Schematherapie werd ontwikkeld door de Amerikaanse psycholoog Jeffrey E. Young voor de behandeling van persoonlijkheidsstoornissen en stoornissen als PTSS, depressie, sociale fobie en eetstoornissen. Schematherapie is een integratieve psychotherapie die theorie en technieken combineert uit eerder bestaande therapieën, waaronder cognitieve gedragstherapie, psychoanalytische objectrelatietheorie, hechtingstheorie en gestalttherapie. Schematherapie wordt vooral ingezet wanneer andere technieken geen gewenste resultaten geven of ter ondersteuning van een langdurige behandeling. In Nederland is schematherapie een reguliere GGZ behandelmethode die zowel bij basis ggz en gespecialiseerde ggz wordt aangeboden. Schematherapie kan in groepsverband en op individueel niveau worden gegeven en wordt altijd begeleid door één of meerdere gecertificeerde psychologen. Het voornaamste doel van schematherapie is om cliënten te helpen bij het aanpakken en aanpassen van disfunctionele schema's, wat uiteindelijk leidt tot langdurige verbetering van hun functioneren. Schematherapie maakt gebruik van speciaal ontworpen technieken die cliënten helpen emotionele herinneringen en vroege disfunctionele schema's te verwerken.
Introductie Drie belangrijke concepten binnen schematherapie zijn vroege disfunctionele schema's (of simpelweg schema's), copingmechanismen, modi en emotionele basisbehoeften.
Schema's In de cognitieve psychologie is een schema een gestructureerd en geautomatiseerd patroon van denken en gedrag dat ontstaat in onze vroege jeugd. Het kan ook worden omschreven als een mentale structuur van vooraf vastgestelde ideeën, een raamwerk dat een aspect van de wereld vertegenwoordigt, of een systeem voor het organiseren en waarnemen van nieuwe informatie.
In schematherapie verwijst een schema specifiek naar een vroeg disfunctioneel schema. Vroege disfunctionele schema's zijn zelfondermijnende emotionele en cognitieve patronen die vanuit de kindertijd en gedurende het hele leven herhaald worden. Ze kunnen ontstaan vanuit trauma zoals misbruik, verwaarlozing of mishandeling en door verlating of een gebrek aan normale menselijke genegenheid in het algemeen. Vroege disfunctionele schema's kunnen ook lichamelijke sensaties omvatten die geassocieerd worden met dergelijke emotionele herinneringen. Vroege disfunctionele schema's kunnen verschillende niveaus van intensiteit en frequentie hebben: hoe ernstiger het schema, hoe intenser de negatieve emotie wanneer het schema wordt getriggerd en hoe langer het vaak aanhoudt, hoe frequenter de oorzaak van het schema voorkwam, hoe groter het aantal situaties dat het triggert. Vaak hebben schema's een negatieve overtuiging over het "zelf" of "de wereld". Bijvoorbeeld, een persoon met een verlatingsschema kan een hypersensitief zelfbeeld creëren.
Copingmechanismen Copingmechanismen zijn de gedragsreacties van een persoon op de schema's zoals hierboven genoemd. Er zijn drie basis-copingmechanismen: overcompensatie, vermijding en overgave - wel bekend onder de Engelse term fight, flight or freeze. Iedereen heeft deze copingmechanismen en we hebben ze ook allemaal nodig om te overleven. Het is echter wel van belang dat deze copingmechanismes op een gezonde en veilige manier kan worden ontwikkeld. Wanneer dat niet gebeurt dan kan dat ervoor zorgen dat er mentale problemen ontstaan. Hierbij is de frequentie en hevigheid van de onveilige situatie sterk van invloed op de mentale problematiek.
