De domesticatie van dieren is het proces van genetische verandering bij dieren onder invloed van de mens. De domesticatie tot voor de mens bruikbaar vee en trek-, last- of huisdieren kan daarbij bewust of onbewust zijn geweest. Er zijn verschillende mogelijke evolutiepaden die geleid hebben tot domesticatie. Deels hingen deze ook samen met de domesticatie van planten en een sedentaire levenswijze.
Evolutiepaden Het inzicht dat gedomesticeerde dieren kenmerken kunnen vertonen zonder dat ze daar op zijn geselecteerd, suggereerde een enkel evolutiepad. In 2011 stelde Jean-Denis Vigne echter een continu model van verandering voor van anthropofilie via commensalisme, beheersing van wilde dieren, beheersing van gevangen dieren, naar extensief fokken, intensief fokken en uiteindelijk huisdieren. (2011): 'The origins of animal domestication and husbandry: a major change in the history of humanity and the biosphere' in Comptes Rendus Biologies, Volume 334, p. 171–81 Er zijn drie verschillende paden van evolutie: een commensaal pad, een prooi-pad en een gestuurd pad. (2012)
Commensaal pad Bij het commensale pad werden dieren aangetrokken door elementen in de menselijke omgeving, zoals voedselafval en andere kleinere dieren die hierdoor aangetrokken werden. Dit zal vooral gegolden hebben voor dieren met een kortere vluchtafstand. Dit geldt ook voor synantrope dieren als mensenluizen, kakkerlakken, zilvervisjes, rotsduiven en huismussen. Deze zijn niet gedomesticeerd, maar worden als plaag beschouwd.
Dieren die toenadering zochten, zullen in veel gevallen niet de alfadieren zijn geweest, maar minder dominante en agressieve dieren. Bij dieren die uiteindelijk volgens dit pad gedomesticeerd zijn, is habituatie of gewenning opgetreden. Anders dan bij synantrope dieren zal dit aanvankelijk op zijn minst een commensale verhouding zijn geweest waar de dieren voordeel bij hadden en de mensen in ieder geval geen last ondervonden. Na verloop van tijd zullen enkele dieren die gebruikmaakten van deze nieuwe niche hier steeds meer ingeworteld zijn. Daar waar de genenstroom met wilde soortgenoten beperkt was, zal sympatrische soortvorming zijn opgetreden. Beperking van de genenstroom kan zijn opgetreden door aanpassingen aan de menselijke niche.
De mate van domesticatie via dit pad varieert, zoals de hond die veel verder gedomesticeerd is dan de kat.
Prooi-pad Bij het prooi-pad werd er aanvankelijk gejaagd op grotere herbivoren. Deze dieren zullen altijd mensenschuw zijn geweest. Om de jachtopbrengst te garanderen, zal geprobeerd zijn om kuddes te hoeden, waarbij de selectiedruk volgzaamheid zou stimuleren. Dit past meer bij een sedentaire levenswijze waarbij planten worden gecultiveerd in een breedspectrum-bestaan. Rond zo'n 10.500 jaar geleden (jg) werd zo in de vruchtbare sikkel begonnen met het ruimen van jonge mannetjes bij schapen, geiten, varkens en runderen, terwijl vrouwtjes pas geslacht werden na hun piek van reproductieve jaren. Dit werd voorafgegaan aan overbejaging die een andere benadering noodzakelijk maakte, met het hoeden van kuddes tot gevolg. Zo liep het pad van de jacht op wild via beheersing van wild naar kuddes hoeden en kuddes houden naar veeteelt.
Zo was ook dit domesticatiepad geen bewuste sturing, maar een reactie op teruglopende opbrengsten, waarna met de nieuwe benadering met zijn meeropbrengst het ratchet effect of pal-effect optrad, waarbij niet zonder grote sterfte teruggekeerd kon worden naar de oude levenswijze.
Net als bij de tammere dieren van het commensale pad, trad ook bij deze volgzamere dieren het domesticatiesyndroom op.
