miniatuur De militaire uniformhoed ook “tropenhoed”, “boshoed” of “bush hat” genoemd, is een breedgerand hoofddeksel dat als onderdeel van het militaire uniform wordt gedragen. Vaak wordt de rand aan één zijde omhoog gevouwen en vastgemaakt aan de kroon.De kroon van een hoed is het deel van de hoed dat de kruin van het hoofd bedekt zodat geweren aan of over de schouder kunnen worden gedragen zonder dat de rand van de hoed in de weg zit of beschadigt.Dennis et al. 2008, p. 497. De hoeden zijn vaak voorzien van een band, een kinriem en onderdeelsemblemen.

In het Engels wordt dit type hoed slouch hat ("slappe hoed") genoemd.

De hoge kroon is meestal 4-5 inch hoog, heeft rechte zijdes en is aan de bovenzijde bol. De hoge kroon zorgt voor isolatie en daardoor koelte De ronde rand is overal even breed (meestal 3-4 inch) en zorgt voor schaduw. Soms worden er een gleuf en/of deuken in kroon gemaakt en wordt de rand vervormd om de hoed een speciaal model te geven, of om hem te personaliseren. Ook zorgen de deuken ervoor dat de drager de hoed af kan zetten zonder de rand te hoeven pakken.

Vaak zijn de hoeden van vilt of textiel gemaakt, maar van leder, riet, stro of bamboe is ook mogelijk.

Een cowboyhoed is ook een soort slouch hat, evenals de vierdeukenhoed, de tricorne en de bicorne.

Geschiedenis Dit type hoeden wordt al vele eeuwen gedragen, onder andere tijdens de Engelse Burgeroorlog in de 17e eeuw, toen de Cavaliers, de strijdkrachten van koning Karel I van Engeland, zulke hoeden droegen. Maar ook de aristocratie en burgerij in heel Europa droeg zulke hoeden. Vaak werd de rand op meerdere plekken omhoog geslagen zodat een tricorne of bicorne, ontstond.

De moderne militaire uniformhoed is afgeleid van de zwarte "Corsicaanse hoed" die militairen van het Oostenrijkse leger begin 19e eeuw droegen tijdens de napoleontische oorlogen. De Oostenrijkse Jäger droegen de hoed met een opgeslagen rand, lederen kinriem en met een verenpluim. Later gebruikte ook de reguliere Oostenrijkse infanterie de Corsicaanse hoed.

Australië thumb|Australian Army Grade 1 Slouch Hat met ereteken van het corps Royal Australian Engineers De slouch hat werd in Australië voor het eerst gedragen in 1885 door de Victorian Mounted Rifles in Birma. In 1890 werd in Australische leger het khaki uniform ingevoerd met de slouch hat, de kenmerkende Australische hoed (officieel Hat KFF of Hat Khaki Fur Felt), ook wel "Australische boshoed" of "diggerhoed"'Digger' is een bijnaam voor een soldaat uit Australië of Nieuw-Zeeland, zoals ‘Tommy’ dat is voor een soldaat uit Groot-BrittanniëGrebert 1997. De rand van de hoed wordt aan één kant omhoog gevouwen is en tegen de zijkant van de bol gespeld . Dit werd gedaan zodat een geweer aan of over de schouder konden worden gedragen zonder dat de rand van de hoed in de weg zit of beschadigt. Op de opgeslagen rand is het "Rising Sun" embleem van het Australische leger bevestigd. Aan de voorzijde op de hoedband wordt het onderdeelsembleem bevestigd. De Australische hoed wordt gemaakt van vachtvilt van konijnenhaar.Army.gov.au – The Slouch hat

De Australiërs droegen de hoeden aan alle fronten in de Eerste en Tweede Wereldoorlog bij het gevechtstenue. Onder operationele omstandigheden worden er geen glanzende of gekleurde emblemen op de hoed gedragen.

Bij ceremoniële gelegenheden wordt de hoed gedragen met een puggaree (hoedband) met 7 vouwen, waarvan er zes de 6 staten van Australië vertegenwoordigen, terwijl de zevende de 3 territoria van Australië vertegenwoordigt. A Unit Colour Patch is worn on the right of puggaree.Army History Unit Australian Army unit colour patches

Sommige bereden eenheden dragen emoe-veren achter het embleem. Dit is een verwijzing naar een praktijk uit de Eerste Wereldoorlog, waarbij ruiters hun rijvaardigheid demonstreerden door een emoe te vangen.

