Vladimir Vladimirovitsj Poetin (Russisch: Владимир Владимирович Путин, ) (Leningrad, 7 oktober 1952) is een Russische politicus en de 2de en 4de president van de Russische Federatie.
Biografie Afkomst thumb|Maria Ivanovna Poetina (geb. Sjelomowa), Vladimir Poetins moeder Poetin werd geboren in Leningrad (nu Sint-Petersburg) in het gezin van Vladimir Spiridonovitsj Poetin (1911–1999) en Maria Ivanovna (1911–1998). Zijn vader Vladimir diende sinds 1932 als luitenant-ter-zee in de duikbotenvloot van de Sovjetmarine aan de Oostzee. Bij het begin van de Tweede Wereldoorlog werd hij als vrijwilliger ingezet in een para-militair vernietigingsbataljon dat speciaal door de geheime dienst NKVD was opgericht om vijandelijke infrastructuur (munitiedepots) achter de oprukkende Duitse frontlinie te saboteren. Bij zijn eerste, compleet mislukte missie in Kingisepp, wist Poetin senior als een van de weinige overlevenden ternauwernood aan een bloedbad te ontsnappen. Na zijn overplaatsing naar het '330ste Geweerregiment' van het Rode Leger raakte vader Poetin in september 1941 bij de fel bevochten slag om Nevski Pyatachok ('Neva five-kopek piece'), het strategische belangrijke bruggenhoofd aan de rivier Neva in Sjlisselburg, zwaar gewond aan zijn linkerbeen. Na een maandenlang verblijf in een militair hospitaal werd de voortaan mank lopende Poetin senior als ongeschoolde arbeider tewerkgesteld in een wapenfabriek in het nog steeds bezette Leningrad. Na de oorlog hield hij als vertegenwoordiger van de Communistische Partij toezicht op arbeidsdiscipline en stalinistische partijtrouw van de werknemers in de Yegorov-spoorwegwagonfabriek.
Poetins moeder Maria was een vrome Russisch-Orthodoxe gelovige die haar pasgeboren zoon Vladimir zonder medeweten van haar fanatiek marxistisch-leninistische en atheïstische echtgenoot liet dopen in de Transfiguratiekathedraal van Leningrad. Om de kost te verdienen moest de laaggeschoolde Maria allerlei (deeltijd)baantjes aannemen, gaande van poetsvrouw over broodverdeler tot arbeidster in de fabriek. Het echtpaar Poetin had midden jaren dertig al twee zoontjes gehad, Viktor en Albert; Albert overleed binnen een paar maanden en Viktor overleed aan difterie tijdens het Beleg van Leningrad in de Tweede Wereldoorlog.
Grootvader Spiridon Poetin was voor de Oktoberrevolutie werkzaam als chef-kok in het Astoria Hotel in Sint-Petersburg. Na de Eerste Wereldoorlog kookte hij als medestander van de bolsjewieken eerst voor Sovjet-leider Vladimir Lenin en zijn familie in Moskou en later, na Lenins dood, als privékok voor zijn opvolger Jozef Stalin in diens datsja. Als gepensioneerde werkte Spiridon Poetin nog in de keuken van het sanatorium van het stedelijk partijcomité op het landgoed Iljinskoje nabij Moskou.First Person, An Astonishingly Frank Self-Portrait by Russia's President Vladimir Putin, New York Times, 2000
Jeugd en studies thumb|links|De vijfjarige Vladimir Poetin op schoot bij zijn moeder, in juli 1958 thumb|left|Vladimir Poetin als veertienjarige
De jonge Vladimir Poetin groeide op in een grauwe, grimmige buurt in het centrum van Leningrad, in armoedige omstandigheden. Samen met zijn ouders woonde hij in een zgn. ‘kommunalka’, een hen in 1944 door de Communistische Partij toegewezen, krap eenkamerflatje in een gemeenschappelijk appartementsgebouw. Het vervallen negentiende-eeuwse gebouw, heringericht in Sovjet-stijl met zeer beperkte sanitaire voorzieningen, was overbevolkt en werd geteisterd door een rattenplaag. De kleine Poetin werd geregeld geslagen door zijn autoritaire vader, maar verwend door zijn moeder Maria, die hem liefkozend “Volodja” noemde. Voor de bijna eenenveertigjarige, door oorlogsleed en verlies van haar zoontjes getraumatiseerde Maria leek de geboorte, op haar leeftijd, van haar derde zoon dan ook een 'wonder'. Pas op 1 september 1960, toen Poetin al bijna acht jaar was, stuurde zijn moeder haar enig overgebleven zoon en nakomertje voor het eerst naar de (lagere) school. Hoewel Vladimir Poetin als kind weliswaar klein en tenger was,Vladimir Putin as you've never seen him before!, photo gallery, Daily Star, 20 november 2018 stond hij toch al snel bekend als een opvliegend vechtersbaasje en straatboefje. Toen hij op school werd betrapt met een mes - nadat hij al eerder door het wijkcomité van de CPSU werd berispt om zijn crimineel gedrag - werd hem als enige van zijn klasgenoten het lidmaatschap van de Jonge Pioniers, de kinderafdeling van de communistische jeugdbeweging, ontzegd.
