Heinz Bernard Lammerding, evtl. Heinrich Bernhard Lammerding (Dortmund, 27 augustus 1905 - Bad Tölz, 13 januari 1971) was een Duitse officier en SS-Gruppenführer en Generalleutnant in de Waffen-SS gedurende de Tweede Wereldoorlog. Hij was de hoofdverantwoordelijke voor het bloedbad van Oradour-sur-Glane en het bloedbad van Tulle in juni van 1944, door middel van de 2. SS-Panzer-Division Das Reich.
Leven Heinrich Bernhard „Heinz” Lammerding werd op 27 augustus 1905 als zoon van de architect Heinrich Lammerding in Dortmund geboren. Hij studeerde van 1923 tot 1928 civiele techniek aan de Technische Hochschule en behaalde in 1932 zijn ingenieursdiploma. Vervolgens werkte hij als technisch ambtenaar en was hij tot 1933 hoofd van een bureau van de afdeling stedenbouw van de stad Dortmund.Mitcham Jr. 2009, p.64. Lammerding was aanvankelijk werkzaam in de civiele techniek en stedenbouw voordat hij zich volledig aan zijn loopbaan binnen de nazi-organisaties wijdde.Yerger 1999, p.73.
Lammerding werd in 1931 lid van de NSDAP en trad op 18 oktober van dat jaar toe tot de SA. In 1934 werd hij hoofd van de pioniersdienst van de SA en later inspecteur van de pionierseenheden. Op 16 juni 1934 trouwde Lammerding met Cäcillie Schulte. Het echtpaar kreeg twee kinderen, een zoon en een dochter. Op 1 april 1935 trad hij toe tot de SS en op 1 mei 1935 werd hij bevorderd tot SS-Obersturmführer. In november 1940 werd Lammerding eerste Generalstabsoffizier (Ia) van de SS-Division Totenkopf. Na een korte periode in de staf van een Panzer-Korps werd hij stafchef van SS-Obergruppenführer Erich von dem Bach-Zelewski, die als chef van de Bandenkampfverbände verantwoordelijk was voor de Duitse partizanenbestrijding aan het oostfront.
Aan het oostfront was Lammerding betrokken bij de Duitse represaillepolitiek tegen de burgerbevolking. In zijn functie onder von dem Bach-Zelewski ondertekende en gaf hij bevelen voor zogenaamde „Sühnemaßnahmen”, waarbij dorpen werden verwoest en burgers werden gedood als vergelding voor daadwerkelijke of vermeende steun aan partizanen. Dergelijke acties maakten deel uit van de Duitse anti-partizanenoorlog, waarbij tienduizenden Sovjetburgers werden vermoord.
In 1943 kreeg Lammerding het bevel over verschillende Kampfgruppen aan het oostfront. Op 23 oktober 1943 werd hij commandant van de 2. SS-Panzer-Division „Das Reich”. Op 25 januari 1944 werd zijn positie als divisiecommandant bevestigd. In het voorjaar van 1944 werd de divisie naar Frankrijk overgebracht om de strijd tegen het Franse verzet voort te zetten.
Op 9 juni 1944 gaf Lammerding bevelen voor de bestrijding van het Franse verzet in de omgeving van Clermont-Ferrand. Diezelfde dag voerden onderdelen van de divisie in Tulle een represailleactie uit na aanvallen van het verzet. Nadat de Duitse troepen de stad opnieuw hadden ingenomen, werden 99 mannelijke inwoners opgehangen. De gebeurtenissen in Tulle vormden een van de ernstigste Duitse represailleacties tegen de Franse burgerbevolking tijdens de opmars van de divisie naar Normandië.
In dezelfde periode werd Helmut Kämpfe, een SS-officier van de divisie, door leden van het Franse verzet gevangengenomen. Kämpfe werd op 9 juni 1944 in de omgeving van Guéret gevangengenomen en later door het verzet gedood. Na de oorlog werd zijn ontvoering in verband gebracht met het bloedbad van Oradour-sur-Glane. Volgens een veelgehoorde theorie zouden Duitse troepen hebben vernomen dat Kämpfe door het verzet werd vastgehouden en zou dit een aanleiding zijn geweest voor de aanval op Oradour. Voor deze verklaring bestaat echter onvoldoende betrouwbaar bewijs. Het United States Holocaust Memorial Museum wijst erop dat er geen aanwijzingen zijn dat de Duitse troepen in Oradour daadwerkelijk naar Kämpfe zochten.
