thumb|350px|Kaart van Julianus' onsuccesvolle veldtocht.

Julianus' Perzische veldtocht of de Romeins-Perzische Oorlog van 363 was de laatste veldtocht van de Romeinse keizer Julianus. Deze begon in maart 363. Het was een agressieve oorlog tegen het Perzische Rijk van de Sassaniden, onder de Sassanidische sjah Sjapoer II. Er wordt verondersteld dat Sjapoer een invasie verwachtte langs de Tigrisvallei. Julianus stuurde een detachement soldaten naar zijn bondgenoot Arsaces II van Armenië om zich aan te sluiten bij diens leger en de route langs de Tigris te bezetten. Ondertussen ging hij met zijn hoofdleger snel naar de Eufraatvallei, waar hij slechts verspreide weerstand ontmoette, en hij bereikte de muren van de Perzische hoofdstad Ctesiphon, waar hij een Perzisch leger versloeg in de Slag bij Ctesiphon (363). Julianus kon de stad echter niet innemen en hij werd al snel besluiteloos. Hij werd misleid door Perzische spionnen om zijn vloot in brand te steken en om een nadelige route te nemen voor de terugtocht. Tijdens deze terugtocht werd zijn leger voortdurend aangevallen door de Sassaniden en zo kwam zijn leger tot stilstand.

In een van de schermutselingen raakte Julianus dodelijk gewond waardoor zijn opvolger Jovianus alleen achterbleef met het leger, gevangen in Perzisch gebied. De nieuwe keizer werd in het licht van de "verpletterende militaire nederlaag" die de Romeinen hadden geleden gedwongen om de vernederende voorwaarden die hem opgelegd werden te aanvaarden om zo de rest van het leger en zichzelf te redden van de totale vernietiging.Beate Dignas & Engelbert Winter, "Rome & Persia in Late Antiquity; Neighbours & Rivals", (Cambridge University Press, English edition, 2007), p94, p131 & p134 Het voor de Romeinen schandelijke verdrag droeg de heerschappij over de belangrijke steden en forten Nisibis en Singara over aan de Perzen, en stopte de alliantie met Armenië, wat Sjapoer eigenlijk de mogelijkheid gaf om Armenië binnen te vallen en het te annexeren. Zo werd Arsaces II van Armenië achtergelaten zonder enige militaire of diplomatische hulp. Hij werd gevangengenomen door Sjapoer in 368; hij pleegde in 369 of 370 in gevangenschap zelfmoord.

Doelen en voorbereiding Volgens de Romeinse bronnen uit die tijd was Julianus' doel om de Perzen te straffen voor hun recente invasie van de oostelijke provincies van Rome; daarom weigerde hij Sjapoers onmiddellijke aanbod om te onderhandelen.Libanius, Redevoeringen 17.19, 18.164 Onder de leiders van de expeditie was ook Hormizd, een broer van Sjapoer II, die veertig jaar eerder was weggevlucht uit het Perzische Rijk en verwelkomd was door de Romeinse keizer Constantijn I. Julianus' bedoeling zou geweest zijn om Sjapoer te vervangen door Hormizd.Libanius, Brieven 1402.3 Julianus, een grote aanhanger van het oude Romeinse, polytheïstische geloof, raadpleegde verschillende belangrijke orakels over de afloop van zijn expeditie.Theodoretus van Cyrrhus, Historia ecclesiastica 3.21-25

De filosoof Sallustius, een vriend van Julianus, adviseerde hem om zijn plan te laten varen,Ammianus Marcellinus, Res gestae 23.5.4 en er werden verschillende ongunstige voortekenen bericht; op aandringen van de andere adviseurs ging Julianus op weg met zijn leger.Ammianus Marcellinus, Res gestae 23.5.10; Socrates Scholasticus, Historia ecclesiastica 3.21.6 Hij gaf Arsaces II van Armenië (niet Arsaces II van Parthië) de instructies om een groot leger voor te bereiden, maar zonder zijn bedoelingen aan hem te zeggen.Ammianus Marcellinus, Res gestae 23.2.2; Libanius, Redevoeringen 18.215; Sozomenus, Historia ecclesiastica 6.1.2 Hij stuurde Lucillianus naar Samosata bij de bovenloop van de Eufraat om een vloot rivierschepen te bouwen.Magnus van Carrhae 225 F 1 (Malalas, Chronographia 13 pp. 328-329) Historici denken dat deze voorbereidingen ervoor zorgden dat Sjapoer dacht dat de invasie uit het noorden zou komen, langs de Tigrisvallei.

