De parvenustijl is een stijlaanduiding voor uitbundige negentiende-eeuwse tuinontwerpen die vreemd en soms incoherent aandoen. Tuinhistorici hebben deze tuinen lang genegeerd, omdat de aankleding in moderne ogen zonderling was en aan kitsch grensde, en elke tuin bovendien een eigen identiteit leek te hebben — ze waren kortom moeilijk in één categorie onder te brengen. Dergelijke tuinen waren vaak eigendom van gearriveerde renteniers of snel rijk geworden ondernemers, vandaar de verwijzing naar de term 'parvenu'. Ze sloten niet aan bij de destijds nog gangbare Engelse landschapstijl. De meeste van deze tuininrichtingen hebben slechts een kort bestaan gekend, mogelijk omdat het onderhoud te bewerkelijk en kostbaar was, of omdat de smaak veranderde en een volgende eigenaar de tuin naar eigen inzicht inrichtte.

Kenmerken In de tuinarchitectuur is de term parvenustijl voor het eerst gebruikt door de kunsthistoricus Wim Meulenkamp in een onderzoek naar follies in tuinen (1995). Het concept is in 1996 nader uitgewerkt door Noeska de Wit in haar doctoraalscriptie 'Tovertuinen'. Over hoe de vormentaal van het landschapspark ontaardde in de Nederlandse parvenutuin. Het woord 'ontaardde' in de titel wijst op een negatieve beoordeling van dit soort tuinen, namelijk als een vervuiling van de klassieke Engelse landschapsstijl. Het is echter de vraag of, en zo ja in hoeverre, de ontwerpers en eigenaren van deze tuinen die zuivere Engelse landschapsstijl hebben willen volgen. Veeleer lijken zij bewust te hebben gekozen voor vermaaksarchitectuur. De tuin was bedoeld als een belevenissenpark, een attractiepark avant la lettre, waarin plezierige bezigheden en verrassingen de bezoekers amuseerden.'Follies, tuinsieraden en vermaaksarchitectuur' op website donderberggroep.nl.

Met voorbijgaan aan de bedoelingen van de eigenaren verwijst de negatieve omschrijving 'parvenustijl' naar negentiende-eeuwse tuinontwerpen, waarin een niet eerder geziene, ongerijmde collectie tuinsieraden en curiosa werd opgenomen. Gemeenschappelijke kenmerken zouden zijn: De eigenaren behoorden veelal tot de nouveau riche De eigenaar was persoonlijk betrokken bij de inrichting, een ontwerper is vaak niet bekendDat de tuinarchitect onbekend is, kan ook te wijten zijn aan het ontbreken van een huis-, familie- of bedrijfsarchief. De tuinen vielen op door de 'bizarre' uitmonstering De uitmonstering was vaak onsamenhangend en fragmentarisch Er werd voor tuinsieraden teruggegrepen op oudere stijlkenmerken Er was geen eenheid in de aard en grondstoffen van de tuinsieraden Decoraties kwamen doorgaans van elders De eigenaren brachten hun tuinen zelf onder de aandachtDe wijze waarop men de publiciteit trok, verschilde. Een vaker gebruikte vorm was het lithografische platenboek.

Een eigen stijl In 1998, enkele jaren na de introductie van de noodterm 'parvenustijl' constateerde Meulenkamp dat bij nadere beschouwing "deze tuinen wonderwel (blijken) te passen in het geheel van neo-stijlen en exotismen die zo typisch zijn voor het derde kwart van de negentiende eeuw in Nederland, een tijd waarin neo-barok, neo-renaissance, neogotiek, neorococo en de rustieke stijl samengingen met een baaierd aan nieuwe materialen, materialen die nu vaak als inferieur worden beschouwd, maar in feite vooruitstrevend waren."Meulenkamp (1998), p. 173 Ook blijken er oudere aanzetten te zijn geweest voor dit soort tuinen, met name in Noord- en Zuid-Holland.Meulenkanp (1998), p. 175.

Dergelijke tuinen werden niet alleen in Nederland aangelegd. De architectuurhistoricus Aart Mekking wijst erop dat ondernemers in het Pruisische en Waalse industriebekken vergelijkbare ontwerpen lieten realiseren en platenboeken publiceerden met afbeeldingen van hun fabrieken, huizen en tuinen. Niet zozeer om hun rijkdom te etaleren, maar met het oog op een succesvolle bedrijfsvoering — een vorm van public relations die nu protserig aandoet, maar destijds een van de weinige manieren was om reclame te maken voor het bedrijf.

Enkele voorbeelden van tuinen in 'parvenustijl' Welgelegen in Rijswijk ten tijde van eigenaar Dirk Boer (ca. 1869-1877) Zwaanwijck ten tijde van het echtpaar De Pré-Theunissen, vóór de nieuwbouw van omstreeks 1900 Kasteel Vaeshartelt in Maastricht, ontworpen door Jean Gindra voor eigenaar Petrus (I) Regout (ca. 1853-1862). Zie de litho's hieronder.

Wetenswaardigheden In de kunstgeschiedenis werd de interieurinrichting van het Seconde Empire (de tijd van keizer Napoleon III) ook wel aangeduid als parvenustijl.Open monumentendag Brugge, 1990 online tekstDe tentoonstelling te Brussel NRC, 11 mei 1910

Zie ook Folly

Categorie:Landschapsarchitectuur