Lodewijk II van Bourbon, prins van Condé (Parijs, 7 september 1621 - Kasteel Fontainebleau, 11 december 1686), door Lodewijk XIV de Grote Condé genoemd, was een Frans militair genie, een van de bekwaamste veldheren in de 17e eeuw. Hij was een telg uit het huis Bourbon-Condé en sinds zijn vijfde hertog van Enghien. Op 25-jarige leeftijd erfde hij de titels gouverneur van Picardië en Bourgondië, hertog van Montmorency, pair van Frankrijk en prins van Condé. Hij was verwant aan de Franse koning Lodewijk XIII en een prins van den bloede.
Condé was een tegenstander van kardinaal Mazarin en gaf leiding aan La Fronde. Hij was de centrale figuur in de strijd tussen de Spaanse en Franse kroon die in het midden van de 17e eeuw woedde, toen Lodewijk XIV nog minderjarig was. In 1672 ondernam Condé een veldtocht tegen de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden met als doel het Franse grondgebied naar het noorden uit te breiden.
Leven Lodewijk werd geboren als oudste zoon van prins Hendrik II van Bourbon-Condé en prinses Charlotte Margaretha van Montmorency.Totdat Lodewijk XIII werd geboren was Henri II troonopvolger. Hij werd in 1611 als onderkoning van Nieuw-Frankrijk benoemd. Hij had een oudere zus Anna Genoveva (1619-1679). die met de hertog Hendrik II van Longueville trouwde. Hij had ook een jongere broer Armand van Bourbon, de Prins van Conti, die met Anne Martinozzi, een nichtje van kardinaal Jules Mazarin in het huwelijk trad. Lodewijk was buitengewoon begaafd en kreeg een uitstekende opleiding in het jezuïetenklooster van Bourges. Zijn vader bemoeide zich met alles, zelfs met zijn kleding; zelfs nog in het jaar dat hij 18 was. Hij had ook een gouden hekje om de schoolbank van zijn zoon laten zetten, om te benadrukken dat Lodewijk een prins van koninklijken bloede was.
Na Bourges ging Lodewijk enkele jaren naar l'Académie RoyaleDominique Piladilhe, Le Grand Condé, (2008), p. 20 / Jules Gourdault, La Jeunesse du Grand Condé, (1873), p. 18, waar hij zich bekwaamde als militair en ruiter.Kardinaal de Retz schreef in zijn memoires dat de (toen pas vijftienjarige) Lodewijk al een groot militair genie was. Dat hij ook goed leerde vechten, blijkt uit de vele duels die hij in en om het Franse hof op zijn naam heeft staan. Op zijn zestiende (1637) werd Lodewijk waarnemend-gouverneur van Picardië en Bourgondië omdat zijn vader op een veldtocht was. In 1637 werd de Bourgogne vanuit de Franche-Comté aangevallen door een relatief klein regiment Spanjaarden. Condé twijfelde geen moment en trok eropuit om de vijand terug te slaan, hetgeen hem probleemloos lukte. Lodewijk XIII kwam hem kort daarna bezoeken op het familielandgoed in Vallery in (Bourgondië), en schreef aan zijn achterneef die nog steeds in Italië (vermoedelijk in Piëmont) verbleef: "De ontvangst was eenvoudig, maar uitstekend verzorgd, alle lof voor uw zoon Lodewijk."
miniatuur|260px|links|Condé met zijn zoon Hendrik Julius(1662/66), mogelijk door Claude Lefèbvre, Versailles In 1641 trouwde Lodewijk met een nichtje van Richelieu, Claire-Clemence de Maille-Brézé, een 12-jarig kind. Dit huwelijk werd zonder zijn medeweten geregeld door zijn vader, die na de mislukte veldtocht in Italië naar andere manieren zocht om de banden met De Richelieu strak te houden. Lodewijk zelf verzette zich hevig tegen het huwelijk. Claire-Clemence was onooglijk, saai en ze had nauwelijks een opleiding genoten. Daarnaast kwam ze uit de lagere adel, hetgeen de jonge Lodewijk niet zinde. Hij stemde uiteindelijk in met het huwelijk, maar keek nauwelijks naar zijn vrouw om en was haar niet trouw. Hij liet haar zelfs opsluiten, nadat het gerucht ging dat zij een affaire had met een bediende. Deze beschuldiging werd overigens niet breed geloofd en men ging ervan uit dat Lodewijk het gerucht zelf had verspreid om zo haar opsluiting te rechtvaardigen. Maille-Brézé vertoonde op latere leeftijd ernstige krankzinnigheid, een erfelijke factor die het geslacht Condé nog generaties zou beïnvloeden. Het echtpaar kreeg een zoon, Henri-Jules, of 'de Zotte', vernoemd naar zijn grootvader en toenmalige minister Jules Mazarin.