Toen zijn bendeleider in de gevangenis belandde, zei de geharde Poetin het brutale straatleven vaarwel en zocht hij zijn toevlucht in gevechtssporten zoals boksen, sambo en vooral judo. LINES, ANDY, EXCLUSIVE: Vladimir Putin's rags to riches story: How a thug from the slums became Russia's most powerful man, Daily Mirror, 6 maart 2017 In 1963 werd de twaalfjarige Poetin lid van de ‘Trud Club’ (Arbeidersclub), de judovereniging van coach Anatoli Rachlin. Rachlin bracht zijn pupil discipline en strategisch denken bij en eiste van de tiener goede punten op school. Dankzij de judotrainingen won Poetin gaandeweg aan fysieke kracht, leerde hij zichzelf te beheersen, verbeterden zijn prestaties op de middelbare school en werd hij, op voorspraak van zijn schooljuf Vera Goerevitsj, toch toegelaten tot de Pioniers en later de Komsomol (de communistische jeugdbeweging voor scholieren) waar hij al snel een leidersrol opnam. Judo betekende voor Poetin meer dan sport, politiek of zelfs religie; het was voor hem naar eigen zeggen een "levensfilosofie die hem van de straat had gesleurd". Sommige van zijn sparringpartners zoals de broers Arkadi en Boris Romanovitsj Rotenberg - eigenaars van o.m. het energie-infrastructuurbedrijf Stroygazmontazh (SGM) en SMP Bank - en Gennadi Timchenko, eigenaar van onder meer investeringsmaatschappij Volga Group, oliemaatschappij Gunvor Group, Rossiya Bank en gasreus Novatek, werden vrienden voor het leven en zouden zich later opwerken tot steenrijke oligarchen. Als dank voor hun loyaliteit (financiering van kiescampagnes en infrastructuurwerken) aan Poetin zouden zij tijdens diens presidentschap deel uitmaken van de zgn. 'Sint-Petersburg Connectie', Poetins machtige kring van (beschermde) vertrouwelingen die door hem werden benoemd op cruciale posities in het Russische staatsapparaat.Saunokonoko, Mark, The three Russian oligarchs hit by UK sanctions, 9News, 23 februari 2022
Geïntrigeerd door de heroïsche verhalen van zijn vader en gefascineerd door de propagandistische spionagefilms, zoals ‘De zoon van het regiment’ (Syn Polka, 1946) en later ‘Het schild en het zwaard’ (Shchit i mech, 1968), was de jonge Poetin vastbesloten KGB-agent te worden. Vooral het populaire hoofdpersonage van de patriottische tv-serie ‘Zeventien Momenten in de Lente’ uit 1973, de in nazi-Duitsland actieve geheim agent Max Otto von Stierlitz, ook wel de communistische James Bond genoemd en verpersoonlijking van de Russische Sovjet-held en glorieuze KGB-spion, was voor de ambitieuze Poetin een waar rolmodel. Toen de 16-jarige Poetin zich op het KGB-hoofdkwartier, beter bekend als Bolsoy Dom: 'Het Grote Huis' in Leningrad als vrijwilliger aanmeldde om aan te sluiten bij de geheime dienst, kreeg hij de raad rechten te gaan studeren.Spoormakers, Sven, Wie is Vladimir Poetin? Deel 1: De kleinzoon van de kok van Stalin die luitenant-kolonel bij de KGB werd, Het Laatste Nieuws, 12 maart 2022 Poetin haalde het diploma van de middelbare school met goede resultaten voor geschiedenis en Duits als tweede taal, maar bleek minder goed te zijn in de exacte wetenschappen.
