Voltaire, pseudoniem van François Marie Arouet (Parijs, 21 november 1694 – aldaar, 30 mei 1778), was een Frans schrijver, dichter, essayist, filosoof en vrijdenker. Hij kan worden beschouwd als de prominente voortrekker van de Franse Verlichting. Voltaire had als schrijver grote invloed op het intellectuele leven van zijn tijd. Goethe stelde dat Voltaire de aanstichter was van de Franse Revolutie, omdat hij de oude banden van de mensheid zou hebben losgemaakt.Grimm, H. (1874) Goethe, p. 30

Levensloop Geboorte en opleiding Voltaire werd geboren als zoon van François Arouet, een notaris en Marie-Marguerite Daumart of D'Aumard. De jonge Voltaire kreeg les op de prestigieuze jezuïetenschool in Parijs, het lycée Louis-le-Grand. Hij verliet de school op zijn zestiende en niet lang daarna maakte hij al vrienden bij de Parijse aristocraten. Zijn humoristische gedichten maakten hem populair in die kringen. In 1713 reisde hij met de Franse ambassadeur naar Den Haag.

Filips van Orléans In 1716 publiceerde hij een satire waarin hij de regent, Filips van Orléans grof - en zonder bewijs - beschuldigde van incest met zijn dochter, de hertogin van Berry.Eind januari 1716 had de hertogin een meisje ter wereld gebracht en volgens geruchten was dit onwettig kind verwekt door haar eigen vader (E. de Barthélémy, Gazette de la Régence. Janvier 1715-1719, Parijs, 1887, p. 68) Na een waarschuwing (verbanning uit de stad) vroeg Arouet om pardon, wat hij verkreeg. Eenmaal terug in Parijs recidiveerde hij: in aanwezigheid van een politie-informant maakte hij zeer beledigende opmerkingen over de hertogin van Berry.Hij noemde de dochter van de regent een Messalina, en beweerde dat de prinses, die toen weer zwanger was, zich had teruggetrokken op haar kasteel de la Muette om te bevallen (Jean-Michel Raynaud, Voltaire soi-disant, Presses Universitaires de Lille, 1983, vol. 1, p. 289). Hij werd elf maanden opgesloten in de Bastille, een comfortabele gevangenis. Tijdens zijn verblijf aldaar schreef hij Oedipe, dat zijn eerste theatersucces zou worden. De regent en zijn dochter, de hertogin van Berry, waren beiden aanwezig bij de première.De prinses was zichtbaar in verwachting en deze schandalige zwangerschap inspireerde opnieuw geruchten over incest met haar vader (Philippe Erlanger, Le Régent, Parijs, 1938, p. 240-249). Hierna ging hij de naam Voltaire gebruiken. Dat pseudoniem is een anagram van Arouet le jeune, waarbij geen verschil wordt gemaakt tussen i en j, en u en v.

Gravin van Rupelmonde In 1722 had Voltaire met La Henriade een epos in verzen klaar. Hij ging op reis met de zes jaar oudere Marie-Marguerite d'Alègre, gravin van Rupelmonde. Ze deden eerst een diplomatiek congres in Cambrai aan en gingen eind juni verder naar Brussel, de gravin voor zaken en Voltaire uitkijkend naar een ontmoeting met de verbannen dichter Jean-Baptiste Rousseau. Het draaide anders uit dan verwacht, want de twee begonnen een levenslange vijandschap. Eind september waren de gravin en Voltaire in Den Haag om regelingen te treffen met zijn uitgever Charles Le Vier. De toelating tot uitgeven in Frankrijk was onverwacht geweigerd door de censuur, maar er waren oplossingen. In Rouen werd de Henriade clandestien gedrukt en eind 1739 werden de eerste exemplaren Parijs binnengesmokkeld. Het werd na de Oedipe weer een nieuw succes.

Guy-Auguste de Rohan In 1726 beledigde Voltaire de machtige jonge edelman Guy-Auguste de Rohan. Deze liet hem door zijn lakeien aframmelen en Voltaire eiste genoegdoening met de wapens. Die bedreigingen werden de overheid te gortig en Voltaire werd een tweede keer opgesloten, ditmaal voor twee weken. Hij kon daarna kiezen: de gevangenis of verbanning. Voltaire koos voor verbanning.

Engeland thumb|left|250px|Voltaires Lettres sur les Anglois. Dit is het begin van hoofdstuk 10. Van 1726 tot 1729 woonde hij in Engeland. Voltaire raakte geïnteresseerd in de filosofie van John Locke en de ideeën van de wis- en natuurkundige Isaac Newton. Hij bestudeerde Engelands constitutionele monarchie en de religieuze tolerantie aldaar.

