De National Security Agency (NSA) is een Amerikaanse geheime dienst die werd opgericht op 4 november 1952 door de toenmalige president Harry S. Truman. Deze dienst is gespecialiseerd in het vergaren, afluisteren en analyseren van elektronische informatie uit communicatie via telefonie, internet en het ontcijferen via cryptoanalyse. De NSA beschikt over cryptoanalisten en supercomputers, waarmee versleutelde berichten van vreemde of vijandige mogendheden kunnen worden gekraakt. De NSA is met zo'n 38.000 personeelsleden de grootste Amerikaanse geheime dienst en valt onder verantwoordelijkheid van het ministerie van Defensie.

Geschiedenis De dienst was lange tijd de meest geheime van de inlichtingen- en veiligheidsdiensten in de VS. Ook het memorandum van Truman, daterende van 24 oktober 1952, was geclassificeerd als Top Secret. De activiteiten van de NSA worden zo belangrijk en geheim geacht, dat weinig informatie beschikbaar is over dit agentschap. De Amerikaanse overheid heeft lange tijd het bestaan van NSA ontkend, vandaar dat men soms ook sprak over No Such Agency of Never Say Anything.

Dit gold overigens niet alleen voor de NSA, maar ook voor organisaties die betrokken waren bij het beheer van spionagesatellieten, zoals de National Reconnaissance Office en de foto-interpretatiecentra waar foto's afkomstig van spionagesatellieten, zoals Big Bird werden bekeken.

Militaire voorgangers De voorganger van de NSA kan teruggevonden worden in de Eerste Wereldoorlog. Een paar weken nadat het Amerikaanse congres Duitsland de oorlog had verklaard, werd een eenheid opgericht met als taak het coderen en ontcijferen van berichten, ook bekend als het Cipher Bureau and Military Intelligence Branch, Section 8 (MI-8). Deze eenheid werd opgeheven door Henry Stimson op 1 november 1929 na een stopzetting van de financiering.Robert N., (1995). Geraadpleegd op 12 april 2014, op http://www.archives.gov/research/guide-fed-records/groups/457.html

thumbnail|U.S. Army Signals Intelligence Service medewerkers in Arlington Hall (ca. 1943) Op 1 januari 1921 werden de militaire cryptografische diensten in The Code and Cipher Section gecentraliseerd. De daaropvolgende jaren ontstond een nieuwe dienst genaamd de Signals Intelligence Service (SIS) onder de War Plans and Training Division, tot deze op 23 april 1938 een zelfstandige eenheid werd. In de Tweede Wereldoorlog speelde het SIS een belangrijke rol in het versleutelen van geallieerde communicatie en het onderscheppen en ontcijferen van vijandige communicatie. Om geallieerde telefoongesprekken te coderen, werd gebruikgemaakt van een revolutionaire uitvinding: een speciale centrale (SIGSALY), die door Bell Telephone Laboratories was ontwikkeld. Deze centrale was in staat om elk bericht waar ook ter wereld voor alle geallieerde staatshoofden en generaals te versleutelen. Hiervoor werd asymmetrische cryptografie gebruikt, waardoor het decoderen door de asmogendheden nagenoeg onmogelijk werd geacht. Nazi-Duitsland is er nooit in geslaagd om deze versleuteling te breken. In de SIGSALY-centrales werden de ongecodeerde berichten ontvangen en via langspeelplaten (waar de versleutelingscode op stond) versleuteld. Daarna werd het bericht pas via de media gestuurd. Ontvangen berichten werden gedecodeerd in een centrale van aankomst.USAICoE History Office (4 september 2013). Geraadpleegd op 12 april 2014, op http://www.army.mil/article/110544/

Duitsland Naast het beschermen van geallieerde communicatie trachtten geallieerde cryptologen de berichten van nazi-Duitsland te ontcijferen. De Duitsers maakten gebruik van de Enigma-codeermachine. Deze machine was in staat om op een directe manier berichten te coderen. Volgens de Duitsers was deze code onbreekbaar, voor elk karakter waren 2280 combinaties mogelijk. De Amerikanen waren door middel van een soort computer in staat om alle mogelijke combinaties op een "snelle" manier uit te proberen. Hierdoor konden geallieerde schepen de locaties van de U-boten achterhalen om maritieme konvooien te beschermen. Ook ter voorbereiding op D-day droegen cryptologen hun steentje bij. Zo onderschepten ze berichten van een Japanse ambassadeur in Berlijn over Duitse verdedigingen aan de Franse kusten.Discovery Channel Documentaries (Regisseur). (z.d.). Top Secret: NSA [Film].