Op 10 juni 1944 omsingelden leden van de 2. SS-Panzer-Division „Das Reich” het dorp Oradour-sur-Glane. De operatie stond onder leiding van SS-Sturmbannführer Adolf Diekmann, commandant van het I. bataljon van het 4e SS-Panzergrenadier-Regiment „Der Führer”. De inwoners werden bijeengedreven en de mannen werden in verschillende groepen opgesloten en doodgeschoten. Vrouwen en kinderen werden naar de kerk gebracht, waar brand uitbrak. Het merendeel van de aanwezigen kwam daarbij om het leven. In totaal werden 642 mensen vermoord.
De precieze bevelslijn die tot het bloedbad van Oradour-sur-Glane leidde, is niet volledig opgehelderd. Lammerding was als commandant van de 2. SS-Panzer-Division de hoogste officier binnen de divisie die bij de gebeurtenissen betrokken was. Historici zijn het echter niet volledig eens over de precieze inhoud van de bevelen die voorafgaand aan de aanval werden gegeven en over de mate waarin de uitvoering door Diekmann daarvan afweek. Het Duitse Haus der Geschichte stelt dat tot op heden niet definitief is vastgesteld wie het bevel tot de vernietiging van Oradour gaf.
Volgens historicus Max Hastings waren Lammerdings militaire capaciteiten onvoldoende voor het commando over een divisie en was zijn benoeming volgens hem mede het gevolg van Lammerdings nauwe persoonlijke relatie met Heinrich Himmler. Dit betreft een beoordeling van Hastings en dient als zodanig aan hem te worden toegeschreven.
Op 25 juli 1944 raakte Lammerding tijdens een inspectie van het SS-Panzerregiment 2 in Normandië gewond. Hij werd tijdelijk als divisiecommandant vervangen, maar nam na zijn herstel het commando over de 2. SS-Panzer-Division „Das Reich” opnieuw op. Op 23 oktober 1944 werd hij opnieuw officieel als divisiecommandant aangesteld. Op 2 februari 1945 benoemde Himmler hem tot stafchef van de Heeresgruppe Weichsel.
Na de oorlog werd Lammerding in Frankrijk vervolgd voor zijn verantwoordelijkheid voor de massamoorden in Tulle en Oradour-sur-Glane. In 1951 werd hij bij verstek door een Franse militaire rechtbank in Bordeaux ter dood veroordeeld. West-Duitsland leverde hem niet aan Frankrijk uit. Lammerding vestigde zich vervolgens in Düsseldorf, waar hij een bouwbedrijf leidde. Hij overleed op 13 januari 1971 in Bad Tölz.
Na de oorlog Na de Tweede Wereldoorlog werd Heinz Lammerding in Frankrijk vervolgd voor zijn betrokkenheid bij het bloedbad van Oradour-sur-Glane en het bloedbad van Tulle in juni 1944. Een Franse militaire rechtbank in Bordeaux veroordeelde hem bij verstek ter dood. Het vonnis had betrekking op zijn verantwoordelijkheid voor de gebeurtenissen in Tulle; Lammerding werd ervan beschuldigd als commandant van de 2. SS-Panzer-Division „Das Reich” opdracht te hebben gegeven tot de executie van gijzelaars.
In januari 1953 verliet Lammerding zijn woning in Düsseldorf nadat bekend was geworden dat de Franse autoriteiten zijn uitlevering wilden verkrijgen. De Britse autoriteiten vaardigden een arrestatiebevel tegen hem uit en onderzochten de mogelijkheid van uitlevering. De Britse regering verklaarde in maart 1953 dat, indien Lammerding in de Britse bezettingszone zou worden aangetroffen, een uitleveringsprocedure zou worden gestart volgens de toen geldende regels voor de uitlevering van oorlogsmisdadigers.
Lammerding verbleef vervolgens enige tijd in de Amerikaanse bezettingszone van Duitsland. Uit zijn eigen verklaring uit 1962 blijkt dat hij in 1953 naar München was vertrokken en daar tot 1954 verbleef. Volgens zijn verklaring werd hij door zijn advocaat en de Amerikaanse autoriteiten op de hoogte gehouden van de mogelijke uitlevering. Eind oktober 1954 keerde hij met toestemming van de Amerikaanse autoriteiten terug naar Düsseldorf.
De Franse pogingen om Lammerding uitgeleverd te krijgen liepen uiteindelijk vast. Na het einde van het bezettingsregime in West-Duitsland in 1955 kon Frankrijk zijn uitlevering niet afdwingen. De Grondwet voor de Bondsrepubliek Duitsland verbood bovendien de uitlevering van Duitse staatsburgers aan het buitenland. Deze juridische situatie droeg ertoe bij dat Lammerding niet naar Frankrijk werd uitgeleverd.