Deze disfunctionele copingstijlen (overcompensatie, vermijding of overgave) versterken vaak de schema's. In het voorbeeld van verlating: nadat iemand een dreiging van verlating in een relatie heeft ingebeeld zou iemand die de vermijdingsstijl hanteert, zich vervolgens emotioneel afstandelijk gaan gedragen om zichzelf bij voorbaat te beschermen tegen de dreigende verlating. De resulterende emotionele eenzaamheid of zelfs het daadwerkelijke verlies van de relatie, zou het verlatingsschema van de persoon bevestigen. Een ander voorbeeld kan worden gegeven voor het defectiviteitschema: iemand die de vermijdingsstijl hanteert, vermijdt mogelijk situaties die hen een gevoel van tekortkoming geven, of probeert het gevoel te verdoven met verslavingen of afleidingen. Iemand die de overgavestijl hanteert, kan oneerlijke kritiek tolereren zonder zichzelf te verdedigen. Iemand die de tegenaanval/overcompensatiestijl hanteert, kan extra moeite doen om bovenmenselijk perfect te zijn.
Modi Modi zijn geestestoestanden die schema's en copingstijlen groeperen tot een tijdelijke "manier van zijn" waarin een persoon af en toe of vaker kan overgaan. Bijvoorbeeld, een Kwetsbaar Kind-modus kan een geestestoestand zijn die schema's van Verlating, Defectiviteit, Wantrouwen/Misbruik en een overgavestijl (aan de schema's) omvat.
Als de emotionele basisbehoeften van een patiënt in de kindertijd niet worden vervuld, kunnen schema's, copingstijlen en modi zich ontwikkelen. Enkele basisbehoeften die zijn geïdentificeerd zijn verbinding, wederkerigheid, veerkracht en autonomie. Bijvoorbeeld, een kind met onvervulde behoeften op het gebied van verbinding - misschien als gevolg van ouderlijk verlies door dood, scheiding of verslaving - kan een Verlatingschema ontwikkelen.
Het doel van schematherapie is om patiënten te helpen aan hun emotionele basisbehoeften te voldoen. Dit wordt gedaan door de patiënt het volgende te leren:
Schema's te helen, door de intensiteit van emotionele herinneringen en lichamelijke sensaties te verminderen. En door de cognitieve patronen die aan het schema zijn gekoppeld, te veranderen. Disfunctionele copingmechanismen en reacties te vervangen door adaptieve gedragspatronen. Technieken die worden gebruikt in schematherapie zijn onder andere beperkte heropvoeding en psychodramatechnieken zoals beeldherziening en imaginaire dialogen.
Schema's en schemadomeinen Psychologen J.E. Young, J.S. Klosko & M.E. Weishaar hebben in 2003 de geïdentificeerde schema's in vijf brede categorieën of domeinen geplaatst, waaronder achttien vroege disfunctionele schema's zijn gegroepeerd.
Schema’s volgens indeling Young et al. (achttien in totaal)
Ontkoppeling/afwijzing Verlating/instabiliteit Wantrouwen/misbruik Emotionele deprivatie Gebrekkigheid/schaamte Sociale isolatie/vervreemding
Beperkte autonomie en/of prestaties Afhankelijkheid/onbekwaamheid Vulnerabiliteit voor schade of ziekte Vermenging/onderontwikkelde zelf Falen
Beperkte grenzen Rechtvaardigheid/grootheid Onvoldoende zelfbeheersing en/of zelfdiscipline
Gerichtheid op anderen Onderwerping Zelfopoffering Goedkeuringszoekend/erkenningzoekend
Overwaakzaamheid/belemmering Negativiteit/pessimisme Emotionele belemmering Onophoudelijke normen/hyperkritiek Bestraffing
Andere indeling schemadomeinen van Yalcin et al. Hogere-orde factoranalyse door Yalcin, Lee & Correia (2020) wees uit dat er vier schemadomeinen zijn die overlappen met die voorgesteld door Young en zijn collega’s. Emotionele dysregulatie Ontkoppeling Beperkte autonomie/onderontwikkeld zelf Overmatige verantwoordelijkheid/overbeheersing
Primaire factoranalyse toonde aan dat bepaalde schema's verder konden worden opgesplitst:
Het schema van Emotionele Remming werd opgesplitst in Emotionele Beperking en Angst om Controle te Verliezen. Het schema van Bestraffing werd opgesplitst in Bestraffing (Zelf) en Bestraffing (Anderen).
