Lewis Thornton Powell (Randolph County, 22 april 1844In de familiebijbel van de familie Powell werd als geboortedatum 23 april 1844 opgegeven, maar bij zijn inschrijving in het leger gaf Powell de 22ste op als zijn geboortedatum. – Washington, 7 juli 1865), ook bekend als Lewis Payne/Paine, was een Amerikaans soldaat voor de Geconfedereerde Staten in de Amerikaanse Burgeroorlog. Hij werd veroordeeld wegens poging tot moord op de politicus William Seward.
Powell groeide op in Alabama en Florida. Na het uitbreken van de Burgeroorlog ging hij in dienst bij het leger van de Geconfedereerde Staten. In de Slag bij Gettysburg werd hij gevangengenomen. Hij slaagde erin te ontsnappen en ging vervolgens vechten voor het partizanenregiment van John S. Mosby. In de nadagen van de oorlog leerde Powell John Wilkes Booth kennen, die hem samen met vijf anderen betrok bij het plan om president Abraham Lincoln te ontvoeren. Uiteindelijk mondde dit plan uit in de moordaanslag op Lincoln, waarbij ook vicepresident Andrew Johnson en de minister van Buitenlandse Zaken William Seward gedood moesten worden.
Powell kreeg van Booth de opdracht om Seward te vermoorden, maar hij slaagde niet in zijn opzet. Powell wist Seward slechts ernstig te verwonden. Enkele dagen na de moordaanslagen werd hij opgepakt door de politie. Na een uitgebreide rechtszaak werd Powell veroordeeld tot de galg. Bij het proces werd hij aangeklaagd onder de naam Lewis Payne en hij werd ook onder die naam berecht en veroordeeld. (2015): Alias "Paine", McFarland, blz. 4. Op 7 juli 1865 stierf hij aan de galg. In 1884 werd zijn lichaam herbegraven op Rock Creek Cemetery in Washington. Zijn schedel werd in 1992 in het Anthropology Department van het Smithsonian ontdekt. Twee jaar later werd zijn schedel naast het lichaam van zijn moeder begraven op Geneva Cemetery in Geneva.
Biografie Jeugd Lewis Thornton Powell werd op 22 april 1844 in Randolph County (Alabama) geboren als het achtste van de tien kinderen van George Cader Powell en Patience Caroline Powell. (2015), blz. 16. Zijn ouders waren waarschijnlijk achterneef en -nicht van elkaar. & (2014): Alabama Scoundrels, SC History Press, blz. 35. Toen hij drie jaar oud was werd zijn vader predikant en verhuisde het gezin naar Stewart County in Georgia. Na de roeping van zijn vader kreeg Powell ook zijn middelnaam "Thornton"; hij werd vernoemd naar Reuben Thornton, de mentor van zijn vader. Powell verkreeg zijn scholing van zijn vader die ook de lokale schoolmeester was. Toen Powell 15 jaar oud was verhuisde het gezin opnieuw, ditmaal naar Florida waar George Powell in Apopka een kerk stichtte. (2015), blz. 23.
Op 12-jarige leeftijd was Powell buiten aan het spelen toen hij door een muilezel werd getrapt. Door de trap werd zijn linkerkaak gebroken en verloor hij een kies. (2015), blz. 20. De kaak werd niet goed rechtgezet, waardoor zijn kaak aan de linkerkant wat prominenter werd. & (2014), blz. 36.
Als kind ging hij graag naar de zondagsschool en op 14- of 15-jarige leeftijd hield hij gebedsbijeenkomsten waar hij voorging in het gebed. Daarnaast was hij ook een fervent visser.
Amerikaanse Burgeroorlog
thumb|De Pickett's Charge, afgebeeld op het schilderij Battle of Gettysburg van Thure de Thulstrup Op 10 januari 1861 stemde Florida als derde staat voor secessie uit de Amerikaanse federatie. Twee maanden later, nadat Powell 17 was geworden, meldde hij zich samen met zijn vriend Samuel A. Mitchell aan bij de Jasper (Hamilton) Blues, een regiment van de Army of Northern Virginia. Hij werd toegelaten doordat hij 19 beweerde te zijn. Zijn indiensttreding vond plaats op 31 mei 1861. Ook zijn oudere broers George en Oliver zouden zich aanmelden bij het leger, maar deden dit op een latere datum. (2015), blz. 24.