In 1961 werd de zaak tegen Lammerding door de Duitse justitie opnieuw onderzocht. Het onderzoek werd in 1964 wegens onvoldoende bewijs gestaakt. Daarmee kwam er in West-Duitsland geen strafvervolging tegen Lammerding voor de gebeurtenissen in Oradour-sur-Glane.
Lammerding bleef ondertussen werkzaam als aannemer in Düsseldorf. In zijn laatste levensjaar droeg hij wegens gezondheidsproblemen de leiding over zijn bouwbedrijf over aan zijn zoon. Vervolgens trok hij zich terug in Greiling, bij Bad Tölz, in Beieren. Hij overleed op 13 januari 1971 in het ziekenhuis van Bad Tölz aan kanker.
Bij zijn begrafenis op 19 januari 1971 op de Düsseldorfer Nordfriedhof waren meer dan 200 voormalige leden van de Waffen-SS aanwezig. De begrafenis groeide daarmee uit tot een van de grootste bijeenkomsten van voormalige SS'ers in West-Duitsland na de Tweede Wereldoorlog. Ort des Schmerzes, AG Friedensforschung. Geraadpleegd op 9 januari 2019. Gearchiveerd op 23 november 2022.
Carrière Lammerding bekleedde verschillende rangen in zowel de Allgemeine-SS als Waffen-SS. De volgende tabel laat zien dat de bevorderingen niet synchroon liepen.
Datums Sturmabteilung Allgemeine-SS Waffen-SS 18 oktober 1931Schulz 2008, p.1. SA-Mann Februari 1932 SA-Scharführer 9 november 1933 SA-Oberscharführer 7 februari 1934 SA-Truppführer 1 mei 1934 SA-Obertruppführer 4 april 1934 AW SS-Sturmführer 1 mei 1935Dienstaltersliste der Schutzstaffel der NSDAP van 01.12.1937. p.96-97. Geraadpleegd op 9 december 2018. AW SS-Obersturmführer 1 april 1935 SS-Anwärter 30 januari 1937Oradour.info: Lammerding's statement made at Dortmund in February 1962. Geraadpleegd op 9 januari 2019. Gearchiveerd op 31 maart 2023. SS-Hauptsturmführer 19 oktober 1939 SS-Sturmbannführer 1 september 1941 SS-Obersturmbannführer 30 januari 1943Yerger 1999, p.74. SS-Standartenführer 9 december 1943Dienstalterliste der Schutzstaffel der NSDAP (SS-Oberst-Gruppenfuhrer - SS-Standartenfuhrer) 30. Januari 1944. p.29.Yerger 1999, p.75. SS-Oberführer 20 april 1944Axis Biographical Research: Brigadeführer, Heinz Lammerding. Geraadpleegd op 9 december 2018. Gearchiveerd op 16 oktober 2022. - 9 november 1944Mitcham Jr. 2009, p.201.Yerger 1999, p.75. SS-Brigadeführer Generalmajor in de Waffen-SS Januari 1945 SS-Gruppenführer Generalleutnant in de Waffen-SS
Lidmaatschapsnummers NSDAP-nr.: 722 395(lid geworden 1 november 1931) SS-nr.: 247 062 (lid geworden 1 april 1935Schulz 2008, p.4.)
Onderscheidingen Selectie: Ridderkruis van het IJzeren Kruis op 11 april 1944 als SS-Oberführer en Commandant van de Kampfgruppe "Das Reich" / Generalkommando LIX.Armee-Korps / 1.Pz.AOK / Heeresgruppe Süd / OostfrontScherzer 2005, p.464.TRACESOFWAR: Lammerding, Heinz. Geraadpleegd op 9 december 2018. Gearchiveerd op 4 juni 2021.Tixier 2019, p.SS BRIG FHR LAMMERDING. IJzeren Kruis 1939, 1e Klasse (22 juni 1940) en 2e Klasse (23 mei 1940) Duits Kruis in goud op 24 april 1943 als SS-Standartenführer en Commandant van het SS-Kradschützen-Regiment "Thule" Ehrendegen des Reichsführers-SS op 9 november 1935 SS-Ehrenring in 1937 Allgemeines Sturmabzeichen in zilver op 10 juni 1942 Insigne van de SA bijeenkomst bij Brunswijk 1931 in 1931 Sportinsigne van de SA in brons Ehrenwinkel der Alten KämpferYerger 1999, p.78. in februari 1934
Lammerding Lammerding Lammerding Lammerding Categorie:Oorlogsmisdadiger Lammerding Lammerding