Erich Kurt Richard Hoepner, (Frankfurt (Oder), 14 september 1886 - Berlijn-Plötzensee, 8 augustus 1944) was een Duitse officier en Generaloberst tijdens de Tweede Wereldoorlog. Hij was tevens verzetsstrijder in het complot van 20 juli 1944.

Leven Erich Hoepner was de zoon van de arts Kurt Hoepner en zijn vrouw Elisabeth (geboren Kienast). In 1890 verhuisde zijn de familie naar Berlin-Charlottenburg. Vanaf 1893 zat hij op het Keizerin Augusta-gymnasium, waar hij in maart 1905 zijn Abitur haalde.Heuer 2002, p.112.

In juni 1909 trad Hoepner als Fahnenjunker in dienst van het Schleswig-Holsteinisches Dragoner-Regiment Nr. 13 in (vesting Metz). In 1910 trouwde Hoepner met Irma Gebauer. Irma was de dochter van de ondernemer Julius Gebauer. Uit dit huwelijk kwamen drie kinderen voort. In oktober 1913 werd hij naar de Pruisische militaire academie in Berlijn gecommandeerd.

Eerste Wereldoorlog Vanaf augustus 1914 was Hoepner een ordonnansofficier in het 14e Legerkorps. Vanaf 1916 diende hij aan het front. Tijdens het verloop van de oorlog werd Hoepner bevorderd tot Rittmeister en meervoudig onderscheiden.

Interbellum In 1920 werd Erich Hoepner chef van een eskadron in het Reiter-Regiment 2 gelegerd in (Allenstein in Oost-Pruisen).

In 1933 werd Hoepner tot chef van de Generale Staf van het militair district in Koningsbergen benoemd. In 1933 volgde zijn bevordering tot Oberst. Hij was tegen deze tijd al chef van de staf van het Gruppenkommando I in Berlijn. In 1937 volgde zijn bevordering tot Generalmajor. Hij was commandant van de 1. leichten Division in Wuppertal. Op 30 januari 1938 werd Hoepner tot Generalleutnant bevorderd. In de laatste maanden voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog, diende Hoepner als een General der Kavallerie en bevelvoerend-generaal van het 16e Legerkorps in Berlijn.

Tweede Wereldoorlog Tijdens de Poolse Veldtocht was Hoepner bevelvoerend-generaal van het 16e Legerkorps (gemotoriseerd); dit bestond uit: twee pantser- en twee infanteriedivisies, en stond onder het bevel van het 10e Leger. Op 27 oktober 1939 werd Hoepner met het Ridderkruis van het IJzeren Kruis onderscheiden. In de gelijke functie van bevelvoerend-generaal nam hij aan de slag om Frankrijk deel, en was betrokken bij de slagen om Hannuit en Gembloers. Op 19 juli 1940 werd hij bevorderd tot Generaloberst.

Op 2 mei 1941 formuleerde Hoepner in de „opmars- en gevechtsinstructie Barbarossa“ zijn mening voor de komende oorlog:

„De oorlog tegen Rusland is een belangrijke hoofdstuk in de strijd om het bestaan van het Duitse volk. Het is de strijd van de Germanen tegen de Slavische volkeren, en de afweer tegen het Joods-bolsjewisme. Deze strijd moet het doel hebben de vernietiging van het huidige Rusland, en daarom met ongehoorde hardheid gevoerd worden. Elke gevechtsactie moet in opzet en uitvoering met ijzeren wil en genadeloosheid, en complete vernietiging van de vijand gevoerd worden. In het bijzonder is er geen bescherming voor de dragers van het hedendaagse Russische bolsjewistisch systeem.“ – Generaloberst Hoepner –

In het begin van 1941 werd het korps hernoemd in de Pantsergroep 4. In juni 1941 had Hoepner als bevelhebber aan het begin van de Russische Veldtocht het 41e Legerkorps en het 56e Pantserkorps (gemotoriseerd), met gezamenlijke zeven divisies, ter beschikking. Met zijn troepen vocht hij in de dubbele slag om Vjazma en Brjansk. Aansluitend werd de Pantsergroep in december 1941 naar het 4e Pantserleger opgewaardeerd. Dit grootverband bestond nu uit vijf legerkorpsen, bestaand uit twaalf divisies. Hoepner was in die tijd naast Guderian, Hoth, Kleist en Rommel een van de meest succesvolste en bekendste tankleiders.

