Mongolië (Mongools: Монгол Улс/30px, Russisch: Монго́лия) is een land in Centraal- en Oost-Azië. Het land grenst in het noorden aan de autonome republieken Altaj, Toeva en Boerjatië, alle lid van de Russische Federatie. Verder grenst het in het noorden nog aan de kraj Transbaikal (Zabajkalski kraj) en in het zuiden grenst het land aan het autonome gewest Binnen-Mongolië, dat tot China behoort. Mongolië is sinds 1990 een democratie.
Het land ligt op de Mongoolse hoogvlakte en heeft een landklimaat met toendra's en steppegebieden in het noorden, bergachtig gebied (Altaj) in het midden, en woestijn (Gobi) in het zuiden. Ongeveer 42% van de, merendeels boeddhistische, bevolking woont in de hoofdstad Ulaanbaatar. De bevolking leeft overwegend nomadisch in traditionele vilten tenten, ook wel ger of joert genoemd, en voorziet in haar levensbehoeften door veeteelt. Schapen, paarden en kamelen worden in vrijlopende kuddes gehouden. In het noorden van het land is enige vorm van industrie in de vorm van houtverwerking en mijnbouw. Ruim 80% van de bevolking behoort tot de etnische groep van de Khalkha-Mongolen.
Geschiedenis na 1911
Op 1 december 1911 verklaarde een onafhankelijke regering van Buiten-Mongolië het land autonoom van het revolutionaire Republiek China (1911-1928), maar dot werd niet door China erkend. Mongolië kwam in 1912 onder Russische bescherming waardoor de Chinese regering ervan af zag om Mongolië opnieuw te annexeren. Tijdens de Eerste Wereldoorlog trachtte de Chinese generaal Soe om Mongolië weer onder Chinees gezag te brengen. Een groep pro-Russische jonge Mongolen, onder leiding van Tsjoibalsan, wist Soe en zijn mannen in 1919 uit Mongolië te verdrijven.
Op 4 februari 1921 viel Mongolië in handen van baron Roman von Ungern-Sternberg. Op 1 maart 1921 stichtten jonge revolutionaire Mongolen in het Russische Kjachta, de Mongoolse Volkspartij. De oprichters, Zamcarano, Tsjoibalsan, Dandzan en Soeche Bator, streefden naar een pan-Mongoolse staat, dat is inclusief de Mongoolse gebieden in Sovjet-Rusland en China, naar socialisme en nationalisme. Met behulp van het Russische Rode Leger wisten zij in juli 1921 een einde te maken aan de bezetting van Mongolië door de Witte Legers van Ungern-Sternberg. De Mongoolse Volkspartij werd de belangrijkste factor in de samenleving.
Op 20 mei 1924 werd de Volksrepubliek Mongolië uitgeroepen. De naam van de Mongoolse Volkspartij werd veranderd in Mongoolse Revolutionaire Volkspartij (MRVP; Mongoolse afk. MAKN), die een duidelijk links en socialistisch programma aannam. De voorzitter van de Grote Staatshural (parlement) werd het staatshoofd van het land. In de loop van de jaren dertig de partij van Sovjet-kritische en niet-communistische elementen gezuiverd.
Vanaf 1939 kwam maarschalk Chorloogijn Tsjoibalsan, een stalinist, aan de macht als minister president. Tsjoibalsan en diens aanhangers vernietigden een groot deel van de kloosters van het lamaïsme en veel monniken en nonnen werden gevangengezet. Intellectuelen werden hard aangepast en verdwenen in gevangenissen. Vanaf medio jaren dertig werd de landbouw gecollectiviseerd en zo het nomadenleven moeilijker. Tijdens de Tweede Wereldoorlog vocht Mongolië aan de kant van de Sovjet-Unie. Op 9 augustus 1945 erkende China de onafhankelijkheid van Buiten-Mongolië, waardoor de spanningen met dat land afnamen.
Tsjoibalsan overleed in 1952 en zijn opvolger Tsedenbal voerde een gematigder beleid. Er kwam langzaam maar zeker een einde aan het stalinisme. Tijdens het conflict tussen China en de Sovjet-Unie koos Mongolië voor de laatste, wat weer leidde tot spanningen met China. Veel keus had Mongolië ook niet: het was volledig afhankelijk van de Sovjet-Unie. Op 11 juni 1974 ruilde Tsedenbal het eerste ministerschap voor het voorzitterschap van het presidium van de Grote Staatshural. Hij werd in 1984 afgezet door een groep gematigde communisten onder leiding van Jambyn Batmönh. Batmönth werd zowel voorzitter van de Grote Staatshural als secretaris-generaal van de MRVP.
