Milltown Malbay (ook Miltown Malbay; Iers: Sráid na Cathrach) Database of Ireland is een dorp met zo'n 800 inwoners in het westen van Ierland. Het ligt in het westelijk deel van County Clare, ongeveer halverwege Kilrush en Lahinch, op 2,5 kilometer van de Atlantische Oceaan.

Van oudsher was er aan de noordzijde een nederzetting met de naam Caghryariff, maar het huidige Milltown Malbay is grotendeels planmatig aangelegd. Het dorp kwam in de 18e eeuw tot stand onder impuls van de familie Moroney. Zij ontwikkelden het vanuit wat tegenwoordig The Square is en bouwden tal van huizen aan weerszijden van een brede marktstraat. De naam werd ontleend aan het nabijgelegen townland Poll A Mhuillin (Poulawillin), wat in het Engels vertaald werd als Town of the Mills. In de 19e eeuw werden de bewoners van het landbouwdorp getroffen door de Ierse hongersnood en een landoorlog met de Moroneys. In 1920, tijdens de Ierse Onafhankelijkheidsoorlog, vond er een hinderlaag plaats net buiten het dorp.

Milltown Malbay fungeert als het centrum van de rooms-katholieke parochie Kilfarboy Beschrijving Milltown Malbay en als lokaal handels- en uitgaanscentrum. Het dorp bracht een groot aantal dichters, zangers en muzikanten voort.

Naamverklaring De Ierse en Engelstalige namen voor de plaats zijn onafhankelijk van elkaar ontstaan en hebben geen relatie met elkaar.Veel Engelstalige plaatsnamen zijn verengelste vormen van de oorspronkelijke Ierse plaatsnamen. Zie bijvoorbeeld: Ennistymon (Engels) - Inis Diomáin (Iers).

Sráid na Cathrach De Ierse naam Sráid na Cathrach betekent zoiets als 'straat van het fort', Placenames Database of Ireland: Milltown Malbay/Sráid na Cathrach een verwijzing naar An Cathair, een steenfort uit de ijzertijd ten noorden van de huidige kerk, in het verlengde van de westelijke tak van Church Street. Van de vesting liep een weg naar het klooster in het townland Kilfarboy, ongeveer twee kilometer verderop. Tegenwoordig zijn van het fort alleen de grondsporen over. Van het klooster blijft de ruïne van de kloosterkerk over.Nadere gegevens over het steenfort zijn nog niet gevonden. Steenforten of stenen ringforten hadden een hogere status dan aarden ringforten, die doorgaans bewoond werden door stamleden met een lagere status en die niet zozeer forten waren als wel tegen veedieven versterkte boerderijen. Er zijn verschillende aarden forten in de omgeving te vinden. De steenforten waren daarentegen militaire fortificaties en huisvestten vaak de lokale stamhoofden. In geval van oorlog werd zo'n fort vaak vernield waarna de stenen opnieuw gebruikt werden.

De naam An Cathair is nog gebruikt om Milltown Malbay mee aan te duiden. De West Clare Railway Company gebruikte ze als stationsnaam voor Milltown Malbay.

Milltown Malbay Het vroegst bekende gebruik van de naam Milltown dateert van 1749. In dat jaar plaatste Edmond Moroney een advertentie in de krant waarin hij zijn huis in Ennis te koop aanbood omdat hij verhuisde naar Milltown.

Vijf grote watermolens aan de rivier de Annagh domineerden eens het gehucht, dat rond 1825 Poll A Mhuillin genoemd werd, wat later vertaald werd als Town of the Mills, ofwel Milltown. Miltown Malbay Historical Background Poullawillin is nog altijd de naam van het townland ten zuidoosten van Milltown.Plattegrond 1842 Edmond Moroneys zoon Thomas J. Moroney voegde vervolgens het deel Malbay toe. Hij deed dit om de plaats het aanzien van een havenplaats te geven, omdat hij van plan was goederen in- en uit te voeren via een kade aan het huidige White Strand.