Na te zijn geslaagd voor het uiterst selectieve toelatingsexamen (slaagkans 1 op 40) begon Poetin in 1970, tegen de uitdrukkelijke wens van zijn ouders en een sportcoach in, aan de opleiding Rechten aan de prestigieuze Staatsuniversiteit van Leningrad. Hij was een middelmatige student maar deed hard zijn best om zijn diploma te halen. In 1975 studeerde hij af in het Internationaal Handelsrecht met het proefschrift over het principe van de meest begunstigde natie.
Loopbaan bij de KGB
Leningrad Tot zijn eigen grote verrassing kreeg de afgestudeerde Poetin in het voorjaar van 1975 door de banencommissie van de universiteit een loopbaan bij de KGB toegewezen. De KGB was op dat moment een omvangrijk, machtig en gevreesd politiek en militair inlichtingen- en veiligheidsapparaat dat in de USSR een staat binnen een staat vormde. Op het lokale en regionale KGB-hoofdkwartier aan de Liteiny Prospekt in Leningrad kwam Poetin aanvankelijk op het Secretariaat (personeelsdienst) van het Directoraat terecht, waar hij als aankomend bureaucraat vooral administratief werk verrichtte.
Na zijn intrede als kantoorbediende volgde hij in Leningrad een officiersopleiding op de zwaarbeveiligde 'School Nr. 401', een van de regionale KGB-opleidingsacademies. Gedurende zes maanden volgde cadet Poetin er lichamelijke training en leerde hij de basisvaardigheden van het inlichtingenwerk, zoals ondervragingstechnieken. Geïnspireerd door zijn grote idool, KGB-baas Joeri Andropov, voltooide een gemotiveerde Poetin zijn opleiding in de zomer van 1976 met de rang van eerste luitenant. Poetin kreeg nu een functie bij de afdeling contraspionage, het Tweede Hoofddirectoraat van de KGB. Daar leidde hij een onopvallend bestaan als apparatsjik die belast was met het politiek toezicht gericht tegen de interne vijanden van de USSR. Dat de Sovjet-Unie door de gewone burgers werd gevreesd als een politiestaat die met zijn alomtegenwoordig netwerk van verklikkers, verraders en geheime informanten gebaseerd was op een klimaat van angst en wantrouwen, was voor Vladimir Poetin absoluut geen bezwaar. Poetin hield zich dan ook vooral bezig met het ronselen en monitoren van geheim agenten, met name journalisten, topsporters en zakenlieden die in het buitenland hadden gereisd of buitenlandse reizigers op bezoek in Leningrad. In deze periode bouwde Poetin een bijzonder hechte, bijna hermetisch afgesloten vriendenkring op van gelijkgezinde KGB-mannen waarvan velen tientallen jaren later nog altijd tot zijn siloviki behoren, een selecte kring van de intussen op sleutelposities benoemde, machtige vertrouwenspersonen zoals Viktor Tsjerkesov, Viktor Ivanov, Alexander Bortnikov en Nikolaj Patroesjev.Meyers, Steven Lee, De nieuwe tsaar: de weergaloze opkomst en heerschappij van Vladimir Poetin, Uitgeverij Prometheus, 2015
thumb|Poetin in KGB-Uniform (ca. 1980)