Charles Louis Eugène Koechlin (Parijs, 27 november 1867 – Le Rayol Canadel, Departement Var, 31 december 1950) was een Franse componist en muziekpedagoog.

Levensloop Hij was het zevende kind uit een welgestelde, beschaafde familie in de Elzas. Als kind wilde hij astronoom worden - wat zich in zijn composities weerspiegelt door de vele evocatieve nachtstukken en -stemmingen. Op 15-jarige leeftijd begon hij te componeren en in 1890 koos hij uiteindelijk voor de muzikale weg. Maar beide interesses - de vrije kunstenaar en de systematische onderzoeker - bleven naast elkaar bestaan, om zich in de loop van zijn lange leven onlosmakelijk met elkaar te verbinden. In 1887 ging hij eerst naar de befaamde École Polytechnique, maar hij bleef daar slechts tot 1888. Daarna had hij een korte carrière bij het leger als 'officier d’artillerie' in 1889.

Hij studeerde vanaf 1889 aan het Parijse Conservatoire national supérieur de musique bij de fugapaus André Gedalge (contrapunt en fuga), bij Jules Massenet (compositie en orkestratie), bij Antoine-Barthélémy Taudou (harmonieleer) en daarna bij Gabriel Fauré (compositie), wiens assistent hij was van 1898 tot 1901. Meer dan alle andere docenten werd de bescheiden Fauré, die vooruitstrevend was zonder opdringerig te zijn, het voorbeeld voor zijn esthetiek. Niet alleen Fauré, maar ook Claude Debussy zag een belofte in de magische orkestratiekunsten van Koechlin. De samensmelting van componist en orkestrator in Khamma is perfect.

In het begin van zijn compositorische werkzaamheid in de jaren 1890 tot 1908 domineert de omvangrijke liedproductie. De eerste orkeststukken zijn impressionistische stemmingsschilderingen. Na 1908 begon hij zijn "technique du développement" te vervolmaken en zich te bevrijden van de conventionele modellen. Hij vond zijn eigen stijl en werd beschouwd als tovenaar, of beter als onderzoeker van de orkestklank. Koechlin was niet in de eerste plaats een voltooier, maar een uitvindersnatuur.

Het orkest met zijn karakteristieke combinatiemogelijkheden kende hij als geen ander, bijna zo goed als Gustav Mahler. Koechlin ontsloot doelgericht nieuwe klankconstellaties en haalde die met gedurfd, maar uiterst verfijnd vakmanschap naar boven. Zijn onuitputtelijke fantasie en zijn methodische manier van werken gingen hand in hand, zoals zijn omvangrijke Traité de l'orchestration in vier boekdelen bewijst. Geen werk is dieper in de geheimen van de orkestbehandeling doorgedrongen. Verder stichtte hij met Maurice Ravel en Florent Schmitt de Société Musicale Indépendante om de eigentijdse muziek te bevorderen.

Tot zijn leerlingen behoren Francis Poulenc, Henri Sauguet, Germaine Tailleferre, Cole Porter en Roger Désormière.

Hij huwde op 24 april 1903 Suzanne Pierrard. Samen hadden zij vijf kinderen: Jean Michel (1904), Hélène (1906) Madeleine (1911), Laure Antoinette (1916), en Yves (1922).

Composities Werken voor orkest Symfonieën 1911-1935: La Symphonie d'hymnes - Hymne au Soleil, op. 127 1911-1935: La Symphonie d'hymnes - Hymne à la Nuit, op. 48, nr. 1 1911-1935: La Symphonie d'hymnes - Hymne au Jour, op. 110 1911-1935: La Symphonie d'hymnes - Hymne à la Jeunesse, op. 148 1911-1935: La Symphonie d'hymnes - Hymne à la Vie, op. 69 1933: Seven Stars Symphony, op. 132 (voor de acteurs Douglas Fairbanks, Lilian Harvey, Greta Garbo, Clara Bow, Marlene Dietrich, Emil Jannings en Charlie Chaplin) 1937: Symphonie nr. 1

Symfonische gedichten 1896-1906: Les Vendanges, symfonisch gedicht 1898-1916: Deux Poèmes symphoniques, voor orkest, op. 43 Soleil et danses dans la forêt Vers la plage lointaine 1901-1907: La Nuit de Walpurgis classique, symfonisch gedicht voor orkest, op. 38 1908-1916: Deux Poèmes symphoniques, voor orkest, op. 47 Le Printemps l'Hiver 1908-1916: Deux Poèmes symphoniques, voor orkest, op. 48 Nuit de Juin Midi en Août 1925: La course de printemps, poème symphonique d’après "Dschungelbuch" Rudyard Kipling, op. 95 1925-1939: Le Livre de la jungle La loi de la jungle, symfonisch gedicht, op. 175 (1925) naar Rudyard Kipling Les Bandar-Log, op. 176 (1938-1939) 1938-1945: Le buisson ardent, symfonisch gedicht naar een episode uit "Jean-Christophe" von Romain Rolland, op. 203 (deel 1) 1938-1945: Le buisson ardent, symfonisch gedicht naar een episode uit "Jean-Christophe" von Romain Rolland, op. 171 (deel 2) 1941-1944: Le Docteur Fabricius poème symphonique d'après la nouvelle de son oncle Charles Dollfus, op. 202