Over de oorsprong van de naam Malbay bestaan drie theorieën. Volgens de eerste theorie is de naam afkomstig van het Ierse Maell-Bhaigh, wat 'verraderlijke kust of baai' betekent (de Baai van Spanish Point). Een andere theorie stelt dat de baai is vernoemd naar de heks Mal, die er verdronk. Een derde theorie verwijst naar de tsunami van 804, die mogelijk was veroorzaakt door een vulkaanuitbarsting in de Canarische Eilanden, (2013), Extreme wave events in Ireland: 14 680 BP–2012, Nat. Hazards Earth Syst. Sci., 13, 625–648, online en waardoor Mutton Island van het vasteland werd gescheiden. Daarbij verdronken ruim 1000 inwoners van de plaats die de voorloper was van Milltown Malbay. De baai draagt nu de naam "Baai van Spanish Point".

Geschiedenis Vroege geschiedenis

De katholieke parochie Kilfarboy ontstond in de vroege middeleeuwen.

De eerste bewoners van wat nu Milltown Malbay is leefden waarschijnlijk op de hogere gronden ten noorden en oosten van het huidige dorp, tussen het steenfort An Cathair en de kerk van Kilfarboy. Later ontstond een cluster van hutten met de naam Caghryariff (Iers: Cathair Gharbh) op het kruispunt van de wegen naar Kilfarboy, Inagh en Mullagh.

1750-1840 thumb|Main Street met de extra verbreding voor de markt, gezien van The Square Tot in de 18e eeuw was Milltown Malbay een gehucht. Toen bracht Thomas J. Moroney de omgeving van zijn landhuis op planmatige wijze in ontwikkeling ten bate van het hotel en de vakantiewoningen die hij bouwde in Spanish Point. De familie Moroney had sinds 1681 een viertal townlands in de parochie Kilfarboy in erfpacht en kocht die erfpacht in 1750 af. Thomas Moroney bouwde in eerste instantie in het townland Leagard South (in het zuidwesten van wat nu Milltown Malbay is) een landhuis van drie verdiepingen, genaamd Milltown House.

In 1781 kregen de Moroneys een vergunning om een wekelijkse markt en een drietal jaarmarkten te houden. Daar was nood aan om de bewoners van de vakantiewoningen en gastenverblijven die Moroney verderop aan het ontwikkelen was van koopwaar te voorzien. Vanaf The Square richting het bestaande gehucht Caghryariff legde Moroney een brede straat en een marktplein omzoomd met huizen aan. Later werden een gerechtsgebouw en een markthuis toegevoegd. De markten vonden plaats op The Square. Naast de gewone voedselmarkten voor onder meer groente en boter waren er zeven speciale veemarkten. Deze werden gehouden op 1 februari, 9 maart, 4 mei, 20 juni, 11 augustus, 18 oktober en 9 december. Het vee dat in de omgeving gefokt werd, werd onder meer verkocht aan kopers uit County Meath.

United Irishmen thumb|Symbool van de United Irishmen Tijdens de Ierse opstand van 1798 was het ook in County Clare onrustig. Moy, gelegen zo'n zes kilometer ten noorden van Milltown Malbay en in dezelfde parochie, was een van de bolwerken van de Society of United Irishmen die van daaruit veel activiteiten ondernamen. De leden van de Society pleegden gewapende overvallen op reizigers en landhuizen om aan wapens te geraken. Onder meer landheer Augustine Fitzgerald, eigenaar van landgoed in het townland Tullygarvan, werd zijn wapens ontnomen. Op 13 januari 1799 kwamen zo'n 200 gewapende mannen, grotendeels afkomstig uit Milltown Malbay en de directe omgeving, bijeen in Milltown Malbay om de legermacht die in aantocht was aan te vallen. Samen met vele anderen trokken zij op richting Ennistymon, maar het leger verscheen daar niet, zodat zij huiswaarts keerden zonder slag te hebben geleverd. Na de aankomst van geregelde troepen enkele dagen erna verliep de opstand snel. Hugh Kildea, de voornaamste organisator in Moy, werd gearresteerd. Hij werd schuldig bevonden en veroordeeld tot de dood door middel van ophanging.

1840-1914 Hongersnood Milltown Malbay ontsnapte niet aan de aardappelziekte Phytophthora infestans en de daardoor veroorzaakte hongersnood die heel Ierland trof. Overal in het land werden comités van landheren en notabelen opgezet om de armen van werk en geld te voorzien. In Milltown Malbay bestond het comité onder meer uit de ongeïnteresseerde landheer Moroney en de afwezige landheer Leconfield. Het comité ondernam niets voor de armen. Midden juni 1846 viel in Milltown Malbay het eerste geregistreerde dodelijke slachtoffer van de hongersnood in County Clare.