Aanvankelijk had Powell niet veel geluk in het leger. Hij kreeg de mazelen en lag daardoor in het militair hospitaal in Jacksonville. Hierdoor miste hij in juli 1861 het vertrek van zijn regiment naar Richmond. Het jaar daarop werd hij weer in een ziekenhuis opgenomen, ditmaal in Richmond. Op 23 juni 1862 werd hij uiteindelijk actief in het leger. (2015), blz. 26. Powell nam deel aan verschillende veldslagen, zoals de Tweede Slag bij Bull Run, de Slag bij Antietam, de Slag bij Chancellorsville en de Tweede Slag bij Fredericksburg. (2008): Murder at Ford's Theatre, blz. 72. Begin januari 1863 bereikte hem het nieuws dat zijn oudere broer Oliver was overleden aan de verwondingen die hij had opgelopen in de Slag bij Stones River en dat zijn andere broer, George, ernstig gewond was geraakt. (2006): Abraham Lincoln's Execution, Pelican Publishing, blz. 171.
Het regiment waarvan Powell deel uitmaakte vocht onder het commando van generaal Ambrose Powell Hill ook mee in de Slag bij Gettysburg. Powell verklaarde later tijdens zijn verhoren dat hij meevocht in Pickett's Charge op 3 juli, de laatste dag van de slag, maar dat bleek opschepperij te zijn. Volgens militaire gegevens had hij de dag ervoor een schotwond opgelopen aan zijn pols. Powell werd op 3 juli krijgsgevangen gemaakt en ondergebracht in het veldhospitaal van de Army of the Potomac. Drie dagen later werd hij als patiënt opgenomen in het Pennsylvania College dat toen dienstdeed als ziekenhuis. (2015), blz. 29.
Krijgsgevangenschap Weldra ging Powell als ziekenbroeder aan het werk, waar de dokters zijn vastberaden en daadkrachtig optreden waardeerden. Hoewel hij krijgsgevangene was, bleek hij zorgzaam voor de patiënten. Halverwege juli maakte Powell in het ziekenhuis kennis met Margaret "Maggie" Branson, een verpleegster afkomstig uit Baltimore. Powell ging samenwerken met de 30-jarige Branson en weldra ontstond een innige band tussen de twee. (2015), blz. 31.
Op 1 september werd Powell overgeplaatst naar het West Buildings Hospital in Baltimore. In zijn kielzog trok Branson met hem mee. Een paar dagen na zijn aankomst, op 7 september, ontsnapte Powell uit het ziekenhuis. Er bestaan verschillende verhalen over zijn ontsnapping. In de meeste was er een vrouw bij betrokken. Volgens enkele historici zou Branson Powell een uniform van de noordelijke troepen hebben gegeven als vermomming. (2015), blz. 35. Na zijn ontsnapping verbleef hij enige tijd in het kosthuis van de Bransons dat als schuiladres diende voor zuidelijke soldaten. (2011): The Assassin's Accomplice, The Assassin's Accomplice, blz. 54.
Mosby's Rangers thumb|Portret van John S. Mosby Na zijn ontsnapping uit Baltimore trok Powell naar Virginia. Onderweg slaagde hij erin een uniform van het Geconfedereerde leger te bemachtigen. In Virginia wist hij Granville Tract te bereiken, een plantage op 6 kilometer van Warrenton. De plantage was eigendom van John Scott Payne en tijdens zijn verblijf daar leerde Powell zijn voornaamgenoot Lewis Edmonds Payne kennen. Hij hoorde ook verhalen over Mosby's Rangers, een groep partizanen die onder leiding stonden van John S. Mosby. Powell besloot zich bij de partizanen aan te sluiten. Dat Powell aan moederszijde een neef was van generaal John Brown Gordon kan bijgedragen hebben aan de toelating van Powell tot het regiment. (2006), blz. 172. (2015), blz. 15. Bij Mosby's Rangers raakte hij verwikkeld in een guerrillastrijd tegen de soldaten van George Armstrong Custer. (2015), blz. 39.
In de tijd dat Powell met verlof was, verbleef hij op een van de boerderijen van de familie Payne in Fauquier County. Daar kreeg hij een verhouding met Bettie Meredith.