Na Michail Gorbatsjovs opkomst deed Mongolië stappen in democratische richting. In 1989 werd het een meerpartijenstaat en uit de landsnaam werd 'volksrepubliek' vervangen door 'republiek'. Bij de eerste verkiezingen bleef de MRVP de grootste partij. Van 1996 tot 2000 was dat de MNDP (Mongoolse Nationaal Democratische Partij).
In 1997 werd Natsagiyn Bagabandi (MRVP) president van Mongolië. De nieuwe leider van de MRVP werd Nambarin Enkhbayar, die een groot hervormingsproces uitvoerde hetgeen resulteerde in een lidmaatschap van de Socialistische Internationale.
Geografie miniatuur|Kamelen in het nationaal park Gobi-Gurvansaikhan Mongolië ligt in Centraal-Azië, tussen Siberië in het noorden en China in het zuiden, en vormt onderdeel van de gelijknamige geografische regio (Groot-)Mongolië. Het land heeft een oppervlakte van 1.546.000 km². Hiervan is 86% geschikt voor de landbouw en veeteelt, 12% is bos en iets meer dan een procent is bedekt met water. De resterende 1,4% is bebouwd met huizen en infrastructuur.
De maximale afstand tussen de grens in het oosten en westen is 2392 km en van het noorden naar het zuiden 1259 km. De totale lengte van de landgrenzen bedraagt 8253 km, waarvan 4709 km met China en 3543 km met Rusland. Omdat het ver van zee ligt, heeft het een extreem landklimaat. De winters kunnen lang en koud zijn, met veel sneeuw. De zomers zijn kort en heet.
Mongolië bestaat grotendeels uit hoogvlakte, waarvan de hoogte varieert van 1000 tot 2000 meter en het gemiddelde voor het hele land is 1580 m boven zeeniveau. Het noorden en westen is grotendeels bergachtig. De bergketen Altaj in het westen loopt door in Siberië. Hier zijn de hoogste bergen te vinden. Op het drielandenpunt van Mongolië, Rusland en China ligt de Tavan Bogd, die met 4374 m het hoogste punt van Mongolië vormt. Het laagste punt van het land ligt op 267 m boven zeeniveau. Het zuidelijke deel bestaat uit de Gobi-woestijn, die doorloopt in China.
De rivieren in de noordelijke helft van het land monden uit in de Noordelijke IJszee en de Grote Oceaan. De rivieren in de zuidelijke helft vallen droog in de Gobi of monden uit in zoutmeren. Uvs Nuur is het grootste meer van het land en de Kerulen, met 1163 km, de langste rivier.
De grootste steden zijn, na de hoofdstad Ulaanbaatar, Erdenet, Darhan, Tsjojbalsan, Ölgi, Saynshand, Ulaangom, Hovd, Mörön en Uliastaj. Ulaanbaatar is veruit de grootste stad, hier woonden bijna 1,8 miljoen mensen in 2025, dit is bijna de helft van de totale populatie. Een overzicht van de steden met meer dan 9000 inwoners is te vinden op de lijst van steden in Mongolië.
Bevolking JaarBevolking1956845.48119631.017.15819691.197.59519791.595.00619902.153.46620002.403.10520052.551.08120102.760.96820153.057.77820203.367.25720253.591.120
In 2025 telde Mongolië 3.591.100 inwoners oftewel 2,3 inwoners per vierkante kilometer. Het aantal geboorten in dat jaar was 56.222, waarvan ongeveer 53.600 (95%) in Mongolië en 2600 in het buitenland. Er werden iets meer jongens dan meisjes geboren. Het aantal geboorten was 15,7 per 1000 inwoners. In 2025 registreerden 12.600 koppels hun huwelijk, terwijl 4500 paren scheidden. In dat jaar overleden 19.134 mensen.
Het aantal huishoudens kwam uit op 1.011.100, waarvan 70% in een stedelijk gebied. Het gemiddelde huishouden bestond uit 3,4 personen.
In 2025 was de verwachte levensduur bij geboorte 72,1 jaar, voor mannen was dit 68,2 jaar en voor vrouwen lag dit fors hoger op 77,3 jaar. Er waren negen hospitaalbedden per 1000 inwoners beschikbaar en 214 personen deelden een arts.