Slag om Rocroi miniatuur|Slag bij Rocroi (detail)Sauveur Le Conte, Musée Condé, Chantilly
Op 19 mei 1643 hielp Condé bij de Slag bij Rocroi het Franse leger aan een overwinning op het Spaanse leger. De machtige Armand du Plessis, hertog van Richelieu, kardinaal en eerste minister van Lodewijk XIII, overleed in 1642. Hij had Jules Mazarin als zijn opvolger aangewezen, en zowel hem als de koning geadviseerd om de dan 22-jarige Lodewijk het bevel over de (noordelijke) strijdkrachten te geven. Op het overlijden van De Richelieu, adviseerde Conde-duque Olivarès, ofwel Gaspar de Guzmán y Pimentel eerste adviseur van Spanje, koning Filips IV om Frankrijk bij Rocroi binnen te vallen om zo via Reims naar Parijs door te stoten.
Koning Lodewijk XIII, die aan de ziekte van Crohn leed, zei op zijn sterfdag 14 mei 1643 tegen zijn achterneef, Henri van Bourbon-Condé: "Mijn vijanden staan aan de poort, maar gelukkig zal uw zoon hen verjagen."Le Sieur DuBois-Hus (M.DC.XLV.), Le Prince Illustre, p. . Condé was op dat moment in de abdij van Fervaques aan de Somme. Het Franse leger bevond zich die dag al in Saint-Quentin.Gerrer, Petit, Sanchez-Martin (1981), Rocroy 1643, Verites et controverses sur une bataille de legende
Condé stond uiteindelijk met 22.000 piekeniers en voetvolk, 6.000 cavaleristen en dragonders, en 12 stuks zwaar geschut (kanonnen) tegenover de Portugees Don Francisco de Mello. Die had 18.000 piekeniers en voetvolk, 8.000 cavaleristen en dragonders en 18 stuks geschut van lichtere klasse.Dominique Piladilhe (2008) Le Grand Condé: Héros des armées de Louis XIV. Condé viel De Mello op 19 mei om 03.00 uur 's nachts aan, nadat een diep nederige deserteur uit het Spaanse regiment hem vertelde dat de Spanjaarden in de ochtend versterking van het Zesde Spaanse Tercio (3.000 cavaleristen) onder commandant Beck verwachtten.Cyril Falls (1964), De Grote Veldslagen. Na een bijna acht uur durende strijd volgde victorie. De overwinning was een cruciaal moment voor Frankrijk, een keerpunt in de geschiedenis, en betekende het einde van de Spaans-Habsburgse hegemonie op het continent en van de Dertigjarige Oorlog. Conde-duque Olivarès moest mede door deze misser het veld ruimen als eerste adviseur.
Vervolgens veroverde Condé Diedenhofen en nam hij enkele dagen vrijaf om zijn overwinning aan de dan vijfjarige Lodewijk XIV en regentes Anna van Oostenrijk aan te bieden. De buitgemaakte vaandels werden ceremonieel door Gourville naar de Notre Dame te Parijs gebracht, waarna een Te Deum werd uitgevoerd.
Freiburg im Breisgau miniatuur|links|230px|Franz von Mercy
Op 3, 5 en 9 juli 1644 snelde Condé maarschalk Turenne te hulp in de strijd tegen de Beierse edelman Franz von Mercy die zich op de heuvels (de Schönberg) van Freiburg im Breisgau in loopgraven had verschanst. Tot ver in de avond van 3 juli teerde Condé in op zijn manschappen. De Fransen moesten tegen het vijandelijk vuur in de heuvels op en verloren 3.000 man tegen enkele honderden aan de Beierse kant. Toen het rond middernacht begon te regenen, hielden de Fransen hun kruit niet droog en stopte de strijd.
Condé en Turenne hadden Von Mercy inmiddels via twee zijden van de heuvel in de tang, maar Von Mercy zag zijn kans schoon en verplaatste zijn troepen naar de achtergelegen Batzenberg. Daar bereikte hij in één nacht, waar hij voordien maanden voor nodig had gehad (loopgraven en barricades). De Beierse commandant Jan von Werth schreef over die nacht: "Het was een koude, niet aflatende regen, die de arme knechten veel pijn deed. Maar ik geloof dat deze van God kwam, zodat de vijand ons niet kon grijpen voordat we (opnieuw) in de berg waren ingegraven."