Symfonische etudes en stukken 1896-1900: Deux pièces symphonique, op. 20 En Rêve Au Loin 1896-1907: La Forêt, symfonische etude, op. 29 Le Soir La Nuit 1897-1906: La Forêt (Le Jour), symfonische etude, op. 25

Concerten voor instrumenten en orkest 1909: Trois chorals - 2 - La Charité, voor orgel en orkest, op. 49, nr. 2 1910-1920: Trois chorals - 1 - L'Espérance, voor orgel en orkest, op. 49, nr. 1 1911-1919: Ballade, voor piano en orkest, op. 50 1912-1921: Trois chorals - 3 - La Foi, voor orgel en orkest, op. 49, nr. 3 1935-1940: Poème, voor hoorn en orkest, op. 70 bis (pour Georges Caraël et André Souris) 1931-1932: Vingt Chansons bretonnes voor cello, piano en orkest, op. 115 bis 1932: Hymne, voor ondes Martenot en orkest 1934: Chansons bretonnes sur des thèmes de l'ancien folklore, voor cello en orkest, op. 115 Vol. 1 La prophétie de Gwenc'hlan Le Seigneur Nann et la fée Le vin des Gaulois Azénor la pâle Saint-Efflam et le roi Arthur Les laboureurs Vol. 2 Les trois moines rouges Alain-le-Renard Le baron de Jaouioz Notre-Dame de Folgoat Iannik Skolan La ceinture de noces 1942: Offrande musicale sur le nom de BACH voor piano en orkest, op. 187 1942-1943: Silhouettes de comédie, voor fagot en orkest, op. 193 Epiphanie voor cello en orkest

Andere Werken voor orkest 1899-1908: L'Abbaye, suite religieuse voor gemengd koor, orkest en orgel, op. 16 1899-1907: En mer, la nuit, op. 27 1901-1919: Rhapsodie sur des chansons françaises, op. 62 1908-1913: Études antiques, op. 46 1912: Les Saisons 1912-1920: Cinq Chorals, voor orkest 1916-1921: Les Heures persanes, op. 65 bis 1920: La Forêt païenne 1923-1933: Vers la voûte étoilée - un hommage à Camille Flammarion, op. 129 1931-1932: Cinq Chorals dans les modes du Moyen-Âge voor orkest, op. 117 bis 1932: Fugue symphonique "Saint-Georges", voor orkest, op. 121 1932-1933: Vers la Voûte Étoilée nocturne voor orkest, op. 129 1933: Sur les flots lointains, op. 130 1936: La méditation de Purun Baghat, op. 159 1937: Les Eaux vives 1945-1946: Partita, voor kamerorkest, op. 205 1947: Introduction et 4 Interludes de style atonal-sériel, op. 214 l'Eté

Werken voor harmonieorkest 1935: "Tu crois à beau soleil" Chanson de Louis XIII recueillie par Marin Mersenne 1935-1936: Quelques chorals pour des fêtes populaires, op. 153 Jeux Victoire Prélude à une fête populaire Choral pour une fête en plein air 1936: Le 14 juillet - Liberté, toneelmuziek voor harmonieorkest voor de finale van de 2e akte tot Le 14 juillet van Romain Rolland, op. 158 1936-1941: Marche funèbre, op. 157 ter

Muziektheater Opera's Voltooid in titel aktes première libretto 1938 Alceste, op. 169 1952, Parijs Euripides vertaald van Henri Marchand 1948 Silvérie ou Les Fonds Hollandais 1 akte, (fragment) van de componist naar A. Allais/T. Bernard

Balletten Voltooid in titel aktes première libretto choreografie 1908-1916 La Forêt païenne, danses antiques, op. 45 1925, Parijs (concertant) 1915-1917 La Divine Vesprée, op. 67 1947, Parijs (concertant) 1945-1947 L'Ame heureuse, op. 210 1948, Parijs 1947 Voyages: film dansé, op. 222 (onvoltooid) volledige bewerking door Otfrid Nies 4 interludes 1986, Kassel

Toneelmuziek 1896-1908: Jacob chez Laban, pastorale biblique, op. 36, 1 akte 1936: Le 14 juillet - Liberté, theatermuziek voor de finale van de 2e akte tot Le 14 juillet van Romain Rolland, op. 158