Tijdens de aanval op de Sovjet-Unie in 1941, commandeerde Hoepner als commandant van het 41e Legerkorps en het 56e Pantserkorps het „standrechtelijk executeren van Russische politieke commissarissen in uniform“ en bovendien ook „de gelijke behandeling van de civiele commissarissen“. Dit bevel schond het internationale recht en ging dus verder dan het Kommissarbefehl, die het willekeurige doden van partijleden en administratieve functionarissen niet eiste.

Verzet Vanaf 1935 maakte Hoepner via zijn meerdere Ludwig Beck contact met het Duitse verzet. In september 1938, tijdens de Sudetencrisis, stelde hij zichzelf en zijn divisie ter beschikking van de verzetsgroep rond Beck en Franz Halder voor een geplande staatsgreep tegen Hitler.

Op 8 januari 1942 werd Erich Hoepner door Hitler wegens „lafheid en ongehoorzaamheid“ en oneervol uit de Wehrmacht ontslagen. Dit nadat hij tijdens het Russische winteroffensief het bevel om tegen elke prijs stand te houden (Durchhaltebefehl) negeerde, en zijn eenheid zich tactisch had laten terugtrekken. Dit resulteerde in het verlies van alle medailles en onderscheidingen, evenals het verlies van het recht om een uniform te dragen. Hoepner beargumenteerde tegenover Generalfeldmarschall von Kluge zijn beslissing: „Heer Generaal-Veldmaarschalk, ik heb plichten, die hoger zijn dan de plichten jegens u en de plichten jegens de Führer. Dit zijn de plichten jegens de troepen die aan mij toevertrouwd zijn.“

Op 12 januari keerde hij terug naar Berlijn, om zich tegen Hitler te verdedigen. Hitler had van striktere formele juridische en civiele procedures gebruik moeten maken om Hoepner te ontslaan. Daarom gaf de Rijksdag op 26 april 1942 de "Führer" een gemachtigd besluit waarna hij elke Duitser uit zijn functie kon verwijderen zonder te voldoen aan de bestaande wetgeving.

In de zomer van 1943 verhuisde Hoepner met zijn familie naar zijn zuster in Bredereiche (hedendaags: Fürstenberg/Havel). In de herfst van 1943 werd hij ingewijd in de plannen van de aanslag, en om ondersteuning gevraagd. Op 19 juli 1944 keerde Erich Hoepner terug naar Berlijn. Tijdens de mislukte aanslag en poging tot staatsgreep op 20 juli 1944, bevond Hoepner zich in het Bendlerblock. Hij zou bij een succesvolle staatsgreep de opperbevelhebber van het vaderlands oorlogsgebied (Oberbefehlshaber im Heimatkriegsgebiet) worden. Daar werd hij in de vroege uren van 21 juli gearresteerd.

Tijdens de eerste processen op 7 en 8 augustus 1944 werd Hoepner in het Volksgerichtshof van verraad beschuldigd. Medeverdachte waren onder andere Generalfeldmarschall Erwin von Witzleben, het gehele proces werd door Roland Freisler persoonlijk geleid. Hoepner verklaarde:

Op 8 augustus werd Hoepner tot de dood veroordeeld. Het vonnis werd op nadrukkelijk bevel van Hitler nog dezelfde dag door ophanging in de gevangenis van Plötzensee voltrokken.Kursietis 2015, p.74. left|thumb|Erich Hoepner voor het Volksgerichtshof, juli 1944.

Familie Onder de nazipraktijk van Sippenhaftung (collectieve bestraffing) werden Hoepners vrouw, dochter, zoon (een Major in het Heer), broer en zus gearresteerd. De vrouwen werden naar het concentratiekamp Ravensbrück gestuurd.Heuer 2002, p.116. Zijn zus werd weer snel vrijgelaten, maar zijn vrouw en hun dochter werden in de beruchte Strafblock geplaatst voor een aanvullende straf van vier weken. Hoepners zoon werd eerst vastgehouden in een speciaal opgezet kamp in Küstrin (hedendaags Kostrzyn nad Odrą), en vervolgens naar het concentratiekamp Buchenwald gestuurd.Google Boeken: Family Punishment in Nazi Germany: Sippenhaft, Terror and Myth. p.162-164. Geraadpleegd op 30 oktober 2019.

