Shoka sonjuku (松下村塾) of 'privé-academie onder de pijnbomen', is een van de duizend of meer privéscholen (shijuku) gesticht door Yoshida Shoin (吉田 松陰) (1830-1859) in Hagi, prefectuur Yamaguchi. In de school werd zowel aan burgers als aan samoerais (侍) lesgegeven. Zoals in vele andere scholen waren ook hier jongens het sterkst vertegenwoordigd.

De stichter Het leven van Yoshida Shoin Yoshida Shoin werd in 1830 geboren in Hagi, een kleine staat in de Choshū Han (長州藩), nu in de huidige Yamaguchi prefectuur (山口県). Hij was de zoon van Sugi Yurinosuke (杉百合之助). De Sugi (杉) waren geen elitaire samurai-familie, maar streefden de bushido- en shintotraditie zeer strikt na. In 1835 werd hij door zijn oom Yoshida Daisuke (吉田大助) geadopteerd en nam zijn familienaam over. De Yoshida-familie behoorde tot de Yamagaryū (山鹿流), de school van Yamaga Soko (山鹿素行) (1622-1685). Yamaga Soko is vooral bekend door zijn lezingen over militaire strategie en het confucianisme. In 1838 ging Shoin naar de clan-school, Meirinkan (明倫館). Hij kreeg er les van zijn oom Tamaki Bunnoshin (玉木文之進). Nog voor de leeftijd van 17 bereikt te hebben, begon hij militaire wetenschap te bestuderen. Hij werd een briljant student van de militaire wetenschap. Op 18-jarige leeftijd schreef hij zijn eerste werk, Ikensho (意見書). Hierin schrijft hij over de hervorming die hij zou willen doorvoeren binnen de Meirinkan. Hij werd ook leraar aan de Meirinkan-school. Deze functie onderbrak hij echter regelmatig voor studiereizen. Toen Matthew Perry in 1854 uit Japan wilde vertrekken, deed Shoin samen met zijn vriend, Kaneko Shigesuke (子重輔) 5 pogingen om aan boord te raken. Hij wilde namelijk meer leren over het Westen. Alle pogingen mislukten. Terug aan land werden hij en zijn vriend opgesloten in een kooi. Dit was de eerste van een hele reeks opsluitingen. De vrienden werden achtereenvolgens opgesloten in de Denmacho-gevangenis en de Azabu-gevangenis in Edo. Op 14 december 1854 werden Shoin en zijn vriend in Hagi gescheiden. Shoin kwam in de Iwakura-gevangenis terecht. Hier gaf hij les aan zijn medegevangenen. Een jaar later werd zijn straf veranderd in huisarrest bij de Sugi-familie. In 1857 mocht Shoin door een speciale toelating van de daimyo de privéschool van zijn oom Tamaki, de Sonjuku-school, overnemen. Hij gaf er slechts tweeënhalf jaar les. In 1858 kwam hij opnieuw onder toezicht van Edo omwille van zijn plan om Manobe Norikatsu (間部詮勝) te vermoorden. Dit was de reden waarom hij naar Edo gestuurd werd en ter dood veroordeeld. In hetzelfde jaar kreeg hij officieel de toelating van de daimyo om kagaku (de militaire wetenschappen van de Yamagaryū te onderwijzen. In 1859 werd zijn terechtstelling uitgevoerd. Na zijn dood werd hij verheerlijkt als martelaar voor de keizer en zijn land.

Yoshida Shoin als leraar Toen Shoin in 1855 onder dwang bij de Sugi verbleef, liet hij een bijgebouw maken aan het huis en gaf er les. In de zomer van 1857 werd Shoin leraar van Shoka sonjuku, het schooltje van zijn oom Tamaki. In het begin waren er 3 leerlingen, maar dat aantal nam toe tot 25. Er waren meer kandidaten, maar door een gebrek aan plaats werden ze weerhouden. Shoin aarzelde steeds bij het aanvaarden van een leerling en als hij een leerling weigerde, dan was dit definitief. Voor zijn leerlingen echter, was Shoin zeer opofferingsbereid. Hij stelde zich dag en nacht tot hun beschikking. Shoin aanvaardde geen geld (gessha) (月謝) van zijn leerlingen, enkel voedsel. Hij kon leven van het loon dat hij van zijn daimyo kreeg. In 1858 kreeg hij officieel de toelating van de daimyo om kagaku (de militaire wetenschappen van de Yamaga-school van militaire studiën) te onderwijzen. In de periode van juli tot december slaagde Shoin erin om publieke herkenning en erkenning te verwerven. Hij was zeer ontvankelijk en nieuwsgierig naar het Westen en wilde er veel over leren in de hoop dat zijn land en leerlingen de uitdaging met het Westen zouden aangaan. Zijn overtuiging om meer over het Westen te weten en zijn fervent loyalisme hij heeft hij met succes doorgegeven aan zijn leerlingen.

