De Belgische postzegels vormen sinds 1849 het frankeersysteem voor brieven in België en worden uitgegeven door bpost.

Geschiedenis van de postzegel in België

De eerste Belgische postzegel miniatuur|Belgische postzegel met een frankeerwaarde van 40 centiem van het type Medaillons. Deze postzegel werd gebruikt voor zendingen naar het buitenland. De eerste Belgische postzegel is van het type Epauletten en werd uitgegeven op 1 juli 1849. Het ging om twee uitgaves met de beeltenis van koning Leopold I: een bruine uitgave met een frankeerwaarde van 10 cent en een blauwe uitgave met een frankeerwaarde van 20 cent. Ze werden gedrukt in het Atelier du timbre in Brussel, nabij het station Brussel-Noord. Het ontwerp is naar de hand van Charles Baugniet en werd gegraveerd door Jacob Wiener. De inspiratie voor de afbeelding vond men bij een schilderij van Liéven De Winne. Opmerkelijk is het opschrift van deze zegels enkel POSTES - DIX/VINGT CENT is. De naam van het land, België, werd aanvankelijk dus niet vermeld, iets wat vandaag wel gebruikelijk is. De eerste postzegel met de vermelding BELGIQUE zou pas verschijnen in 1869. Tevens hadden de zegels als watermerk het monogram van de koning.

19e eeuw De 19e eeuw betekende de doorbraak van de postzegel. Nadat de Brit Rowland Hill in 1837 het systeem bedacht waarbij de afzender en niet langer de ontvanger betaalde voor de zending, verscheen in 1840 in het Verenigd Koninkrijk de allereerste postzegel ter wereld: de Penny Black. De eerste Belgische postzegel volgde in 1849. Aanvankelijk zou de variatie beperkt blijven: men voerde bijvoorbeeld geen nieuwe ontwerpen in. Bovendien beperkte men zich tot drie onderwerpen: aanvankelijk enkel de koning, later de Belgische leeuw en tegen het einde van de 19e eeuw ook het Belgisch rijkswapen.

miniatuur|links|150px|Belgische postzegel uit 1893 met zondagstrookje. Het onderwerp van de zegel is het Belgisch rijkswapen. miniatuur|Belgische postzegel uit 1905 met zondagstrookje. De beeltenis is die van koning Leopold II. Nadat de eerste Belgische postzegel, type Epauletten, verscheen in 1849, volgde in de jaren 1850 een nieuw type met de koninklijke beeltenis, namelijk het type Medaillons. In 1863 verscheen voor het eerst een variatie van dit type in getande vorm. Voordien waren de postzegels immers zonder meer rechthoekig. Net voor het overlijden van koning Leopold I in 1865 startte men met de uitgifte van een derde type, waarbij de eerste vorst van België in zijaanzicht werd geportretteerd. In 1866 verscheen de eerste postzegel die geen afbeelding van de koning had, maar die van een Belgische leeuw.

De eerste uitgiftes met de beeltenis van koning Leopold II volgde in 1869. Op dat moment was die overigens reeds enkele jaren koning: hij legde de grondwettelijke eed reeds af op 17 december 1865. Een nieuwe vorst was niet de enige nieuwigheid op de postzegels vanaf 1869: men vermeldde vanaf dan ook het woord BELGIQUE op de postzegels. De term POSTES werd bovendien regelmatig aan het opschrift toegevoegd. De landsnaam werd hierbij wel enkel in het Frans vermeld. Op 1 juli 1891 verscheen vervolgens de eerste tweetalige postzegel, waarbij de landsnaam in zowel het Frans als in het Nederlands op de postzegels werd weergegeven.De eerste tweetalige Belgische munten en bankbiljetten verschenen overigens vroeger: vanaf 1886. Aan het opschrift werden daarbij de Nederlandstalige woorden BELGIË en POSTERIJEN toegevoegd. In hetzelfde jaar verschenen overigens de eerste Belgische telefoonzegels, die onmiddellijk tweetalig waren.

