thumb|Binnenstad van Riga in 2019 Riga (Lets: Rīga, Russisch: Рига) is de hoofdstad van Letland en is met circa 640.000 inwoners de grootste stad van de Baltische staten. De stad ligt aan weerszijden van de Westelijke Dvina (Lets: Daugava), dicht bij de monding in de Golf van Riga (Oostzee), en beslaat 307,17 km². Het is het politieke, economische en culturele centrum van Letland. In Riga bevinden zich de kantoren van de Body of European Regulators for Electronic Communications (BEREC) van de Europese Unie. De stad wordt bediend door Riga International Airport en beschikt over een bus- en tramnet.
Riga werd gesticht in 1201 en is een voormalige Hanzestad. Het historisch centrum van Riga staat op de Unesco-Werelderfgoedlijst, onder andere dankzij de pittoreske oude binnenstad (ook wel bekend als Vecrīga) met haar kronkelende straten, middeleeuwse kerken, waarvan de torenspitsen de skyline domineren, en gildehallen. Het werelderfgoed omvat ook Riga's houten architectuur uit de 19e eeuw en haar art-nouveau-architectuur uit de late 19e en vroege 20e eeuw. Riga zou de meest verfijnde verzameling art-nouveaugebouwen hebben in Europa.Historic Centre of Riga op whc.unesco.org/ In de Nieuwe Stad zijn voorbeelden van art-nouveau te vinden. De Oude en Nieuwe stad worden van elkaar gescheiden door parken met een kronkelend kanaal, dat eerder een slotgracht was langs de stadsmuur. De Vrijheidsboulevard (Brīvības bulvāris), waarop het Vrijheidsmonument staat, loopt als een as door de stad.
Riga was in 2014 samen met het Zweedse Umeå Culturele hoofdstad van Europa. De stad organiseerde in 2003 het Eurovisiesongfestival en in 2006 de NAVO-top.
Riga is lid van het netwerk Eurocitieswww.eurocities.eu en van de Unie van Baltische Steden.www.ubc.net
Bevolking De bevolkingsgegevens geven een daling van de bevolking weer:Census 01-01-2007 1989: 910.445Bron: UN Demographic Yearbook 1993, 12 jan 2000: 764.329Bron: Centraal Statistisch Bureau van Letland; 31 mrt 2010: 709.145Bron: Centraal Statistisch Bureau van Letland; 1 jan 2019: 632.614 De grootste etnische groep zijn de inheemse Letten (44%), net gevolgd door de Russen (37,7%), verder 3,7% Wit-Russen, 3,7% Oekraïners, 1,8% Polen en 9,1% diversen.
Geschiedenis Het gebied aan de monding van de Westelijke Dvina vormde een ideale vestigingsplaats voor de plaatselijke vissersbevolking, de Lijven, een aan Esten en Finnen verwant kustvolk, dat later door de Letten is geassimileerd maar wel zijn naam naliet in de oude naam voor oostelijk-Letland: Lijfland (westelijk-Letland heet vanouds: Koerland). Het vissersdorp Riga werd nadien als handelsoverslagplaats ingericht door handelslieden uit noordelijk Duitsland, Scandinavië en Rusland.
Duitse kolonisatie thumb|left|180px|Albert van Riga In 1186 werd in het stroomopwaarts gelegen Üxküll door Meinhard van Segeberg het bisdom Lijfland opgericht. Nadat bisschop Albert von Buxthoeveden de hulp van de Orde van de Zwaardbroeders ingeroepen had versloegen deze in 1198 de heidense Lijven.
De Zwaardbroeders bouwden in 1201 bij Riga een burcht als bastion voor hun pas verworven macht. Daarbij werd ook de stad gesticht. In 1202 verplaatste Albert de zetel naar Riga, als het bisdom Riga. In 1228 sloot de pauselijk legaat Willem van Modena een compromis tussen de bisschop en de Orde, waarbij de Orde twee derde en de bisschop een derde van het veroverde gebied in handen kreeg.
