Het leefklimaat is de kwaliteit van de fysieke en sociale omgeving binnen een therapeutische residentiële groep. Zo spreekt men van een leefklimaat binnen residentiële instellingen, pleeggezinnen, gezinshuizen, beveiligde (psychiatrische) instellingen en gevangenissen. Men spreekt ook wel van een groepsklimaat of residentieel klimaat. In gezinshuizen en pleeggezinnen spreekt men van een familie- of thuisklimaat. Het leefklimaat wordt beïnvloed door iedereen die op een afdeling verblijft of werkzaam is.
Het leefklimaat kan open en therapeutisch zijn, maar kan ook meer gesloten zijn. Een open en positief leefklimaat kenmerkt zich door een veilige, gestructureerde en rehabiliterende omgeving waarin sprake is van veel ondersteuning, duidelijke kansen voor groei en een balans tussen flexibiliteit en structuur. Craig, C. S. (2004). Rehabilitation versus Control: an organizational theory of prison management. The Prison Journal, 84, 928-1148. Stams, G.J.J.M., Van der Helm, G.H.P.., & Van der Laan, P.H. (2010). Commentary on the article of E.J. Knorth, A.T. Harder, T. Zandberg, & A.J. Kendrick: A review and selective meta-analysis of the outcomes of residential child and youth care: A re-analysis of quasiexperimental studies. Manuscript submitted for publication. Ule, A, Schram, A., Riedl, A.& Cason, T.N. (2009). Indirect punishment and generosity toward strangers. Science, 326, 18-12. Wortley, R. (2002) Situational prison control: Crime prevention in correctional institutions. Cambridge: Cambridge University Press. Een gesloten leefklimaat kenmerkt zich door weinig ondersteuning van de medewerkers, minimale groeimogelijkheden van cliënten, een negatieve sfeer en veel repressie en straf vanuit medewerkers. Irwin, J., & Owen, B. (2005) ‘Harm and the contemporary prison’, in Liebling, A., & Maruna, S. (Eds), The effects of imprisonment. Cullompton (USA): Willan Publishing. Liebling, A., & Maruna, S. (2005). Introduction: the effects of imprisonment revisited. In: Liebling, A., & Maruna, S. (Eds), The effects of imprisonment. Cullompton (USA): Willan Publishing. Little, M.(1990). Young Men in Prison. Worcester (USA): Billing & Sons. Wright, K., & Goodstein, L. (1989). Correctional environments. In L. Goodstein & D. McKenzie.(Eds.), The American Prison (pp. 253-270). New York (USA): Plenum.
Het leefklimaat is gebaseerd op de zelfdeterminatietheorie,Van der Helm, G.H.P; Kuiper, C. & Stams, G.J.J.M (2018). Group climate and treatment motivation in secure residential and forensic youth care from the perspective of self-determination theory. Children and Youth Services Review, 93, 339-344. die beweert dat vervulling van de drie psychologische basisbehoeften autonomie, competentie en verbondenheid, tot meer behandelmotivatie en positieve gedragsverandering leidt.
Er zijn diverse vragenlijsten ontwikkeld die (aspecten van) het leefklimaat meten. Het doel daarvan is om in kaart te brengen hoe cliënten en medewerkers binnen instellingen het leefklimaat beleven en om op basis van de resultaten het leefklimaat zo nodig te verbeteren.
Achtergrond Al voor de Tweede Wereldoorlog experimenteerde de Joodse dokter Janusz Korczak, directeur van twee Joodse weeshuizen in Warschau, met het bijbrengen van meer autonomie – een van de psychologische basisbehoeften - aan de weeskinderen. De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) sprak al in 1953World Health Organization (1953). Expert Committee On Mental Health: 3rd Report. Geneva, Switzerland. over de grote invloed van het leefklimaat op de effectiviteit van behandeling. In 1961 schreef Erving Goffman over het belang van autonomie voor patiënten in het baanbrekende boek 'Asylums' waarin hij zijn theorie over de 'totale instelling' beschreef.Asylums: essays on the social situation of mental patients and other inmates Albert Trieschmann beschreef in 1969 het leefklimaat in zijn boek ‘The other 23 hours’,Trieschman, A.E. & Whittaker, J (1962). The other 23 hours. Abingdon: Taylor & Francis. de uren waarin patiënten geen officiële therapie kregen maar begeleid werden door verpleegkundigen of maatschappelijk werkers, wat later 'sociotherapie' werd genoemd.
De Nederlandse pedagoog J.F.W. Kok formuleerde een 'drie strategieën-theorie' voor een effectieve behandeling. Daarbij vormt het leefklimaat als eerstegraads strategie de basis voor de tweedegraads strategie (methodisch handelen met behulp van gerichte therapieën of trainingen, op het individu of groepsgericht) en derdegraads strategie (individuele inkleuring). Volgens Kok begint een effectieve behandeling bij een positief leefklimaat, voordat een tweede- en derdegraads strategie zinvol is.Kok, J. F. W. (1984). Specifiek opvoeden in gezin, school, dagcentrum en internaat. Gedragsproblemen in orthopedagogisch perspectief. Leuven/Amersfoort: ACCO.
Categorie:Sociologie