Japan Tegen Japan stonden cryptologen voor een andere uitdaging, namelijk het breken van de Japanse JN-25-code. In tegenstelling tot de Duitse code was de Japanse code niet gebaseerd op technologische hulpmiddelen. Hierdoor gingen de geallieerde cryptologen aan de slag met hun eigen gezond verstand. Door de ontcijfering van de JN-25-code waren de geallieerde troepen in staat om Japanse troepen te misleiden. Een voorbeeld hiervan is de hinderlaag van admiraal Chester Nimitz tijdens de slag om de Midway-eilanden. Een van de grootste cryptologische successen tegen Japan werd gehaald op 13 april 1943. Onderscheppingsposten onderschepten een bericht met de reisplannen van de Japanse admiraal Isoroku Yamamoto, de architect van de aanval op Pearl Harbor. Door deze kennis waren de Amerikanen in staat om het vliegtuig van deze admiraal neer te halen.

Koude Oorlog Naar aanleiding van de vele successen die de Amerikaanse cryptologen tijdens de Tweede Wereldoorlog behaalden, bedankte generaal Dwight D. Eisenhower persoonlijk de cryptologen in het hoofdkwartier in Washington. De Amerikaanse beleidsmakers waren zich bewust van het belang van deze diensten waardoor er werd gestreefd naar een eenmaking van deze diensten. Na zeven jaar op 4 november 1952, werd onder leiding van president Harry S. Truman de NSA opgericht. Dit gebeurde tijdens de Koude Oorlog.

Nog voordat de Koude Oorlog begonnen was, luisterden Amerikaanse cryptologen Sovjetcommunicatie tijdens de Tweede Wereldoorlog af. Deze berichten bestonden uit een dubbele encryptie, een code in een code. In 1944 heeft een Amerikaanse cryptoloog een fout in het codeersysteem van de Sovjets ontdekt. Daardoor konden de Amerikanen Sovjetberichten ontcijferen, waardoor een Sovjetspionagenetwerk in de Verenigde Staten aan het licht kwam. Daaruit bleek dat de Sovjets op belangrijke functies spionnen hadden. Zo waren er spionnen aanwezig in de nabije kring van de Amerikaanse president Franklin Delano Roosevelt en spionnen binnen het Manhattanproject. Zo werden er zo'n zestigtal spionnen opgepakt door de politie en voor de rechtbank gebracht, tot op heden zijn nog zo'n 140-tal personen onbekend.

Tijdens de jaren zestig van de 20e eeuw bleef de NSA zich actief richten op de Sovjets. Zo wist de NSA dat de Sovjets Cuba van raketten voorzag. Deze informatie kwam voort uit onderschepte communicatie over bepaalde procedures tussen Sovjetschepen en Cuba. Zo mochten deze schepen enkel 's nachts worden gelost, de lading werd bewaakt door zwaarbewapende manschappen en zwarte schermen. De grootste doorbraak vond plaats op 15 september 1962 toen de NSA een elektronische vingerafdruk van een operationele SA-2-luchtdoelraket. Deze raket was kenmerkend voor de ondersteuning van nucleaire raketten. Toen in oktober 1962 de Cubacrisis uitbarstte, was de Amerikaanse president John F. Kennedy hierop voorbereid. Zo werd een maritieme blokkade opgericht om de aanvoer van raketten te stoppen. De NSA maakte gebruik van aangepaste vliegtuigen die dicht bij de Sovjetgrenzen vlogen om communicatie op te vangen. Bepaalde vliegtuigen vlogen dicht bij de grond met als doel de Sovjetluchtverdediging te kunnen analyseren.