Vooruitgang thumb|De Romeinse weg van Antiochië naar Chalcis en Aleppo, de eerste fase van Julianus' expeditie. Julianus had overwinterd in Antiochië in Syria. Op 5 maart 363 ging hij naar het noordoosten langs de weg naar AleppoDodgeon and Lieu (1991) p. 231 en Manbij, waar vijftig soldaten stierven bij de instorting van een zuilengang terwijl ze eronder aan het marcheren waren.Ammianus Marcellinus, Res gestae 23.2.6 Het volledige leger verzamelde zich in deze stad, stak de Eufraat over en marcheerde naar Harran, dat bij de Romeinen bekend stond als Carrhae, de plaats van de beroemde of beruchte slag waarin de Romeinse generaal Crassus verslagen en gedood werd in 53 voor Christus. "Van daaruit lopen twee verschillende koninklijke wegen naar Perzië," schrijft ooggetuige Ammianus Marcellinus: "degene aan de linkerkant door Adiabene en over de Tigris; degene aan de rechterkant door Assyria en over de Eufraat."Ammianus Marcellinus, Res gestae 23.3.1 Julianus maakte gebruik van beide. Hij stuurde een detachement (30.000 man volgens Ammianus, maar slechts 18.000 volgens Zosimus) onder Procopius en Sebastianus naar de Tigris waar ze zich moesten aansluiten bij Arsaces II en zijn Armeense leger. Daarna moesten ze de Perzen aanvallen vanuit het noorden.Ammianus Marcellinus, Res gestae 23.3.4-5; Zosimus, Geschiedenis 3.12.3-5; Sozomenus, Historia ecclesiastica 6.1.2

Julianus zelf ging met het grootste deel van zijn leger (dat 65.000 man telde, maar of dit voor of na Procopius' vertrek was is onduidelijk) naar het zuiden naar de benedenloop van de Eufraat, waarbij hij Callinicum (Ar-Raqqah) op 27 maart bereikte en de vloot onder leiding van Lucillianus ontmoette.Ammianus Marcellinus, Res gestae 23.3.6-9; Zosimus, Geschiedenis 3.13.1-3 Daar werd hij ook bezocht door de leiders van de "Saraceni" (Arabische nomaden), die Julianus een gouden kroon aanboden. Hij weigerde echter om in ruil de traditionele schatting te betalen.Ammianus Marcellinus, Res gestae 23.3.8, 25.6.10 Het leger volgde de Eufraat stroomafwaarts naar Circesium (de grensstad) en stak de rivier de Aboras (Khabur) over met een pontonbrug.

Verloop van de oorlog Van Circesium naar Ctesiphon Eenmaal over de grens zette Julianus de ijver van de soldaten kracht bij met een vurig pleidooi, waarin hij zijn hoop en redenen voor de oorlog uitsprak, en gaf 130 zilverstukken aan iedere soldaat.Edward Gibbon, The Decline and Fall of The Roman Empire, (The Modern Library, 1932), ch. XXIV., p. 808 Het leger werd verdeeld tijdens de mars in drie divisies. Het centrum onder Flavius Victor, samengesteld uit zware infanterie; de cavalerie onder Arinthaeus en Hormizd op de linkerflank; de rechterflank, die marcheerde langs de oever en zo contact met de vloot behield en bestond uit cavalerie, werd geleid door Nevitta. De bagage en achterhoede stond onder Dagalaefus, terwijl de verkenners geleid werden door Lucilianus.Gibbon, p. 809 Een aanzienlijk detachement werd achtergelaten om het fort van Circesium te bewaken, want vele van de grillige Arabische stammen bij de grens waren bondgenoten van de Sassaniden.

Julianus drong daarna snel door in Assyrië. Omdat het grootste deel van Assyrië zich bevond in de dorpen op de oevers van de Eufraat (gelijkaardig aan de concentratie van Egypte aan de Nijl) en het platteland grotendeels woestijn was, schaadde Julianus' mars, waarbij ieder dorp dat zijn vooruitgang hinderde platgebrand werd en het omringende land verwoest werd, de industrie van de provincie erg zwaar. Omdat Sjapoer Julianus' aanval niet zo snel verwacht had en zeker niet vanuit die richting, ontmoette Julianus bijna geen tegenstaand; enkele Saraceense ruiters hinderden hem op de flanken, en de sterkte van de muren van Thilutha zorgden ervoor dat de stad zich kon overgeven en zo een plundering ontliep.Gibbon, pp. 809-11 Maar de belangrijkste steden van de provincie werden ingenomen: Anah gaf zich over en Macepracta viel.