Shijuku (私塾) Shijuku is de naam voor privéschooltjes van de Tokugawa-periode. Ze werden gesticht tussen het einde van de 18e eeuw en het begin van de 19e eeuw. Essentieel bij shijuku is de sterke individualisering en de innovatieve en progressieve tendens bij het lesgeven. Shijuku zijn onafhankelijk van de bakuhan (bakufu aan de macht en het land wordt ingedeeld in han) of het latere feodale regime. Het gevolg hiervan is dat deze scholen niet onder officieel bestuur vielen, geen fondsen van de staat kregen en niet verondersteld werden te onderwijzen in functie van wat het best is voor de staat. Het curriculum van de shijuku is vrij van officiële controle en hangt dus af van de specifieke interesses en eigen opleiding van het schoolhoofd. Deze kenmerken kunnen zeker ook bij de Shoka sonjuku teruggevonden worden. Er was een sterke openheid in toelating tot de school omdat er geen klasse-barrière of geografische barrière opgelegd werd. Toch kwamen de studenten uit stedelijke handelaarsfamilies, rijke landbouwersgezinnen en families van boeddhistische priesters. Er waren geen kinderen van arme landbouwersgezinnen wegens het verplichte inschrijvingsgeld. Studerende kinderen konden ook niet helpen op het veld en elke arbeidskracht was nodig. In de Shoka sonjuku moest Yoshida Shoin zelf wel overtuigd zijn van het individu dat bij hem les wilde komen volgen om hem toe te laten. Persoonlijke tijd en historische tijd kruisten elkaar duidelijk in het leven van de studenten. Het verval van de morele, sociale en politieke orde in de Tokugawa-periode kan niet los gezien worden van de persoonlijke onzekerheid en de rusteloze energie van de studenten. In een poging om tegemoet te komen aan de noden van de leerlingen en de crisisperiode probeerden de leraren een omgeving te creëren waar zelfonderzoek samengebracht werd met een kritische herwaardering van de samenleving.

Shoka sonjuku Stichting van de school In 1842 opende Tamaki Bunnoshin Shoka sonjuku, een privé lagere school. Toen Tamaki Bunnoshin op een officiële reis vertrokken was, nam Kubo Gorozaemon de functie van directeur over en bleef dit tot 1857. Vanaf dan tot bij zijn opsluiting nam Yoshida Shoin zijn functie over. Yoshida Shoin introduceerde economie en politiek als belangrijke vakken. De officiële oprichting van Yoshida Shoins Shoka sonjuku vond plaats in november 1857. In 1858 nam Tamaki samen met Yoshida Shoins broer Sugi Umetaro het bestuur van de school weer in handen tot het einde van de school.

Het gebouw thumb|Shoka sonjuku

Er werd les gegeven in het huis van de Sugi-familie. Het klaslokaal was eerst 8 tatami matten groot, later werd deze vergroot tot 10,5 tatami matten. Het gebouwtje wordt nog steeds zorgvuldig beschermd door de Shinto-priesters.