Ook tijdens de Oorlog in Vietnam en de Zesdaagse Oorlog zette de NSA personeel en materiaal in. Tijdens de Koude Oorlog werden verschillende cryptologen van de NSA gedood.

Cyberoorlog Door de toename van elektronische apparaten en het gebruik van internet werd de wereld geglobaliseerd waardoor steeds meer mensen toegang kregen tot deze technologieën. Daardoor moest de NSA de Verenigde Staten beschermen tegen mogelijke cyberaanvallen. Militaire experts uit die tijd waarschuwden immers dat een terrorist gewapend met een ‘muis en modem’, dramatische gevolgen kon hebben op vlak van veiligheid. De prioriteit verschoof naar het bewaken van de binnenlandse elektronische systemen en het voorkomen van een elektronische Pearl Harbour.

Een elektronische Pearl Harbour zou beginnen met reeksen van elektronisch onopvallende software ‘af te vuren’, beter gekend als logic bombs. Nadien worden verschillende computervirussen gestuurd. Het hoofddoelwit zouden computers zijn die worden gebruikt om de nationale economie aan te sturen. Miljoenen mensen hun persoonlijke bankrekeningen zouden op deze manier geplunderd kunnen worden. Dit zou economische instabiliteit kunnen veroorzaken waardoor er paniek ontstaat. Daarbuiten zou ook het nationaal transportbeheersysteem aangevallen worden. Daardoor kan de veiligheid op het wegennet, het luchtverkeer en op het water niet meer worden gewaarborgd. Door deze mogelijke aanval zou in de Verenigde Staten de anarchie heersen. Door deze mogelijke bedreiging werd snel duidelijk dat de prioriteit gericht moest worden op elektronische oorlogsvoering.

War on Terror Proloog 9/11 In mei 1999 moest de toenmalige baas van de NSA, Michael Hayden, zich verantwoorden in het Huis van Afgevaardigden voor het ECHELON-programma. Dit programma pleegde volgens de republikein Bob Barr inbreuken op de privacy van burgers. De burgers hadden volgens hem het recht om door de overheid met rust gelaten te worden. In die tijd onderschepte de NSA al dataverkeer in de VS en dataverkeer van en naar de VS. Toen dit programma aan het licht kwam, werd er in Europa gevreesd voor bedrijfsspionage door de NSA. Als antwoord hierop werd een volledig onderzoek door het Europees Parlement opgestart. Het besluit van dit onderzoek was dat de NSA alle e-mails, telefoongesprekken en faxen onderschepte. Deze informatie werd via Londen via een satelliet doorgestuurd naar Fort George G. Meade, het hoofdkwartier van de NSA.Bamford, B (2008). The Shadow Factory. New York: Anchor books.

In 1999 had de NSA al kennis over de operationele commandopost van Al Qaida in Jemen. Deze commandopost werd toen gelinkt aan Osama bin Laden en aan de aanslagen op de Amerikaanse ambassades in Tanzania en Kenia. Ondanks alle tegenstand van het ECHELON-programma onderschepte de NSA eind december 1999 een telefoongesprek tussen leden van Al Qaida. In dit bericht werd uitdrukkelijk vermeld dat twee personen; Khalid en Nawaf, zich via Kuala Lumpur naar de Verenigde Staten zouden begeven. Toen de NSA dit bericht aan de CIA en de FBI doorstuurde, werden enkel de voornamen van deze personen doorgegeven. Niemand binnen de NSA had eraan gedacht deze naam door hun database te halen. Hierdoor ontbrak dit bericht allerlei relevante informatie. Door het ontbreken van de familienaam konden inlichtingendiensten niet weten dat Nawaf al-Hamzi - een vermoedelijke terrorist - een visum voor de VS had aangevraagd. Binnen de NSA vonden ze dat dit niet hun taak was om de identiteit van vermoedelijke terroristen te onderzoeken. Dit kwam mede door de concurrentie met het Counterterrorism Center van de CIA.