Gestuurd pad Het gestuurde pad was wel een bewust streven naar domesticatie waarbij de dieren niet noodzakelijk gedrag vertoonden dat ze in de buurt van mensen bracht. Nadat het proces bekend was geworden door de eerdere domesticaties, werden zo paarden, ezels en kamelen gedomesticeerd. Hoewel ook op deze dieren wel gejaagd werd voor voedsel, werden zij vooral voor transport gebruikt. Ook hier speelde tamheid een belangrijke rol, wat maakte dat gazellen en zebra's nooit werden gedomesticeerd. Kleinere huisdieren volgden, zoals in 1930 de goudhamster.
Domesticatie volgens commensaal pad, prooi-pad en gestuurd pad; (2013): 'A population genetics view of animal domestication' in Cell, Volume 29, No. 4, p. 197-205
Tamme gevangenen Een deel van de dieren die door de mens worden gehouden, groeien in het wild op. Deze tamme gevangenen kunnen moeizaam te fokken zijn in gevangenschap, zoals jachtluipaarden, valken en olifanten. Bij olifant speelt ook mee dat het jong jarenlang afhankelijk is van de moeder. In gevangenschap zijn ze weliswaar aan de mens onderworpen, maar dit leidt bij de volgende generatie niet tot genetische veranderingen.
Domesticatiecentra Lang werd gedacht dat er een beperkt aantal centra waren van waaruit akkerbouw zich verspreidde. Tegenwoordig worden er voor de domesticatie van planten minstens twaalf; ; (2012): 'Patterns and processes in crop domestication: an historical review and quantitative analysis of 203 global food crops' in New Phytologist, Volume 196, Issue 1. p. 29-48 en mogelijk meer dan twintig; (2009): 'The nature of selection during plant domestication' in Nature, Volume 457, p. 843-848; ; ; ; ; ; ; (2014): 'Convergent evolution and parallelism in plant domestication revealed by an expanding archaeological record' in Proceedings of the National Academy of Sciences, Volume 111, No. 17, p. 6147-6152 van deze centra onderscheiden.; ; ; ; ; ; ; ; ; ; ; ; ; ; ; ; ; ; ; ; ; ; ; (2014): 'Current perspectives and the future of domestication studies' in Proceedings of the National Academy of Sciences, Volume 111, No. 17, p. 6139–6146. Gearchiveerd op 24 januari 2022.
Voor dieren werd ook uitgegaan van eenmalige domesticaties voor alle dieren, afgezien van varkens die in Oost-Azië onafhankelijk gedomesticeerd zouden zijn. Via onderzoek op basis van mitochondriaal DNA leken veel dieren veel vaker onafhankelijk gedomesticeerd te zijn. Bij vroeg onderzoek met mitochondriaal DNA kon echter moeilijk onderscheid worden gemaakt tussen kruisingen die het resultaat waren van de domesticatie van geografisch en genetisch verschillende wilde populaties en kruisingen als gevolg van de introgressie van wilde in gedomesticeerde populaties. In het eerste geval is domesticatie veel en makkelijk opgetreden, in het tweede geval treedt het zelden op, maar is er veel genenstroom tussen wilde en gedomesticeerde populaties.
Door nieuwe technieken is duidelijk geworden dat genenstroom niet alleen veel voorkomt tussen wilde en gedomesticeerde populaties, maar ook tussen gedomesticeerde populaties onderling. Zo is bij gedomesticeerde varkens die zijn overgebracht naar een andere gebied mitochondriaal DNA van lokaal wild zwijn aangetroffen en zijn de gele poten van de kip afkomstig van de sonnerathoen. Bij veel andere gedomesticeerde dieren zijn zo genen van wilde soortgenoten terug te vinden. Daardoor kunnen bepaalde gedomesticeerde soorten meer overeenkomsten hebben met de wilde soortgenoten in hun nieuwe gebied dan met de wilde voorouder die domesticeerde. De variatie ten gevolge van introgressieve hybridisatie wijst dan ook niet op een nieuw domesticatiecentrum.
