De AOW-leeftijd, ook AOW-gerechtigde leeftijd genoemd, is in Nederland de pensioengerechtigde leeftijd in het kader van de Algemene Ouderdomswet (AOW). Er wordt in vele andere wetten en besluiten ook naar verwezen als "de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet".
De AOW-leeftijd werd in de oorspronkelijke versie van de wet in 1956 vastgesteld op 65 jaar. In 2012 werd dat gewijzigd door het demissionaire kabinet-Rutte I met steun van D66, ChristenUnie en GroenLinks.
Onderscheiden kunnen worden de AOW-leeftijd in een kalenderjaar en de AOW-leeftijd van een persoon. De laatste hangt af van de geboortemaand en van de reeks AOW-leeftijden in een reeks van jaren, totdat de persoon op enig moment de leeftijd bereikt, gelijk aan de AOW-leeftijd van het kalenderjaar.
Tabel AOW-leeftijd Geboren in periode Jaar van bereikenAOW-leeftijd AOW-leeftijd vanaf tot en met03-195712-19602024 t/m 202767 jaar01-196109-19642028 t/m 203167 jaar en 3 maanden
Wettelijke regeling Bovenstaande tabel volgt uit artikel 7 dat bepaalt dat iemand recht krijgt op ouderdomspensioen bij het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd, en het eerste lid van artikel 7a dat per kalenderjaar in jaren en maanden bepaalt wat de pensioengerechtigde leeftijd is tot en met 2025, en de wijze van berekenen van verdere verhogingen daarna, en volgt verder uit de uitkomsten daarvan voor 2026 en 2027 (beide jaren geen verdere verhoging), voor 2028 (weer een verhoging) en 2029 (geen verdere verhoging). Ook vele andere wetten en besluiten verwijzen naar "de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet". Omdat zowel de leeftijd van een gegeven persoon als de AOW-leeftijd stijgen, komt het bereiken van de AOW-leeftijd erop neer dat de leeftijd de AOW-leeftijd inhaalt. Iemands persoonlijke AOW-leeftijd is zijn leeftijd wanneer dit gebeurt.
Wie bijvoorbeeld geboren is op 31 augustus 1950 bereikte de leeftijd van 65 jaar en 3 maanden op 1 december 2015, toen de AOW-leeftijd ook 65 jaar en 3 maanden was; het recht op uitkering ving dus aan op 1 december 2015. Wie geboren is op 30 september 1950 bereikte de leeftijd van 65 jaar en 3 maanden op 30 december 2015, toen de AOW-leeftijd ook nog 65 jaar en 3 maanden was; het recht op uitkering ving dus aan op 30 december 2015. Iemand die aan het eind van een maand geboren is bereikt een leeftijd van een bepaald aantal jaren en maanden dus soms niet aan het eind van een maand, maar pas in het begin van de volgende maand. Doordat december 31 dagen heeft, doet dit zich niet rond de jaarwisseling voor en heeft dit dus geen gevolg voor het kalenderjaar waarin iemand een leeftijd van een bepaald aantal jaren en maanden bereikt, en dus geen gevolg voor zijn persoonlijke AOW-leeftijd. Daardoor is (zoals te zien in bovenstaand overzicht) iemands persoonlijke AOW-leeftijd uitsluitend afhankelijk van zijn geboortemaand, en niet van de dag van de maand.
De verhoging van iemands persoonlijke AOW-leeftijd ten opzichte van de huidige AOW-leeftijd (dus bovenop de verhogingen die al hebben plaatsgevonden) is (zoals in het bovenstaande al aangestipt) vaak groter dan de verhoging van de AOW-leeftijd ten opzichte van de huidige AOW-leeftijd in het kalenderjaar waarin hij de huidige AOW-leeftijd bereikt, omdat door die verhoging vaak ook nog eens de AOW-leeftijd van het volgende of daarop volgende kalenderjaar van toepassing wordt. Bij het tempo van de verhoging van de AOW-leeftijd moet onderscheid gemaakt worden tussen het tijdsverloop tussen de verhogingen en de grootte van het interval van geboortedata van het geboortecohort waarvoor één bepaalde AOW-leeftijd van toepassing is.
De verhogingen van de AOW-leeftijd en de aanvangsleeftijd, voor beide gelijk (in de formule: V) worden voor de jaren vanaf 2026 jaarlijks ruim 5 jaar van tevoren vastgesteld. Dit gebeurt steeds door een mededeling van de staatssecretaris in de staatscourant, als volgt:
V = 2/3 × (L – 20,64) – (P – 67)
waarbij: L staat voor de geraamde macro gemiddelde resterende levensverwachting op 65-jarige leeftijd in het kalenderjaar van verhoging P staat voor de AOW-leeftijd in het kalenderjaar voorafgaande aan het kalenderjaar van verhoging
Indien V negatief is of vóór afronding minder dan 0,25 bedraagt, wordt deze gesteld op 0. Indien V vóór afronding 0,25 of meer bedraagt, wordt deze gesteld op 0,25 (een verhoging met 3 maanden).Vakbond VCP: Verlaag pensioenleeftijd als corona levensverwachting verkort. Gearchiveerd op 29 oktober 2020.