Politiek en bestuur Staatsinrichting Tot 1990 was Mongolië een communistische eenpartijstaat en heette het land Volksrepubliek Mongolië. De regering was gemodelleerd volgens het Sovjetsysteem. De communistische Mongoolse Revolutionaire Volkspartij was de enige legale partij. Na een periode van instabiliteit gedurende de eerste twintig jaar onder communistische leiding bestond er tot december 1989 geen openlijke vorm van onvrede. Collectivisatie van de landbouw en de uitbreiding van vaste woongelegenheden ondervonden geen waarneembare oppositie. In 1990 werden democratische hervormingen doorgevoerd, inclusief een nieuwe grondwet.
Politieke partijen MRVP (Mongoolse Revolutionaire Volkspartij) (Mong. afk. MAKhN) (de voormalige communisten) MNDP (Mongoolse Nationale Democratische Partij) MSDP (Mongoolse Sociaaldemocratische Partij) DU (Democratische Unie - verkiezingsalliantie MSDP en MNDP)
Onder invloed van de perestrojka in de voormalige Sovjet-Unie kwam er ook in Mongolië een democratiseringsproces op gang, wat uiteindelijk via een "fluwelen revolutie" in mei 1990 leidde tot een amendement in de grondwet voor de acceptatie van een meerpartijenstelsel en het ontstaan van de post van president. In november 1991 begonnen de discussies over een nieuwe grondwet die uiteindelijk van kracht werd op 12 februari 1992.
De president van het land werd gekozen voor een periode van vier jaar en kon eenmalig worden herkozen. Bij een herziening van de grondwet is 2019 werd dit gewijzigd in één termijn voor de duur van zes jaar. De grondwet van 1992 bepaalde dat er een kamer is met 76 leden. In 2023 werd dit ledental verhoogd naar 126. De verkiezingen worden om de vier jaar gehouden.
Mongoliës eerste meerpartijenverkiezingen voor de Grote Hural, het parlement, werden gehouden op 29 juli 1990. De communistische partij won 85% van de zetels. De Grote Hural kwam voor het eerst bijeen op 3 september 1990. Toen werden de president (MRVP), de vicepresident (SDP, sociaaldemocraten), de premier (MRVP) en 50 leden van de inmiddels opgeheven Baga Khural (kleine Khural) gekozen.
Op 22 mei 2005 won voormalig premier Nambaryn Enkhbayar van de Mongoolse Revolutionaire Volkspartij de presidentsverkiezingen. Op 29 juni 2008 won de Mongoolse Revolutionaire Volkspartij opnieuw de presidentsverkiezingen. De uitslag die bekend was gemaakt op 30 juni werd echter niet erkend door de oppositiepartij van Tsakhiagiin Elbegdorj, de Democratische Unie. Op 1 juli braken rellen uit in de hoofdstad Ulaanbaatar.NOS Onrust in Mongolië: vijf doden, 2 juli 2008
In 2012 veranderde de Mongoolse Revolutionaire Volkspartij de naam in de Mongoolse Volkspartij. In 2020 won deze partij met 68% van de stemmen de verkiezingen.
Bestuurlijke indeling
Mongolië bestaat uit 21 provincies: de hoofdstad Ulaanbaatar vormt een gemeente die buiten de provinciale indeling valt.
Economie
De economie is vooral gebaseerd op landbouw, veeteelt en mijnbouw. Het grootste deel van de bevolking leeft van veeteelt. In 2025 was de beroepsbevolking 1,4 miljoen mensen groot. Van de beroepsbevolking werkte 23% in de landbouw en veeteelt en 7% in de mijnbouw. De bijdrage van de landbouw, en dan met name de veeteelt, aan het bruto binnenlands product (bbp) was ongeveer 10% in 2025.
Na de Tweede Wereldoorlog legde de regering de nadruk op economische ontwikkeling via vijfjarenplannen. Bij het eerste plan (1948-1953) lag de nadruk op verbeteringen van de veeteelt en het vierde plan (1966-1970) richtte zich op de opvoering van de industriële productie. In 1958 was de collectivisatie van de veeteelt geheel voltooid. Elk collectief telde zo'n 500 gezinnen en 50.000 stuks vee. Begin jaren zeventig was het aandeel van de landbouw en veeteelt in het Mongoolse bbp zo'n 60% en voor het aandeel in de beroepsbevolking zelfs iets hoger.
In het begin van de jaren negentig liet de landbouwsector een belangrijke acteruitgang zien. De overgang naar een markteconomie en de privatisering van grote staatsboerderijen leidden tot belangrijke verliezen in bebouwd land, opbrengsten en totale productie. Vanaf 2007 is de staat veel actiever geworden in deze sector waarvan een derde van de bevolking nog altijd sterk afhankelijk van is. Programma's werden opgestart die zijn gericht op mechanisatie, gebruik van meststoffen en gewasbescherming en verbeterde teelt- en oogsttechnologieën.