Na zijn terugkeer in Parijs schreef Voltaire de Lettres philosophiques, waarin hij de Engelse gewoontes en instituties prees en het newtonianisme als alternatief voor Descartes' rationalisme introduceerde. Het boek werd geïnterpreteerd als kritiek op de Franse overheid en in 1734 moest Voltaire Parijs opnieuw verlaten.

Leiden Voltaire volgde college in Leiden, bij de natuurkundige Willem Jacob 's Gravesande en bij de beroemde medicus Herman Boerhaave. Ondertussen verstuurde hij zijn eerste brief naar de Pruisische koning Frederik de Grote, die tegenwoordig als het beste voorbeeld wordt beschouwd van een 'verlicht despoot'.

Émilie du Châtelet thumb|Zijn geliefde, de natuurkundige Émilie du Châtelet Op uitnodiging van een intelligente en ontwikkelde vriendin, Émilie, marquise du Châtelet, ging Voltaire wonen in haar kasteel in Cirey-sur-Blaise in Lotharingen. Voltaire, de markiezin en de markies vormden een hechte ménage à trois. Verscheidene jaren bestudeerden ze allebei de natuurwetenschappen.

Brussel Van eind 1739 tot 1743 woonde Voltaire in Brussel,Jacques Janssens, Voltaire à Bruxelles, in: Revue des Deux Mondes, juli 1963, p. 263-273 ballingsoord van zijn gezworen vijand Jean-Baptiste Rousseau. Hij vond er bescherming tegen vervolging, maar zocht evengoed het gezelschap van Émilie du Châtelet. Ze woonden in de Wollendriesstraat (huidige Grotehertstraat) en maakten frequent reisjes naar Parijs, Rijsel, Den Haag, Aken en vier keer Berlijn. In Brussel was Voltaire bevriend met de hertog van Arenberg, wiens gebrek aan een goedgevulde bibliotheek ruimschoots werd goedgemaakt door die van Johan de Witt. Hij deed er onderzoek voor zijn Essai sur les moeurs et l'esprit des nations.en legde de laatste hand aan de toneelstukken Zulime en Mahomet. Voltaire was niet te spreken over het intellectuele leven in de stad en hekelde het gebrek aan kennis en de onverschilligheid van het land, "gespeend van geest en vervuld van geloof".Zie de verzen Pour la triste ville etc. in zijn Brief van 1 april 1740 aan Jean-Nicolas Formont. Een andere Fransman in Brussel, Charles Baudelaire, zou ze later instemmend oprakelen.

Jean-Philippe Rameau zette het toneelstuk De prinses van Navarra op muziek. In 1746 werd Voltaire toegelaten tot de Académie française.

Stanislas Lezczinsky In 1748 verbleef hij aan het hof van Stanislas Lezczinsky en bezocht de baden en bronnen vanwege kiespijn.

Frederik de Grote In 1749, na de dood van de Marquise du Châtelet, die een kind ter wereld bracht van haar minnaar Saint-Lambert, kreeg Voltaire een uitnodiging van Frederik de Grote. Hij nam de uitnodiging naar het hof in Potsdam aan, want beide mannen bewonderden elkaar. Voltaire schreef hem: Wij zijn niet geboren om Plato en Leibniz te lezen, om curven te meten, om feiten in ons hoofd te rangschikken. Wij zijn geboren met een hart dat dorst naar hartstochten en waaraan wij moeten voldoen zonder ons door die verlangens te laten beheersen. Een van de grootste zegeningen die wij de mensheid kunnen brengen is bijgeloof en fanatisme uitroeien, de machthebbers beletten degenen te vervolgen die anders denken.Gooch, G.P. (1966) Frederik de Grote, p. 164. Voltaire kreeg echter verscheidene aanvaringen met Frederik de Grote. Deze liet Voltaires satirische pamflet Akakia verbranden. Hierin werd de wis- en natuurkundige Maupertuis, voorzitter van de Berlijnse Academie van Wetenschappen, als pseudowetenschapper afgeschilderd. Voltaire had zich aan het Berlijnse hof onmogelijk gemaakt en keerde in 1753 terug naar Frankrijk.