Uitkomsten:
Eind 2020: V = 2/3 × (20,82 – 20,64) – (67 – 67) = 0,12, dit is minder dan 0,25, AOW-leeftijd blijft in 2026 67 jaarMededeling van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 4 december 2020, nr. 2020-0000162440, tot bekendmaking van de pensioengerechtigde leeftijd en de aanvangsleeftijd in 2026. Gearchiveerd op 16 februari 2024.
Eind 2021: V = 2/3 × (20,93 – 20,64) – (67 – 67) = 0,19, dit is minder dan 0,25, AOW-leeftijd blijft in 2027 67 jaarMededeling van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 5 november 2021, 2021-0000168058, tot bekendmaking van de pensioengerechtigde leeftijd en de aanvangsleeftijd in 2027
Eind 2022: V = 2/3 * (21,73 – 20,64) – (67 – 67) = 0,72, dit is meer dan 0,25, AOW-leeftijd wordt in 2028 67 jaar en 3 maanden.Kamerbrief AOW-leeftijd 2028 en fiscale pensioenrichtleeftijd 2024. Gearchiveerd op 21 september 2023.
Eind 2023: V = 2/3 * (20,89 – 20,64) – (67,25 – 67) = 0, dit is minder dan 0,25, AOW-leeftijd blijft in 2029 67 jaar en 3 maanden.Kamerbrief over vaststelling AOW-leeftijd 2029 en pensioenrichtleeftijd 2025. Gearchiveerd op 6 december 2023.
Eind 2024: V = 2/3 * (20,96 – 20,64) – (67,25 – 67) < 0, wordt gesteld op 0, dit is minder dan 0,25, AOW-leeftijd blijft in 2030 67 jaar en 3 maanden.Mededeling van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 8 november 2024, nr. 2024-0000903093, tot bekendmaking van de pensioengerechtigde leeftijd en de aanvangsleeftijd in 2030
Eind 2025: V = 2/3 * (21,02 - 20,64) - (67,25 - 67) = 0,003, dit is minder dan 0,25, AOW-leeftijd blijft in 2031 67 jaar en 3 maanden.Kamerbrief vaststelling AOW-leeftijd 2031 en pensioenrichtleeftijd 2027
Hoewel in 2020 de levensverwachting daalde van 20,1 naar 19,5 jaar voor een 65-jarige, steeg toch de AOW-leeftijd per 1-1-2022 met 3 maanden. Het CBS verwachtte dat in 2027 deze levensverwachting 20,9 jaar zou zijn.Prognose levensverwachting 65-jarigen: 20,93 jaar in 2027. Gearchiveerd op 6 november 2021.
Achtergrond Het getal 18,26 in de formule is de macro gemiddelde resterende levensverwachting op 65-jarige leeftijd zoals die gold in de referentieperiode 2000–2009. Bij deze levensverwachting en een AOW-leeftijd van 65 jaar zou deze leeftijd niet verhoogd worden; de verwachte duur van de uitkering zou voor iemand van 65 jaar 18,26 jaar zijn (niet te verwarren met de verwachte toekomstige duur van de uitkering voor iemand als die geboren wordt; door de kans op vooroverlijden is deze lager). Bij een macro gemiddelde resterende levensverwachting op 65-jarige leeftijd van 20,26 jaar en een AOW-leeftijd van 67 jaar zou deze leeftijd ook niet verhoogd worden; de verwachte toekomstige duur van de uitkering voor iemand van 65 jaar zou iets groter dan 18,26 jaar zijn (omdat bij overlijden binnen 2 jaar de uitkeringsduur 0 is en niet de vanaf de 65-jarige leeftijd resterende levensduur min 2 jaar) en de verwachte duur van de uitkering zou voor iemand van 67 jaar nog iets groter zijn (omdat degenen die die leeftijd niet halen niet meegenomen worden in het gemiddelde). Voor mannen zijn de levensverwachtingen lager dan genoemd, voor vrouwen hoger.
