thumb|1987: De Dr. W. Hupkesbrug (spoorbrug), met daarachter de Bommelse Brug. Bovenaan Zaltbommel met de Grote of Sint-Maartenskerk.|alt=1987: Luchtfoto van de spoorbrug, met daarachter de Bommelse Brug. Ook Zaltbommel is te zien, met de Grote of Sint-Maartenskerk. thumb|Nijhoff op een postzegel uit 1954, het jaar na zijn dood.|alt=Portret van Nijhoff op een postzegel uit 1954

De moeder de vrouw is een gedicht van Martinus Nijhoff uit zijn in 1934 verschenen bundel Nieuwe gedichten., Nieuwe gedichten Em. Querido's Uitgeverij, Amsterdam 1934 Het sonnet verhaalt over een schippersvrouw die over de Waal vaart bij de Bommelse Brug. Toen was die brug pas een jaar oud; inmiddels is hij vervangen door de in 1996 geopende Martinus Nijhoffbrug, die vernoemd is naar de auteur.

Totstandkoming Het sonnet is bekend onder zijn beginregel: Ik ging naar Bommel om de brug te zien en zou geschreven zijn naar aanleiding van een gesprek tussen bekenden van Nijhoff, Victorine Hefting en Hans Philips. Zij zagen een schip op de Waal dat gestuurd werd door een vrouw, en Philips dacht dat Nijhoff met dat beeld een gedicht zou kunnen schrijven. Dat legde hij meerdere keren aan Nijhoff voor. De kring van Nijhoff is maandenlang met het gedicht bezig geweest, waarbij vooral het zingen in de laatste regel moeilijkheden gaf: toen het gelukt was, kwam 'Pom' (de koosnaam van Nijhoff) dat triomfantelijk vertellen bij Philips en Pyke Koch.

Hoewel de dichter de ik-vorm als vertelperspectief hanteert, wordt na de vierde strofe duidelijk dat de schrijver niet per se aanwezig was toen de schippersvrouw uit het gedicht langs Zaltbommel voer. Volgens Nijhoffs zoon Faan is hij niet bij de brug geweest.

Tekst thumb|De Bommelse Brug in 1952, 18 jaar na de publicatie van het gedicht.|alt=Inkijk in de vakwerkkoker van de Bommelse Brug in 1952, 18 jaar na de publicatie van het gedicht. Er zijden slechts drie auto's over de brug.

Ontvangst Tijdgenoten zoals de criticus Anthonie Donker en de schrijver Simon Vestdijk waren allerminst positief en bekritiseerden onder meer het taalgebruik. Zo kon men een zee bevaren, maar niet een schip zoals in het gedicht. waarom is dit zo mooi..................... Trouw, 2 oktober 2002. Gearchiveerd op 15 oktober 2018. Ook kregen de vermijdende Waaloevers die buren werden kritiek, omdat oevers van waterwegen elkaar altijd "vermijden". Eveneens opvallend is de laatste regel, waar gesuggereerd wordt dat de vrouw een psalmvers zingt. In het Bijbelboek Psalmen of de destijds gangbare berijmingen komt deze tekst niet letterlijk voor, al zijn er diverse psalmstrofen met deze strekking.

Later heeft Guus Sötemann, hoogleraar moderne Nederlandse letterkunde aan de Universiteit Utrecht, verdedigd dat de zogenaamde onvolkomenheden verklaarbaar zijn als ze metafysisch of symbolisch worden opgevat. De schippersvrouw in het gedicht kon naast het roer staan, als Jezus als stuurman wordt gezien. En het aardse bestaan is in de Bijbelse opvatting wederom verbonden met gene zijde.

Enkele aspecten van het gedicht zijn opgevat als verwijzingen naar de dood: de overzijde (het ), alsof het de Styx betrof, en ook het liggen in het gras. Verder was naar Bommel gaan een eufemisme voor sterven. Faan Nijhoff, de zoon van de dichter, en Andeas Oosthoek, een Nijhoff-kenner, verwijzen die interpretaties naar de fabelen: Nijhoff schreef eenvoudig wat hij zag in werkelijkheid of in fantasie.

Afgeleid werk Het gedicht is in vele talen vertaald, in elk geval in het Duits, Engels en Frans.

Verschillende dichters, waaronder Rutger Kopland en Gerrit Komrij, hebben pastiches geschreven:

Koplands De moeder het water verwijst naar de wijdte die Nijhoff oproept, maar het zijn de kantine en het gazon van het verpleeghuis die groot en onbegrijpelijk zijn voor zijn dementerende moeder: […] Ik zag een vreemde vrouw. Haar blik was wijd en / leeg, als keek zij naar de verre overzijde / van een water, niet naar mij. […] In Komrijs Het water de stank komt behalve de waarnemer geen mens voor, al moet er een zijn, want er ontploft een varende tanker. Hij eindigt met wrange humor over een klapsigaar, maar sombert vooral over apocalyptische vuiligheid: […] dat ik daar stond, in ‘t gas, mijn kleren stonken, […] laat mij daar midden in de smerigheid / een knal vernemen dat mijn oren klonken. De beginregel Er was veel rommel op de brug te zien herinnert aan het lied In die grote stad Zaltbommel, met de strofe: En te midden van die rommel, rommel / Dreef de torenspits van Bommel, Bommel.

Boekenweekthema 2019 In 2018 presenteerde het CPNB de titel De moeder de vrouw als thema van de Boekenweek in 2019. Dat leidde tot ophef, omdat het thema zou refereren aan een vrouwbeeld uit de jaren vijftig. Ook viel het slecht dat de schrijvers van het boekenweekgeschenk en -essay beiden man waren, namelijk Murat Isik en Jan Siebelink.Het boekenweekthema 'De Moeder de Vrouw' is een schot in de roos, Trouw, 25 juni 2018. Gearchiveerd op 15 oktober 2018. Het CPNB zou genderongelijkheid in stand houden. Er werden extra bijdragen gevraagd over de moeder en het moederschap, en essays over het gedicht Moeder van Vasalis.

Trivia

In de bloemlezing Gedichten die mannen aan het huilen maken (samenstelling Nick Muller, 2015), werd De moeder de vrouw aangedragen door schrijver J.M.A. Biesheuvel. Doordat Biesheuvel zelf niet in staat was zijn keuze toe te lichten, werd de motivatie opgetekend uit de mond van zijn echtgenote Eva Biesheuvel-Gütlich. Zij vertelde dat Maarten 't Hart het echtpaar er ooit op had gewezen dat de geciteerde regel Prijs God, zong zij, Zijn hand zal u bewaren niet uit een psalm maar uit een gezang afkomstig is.

Categorie:Nederlandstalig gedicht