Nieuw-Zeeland thumb|Vierdeukenhoed Nieuw-Zeelands leger In Nieuw-Zeeland droeg men sinds 1912 de vierdeukenhoed (Engels: campaign hat) zonder opgeslagen rand. De Nieuw-Zeelanders droegen de hoeden aan alle fronten in de Eerste en Tweede Wereldoorlog bij het gevechtstenue. Onder operationele omstandigheden worden er geen glanzende of gekleurde emblemen op de hoed gedragen.

In 2012 werd in het Nieuw-Zeelandse leger de vierdeukenhoed die sinds 1912 door de militairen gedragen werd vervangen door de “slouch hat” zonder opgeslagen rand.

De puggaree (hoedband) is khaki-groen-khaki, met op de puggagee een onderdeelsembleem aan de voorzijde, en een vlaggetje in bataljonskleuren (formation patch) aan de linkerzijkant. In Nieuw-Zeeland wordt de hoed 'bash', een verbastering van ‘bush hat’ genoemd.Diggerhistory Slouch hat De hoed wordt alleen bij officiële gelegenheden gedragen, niet onder operationele omstandigheden.

Bij de Nieuw-Zeelandse politie is een donkerblauwe bush hat in gebruik, hoewel nog slechts weinig agenten deze dragen.

Verenigde Staten Kossuth-hoed thumb|Amerikaanse soldaten op Cuba. Tekening uit de Illustrated London News De Amerikaanse cowboyhoed is ook een slappe hoed, en de hoed wordt dus in de VS algemeen gebruikt. In het Amerikaanse leger wordt hij ook al sinds de Amerikaanse Burgeroorlog veel gedragen door officieren. In de Verenigde Staten werd de legerhoed ook wel “Kossuth-hoed” genoemd, naar Lajos Kossuth.

Tijdens de Amerikaanse Burgeroorlog (1861-65) was het hoofddeksel onderdeel van de uniformen van de troepen van zowel de Confederatie als de Unie.

Tijdens Spaans-Amerikaanse Oorlog werden de Rough Riders van kolonel Theodore Roosevelt bekend door het dragen van een slouch hat.

Smokey-bear De vierdeukenhoed wordt in het Engels campaign hat genoemd en heeft als bijnaam de Smokey-bear (hat).Smokey Bear de mascotte van de United States Forest Service (USFC). De beer was oorspronkelijk getekend met de hoed van de USFC, maar later werd de hoed beroemd door associatie met het Smokey-personage, en werd de hoed tegenwoordig soms een "Smokey Bear"-hoed genoemd door zowel park-rangers van de USFC, militairen als de staatspolitie die de hoed nog steeds gebruiken. Hij wordt vooral gebruikt door niet-militaire overheidsinstanties in de Verenigde Staten, zoals de United States Forest Service (USFC), de US Boy Scouts, de United States Border Patrol (USBP) en veel State Police- en County Sheriff-korpsen.

In het Amerikaanse leger dragen drill instructors sinds 1956 de Smokey-bear-vierdeukenhoed.

Slouch hat In de Tweede Wereldoorlog droegen leden van sommige Amerikaanse eenheden in het Verre Oosten (Birma, China) de Britse slouch hat zonder officiële toestemming. Tijdens de Vietnamoorlog lieten militairen door lokale kleermakers hoeden van het Australische slouch-hat-model maken. In 1972 gaf het Amerikaanse leger toestemming aan vrouwelijke drill instructors om een “slouch hat” te dragen met de rand omhoog geslagen aan de linkerzijde.

Verenigd Koninkrijk De Bush hat Het Britse leger in het Verre Oosten gebruikte in de Tweede Wereldoorlog de slouch hat, van hetzelfde model als dat de Australiërs gebruikten. Deze werd door de Britten bush hat genoemd.Brayley 2002, p. 18–22. De hoed werd ook gebruikt door Britse koloniale eenheden in andere gebieden.Major R.M. Barnes, p. 286-287, 321, 326 "Military Uniforms of Britain & the Empire", Sphere Books Ltd London, 1972

De Gurkha-hoed thumb|150px|Gurkha sergeant De Gurkha-regimenten van het Britse leger en het Brits-Indisch leger dragen de Terai-hoed. In 1901 ontving een Gurkha-eenheid Australische de slouch hat. Door twee hoeden in elkaar te drukken creëerden zij een stijvere hoed die beter beschermt tegen de zon. De hoed wordt schuin naar rechts gedragen.Pages 54-55, "The Gurkhas", Mike Chappell, Osprey Publishing Ltd 1993,

Tegenwoordig dragen de ±3500 leden van de Gurkha-brigade van het Britse leger de Terai-hoed alleen nog bij officiële gelegenheden.TheGhurkaMuseum.co.uk - The Ghurka Hat

India Toen India in 1947 onafhankelijk werd van Groot-Brittannië, gingen zes van de tien Gurkha-regimenten over naar het Indische leger. De andere vier bleven bij het Britse leger. De ±100.000 man van de 7 huidige Indische Gorkha-regimenten van het Indische leger dragen nog altijd de Terai-hoed bij officiële gelegenheden.