Tot 1893 verschenen er variaties op slechts twee thema's: Leopold II en de Belgische leeuw. In dat jaar volgden twee nieuwe wijzigingen. Ten eerste voerde men de zondagstrookjes in. Deze werden onmiddellijk in twee talen opgesteld, namelijk het Frans en het Nederlands, al zette men de Franse tekst "Ne pas livrer le dimanche" consequent boven de Nederlandse tekst "Niet bestellen op zondag". Tot 1914 zou iedere postzegeluitgifte een zondagstrookje bevatten. De bedoeling van het zondagstrookje was dat de verzender, door het al dan niet af te scheuren van de postzegel, kon bepalen of de brief ook op zondag mocht afgeleverd worden aan de geadresseerde., 127. Ten tweede voerde men een nieuw onderwerp voor de postzegels in: het Belgisch rijkswapen.

Wat de afstempeling betreft, gebruikte men enige tijd een puntafstempeling, naar Frans voorbeeld. Vooraanstaande ontwerpers van de Belgische postzegels in die tijd waren Henri Hendrickx, Henri Meunier en de Fransman Louis-Eugène Mouchon.Louis-Eugène Mouchon is vooral bekend als ontwerper van de Franse postzegels van het type Mouchon.

In de beginjaren werden de Belgische postzegels vervaardigd in het Atelier du timbre de Bruxelles"Postzegelatelier van Brussel" in Brussel. Dat veranderde in 1868, toen de productie verhuisde naar de zegeldrukkerij van Mechelen, waar tot op vandaag de Belgische postzegels worden gedrukt. In 1879 sloot België zich aan bij de Wereldpostunie, die vandaag de dag een gespecialiseerde organisatie is binnen de Verenigde Naties.

Rond de Eerste Wereldoorlog miniatuur|links|150px|Belgische postzegel met de overdruk "CHINE". miniatuur|Duitse bezettingszegel, afgestempeld in Antwerpen op 31 juli 1915.

Aan de vooravond van de Eerste Wereldoorlog verschenen de eerste postzegels met een niet-Staatsgerelateerd onderwerp: men gaf zegels uit die dienden als propaganda voor de Wereldtentoonstelling van Antwerpen in 1894 en de Wereldtentoonstelling van 1897 in Brussel. In 1905 volgde er een filatelistisch experiment met Belgische postzegels met als overdruk "CHINE". Dit paste in het kader van de verhoogde Belgische aanwezigheid in het verzwakte China.Het waren overigens niet enkel de Belgen die invloed probeerde te winnen in het Verre Oosten. Nederland bijvoorbeeld had er zijn kolonie Nederlands-Indië, de Fransen hadden Frans-Indochina, terwijl de Britten reeds in 1841 Brits Hongkong tot zich rekenden, net zoals de Portugezen in Portugees Macau. Rond deze tijd werd overigens de Belgische concessie in Tianjin opgericht (1902).

In 1912 verschenen de eerste uitgiftes met de koninklijke beeltenis van koning Albert I. Ook hij is op dat moment al enige jaren het staatshoofd, sinds 23 december 1909 namelijk. Ter vergelijking: koning Filip betrad de troon op 21 juli 2013 en kon de eerste postzegels met zijn afbeelding reeds goedkeuren voor drukken in de zegeldrukkerij van Mechelen op 13 oktober van datzelfde jaar.

Na de Duitse oorlogsverklaring aan België op 4 augustus 1914 en de bezetting van merendeel van het Belgische grondgebied verschenen er postzegels met een toeslag ten voordele van het Rode Kruis. Door de oorlogsomstandigheden werden niet langer alle postzegels gedrukt in Mechelen, maar ook in Londen en Parijs. Tijdens de oorlog verschenen er geen Belgische zegels meer in het bezette deel van België. In de plaats daarvan voerde de Duitse bezetter Duitse postzegels in, met een opdruk "Belgien". In het filatelistisch jargon noemt men deze postzegels de bezettingszegels.

Na de oorlog verscheen er een nieuwe reeks, de Bevrijdingszegels, met daarop koning Albert I in legeruniform, inclusief helm. Daardoor werd de Franse benaming van dit type de série Roi Casqué.