Schema's volgens Genderen, H. van et al. (negentien in totaal)Genderen, H. van & Rijkboer, M. & Arntz, A. (2008) 'Theoretisch model: schema's, copingstrategieën en modi', in: Vreeswijk, M. van & Broersen, J. & Nadort, M. (red.), Handboek Schematherapie. Theorie, praktijk en onderzoek. Plaats: Houten, Bohn Stafleu van Loghum, p. 20-22 In deze opsomming wordt ook het schema 'sociale ongewenstheid' meegenomen. Dit schema komt niet voor bij de hierboven opgevoerde opsomming van Young et al. Emotionele verwaarlozing Verlating/instabiliteit Wantrouwen en/of misbruik Sociaal isolement/vervreemding Minderwaardigheid/schaamte Sociale ongewenstheid Mislukking Afhankelijkheid/onbekwaamheid Kwetsbaarheid voor ziekte en gevaar Verstrengeling/kluwen Onderwerping Zelfopoffering Goedkeuring en erkenning zoeken Emotionele geremdheid Meedogenloze normen/overmatig kritisch Negativiteit en pessimisme Bestraffende houding Zich rechten toe-eigenen Gebrek aan zelfbeheersing/zelfdiscipline
Copingmechanismen Copingmechanismen zijn gedragingen als reactie op ongewenste situaties die als onveilig en/of onprettig worden ervaren. Copingmechanismen zijn een essentieel onderdeel van onze overlevingsstrategieën. Wanneer copingmechanismen zich niet correct hebben kunnen ontwikkelen in de vroege jeugd worden disfunctionele schema's erdoor versterkt. De drie basis-copingmechanismen waar iedereen over bezit zijn vermijding, overgave en tegenaanval (fight, flight or freeze).
Bij vermijding probeert de persoon situaties te vermijden die het schema activeren. Deze reacties zijn vooral gestuurd vanuit angst. Angst om weer in dezelfde of een soortgelijke situatie terecht te komen. De persoon vermijdt steeds vaker en steeds meer situaties welke kunnen leiden tot het activeren van de schema's. Het te vaak toegeven aan vermijding kan angststoornissen in de hand werken, zoals agorafobie. Bij overgave geeft de persoon toe aan het schema, de persoon probeert er niet tegen te vechten en verandert zijn gedrag in de verwachting dat het gevreesde resultaat onvermijdelijk is. De persoon wordt hierbij sterk beperkt in de persoonlijke ontwikkeling omdat hierbij de eigen wensen en behoeftes onderdrukt worden. Bij tegenaanval, ook wel "overcompensatie" genoemd, doet de persoon extra moeite om te voorkomen dat het gevreesde resultaat van het schema plaatsvindt. Dit kan op meerdere manieren tot uiting komen: de persoon kan een agressieve houding richting de situatie tonen en triggers daarmee op afstand houden, de persoon kan overcompenseren door alles heel perfectionistisch te doen of de aanval op zichzelf richten wat tot zelfhaat leidt.
Schema-modi Schema-modi zijn kortdurende gemoedstoestanden die elke mens op een gegeven moment ervaart. Een schema-modus bestaat uit een cluster van schema's en copingstijlen. Situaties die een persoon als verontrustend, onveilig of beledigend ervaart, of die slechte herinneringen oproepen, worden "triggers" genoemd, die schema-modi activeren. Bij personen zonder mentale problematiek zijn schema-modi milde, flexibele gemoedstoestanden die gemakkelijk worden gekalmeerd door beredenering. Bij patiënten met mentale problematiek zijn schema-modi ernstigere, rigide gemoedstoestanden die moeilijk te kalmeren zijn.
Categorisatie van de schema-modi Young, Klosko & Weishaar (2003) hebben 10 schema-modi geïdentificeerd, gegroepeerd in vier categorieën:
Kind-modi Kwetsbaar Kind Boos Kind Impulsief/Ongedisciplineerd Kind Blij Kind
Disfunctionele Coping-modi Volgzame Overgever Afstandelijke Beschermer Overcompensator
Disfunctionele Ouder-modi Straffende Ouder Veeleisende Ouder
Gezonde Volwassene-modus
Gezonde Volwassene
Uitleg diverse schema-modi