Handley als tweede achter Simpson de TT Grandstand. Ghersi kwam in die ronde ten val en moest opgeven. Simpson reed zijn recordronde van 70,43 mijl per uur, maar halverwege de derde ronde klapte de motor van zijn AJS uit elkaar. Daardoor kwam Stanley Woods aan de leiding, gevolgd door Charlie Hough. Handley was weer goed op snelheid gekomen, maar lag slechts op de tiende plaats. In de vierde ronde viel Alec Bennett uit. Handley ging steeds sneller en begon naar voren te komen. Howard Davies, die in de derde ronde al hard gevallen was bij de Gooseneck, viel in de vijfde ronde bij Creg Willey's Hill uit met motorproblemen. Hough begon in te lopen op Stanley Woods, terwijl Edwin Twemlow met motorproblemen uitviel. In de zesde ronde ging het erom of Hough Woods kon inhalen. Hough kreeg een vlieg in zijn oog, waardoor hij bij Glentramman tegen een telegraafpaal vloog en - lichtgewond - moest opgeven. In de laatste ronde bleek Stanley Woods de winnaar, maar het verschil tussen Wal Handley en Frank Longman bedroeg slechts drie seconden. Resultaat Senior TT 1926 Pos Coureur Merk Tijd Snelheid 3 Frank LongmanAJS4:00"03'466,03 mph 6 George RowleyAJS4:07"48'663,96 mph 16 Clarrie WiseAJS4:26"48'0Niet gefinisht Coureur Merk Oorzaak Jimmie SimpsonAJSMotor Joseph Hanford StevensAJSOngevalJoseph Stevens en W. Evans kwamen met elkaar in botsing in Brandish Corner. Charlie HoughAJSOngevalHough vloog bij Glentramman tegen dezelfde telegraafpaal die J. Temple tijdens de trainingen van het Manx Amateur Road Race Championship in augustus 1925 het leven had gekost. Hough liep slechts lichte verwondingen op.

Senior TT 1927 In 1927 kon het Model H10 met zijn stoterstangenmotor al niet meer meekomen. Norton presenteerde de nieuwe, door Walter Moore ontwikkelde Norton CS1 met een bovenliggende nokkenas die door een koningsas werd aangedreven. Ook de machines van New Hudson, Triumph, Sunbeam en HRD bleken te sterk. Resultaat Senior TT 1927 Pos Coureur Merk Tijd Snelheid 9 George RowleyAJS4:08"40'063,74 mph 11 Charlie HoughAJS4:12"14'062,84 mph 15R. ParkinsonAJS4:21"13'060,68 mphNiet gefinisht Coureur Merk Oorzaak Jimmie SimpsonAJSMotor Model K10 1928 AJS moest actie ondernemen en deed dat door het 350cc-Model K7 en het 500cc-Model K10 van 1928 te voorzien van een kettingaangedreven bovenliggende nokkenas en een dry-sump-smeersysteem. De coureur hoefde daardoor onderweg niet meer met de hand te smeren, maar moest in lange races wel olie bijvullen. De machine kreeg ook een Amal-carburateur. Dat was logisch, want Binks, Amac en Brown & Barlow waren samengegaan en hadden AMALgamated carburettors gevormd. De beugel over de cilinderkop werd vervangen door kopbouten. De machine was niet langer te koop. De fabrieksrijders konden het Model K10 wel aan hun persoonlijke wensen aanpassen. Zo ontstonden machines met en zonder frictiedemper op de voorvork. Beide nieuwe modellen, ook het 350cc-Model K7, presteerden door smeerproblemen slecht in de TT van 1928. AJS bracht zelfs twee nieuwe stoterstangenmachines uit, het Model KR6 en het Model KR8 als vervanging. Men kreeg de smeerproblemen echter onder de knie en eind 1928 won een K10 de Brooklands Grand Prix. Senior TT 1928 De Senior TT werd onder slechte omstandigheden gereden. Veel coureurs stopten onderweg vanwege de hevige regen en dichte mist, juist na een lange periode van droogte. De winnende tijd van Charlie Dodson was dan ook de langzaamste sinds vijf jaar. Opmerkelijk waren de tegenvallende prestaties van de Norton CS1-racers, maar ook AJS was ontevreden vanwege problemen met de smering van de machines. Resultaat Senior TT Pos Coureur Merk Tijd Snelheid 2 George RowleyAJS4:18"41'061,27 mph 13Tommy SpannAJS4:32"32'058,16 mphNiet gefinisht Coureur Merk Oorzaak Len CohenAJS Jimmie SimpsonAJS Model M10 1929 In 1929 ging het erg slecht met AJS. Voor het derde jaar op rij kon men geen dividend uitkeren en de Midlands Bank besloot de lopende lening te beëindigen. Die lening kon worden afbetaald, maar AJS hield nauwelijks werkkapitaal over. Om te overleven moesten alle modellen worden gemoderniseerd, om te beginnen met de zadeltank die al in 1924 door Howard Davies was uitgevonden en die snel opgang deed. Het Model M10 werd op veel punten gewijzigd en kreeg ook zo'n tank, maar niet het bijpassende frameConcurrenten konden dankzij de zadeltank een enkele bovenste framebuis gebruiken, maar AJS monteerde de tank boven op de bovenste framebuis terwijl er nog een tweede framebuis onderdoor liep.. De parallellogramvork werd gewijzigd, het was nu een girder-type waarbij de centrale veer voor het balhoofd zat. De machine was voor amateurracers te koop voor 72 pond maar kon worden geleverd met voetschakeling en een kickstarter, waarvoor extra moest worden betaald. In 1929 waren de flanken van de tank eenmalig van een kleurtje voorzien. Omdat dit niet in de smaak van de klanten viel verdwenen de kleuren in 1930 weer.

Senior TT 1929 AJS stuurde weer een groot team naar de TT van 1929, maar het resultaat was weer teleurstellend. Frank Longman was de enige die in de Senior TT de finish haalde, maar hij werd slechts zestiende. Resultaat Senior TT Pos Coureur Merk Tijd Snelheid 16 Frank LongmanAJS4:27"11'059,31 mphNiet gefinisht Coureur Merk Oorzaak Wal HandleyAJS George RowleyAJSTommy SpannAJS Afbeeldingen jaren twintig

Technische gegevens jaren twintig