Interbellum miniatuur|links|150px|Rouwzegel van koningin Astrid uit 1935, met een toeslag ten voordele van de tuberculosebestrijding, te herkennen aan het kruis van Kruis van Lotharingen rechtsonder. miniatuur|De Omgekeerde Dendermonde. Na de Eerste Wereldoorlog neemt de variatie in de onderwerpen geleidelijk aan toe, met onder meer zegels over de Olympische Spelen van 1920 in Antwerpen en zegels ten voordele van de oorlogsinvaliden en de tuberculosebestrijding. Kenmerkend voor die laatste was dat er steeds een Kruis van Lotharingen werd afgebeeld op de postzegel. De koninklijke beeltenis of het staatswapen bleven wel de overwegende onderwerpen. Uit deze tijd stamt ook de Belgische postzegel met de hoogste cataloguswaarde: de Omgekeerde Dendermonde. Door een fout in de drukkerij werd op een zegel van 65 cent de afbeelding van het stadhuis verkeerdelijk ondersteboven in het kader gedrukt. De fout werd te laat opgemerkt: er waren reeds exemplaren van verkocht. De cataloguswaarde bedraagt heden ten dage € 130.000,00. Van de eerste oplage zijn momenteel 17 exemplaren bekend, 15 postfrisse en 2 afgestempelde. Een exemplaar werd onder grootschalige beveiliging tentoongesteld op de beurs Antverpia in Antwerp Expo in 2010.Duurste Belgische postzegel op beurs, De Standaard, 9 april 2010.

miniatuur|Voorafgestempelde postzegel uit 1932. In 1926 werd voor het eerst een vrouw afgebeeld op een postzegel. Het ging om koningin Elisabeth, de echtgenote van koning Albert I. Rond die periode kwamen ook de eerste postzegels uit met een toeslag ten voordele van de heropbouw van de Abdij van Orval. Deze reeks postzegels zijn een typerende reeks voor de Belgische filatelie gedurende het Interbellum. Ook voorafgestempelde zegels deden in die periode hun intrede.

Enkele maanden na zijn troonsbestijging verschenen de eerste zegels met de koninklijke beeltenis van koning Leopold III. Ook in de jaren 1930 zijn er veel zegels met een toeslag voor tuberculosebestrijding, vaak met de afbeelding van leden van de koninklijke familie.

In 1934 werd voor het eerst een rouwzegel uitgegeven, naar aanleiding van het overlijden van koning Albert I na een klimongeluk in Marche-les-Dames in februari van dat jaar. Een tweede uitgifte van een koninklijke rouwzegel volgde één jaar later, in 1935, bij het overlijden van koningin Astrid na een dodelijk ongeval in het Zwitserse Küssnacht. Sindsdien wordt bij elk overlijden van een Koning of Koningin der Belgen een rouwzegel uitgebracht, die doorgaans een grijze of zwarte kleur hebben., 92. De laatste keer gebeurde dit naar aanleiding van het overlijden van koningin Fabiola in 2014. Hierbij werd overigens voor het eerst niet één postzegel uitgegeven, maar een postzegelreeks van vijf zegels.Wijlen koningin Fabiola herdacht met postzegelreeks, VRT NWS, 16 januari 2015. Gearchiveerd op 30 september 2018.

Rond de Tweede Wereldoorlog Gedurende de Tweede Wereldoorlog daalde het aandeel van uitgaves met een koninklijke beeltenis of het staatswapen erop. De postzegels werden quasi-unaniem aan vier liefdadigheidswerken gewijd: Winterhulp, de tuberculosebestrijding, krijgsgevangenen en de Abdij van Orval.

Naoorlogse periode miniatuur|links|Postkaart met de opdruk van de waardevermindering van −10%. miniatuur|Postzegel met koninklijke beeltenis van Leopold III met de opdruk van de waardevermindering −10%. Na de bevrijding in 1944-1945 verschenen er opnieuw meer zegels met de koninklijke beeltenis van Leopold III en met het staatswapen, zij het met deflatoire opdrukken, zoals "−10%". Overigens verschenen er postzegels van Leopold III terwijl deze niet in België verbleef: op 7 juni 1944 was deze immers met zijn gezin gedeporteerd naar nazi-Duitsland. Zijn jongere broer Karel werd daarom tijdelijk als regent aangesteld. Vanwege de Koningskwestie en de daaruit volgende lange duur van dit regentschap maakte men reeds proefdrukken van postzegels met de beeltenis van de regent. Deze zijn echter nooit in omloop gebracht, maar wekken desalniettemin interesse op bij verzamelaars.

Kort na de oorlog werden de eerste zegels uit de reeks "Portretten van de Senaat" op de markt gebracht. Gedurende de volgende jaren brachten de posterijen verscheidene malen nieuwe zegels in deze reeks uit. Ze tonen de portretten die het halfrond van de plenaire vergaderzaal van de Senaat versieren.

miniatuur|Belgische postzegel uit 1973. miniatuur|Belgische postzegel uit 1982.