Het aantal doden in het dorp is niet nauwkeurig vast te stellen. Veel mensen die er stierven waren armen afkomstig van elders. Verdreven uit hun huizen zochten ze beschutting, maar ze kwamen in de straten en velden om door honger, uitputting, tyfus en cholera. Veel van de landloze inwoners stonden niet geregistreerd. Daarnaast houden statistieken geen rekening met de massale, vaak gedwongen emigratie van het arme bevolkingsdeel. In de periode 1841-1851 verloor County Clare bijna 74.000 personen, 26% van zijn geregistreerde bevolking. De schattingen voor County Clare komen uit op 60.000 doden en 30.000 emigranten. George Wyndham, 1st Baron Leconfield, zag de bevolking op zijn landgoederen in de periode 1841-1871 halveren als gevolg van de hongersnood en emigratie. De parochie Kilfarboy verloor in de periode 1839-1936 naar schatting 78% van haar bevolking.

Fenianrebellie van 1867 Tijdens de Fenianrebellie van 1867 had de Irish Republican Brotherhood (IRB) een opstand gepland in Milltown Malbay. Een combinatie van slechte planning, verraad en arrestaties van leiders voorkwam echter dat die succesvol werd. In Milltown Malbay was het evenwel zo onrustig dat de boeren en de plaatselijke rechter om militaire bescherming vroegen.

Landoorlog en Moroney-boycot In de periode 1870-1895 was Ierland het toneel van de zogenaamde landoorlog. Dit was een periode van agitatie, soms zelfs met geweld, met als doel het verbeteren van de rechten van de pachtboeren en de herverdeling van grote landgoederen van afwezig land. Ook in Milltown Malbay was het onrustig. In 1882 werden 15 mensen gearresteerd wegens uitlokking van en intimidatie tot het niet betalen van de pacht. Een jaar later werden 25 personen – van wie er elf uit Milltown Malbay kwamen – gearresteerd op verdenking van verraad en samenzwering tot moord en veroordeeld tot gevangenisstraffen.

Gedurende de hiervoor genoemde Grote Hongersnood (1844-1848) werden veel pachtboeren uit hun huizen gezet door de landeigenaar Moroney. Na de hongersnood bleven de Moroneys hun pachtboeren teisteren met woekerpachten en uitzettingen. Milltown Malbay Historical Background De protestantse Moroneys maakten misbruik van katholieke feestdagen om onverwacht mensen uit hun huizen te zetten. Uit onvrede hiermee kondigde de bevolking onder invloed van pastoor White een boycot af tegen Burdet Moroney en haar personeel. Hoewel deze actie legaal was, ging de overheid onder voorwendsel van verstoring van de openbare orde over tot vervolging. Al spoedig werd de boycot uitgebreid tot de Royal Irish Constabulary (RIC) en de militairen. Omdat de meeste pub- en winkeleigenaren weigerden de familie Moroney, haar personeel en de RIC te bedienen, kwamen zij in de gevangenis terecht. Bij de vrijlating van een aantal pubeigenaren werd een feestelijk onthaal georganiseerd, waarbij ook de Temperance Band op zou treden. De RIC dreigde de instrumenten van de band te vernielen als zij speelden. Drie smeden weigerden vervolgens de paarden te beslaan van iemand die het land had ingepikt van een uitgezette boer. Zij werden vervolgd en veroordeeld tot "een week gevangenisstraf voor elke geweigerde nagel". De smeden Maguire, Moloney en Heaney verkozen de gevangenis boven het breken van de boycot. Zij zijn vereeuwigd in de ballade Three Brave Blacksmiths van Timothy Daniel Sullivan. “Three Brave Blacksmiths” De andere grote landeigenaren in de omgeving, Fitzgerald en Leconfield, onderhielden betere relaties met hun pachters en ondervonden geen problemen met de bevolking.

Aanleg van de West Clare Railway De West Clare Railway was een van de pogingen om het door de hongersnood zwaar getroffen County Clare er weer bovenop te helpen. De eerste poging tot het aanleggen van een spoorlijn werd in 1873 ondernomen door de Ennis & West Clare Railway. Technische en financiële problemen verhinderden een succesvolle aanleg.