In 1246 vond de verheffing tot aartsbisdom voor alle Baltische landen plaats met als eerste aartsbisschop Albert Suerbeer. Riga viel officieel binnen het wereldlijk territorium van de bisschop, maar de aanwezigheid van de Zwaardbroeders en de geleidelijk machtiger wordende burgerij zorgden voor een eeuwenlange strijd om de macht over de stad. De Zwaardbroeders werden na 1237 als Lijflandse Orde een deel van de Duitse Ordestaat, een staat geleid door een aan geestelijke geloften gebonden ridderschap. Deze ridders waren grotendeels afkomstig uit Westfalen. Zij kwamen van tijd tot tijd in gewapend conflict met de bisschop en met de burgerij van Riga die met haar op handel gerichte belangen andere doelen nastreefde dan die van de territoriale machtsexpansie die de ridderorde beoogde.
Cultuur De nieuwe burgers in de steden, met name in Riga, waren als handels- en ambachtslieden eveneens afkomstig uit het Duitse Rijk en bestuurden hun stad volgens Duits stadsrecht, dat wil zeggen met eigen rechtspleging, zelfbestuur door een burgerraad en de organisatie van gilden volgens zogenaamde 'willekeuren' (collectieve rechten).
Cultureel was het middeleeuwse Riga een Midden-Europese stad van middelgrote omvang met op het laatst 12.000 inwoners. Zij spraken voornamelijk Nederduits, alleen het van het platteland afkomstige dienstpersoneel bestond uit Letten aan wie overigens door het stadsbestuur geen burgerrecht werd toegestaan.
Riga werd een economische poort tussen Midden- en West-Europa enerzijds en Rusland anderzijds. In 1282 werd de stad lid van het Hanze-verbond, een vooral Noord-Duitse vereniging van steden, en daarmee verstevigde de stad zijn politieke en economische positie. Haar concurrentiekracht werd echter verzwakt door allianties tussen Litouwen, Polen, Denemarken en Zweden, die een groter belang hadden bij Dantzig.
Onder Polen en Zweden
Na de hervorming werd Lijfland luthers en de positie van de bisschop bleek onhoudbaar. De Lijflandse Oorlog van 1558 tot 1582 betekende het einde van de oude machtsstructuren. In 1561 werd de Lijflandse Orde opgeheven en trad de laatste bisschop, Wilhelm von Brandenburg, af. Riga verklaarde zich een vrije stad, maar de landdag van de Lijflandse Confederatie was genoodzaakt de bescherming aan te vragen van Sigismund II, grootvorst van Litouwen en koning van Polen. Hierdoor was de vrijheid maar van korte duur.
Na 1561 werd Riga een deel van het Hertogdom Lijfland dat deel was van het Pools-Litouwse Gemenebest. Zonder veel effect werd nu de contrareformatie gestimuleerd. De Dertigjarige Oorlog maakte daaraan een einde toen de Zweedse koning Gustaaf Adolf in 1621 het westelijk deel van het hertogdom inclusief de stad Riga veroverde. Riga werd nu deel van Zweeds Lijfland, waarmee een periode van economische en culturele bloei aanbrak omdat de stad de belangrijkste uitvoerhaven voor Russisch graan, hout en bont werd. Pogingen van Rusland om de stad in te nemen liepen in 1656 en 1700 op niets uit, maar hadden in 1710 succes.
Ook voor de Republiek der Verenigde Nederlanden was Riga een belangrijke handelspartner, waar vooral hennep en hout voor de scheepsbouw gehaald werden.De haven van Riga in de tweede helft van de 17e eeuw
Russische tijd
Tijdens de Grote Noordse Oorlog dwong de Russische tsaar Peter de Grote in 1710 Zweeds-Lijfland en Zweeds-Estland onder zijn gezag. Bij de Vrede van Nystad op 10 september 1721 kwamen Lijfland en Estland als de zogenaamde Baltische gouvernementen bij het Russische Keizerrijk. Riga werd hoofdstad van het Gouvernement Riga. Het Russisch gezag zou ruim twee eeuwen gaan duren.
De verarming was in deze tijd groot; een derde deel van de bevolking was gestorven ten gevolge van de oorlog. De uitoefening van het gezag werd door de tsaren overgelaten aan de vanouds Duitstalige (oorspronkelijk Nederduits, na de reformatie toenemend Hoogduits sprekende) elites: dat wil zeggen de grootgrondbezittende Baltische adel (de Ritterschaft, spottend ook wel de "Baltische baronnen" genoemd) en de eveneens Duitssprekende stedelijke burgerij. Riga kreeg geen universiteit maar wel een hogere zogenaamde Domschule, waaraan onder andere Johann Gottfried Herder doceerde.