Duitsland thumb|Peloton Duitse reservisten in Duits-Nieuw-Guinea in 1914. De Schutztruppe, de koloniale strijdkracht van het Duitse Keizerrijk, droeg een tropenhoed van grijs wolvilt (Schutztruppenhut) als een alternatief voor de tropenhelm.

De band en de bies van de hoedrand waren uitgevoerd in de kleur van de respectieve Schutztruppe:German Colonial Uniforms Duits-Oost-Afrika - wit Duits-Kameroen - ponceaurood, Duits-Zuidwest-Afrika - korenblauw, Togoland - geel Duits-Nieuw-Guinea - groen, Duits-Samoa - lichtroze Jiaozhou (China) – grijsO. Gerlach – Parade Boxeraufstand Beutefahnen Peking 1900 Op de aan de rechterzijde opgeslagen rand werd een rood-wit-zwarte kokarde gedragen.

Ook Duitse koloniale politie-eenheden droegen een tropenhoed, maar dan in khaki, met een kleine rood-wit-zwarte kokarde aan de voorkant en een metalen keizerskroon op de opgeslagen rand gespeld.

Tegenwoordig gebruikt de Bundeswehr bij optreden in warme klimaten de "Boonie"

België Belgische militairen droegen in de jaren '50 in Belgisch-Congo een khaki of groene katoenen tropenhoed, die zij “boshoed” of “chapeau de brousse” noemden. Bij het uitgaanstenue was voor op de hoed het embleem van de eenheid bevestigd.

Nederland thumb|Elnt KNIL H.F. Aukes RMWO met bamboehoed De bamboehoed van het KNIL 1910-1942 De bamboehoed van het KNIL was het officiële hoofddeksel van 1910 tot 1942. De hoed werd gevlochten van zeer dunne bamboestrookjes. Voorgeschiedenis Al vóór 1905 werden door het KNIL in Atjeh afwijkende uniformstukken gedragen, zoals de simpele `Atjehjas' en proefmodellen van bamboe hoeden met brede rand. Het officiële hoofddeksel van het KNIL was de nachtblauwe helmhoed.Een helmhoed, ook wel tropenhelm, safarihelm of zonnehelm genoemd, is een lichtgewicht met stof beklede helm gemaakt van “Indische kurk”, het merg van de Schaamboom (eng.: ‘Shola’)(Aeschynomene Aspera)(Indische kurk lijkt op polystyreen, maar is superieur in termen van kneedbaarheid, textuur, glans en sponsachtigheid). Tegenwoordig ook wel van kunststof of papier-maché. Tropenhelmen werden in de verschillende klimaten in Afrika, Zuidoost-Azië en de tropen vaak gedragen door Europeanen en ontdekkingsreizigers, maar zijn ook door veel krijgsmachten gebruikt.

Ook marechaussee-eenheden (tegenwoordig zou men deze ‘special forces’ noemen) werden op een expeditie in Noord-Sumatra in 1904 voorzien van bruine bamboehoeden. Men noemde deze het zogenaamde ‘model Boerenhoed’. Ook bij de laatste expeditie in het toenmalig sultanaat Boni in Zuid-Celebes in 1905 waren de troepen grotendeels voorzien van bruine bamboehoeden, die daardoor ook wel ‘Boni-hoed’ genoemd werd. Bij de laatste Bali-expeditie in 1906 droeg de gehele Nederlandse expeditionaire troepenmacht van het KNIL, inclusief de commanderende generaal-majoor Rost van Tonningen, de bruine bamboehoed. Het was echter nog altijd ‘bij wijze van proef en in afwachting van de definitieve invoering van dit hoofddeksel’.

Er werden ook testen met vilten hoeden uitgevoerd, waaruit de conclusie werd getrokken dat de vilten hoed meer warmte­overlast gaf dan die van bamboe.

De voordelen van de hoed waren duidelijk: de zon scheen de drager niet in de ogen, steeds had men voldoende schaduw, ventilatie en koelte, ook in de meest barre hitte in de kustgebieden. Omdat de rand van de hoed wijd was, kreeg men bij regen nimmer een straal water in de nek of boord; men had het idee dat men onder een soort paraplu liep en men hield bij regen altijd een droog hoofd en vaak bleef ook nog een deel van de schouders droog. Onder de neergeslagen rand hadden ook brildragers geen last van regenwater en men kon in een regenbui gemakkelijk een sigaret blijven roken; die doofde dan niet uit.