Genève Om uit de handen van de Franse autoriteiten te kunnen blijven, verhuisde Voltaire in 1755 naar Genève, waar hij net buiten de stad een huis huurde met uitzicht op het meer van Genève. In dit huis dat hij noemde Les Délices (tegenwoordig: Musée Voltaire de la Bibliothèque de Genève), schreef hij zijn beroemde gedicht Poème sur le désastre de Lisbonne naar aanleiding van de aardbeving van 1755 te Lissabon. Dit gedicht, waarin Voltaire zijn twijfel uitdrukt over de goedheid van God, zou de aanzet worden tot zijn beroemdste verhaal, Candide, ou l'optimisme. Op Les Délices liet Voltaire veel toneelstukken uitvoeren.

Ferney Maar, ⁰omdat de Geneefse autoriteiten (evenals trouwens zijn grote tegenhanger Jean-Jacques Rousseau) toneel verderfelijk vonden voor de moraal, week hij een paar jaar later uit naar het Franse Ferney, een plaatsje net ten noorden van de grens van de Geneefse Republiek, zodat hij in geval van nood altijd makkelijk van land kon wisselen. In 1759 kochten hij en zijn nicht en levenspartner Marie-Louise Mignot daar een landgoed, waar hij tot vlak voor zijn dood zou blijven wonen. Voltaire, die door allerlei beleggingen inmiddels een vermogend man was geworden, breidde het landgoed enorm uit en liet akkers en wijngaarden aanleggen, waardoor het dorp tot grote bloei kwam. Hij werd dan ook al snel de seigneur van Ferney genoemd en in 1878 zou het stadje worden omgedoopt tot Ferney-Voltaire.

Voltaire was bij het schrijven van zijn Essai sur les Moeurs tot de conclusie gekomen dat de geschiedenis een lange reeks van misdaden en ellende is. De in 1756 uitgebroken Zevenjarige oorlog sterkte hem in die mening.Voltaire Verhalen: Zadig/Candide/De argeloze/De prinses van Babylon. Prisma Klassieken, 1979, p. 318. Voltaire was ondertussen allerminst vergeten door de intelligentsia. Vele filosofen kwamen hem in Ferney opzoeken, onder wie de Franse verlichtingsfilosofen d'Alembert, Baron d'Holbach en de Schotse verlichtingsfilosoof David Hume. "Waar Voltaire is, daar is het centrum van de verlichting". Een prominente, maar niet in de smaak gevallen bezoeker was Giacomo Casanova die in zijn memoires een uitgebreid verslag van zijn bezoek geeft. Voltaire deed hem af met de opmerking: "Er was hier een vreemd mannetje te gast".

Candide In 1759 verscheen dan Candide. In dit verhaal bekritiseerde Voltaire de optimistisch ingestelde monadenfilosofie van Leibniz, die in de gedaante van de mentor Pangloss het hoe en waarom in de wereld probeert uit te leggen aan de hoofdpersoon, Candide. Tijdens een reis door Europa komt Candide telkens in aanraking met de ongerijmdheden en wreedheid van het aardse bestaan, maar iedere keer verzekert Pangloss hem dat alles gebeurt voor een goed doel in deze wereld die de best mogelijke van alle is. Uiteindelijk lijkt Candide zich bij deze filosofie neer te leggen, en concludeert dat "il faut cultiver son jardin" ("Je moet je tuin onderhouden").

Mensenrechten Naast zijn literaire inspanningen ging Voltaire zich ook steeds meer bezighouden met allerlei maatschappelijke en juridische misstanden, en werd daarmee een van de eerste voorvechters voor de mensenrechten. Zo mengde hij zich in een zaak in Toulouse, waarbij de protestant Jean Calas onterecht ter dood werd veroordeeld omdat hij de hand zou hebben gehad in de dood van zijn zoon, die zich tot Katholiek zou hebben willen bekeren. Voltaire bestudeerde alle dossiers van de zaak, en hoewel Calas ter dood werd gebracht, werd hij in 1765 postuum toch nog vrijgesproken. Voltaire ging zich daarna meer en meer op gelijksoortige zaken toeleggen. Hij liet in 1762 uittreksels publiceren van Het Testament van Jean Meslier, dat zo subversief was dat hij er een "gekuiste" versie van maakte waarin het radicale atheïsme van Meslier wordt afgezwakt tot het door Voltaire voor maatschappelijk veiliger geachte deïsme. Ook vertaalde hij een geschrift van de Italiaanse jurist Cesare Beccaria (Dei delitti e delle pene) in het Frans, waarin gepleit werd voor afschaffing van de doodstraf en marteling en voor humanisering van de rechtspraak in het algemeen. Hij publiceerde in 1763 zijn Traité sur la Tolérance.

thumb|left|Voorpagina van Voltaires vertaling van Beccaria, 1766

Parijs