Na Macepracta, dat ze bereikt hadden na een mars van twee weken, ging het leger verder om Pirisabora te belegeren, de grootste stad van Mesopotamië, Ctesiphon, de hoofdstad, uitgezonderd. Drie dagen volstonden om de stad te veroveren, en de inname van Pirisabora werd gevolgd door een wrede plundering. Nadat zijn belegeringswerken de citadel hadden vernietigd, liet Julianus de buit aan zijn leger. Hij nam slechts een klein deel om voorraden te kunnen betalen. Het overschot van de rijkdom van de stad, waaronder het grootste deel van de populatie, werd overgelaten aan de genadeloze vernietiging.Gibbon, Ibid.

Nadat hij op ongeveer 20 km van Ctesiphon gekomen was, begon Julianus het fort Maiozamalcha te belegeren, waarvan de formidabele verdedigingswerken de hoofdstad beschermden. Ook hiervan werd de citadel echter ingenomen en vernietigd door de muren te ondergraven, en Julianus bewees opnieuw zijn moed door te vechten in de voorste rangen tijdens de aanval. Een poging om hem te vermoorden, terwijl hij op enige afstand van de stad stond, kon Julianus zelf verhinderen, en hij vermoordde zijn aanvallers met zijn eigen zwaard.Gibbon, p. 814

Ctesiphon

Nadat hij de residenties, paleizen en tuinen van de Perzische koning ten noorden van de hoofdstad (waaronder ook een grote menagerie) vernietigd had, en nadat hij zijn positie versterkt had door geïmproviseerde fortificaties, richtte Julianus nu zijn aandacht op de stad zelf. De tweelingssteden Ctesiphon en Carche (het vroegere Seleucia) lagen nu open voor Julianus. Om de plaats langs beide zijden te belegeren liet Julianus eerst een kanaal graven tussen de Eufraat en de Tigris, waardoor zijn vloot de Tigris kon binnenvaren. Hierdoor kon hij ook zijn leger naar de andere oever overzetten. Een groot Perzisch leger had zich verzameld in Ctesiphon, dat de aangeduide plaats was voor Sjapoers leger bij het begin van de veldtocht; zijn leger had zich opgesteld langs de oostelijke oever in een sterke verdedigende positie, en het vereiste een nachtelijke verrassingsaanval en een daaropvolgend lang en moeilijk gevecht, dat blijkbaar 12 uur duurde, om de rivier te bereiken. Maar de Romeinen konden uiteindelijk de overwinning behalen, en de Perzen werden teruggedreven in de stad nadat ze zware verliezen geleden hadden: 2500 man; er wordt vermeld dat Julianus' verliezen niet meer dan 70 man bedroegen.Gibbon, pp. 817-20

Hoewel Julianus veel belegeringswerktuigen had meegebracht door Assyrië en hij bevoorraad werd door een vloot die de onbetwiste controle over de rivier had, lijkt het erop dat de Romeinen wat moeilijkheden hadden om Ctesiphon te belegeren.Gibbon, p. 821 Het lijkt onwaarschijnlijk dat Julianus' onvermogen toegeschreven zou kunnen worden aan de sterkte van de muren van de stad, aangezien de stad al bij verschillende vroegere gelegenheden in Romeinse handen gevallen was. In elk geval riep Julianus een oorlogsraad bijeen, waarin hij besliste om het beleg op te heffen. Procopius en Sebastianus, die misschien al van nature nalatig waren, konden door Arsaces' vijandigheid tegen Julianus hun taak niet uitvoeren door aan te vallen vanuit het noorden, en bleven in Noord-Mesopotamië. Julianus, die dagelijks uitgedaagd werd door de verdedigers van de stad om een veldslag te voeren tegen Sjapoers leger in plaats van doelloos rond de stad te staan, gaf ten slotte zijn laatste hoop op versterkingen, die noodzakelijk waren om de stad in te nemen, op. Gezien Sjapoers opoffering van de buitenprovincies en omdat hij de Perzische vredesvoorstellen nog steeds niet wilde accepteren, besloot Julianus om door te trekken naar het Perzische kernland om daar de koning tegemoet te treden.Gibbon, pp. 820, 821