Overgangstermijn van aanpassing van de AOW-leeftijd aan de nieuwe norm Uit het bovenstaande en het vermelde onder "Verhogingen AOW-leeftijd" blijkt dat de aanpassing van de AOW-leeftijd aan de nieuwe norm op basis van levensverwachting in 10 stappen plaatsvond/vindt, ingaand in elk van de jaren 2013 t/m 2022: een verhoging met 27 maanden in stappen van achtereenvolgens 1 maand (3 maal), 3 maanden (3 maal), 4 maanden (3 maal) en 3 maanden (1 maal). In 2022 zou de overgangstermijn dus voltooid zijn. Verdere aanpassingen zouden gelijk oplopen met de statistische levensverwachting.
Wetswijzigingen in verband met het pensioenakkoord In vervolg op het principeakkoord over de vernieuwing van het pensioenstelsel, waarover de FNV en nog enkele vakcentrales in juni 2019 na raadpleging van de leden positief hebben besloten,https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2019/06/05/kamerbrief-principeakkoord-vernieuwing-pensioenstelsel. Gearchiveerd op 27 juni 2021.https://www.rijksoverheid.nl/documenten/publicaties/2019/06/05/tabel-aow-leeftijden-obv-principeakkoord. Gearchiveerd op 30 augustus 2021.https://www.telegraaf.nl/nieuws/1198740704/fnv-stemt-in-met-pensioenakkoord. Gearchiveerd op 19 oktober 2020. is er als eerste, over een onderdeel van het akkoord, de Wet van 3 juli 2019 tot wijziging van de Algemene Ouderdomswet, de Wet op de loonbelasting 1964, de Wet verhoging AOW- en pensioenrichtleeftijd, de Wet versnelling stapsgewijze verhoging AOW-leeftijd en de Wet tegemoetkomingen loondomein in verband met temporisering van de stapsgewijze verhoging van de AOW-leeftijd (Wet temporisering verhoging AOW-leeftijd).https://zoek.officielebekendmakingen.nl/dossier/35223. Gearchiveerd op 6 maart 2021.Wet temporisering verhoging AOW-leeftijd. Gearchiveerd op 14 mei 2021.Voorstel minder snelle stijging AOW-leeftijd aangenomen. Gearchiveerd op 7 mei 2021. Dit is al in de tabel hierboven verwerkt.
De verhogingen van de AOW-leeftijd volgens artikel 9a, 1e lid, per 1 januari 2020 en 1 januari 2021 zijn niet doorgegaan, en vervolgens stijgt de AOW-leeftijd in 2022 naar 66 jaar en 7 maanden, in 2023 naar 66 jaar en 10 maanden, en in 2024 naar 67 jaar. Daarmee wordt de AOW-leeftijd verlaagd voor wie geboren is in de periode van september 1953 tot en met december 1957.
Met de wetswijziging vervalt de grondslag van de besluiten in 2017, 2018 en 2019 (zie onder) om krachtens artikel 9a, 2e lid steeds op grond van de actuele levensverwachting de AOW-leeftijd per 1 januari 2022, 2023 en 2024 al of niet met 3 maanden te verhogen. De Wet van 2 december 2020, houdende wijziging van de Algemene Ouderdomswet en de Wet op de loonbelasting 1964 in verband met de verandering van de koppeling van de AOW- en pensioenrichtleeftijd aan de stijging van de levensverwachting (Wet verandering koppeling AOW-leeftijd) bepaalt dat een toename van de levensverwachting voor 2/3 deel resulteert in een hogere AOW-leeftijd, en voor 1/3 deel in een langer durende uitkering. De wet voorziet niet in daling van de AOW-leeftijd bij een eventuele daling van de levensverwachting. De regering wil voorkomen dat de AOW-leeftijd van jaar op jaar zou gaan schommelen, en stelt dat de langetermijntrend van de levensverwachting stijgend is en blijft. Echter, in de periode 2014-2019 stabiliseerde de levensverwachting voor 65-jarigen.Levensverwachting stijgt met halve week . Gearchiveerd op 23 april 2021.
Belang van de AOW-leeftijd De AOW-uitkering gaat in op de dag dat de betrokkene de AOW-leeftijd heeft bereikt.
Verder houdt bij het bereiken van de AOW-leeftijd het recht op uitkering op bij de WW, WAO, WIA, Wajong,Wajongers zijn geboren na 1967, dus deze bereiken voorlopig de AOW-leeftijd nog niet. Anw, IOAW / IOW, IOAZ, TW (en waar van toepassing ook de premieplicht).
Wettelijk kan een werknemer met ingang van de AOW-leeftijd ontslagen worden. Een cao kan echter bepalen dat het bereiken van de AOW-leeftijd geen reden kan zijn voor ontslag.
Ook onder meer enkele heffingskortingen zijn afhankelijk van het al dan niet bereikt hebben van de AOW-leeftijd.
Een aanvullend ouderdomspensioen moet uiterlijk 5 jaar na de AOW-leeftijd ingaan.https://wetten.overheid.nl/BWBR0002471#HoofdstukIIB_Artikel18a