Eerbetoon 1956: hernoeming van het "Gymnasium Charlottenburg" - opvolgersinstelling van de "keizerin Augusta Gymnasium", de voormalige school Hoepners - in de Bayernallee (Berlijn-Westend) door een BVV-beslissing van het district Berlin-Charlottenburg in de "Erich Hoepner High School". In 2006 werd door de schooladministratie een langdurig proces voor het hernoemen van de school gestart; sinds 1 augustus 2008 wordt het gymnasium nu "Heinz-Berggruen-Gymnasium" genoemd.Der Tagesspiegel Online: Umstrittener Patron. Geraadpleegd op 4 november 2019. 1969: Het noemen van een voormalige Wuppertal-kazerne in Generaloberst-Hoepner-Kaserne (nu gesloten). Elke "Erich-Hoepner-Straße" in Düsseldorf en Neuss en een Hoepnerstraße in Leipzig en een straat "Erich-Hoepner-Ring" in Wuppertal. Deze bevindt zich op het terrein van de voormalige Generaloberst-Hoepner-Kaserne. 1996: De „Wilhelm-Florin-Straße" in Leipzig werd hernoemd in de „Hoepnerstraße", zoals deze ook tussen 1947 en 1965 genoemd werd. Een inscriptie op de grafsteen van zijn vrouw Irma Hoepner (geboren Gebauer) op de Waldfriedhof Zehlendorf in Berlijn herinnert aan hem.Friedpark: Waldfriedhof Zehlendorf: Gedächtnisstätte Erich Hoepner. Geraadpleegd op 27 oktober 2019.

thumb|Erich Hoepner straat in Düsseldorf, september 2017.

Militaire loopbaanGeneraloberst Erich Hoepner was in verband gebracht met het complot van 20 juli 1944, de mislukte poging om Adolf Hitler te vermoorden, hem werd ontnomen alle eer, rangen en oneervol ontslagen uit de Heer op 4 augustus 1942. De burger Hoepner werd tot de dood veroordeeld door het Volksgerichtshof op 8 augustus 1944. Fahnenjunker: 10 maart 1905Lexikon der Wehrmacht: Heer, Personenregister: Hoepner, Erich. Geraadpleegd op 27 oktober 2019. Gearchiveerd op 18 januari 2022. Fähnrich: 18 november 1905Axis Biographical Research: DAS HEER, GENERALOBERST, A - H, Generaloberst Erich Hoepner. Geraadpleegd op 24 september 2019. Gearchiveerd op 22 oktober 2021. Leutnant: 18 augustus 1906(benoemingsakte (Patent) vanaf 15 februari 1905) Oberleutnant: 17 februari 1914 Rittmeister: 18 juni 1915 Major: 1 februari 1926 Oberstleutnant: 1 april 1930Heuer 2002, p.113. Oberst: 1 februari 1933 Generalmajor: 1 januari 1936 Generalleutnant: 30 januari 1938(benoemingsakte (Patent) vanaf 1 augustus 1937) General der Kavallerie: 20 april 1939 - 1 april 1939 Generaloberst: 19 juli 1940World War II unit histories & officers: Generale des Heeres 1939-1945, Ho, Hoepner, Erich. Geraadpleegd op 6 oktober 2019.Kursietis 1999, p.387.Heuer 2002, p.114.

Onderscheidingen Ridderkruis van het IJzeren Kruis op 27 oktober 1939 als General der Kavallerie en bevelvoerend-generaal van het 16e LegerkorpsRitterkreuztraeger.info: Generaloberst Erich Hoepner. Geraadpleegd op 27 oktober 2019. Gearchiveerd op 19 oktober 2021.TRACESOFWAR: Hoepner, Erich. Geraadpleegd op 2 september 2019. Gearchiveerd op 5 april 2023.Kursietis 1999, p.285. Ridderkruis in de Huisorde van Hohenzollern met Zwaarden IJzeren Kruis 1914, 1e Klasse en 2e Klasse Ridder der Tweede Klasse in de Frederiks-Orde met Zwaarden Erekruis voor Frontstrijders in de Wereldoorlog in 1934 Dienstonderscheiding van Leger en Marine, 1e Klasse (25 dienstjaren) op 2 oktober 1936 Herhalingsgesp bij IJzeren Kruis 1939, 1e Klasse (9 oktober 1939) en 2e Klasse (9 oktober 1939) Panzerkampfabzeichen Hij werd viermaal genoemd in het Wehrmachtsbericht. Dat gebeurde op: 6 augustus 1941Die Wehrmachtberichte 1939-1945; Band 1 1989, p.633. 18 oktober 1941Die Wehrmachtberichte 1939-1945; Band 1 1989, p.702. 19 oktober 1941 21 oktober 1941Die Wehrmachtberichte 1939-1945; Band 1 1989, p.704.

Categorie:Duits militair in de Eerste Wereldoorlog Categorie:Duits militair in de Tweede Wereldoorlog Categorie:Duits generaal Categorie:Duits verzetsstrijder in de Tweede Wereldoorlog Categorie:Duits geëxecuteerd persoon