Koormuziek 1902-1907: Chant funèbre à la mémoire des jeunes défuntes voor gemengd koor, orgel en orkest, op. 37 1938: Chœurs monodiques de style modal pour l'Alceste d'Euripide 1949: Motets de style archaïque op. 225 Voix d'hommes, Soutenu et sans nuances Voix d'enfants La Crypte Motet en canons, molto moderato Choral Mystérieux Choral en imitations Moderato voor zang en blazerskwartet Chanson en canon, Allegro Exposition de fugue et stretto, Grave, sans hâte Chanson pour habituer l'oreille aux sonorités médiévales, Allegro voor fluit en klarinet Eleison, Andante Monodies - Assez allant voor fluit en klarinet Pour un conduit à 3 voix puis à 6 voix, Pas vite Exposition et Strette, Pas vite Assez lent, Très lié Mystique et lumineux, Très calme et pur, Presque sans nuances Choeurs religieux a capella, op. 150 Kyrie Agnus Dei Alleluia

Vocale muziek met orkest of instrumenten 1890-1897: Quatre poèmes, voor zangstem en piano (of orkest), op. 7 - tekst: Edmond Haraucourt 1898-1900: Chansons de Bilitis voor zang - tekst: Pierre Louÿs 1899-1904: Trois poèmes, voor zangstem, vrouwenkoor en piano (of orkest), op. 18 - tekst: Rudyard Kipling «Le Livre de la jungle» in de Franse vertaling van L. Fabulet en Robert d'Humières 1914/1946: Shéhérazade voor zang en piano Liederen, op. 1 - tekst: Th. de Banville Rondels Le Nuit Le Thé Le printemps Le Été Vers la plage lointaine op. 43 nº2 Poèmes d’Automne voor zang en orkest, op. 13 nº1 et 2 Deux poèmes d’André Chénier voor zang en orkest, op. 23, nº1 Chanson de Mélisande (d’après Fauré) Trois mélodies voor zang en orkest, op. 17 nº2 et 3 Etudes antiques voor zang en orkest, op. 46 nº2, nº3 et nº4 Six mélodies sur des poésies d’Albert Samain voor zang en orkest, op. 31, nº1

Kamermuziek 1913: Sonate voor fluit en piano 1913-1922: 3 Quatuors à cordes (strijkkwartetten) 1935: Sonatine modale voor fluit en klarinet, op. 155 1915-1916: Sonate voor hobo en piano, op. 58 1915/1946: Sonate voor altviool en piano 1916: Sonate voor viool en piano 1917: Sonate voor cello en piano, op. 66 Très modéré Andante quasi Adagio Final. Allegro non troppo 1922: Quintette pour piano et quatuor à cordes, op. 80 1923: Deux Sonates voor klarinet en piano 1924: Trio voor fluit, klarinet en fagot, op. 92 1937: Septuor à vent, op. 165 Au loin voor althobo en harp, op. 20 Deux Nocturnes voor fluit, hoorn en piano, op. 32 Nr. 2 Trois pièces voor fagot en piano, op. 34 Suite en quatuor voor fluit, viool, altviool en piano, op. 55 Sonate voor fagot en piano, op. 71 Sonate voor twee fluiten, op. 75 Trio (Divertissement) voor twee fluiten en klarinet, op. 91 Chansons Bretonnes (boek 1 en 2) voor cello en piano, op. 115 Quintette «Primavera» pour flûte, harpe, violon, alto et violoncelle, op. 156 Quatorze pièces voor fluit en piano, op. 157b Épitaphe de Jean Harlow voor fluit, saxofoon en piano, op. 164 Quatorze pièces voor hobo (of althobo) en piano, op. 179 Suite voor althobo solo, op. 185 Deux Sonatines voor hobo d'amore met oktet, op. 194 1944"Les Chants de Nectaire", voor fluit solo, op. 198, 199 en 200 1948: Monodies voor A-klarinet, op. 216 Pièce de flûte pour lecture à vue voor fluite en piano, op. 218 Sonate à sept voor hobo, fluit, harp (of klavecimbel) en strijkkwartet, op. 221 Idylle pour deux clainettes Les Confidences d'un joueur de clarinette Monodie voor althobo Quatorze Pièces voor klarinet en piano

Werken voor orgel 1929: Trois Sonatines, op. 107 Choral, op. 90b Choral, op. 98a Sonate, op. 107 Nr. 1 Sonate, op. 107 Nr. 2 Sonate, op. 107 Nr. 3

Werken voor piano 1915-1916: Cinq Sonatines, op. 59 1916: Paysages et marines, op. 63 1919: Quatre Sonatines françaises voor piano vierhandig, op. 60 1921: Quintette met piano 1923-1924: Quatre nouvelles Sonatines 1932-1933: L'Ancienne Maison de Campagne twaalf stukken voor piano, op. 124 Douze petites pièces Douze Esquisses, op. 47 Les chants de Kervéléan, op. 197 Les heures Persanes, op. 65 Nouvelles Sonatines, op. 87 Pastoralen, op. 77