De stad Riga had na de stichting van die stad concurrentie te duchten van de nieuwe haven van Sint-Petersburg maar bleef de tweede haven van het Russische Rijk en breidde zich in snel tempo uit. De Duitstalige burgerlijke cultuur bleef dominant tot aan het einde van de 19e eeuw. In die tijd begon de Russische regering met een centraliseringspolitiek die in de Baltische provincies de Russische bureaucratie versterkte en het Russisch in bestuur en onderwijs als enige taal voorschreef. In 1878 werd de stedelijke autonomie opgeheven en het bestuur gelijkgeschakeld met de andere steden in het Russische Rijk. Eeuwenlang was het hogere onderwijs Duitstalig geweest, maar in 1889 moest het plaats maken voor Russischtalige staatsscholen. De jonge generatie van de Duitstalige elite emigreerde in toenemende mate naar Midden-Europa. Vele wetenschappers, literatoren en militairen, met name in Pruisen, stamden uit zogenoemde Duits-Baltische families (zie Baltische Duitsers). Zij bleven in Duitsland, waar zij de universiteiten bezochten, vooral nadat de Russische regering na 1889 het Duitstalig hoger onderwijs in de Baltische provincies had opgeheven. In 1880 was onder de stadsbevolking van Riga nog een relatieve meerderheid van 40% Duits, terwijl de Letten toen nog geen 20% telden. In 1897 was dat aantal Duitsers, onder inmiddels 282.000 inwoners, gedaald tot 25,5%, terwijl 46% zich als Let, en 17% als Rus liet registreren. Van de 56 in Riga uitgegeven kranten en tijdschriften waren 20 in het Duits, 20 in het Russisch en 15 in het Lets gesteld. Na de revolutie van 1905 werd de oude Baltisch-Duitse elite politiek definitief onttroond, terwijl de nieuwe Russische ambtenarij haar nog niet geheel had vervangen. In het vacuüm daartussen manifesteerde zich nu een opkomend nationalisme onder de Letten, maar ook het internationale socialisme dat Letse en Russische arbeiders verbond. Deze opstand van communisten en nationalisten werd door het Russische leger pas na grote verwoestingen, met name van de adellijke landhuizen, neergeslagen. In de Eerste Wereldoorlog kwam de stad tussen de fronten van het Duitse en het Russische leger te liggen. Dat bracht grote verwoestingen met zich mee en de helft van de bevolking vertrok, voor een deel gedwongen, naar het Russische binnenland. In 1917 trokken de Duitse troepen de stad binnen en brak een strijd uit tussen Letse nationalistische, communisten en Duitse legereenheden, waarvan de eerste en de laatste zich voorlopig met elkaar verbonden. In 1920 werd de nationale onafhankelijkheid uitgeroepen en inmiddels waren veel bewoners teruggekeerd. Het Duitse aandeel was in 1922 geslonken tot nog maar 16% bij een tot 185.000 afgenomen bevolking. Toen de meerderheid Let te zijn. De Russen waren na het verdrijven van hun staatsgezag afgenomen tot 6%, terwijl door de revolutie in Rusland veel Joden in de stad een veilige plaats hadden gezocht en hun aantal was verdubbeld.
Niettemin bleef de culturele oriëntatie van Riga Midden-Europees, wat bijvoorbeeld uit het ruime gebruik van de bouwstijlen van het fin de siècle en de Secession blijkt. De dominantie van de Duitse taal werkte nog lang door wat mag blijken uit een telling in 1904 van de in Riga uitgegeven tijdschriften en dagbladen: van de 56 was 20 Duits- en 15 Lets-talig. Daarbij moet rekening gehouden worden met een aanzienlijke joodse burgerij die zich ontwikkelde op basis van migratie uit het toentertijd ook tot het Russische rijk behorende Polen en Litouwen. In Riga telden Joden 7% van de bevolking; velen bedienden zich van de Duitse taal en dus ook van Duitstalige media. De instroom van Letten van het platteland deed zich niettemin meer en meer gelden, nadat plattelanders zich vrij in de stad mochten vestigen. In theaters, literaire en wetenschappelijke verenigingen en in de media kwam voor het eerst ook enige plaats voor de Letse taal, echter niet blijvend in het onderwijs dat sinds 1889 een speerpunt werd van de politiek van russificatie.
Bron bevolkingsstatistiek : Annuaire statistique de la Lettonie pour l'année 1922, Riga 1922.
Eerste Wereldoorlog en onafhankelijkheid