In november 1864 kreeg kapitein Richard Blazer opdracht om de partizanen van Mosby uit te roken. Nadat Blazer twee Rangers had gedood, ging Mosby tot de aanval over en versloeg hij Blazer in de Slag bij Kabletown. Tijdens dit vuurgevecht onderscheidde Powell zich door samen met een drietal anderen kapitein Blazer gevangen te nemen. (2015), blz. 42. Hij zou onder zowel zijn kameraden als bij soldaten van de Union bekend komen te staan als "Lewis the Terrible". Ook Mosby roemde Powell als een van zijn beste soldaten. (2006), blz. 172-174.
Powell werd naar Richmond gestuurd om Richard Blazer naar de gevangenis aldaar te brengen. Dit bezoek bleek een belangrijke gebeurtenis in zijn leven. Volgens historicus Michael W. Kauffman kwam hij in Richmond een bekende uit Baltimore tegen en deed hem dit terugverlangen naar de vriendelijkheid van de gezusters Branson. Hij keerde daarop terug naar Mosby, nors en in zichzelf gekeerd. (2004): American Brutus, blz. 165.
Samenzwering thumb|Portretcollage van de samenzweerders van Booth met hem in het midden. Powell staat onder de naam Payne uiterst onderaan. In januari 1865 had Powell zijn laatste ontmoeting met Maggie Branson. (2015), blz. 41. Die maand deserteerde hij, verkocht hij zijn paard en kocht hij een treinkaartje richting Alexandria, naar het front van de Union Army. De precieze reden voor de desertie blijft een onderwerp van discussie, maar bij de geconfedereerden werd desertie vaak geënsceneerd, als dekmantel voor militairen die ingezet werden in de geheime dienst. (2015), blz. 45. In Alexandria presenteerde Powell zich als een vluchteling en legde een eed van trouw af aan de Amerikaanse overheid in Washington. Hierdoor kon Powell naar het noorden reizen zonder gevaar te lopen om opgepakt te worden. (2006), blz. 175.
Hij keerde daarop terug naar het huis van de Bransons in Baltimore, dat een ontmoetingsplek was voor geconfedereerden. De gezusters Branson stelden hem voor als Lewis Paine uit Frederick County. Vrijwel direct na zijn aankomst raakte Powell betrokken bij schimmige zaken (2015), blz. 51. en volgens biografe Betty J. Ownsbey was Powell tijdens zijn verblijf bij de Bransons een geheimagent-in-opleiding en wachtte hij op nadere orders. (2015), blz. 53.
De Bransons legden contact met David Preston Parr, die een rendez-vous regelde met John Surratt, die hem geld kwam brengen van John Wilkes Booth. Kort daarna, eind januari 1865, ontmoette Powell ook Booth zelf; in Barnum's Hotel in Baltimore stelde Booth zijn nieuwe rekruut op de hoogte van zijn plannen om president Abraham Lincoln te ontvoeren. Powell stemde ermee in en kreeg nieuwe kleren en extra geld. Booth duidde Powell daarna aan als cap'n, waarmee Powell in de pikorde op de derde plek kwam te staan, achter Surratt. (2006), blz. 180. Tevoren had Booth al John Surratt en David Herold gerekruteerd: twee mannen die bekend waren met de wegen in Washington en Maryland. Tot de samenzweerders behoorden ook de soldaten Samuel Arnold en Michael O'Laughlen en de schipper George Atzerodt die de aftocht te water moest verzorgen. (1964), blz. 175-177.Het oorspronkelijke plan was om Lincoln nadat hij ontvoerd was via de Potomac naar Chesapeake Bay te varen en dan via de Rappahannock achter het front te brengen naar Richmond.
Op 12 maart 1865 sloeg Powell in het huis van de Bransons een zwarte bediende, die hem aangaf bij de politie. Drie dagen later werd hij opgepakt op verdenking van spionage voor de geconfedereerden. Tijdens de ondervragingen bleek dat Powell onder druk snel kon denken. (2015), blz. 64. Bovendien was er te weinig bewijs om hem vast te houden, zodat hij na twee dagen vrijgelaten werd. Wel moest hij schriftelijk en onder ede verklaren dat hij niet gewapend zou strijden tegen de Unie. De verklaring bevatte een bepaling dat hij zich voor de rest van de oorlog ten noorden van Philadelphia zou vestigen, maar Powell wiste later deze bepaling op zijn afschrift van de verklaring. (2015), blz. 66. Na zijn vrijlating haalde hij zijn spullen op in het huis van de Bransons en pakte hij de trein naar Washington.
thumb|President Abraham Lincoln, gefotografeerd op 10 april 1865, vijf dagen voor zijn dood, in de studio van Alexander Gardner.