miniatuur|Portret van Marquise de Brinvilliers (olieverf op doek, onbekende schilder uit de Franse School) thumb|right|250 px|Portret van Brinvilliers op de dag van haar executie, door Charles Le Brun, 1676 Marie-Madeleine-Marguerite d'Aubray, Marquise de Brinvilliers (ca. 1630–1676), bijgenaamd Brinvilliers Liégeoise, was een Franse edelvrouw, die bekend is geworden als gifmengster en moordenares. Haar veroordeling is onderdeel van de gifaffaire. De Marquise de Brinvilliers maakte in Frankrijk zeventien slachtoffers met het vergif digitoxine, waaronder haar vader en broers.

Biografie Ze was het oudste kind van Antoine Dreux d'Aubray, de luitenant van politie van Parijs. Haar aristocratische familie stond in hoog aanzien in Frankrijk.

In 1651 treedt Marie-Madeleine-Marguerite d'Aubray in het huwelijk met Antoine Gobelin, markies De Brinviliers, waardoor ze markiezin wordt. Het welstellende gezin geraakt aan lagerwal door gokschulden en een extravagante levensstijl. Via haar minnaar Godin de Sainte-Croix leert ze het 'vak' van gifmengster via Zwitserse chemicus en professor aan het koninklijk hof, Christopher Glaser (1615 – tussen 1670 en 1678). Tot 1666 'oefent' ze met het 'Glaser recept' op verarmde patiënten van het publieksziekenhuis van Parijs in wiens dood niemand kwaad opzet vermoedt. Daarna richt ze haar gifpijlen op het fortuin van haar vader.

Met oog op het familiefortuin Dochterlief verzoent zich ogenschijnlijk met haar vader die ze verder zodanig 'verzorgt' dat hij na 27 dosissen van het Glaser recept sterft. Daarna gaan ook haar twee broers - met wie ze het familiefortuin zou moeten delen - voor de bijl in 1670.

Op de vlucht Toen ook haar minnaar in 1672 stierf kwamen er verdenkingen op haar te liggen en vluchtte ze over Londen, Nederland naar het Prinsbisdom Luik. Ze huurde in Luik een kamer in het klooster Notre-Dame-des-Anges in het Quartier d'Avroy.

Arrestatie en terechtstelling Daar werd ze op 26 maart 1676 aangehouden door Nicolas de la Reynie, luitenant van politie van Parijs. Ze werd overgebracht naar Parijs, waar ze werd verhoord, gemarteld en ter dood veroordeeld in de Conciergerie, de gevangenis van het Palais de la Cité. Voor haar terechtstelling zou ze tot inkeer zijn gekomen. Ze verscheen vredig op het schavot, wat grote indruk maakte op het publiek. Daarna werd haar lijk verbrand. Door sommigen werd ze zelfs als een heilige gezien.

In fictie De roman Une petite femme aux yeux bleus (1972) van de schrijfster Irène Stécyk is geïnspireerd op de Luikse periode van markiezin de Brinvilliers.Winkler Prins Jaarboek 1973, p. 185

Categorie:Frans crimineel Categorie:Vrouwelijke seriemoordenaar