Op 5 juli deed Condé een tweede poging, maar door de enorme verliezen van 3 juli ontbrak het de Fransen aan vechtlust en Condé wist slechts terreinverlies te voorkomen. Toen sneden ze Von Mercy af van zijn konvooi met paardenvoer. Na een kort maar bloedig gevecht op 9 juli bliezen de Beieren de aftocht, om dezelfde dag nog in het 70 km verder gelegen Villingen aan te komen. Tijdens de driedaagse strijd sneuvelde Caspar von Mercy, de jongere broer van generaal Franz Freiherr von Mercy, die een regiment cavaleristen en dragonders aanvoerde. Jan von Werth verloor alleen zijn strijdros. Over het gevecht op 9 juli schreef Von Werth: "Tijdens de twintig jaar in dit bloedige beroep heb ik nooit zo'n slachtpartij gezien." De totale verliezen van Frankrijk bedroegen toen ruim 6.000 van 16.000 man, tegenover 1.100 doden bij de Beieren op 20.000 man.
miniatuur|Het Franse leger aan de Rijn bij Speyer in 1645(1707), Matthäus Merian de Oude
Ook in 1645 versloeg Condé het Beierse leger, toen bij de strijd om Alerheim. Deze keer kwam Franz von Mercy zelf om het leven. Condé richtte ter plaatse een gedenksteen voor hem op met het scriptum: Sta Viator, Heroem Calcas.Halt reiziger, hier rust een held. In 1646 veroverde Condé Duinkerke op de Spanjaarden, waarna hij zijn naam voorgoed had gevestigd op het Europese strijdtoneel.
In 1646 stierf zijn vader. Hij erfde de titel Prince de Condé en werd hertog van Picardië en Bourgondië, etc. Hij erfde een enorm vermogen en ging deel uitmaken van de kroonraad, het belangrijkste adviesorgaan van Anna van Oostenrijk, de koningin-moeder. De slag bij Lens op 20 augustus 1648 - het laatste grote treffen tussen de legers van Spanje en Frankrijk voor de Vrede van Westfalen - eindigde met een overwinning van Condé op Leopold Willem van Oostenrijk.
Al deze machtsfactoren in combinatie met zijn successen op het slagveld maakten Condé een grote bedreiging voor Anna van Oostenrijk en Jules Mazarin. Hij stuitte steeds meer op jaloezie en intriges, en door zijn onpolitieke voorkeur om conflicten met de hand op te lossen, kreeg hij lange tijd geen opdrachten, behalve een kleine campagne tegen het koninkrijk Aragon. Maar het leger werd slecht uitgerust door Mazarin en de tocht liep uit op een teleurstelling.
Fronde miniatuur|Condé en Turenne strijden voor de poorten van Parijs(17e eeuw), Kasteel van Versailles
Condé speelde een belangrijke rol in de Fronde, de rebellie van het Franse parlement tegen de Franse koning. Zijn broer Armand en vooral zijn zus Anna, de hertogin van Longueville, die veel lobbywerk deed voor de Fronde, en haar man, behoorden tot de eerste Fronde, evenals maarschalk Turenne. Mazarin verhoogde de belasting waarop het Parlement de bevoegdheid verlangde om de regering te controleren. Er werden barricades opgeworpen in de stad en toen het onrustig bleef nam de regentes haar toevlucht in Saint-Germain-en-Laye. Van januari tot maart 1649 legde Condé in opdracht van Mazarin een blokkade om Parijs met als resultaat dat het hof kon terugkeren. Aan de opstandelingen werd een generaal pardon verleend. Zijn loyaliteit nam af toen hij in de problemen raakte aan het hof, waar men in hem een groot gevaar zag. In januari 1650 veroorzaakte zijn arrestatie door Mazarin opstanden in de provincie.Balmand, P. (1996) Geschiedenis van Frankrijk, p. 113-116. Op 26 maart vroeg hij per brief aan Christina van Zweden om hem te helpen.Quilliet, B. (1987) Christina van Zweden : een uitzonderlijke vorst, p. 319-320.
Nadat hij, zijn broer en zijn zwager zonder proces een jaar gevangen waren gehouden in het kasteel van Vincennes, koos het Parlement voor de Fronde en voor Condé.Mazarin liet de gevangenen persoonlijk vrij in Le Havre (februari 1651) in de hoop daar voordeel uit te halen. Condé lag evenwel al snel overhoop met het parlement en liet zich als gouverneur in Guyenne benoemen. Hij begon vanuit Bordeaux een tweede Fronde, ook wel 'de Rebellie van de Prinsen' genaamd, aangezien een aantal prinsen en prinsessen uit het Huis Bourbon hierbij betrokken waren. Condé sloot op 6 november 1651 een verdrag met Spanje tegen een aanzienlijke vergoeding en voordelige afspraken over de verdeling na de strijd.