Werking van de school Shoins onderwijsprincipes kunnen worden teruggevonden in zijn werk: Komo Toki (講孟剳記), later Komo Yowa (講孟余話) genaamd. Deze principes waren gebaseerd op die van Yamaga Soko, in het bijzonder op zijn Shido (Militaire principes) en Bukyo Shogaku (De weg van de samurai). Bij speciale gelegenheden mochten de leerlingen vrij discussiëren over actuele gebeurtenissen. Het schoolleven was een totaalervaring. 25 studenten woonden en studeerden in één kamer, samen met hun jonge leraar. In zo'n situatie ontstonden er natuurlijk vragen van intieme relaties. De school verbood contact met het andere geslacht door de ongeschreven regel. De school gaf een speciale voorkeur aan intelligente jongelui. Centraal stond de vorming van een ware persoonlijkheid. Het was belangrijk om te voldoen aan de emotionele noden van de student. Het principe was: de sterke punten (chosho) (長所) van de leerling moeten ontwikkeld worden zonder aandacht te schenken aan zijn zwakke punten. Elke leerling moest individueel begeleid worden. Niet de theorie was belangrijk, maar wel de praktische toepassing. De geestdrift van de studenten om hun persoonlijke onzekerheid te overwinnen zorgde voor een totale toewijding aan de idee van de Meiji-Revolutie. Het curriculum van de school was onderverdeeld in een militair onderdeel, buka (武科) en een literair onderdeel, bunka (文科). Het militaire departement was nog opgedeeld in 2 secties: de legersectie, rikugunka (陸軍科) en de marinesectie, kaigunka (海軍科). De school had zeer onregelmatige uren en de leerlingen hadden nooit vakantie. 'De zeven regels voor de krijger', geschreven door Shoin geven een mooi inzicht in de filosofie van de school. Centraal hierin staat de gojo en de gorin. De gojo of vijf deugden waren: vrijgevigheid, wijsheid, rechtvaardigheid, welvoeglijkheid en vertrouwen. Gorin zijn de vijf belangrijke menselijke relaties tussen heerser en onderdaan, vader en zoon, man en vrouw, broers en vrienden onderling. In deze relaties is wederzijds respect essentieel. Zo was een van de regels:'Gehoorzaam steeds de bevelen van je ouders'. Als deze regel overtreden werd, moest men aan zazen doen. Voor alle andere overtredingen werd een straf gegeven in verhouding met de graad van de overtreding.

Einde van de school Na Shoins dood werd de school overgenomen door zijn oom Tamaki Bunnoshin en zijn broer Sugi Umetaro. Er kwam een einde aan de school in 1892.

Bekende studenten De school is vooral bekend omdat er vele dominante historische figuren hun opleiding gekregen hebben. Ze zijn allemaal geboren in Hagi en hebben zich toegespitst op de belangen van hun land bij het einde van de Edo-periode. Ze vertolkten een belangrijke rol bij de Meiji-revolutie. Takasugi Shinsaku (高杉晋作)(1839-1867) was de zoon van een samoerai. Hij was een fervent tegenstander van het shogunaat. Hij studeerde zowel in Shoka sonjuku als in Meirinkan. In 1858 ging hij in Edo studeren maar in 1859 kwam terug op verzoek van de clan. Hij richtte de kiheitai (奇兵隊)op. Dit was een beroepsleger van getrainde boeren en stedelingen dat in 1836 gebruikt werd om een buitenlands schip aan te vallen. In 1864 nam hij actief deel aan de vredesonderhandelingen met de Westerse grootmachten. In 1866 sloot hij de Satsuma-Choshū-alliantie met Satsuma. In dat jaar, leidde hij de zeemacht van de clan tijdens de Choshū-expeditie tegen strijdkrachten van het shogunaat en ze versloegen hen in Oshima en Kokura. Hij stierf aan tuberculose in 1867. Kusaka Genzui (久坂玄瑞)(1840-1864). Toen hij veertien jaar was, begon hij zijn studies aan Meirinkan. Hij bestudeerde het Westen en leerde geneeskunde. Op zeventienjarige leeftijd ging hij naar Kyushu om zijn studies voort te zetten. In Edo bestudeerde hij buitenlandse boeken. Hij uitte zich tegen het vriendschaps- en handelsverdrag met de V.S. dat door Ii Naosuke (toen de belangrijkste vertegenwoordiger van de shogun) gesloten werd. Daarna zette hij zich in voor de restauratie van de keizerlijke troon. Op 19-jarige leeftijd kwam hij naar Shoka sonjuku. Na zijn studiereis naar Shanghai richtte hij zich op sonno-joi-beweging. Hij stierf eveneens aan tuberculose.