Vanuit bestaande diersoorten kunnen domesticatiecentra dus niet goed worden afgeleid. Hiertoe is onderzoek naar oude dierlijke resten nodig. Dit lijkt erop te wijzen dat er mogelijk slechts drie vroege domesticatiecentra zijn geweest, aanmerkelijk minder dan die voor planten. Deze gebieden zijn het Nabije Oosten, Centraal-China en de Andes. Ook binnen die gebieden vond domesticatie maar beperkt plaats, zodat het lijkt dat vroege domesticatie zeldzaam was.
De vroegste domesticaties volgden allemaal het commensale pad, met de hond als eerste.
Commensaal De hond stamt af van de grijze wolf. De hond was het eerste dier dat gedomesticeerd werd, als enige voor de neolithische revolutie en de komst van landbouw. Nog onzeker is waar, wanneer en hoe vaak. De domesticatie van de hond was in ieder geval voor het einde van het Pleistoceen zover gevorderd dat ze wijdverspreid waren in Eurazië toen de mens nog jager-verzamelaar was. Na de onbewuste habituatie zal daarna een bewustere selectiedruk door de mens zijn toegepast tot uiteindelijk kunstmatige selectie op zeer specifieke eigenschappen. Dat commensale domesticatie vroeg begon, zou kunnen blijken uit een fossiel van 31.700 jg uit de grotten van Goyet in België dat al duidelijk afwijkt van de wolf en meer weg heeft van de prehistorische hond. Dit exemplaar is niet de voorouder van de moderne hond, maar een uitgestorven zustergroep. Ook in Oekraïne werden dergelijke vroege fossielen gevonden, zodat er mogelijk meerdere centra voor de domesticatie van de paleolithische hond waren.; ; ; ; ; ; (2009): 'Fossil dogs and wolves from Paleolithic sites in Belgium, the Ukraine and Russia: osteometry, ancient DNA and stable isotopes' in Journal of Archaeological Science, Volume 36, p. 478-490 Dat de domesticatie van de hond daadwerkelijk in het Aurignacien begon, is echter onderwerp van debat.; ; (2012): 'Palaeolithic dog skulls at the Gravettian Předmostí site, the Czech Republic' in Journal of Archaeological Science, Volume 39, Issue 1, p. 184–202 Andere studies hebben ook een vroege divergentie tussen wolf en hond gevonden, waarbij de gemeenschappelijke voorouder voor het Laatste Glaciale Maximum moet hebben geleefd.; ; ; (2015): 'Ancient Wolf Genome Reveals an Early Divergence of Domestic Dog Ancestors and Admixture into High-Latitude Breeds' in Current Biology, Volume 25, Issue 11, p. 1515–1519 Een moeilijkheid daarbij is dat zo'n moment van divergentie niet het begin van domesticatie hoeft te zijn. Een allopatrische splitsing kan ook een divergentie tot gevolg hebben. Daarnaast heeft de huidige wilde soort zelf ook een evolutie doorgemaakt en is dus niet de voorouder van de gedomesticeerde variant. Een genetische flessenhals of stichtereffect kan de interpretatie ook bemoeilijken.; ; (2016): 'Taming the Past: Ancient DNA and the Study of Animal Domestication' in Annual Review of Animal Biosciences, Volume 5, p. 329-351 Als enkel domesticatiecentrum voor de hond zijn Europa, Centraal-Azië en Oost-Azië voorgesteld. Een andere mogelijkheid is dat er twee domesticaties zijn geweest, een in Oost-Azië en een in West-Eurazië, waarna de Oost-Aziatische hond de West-Euraziatische hond gedeeltelijk verving. ; ; ; ; ; ; ; ; ; ; ; ; ; ; ; ; ; ; ; ; ; ; ; ; ; ; ; ; (2016): 'Genomic and archaeological evidence suggest a dual origin of domestic dogs' in Science, Volume 352, Issue 6290, p. 1228-1231. Gearchiveerd op 20 mei 2022.
De kat werd zo'n 9000 jg van de Afrikaanse wilde kat gedomesticeerd, aangetrokken door synantrope dieren als muizen die op graan afkwamen.; ; ; ; ; ; ; ; ; ; ; ; (2007): 'The Near Eastern Origin of Cat Domestication' in Science, Volume 317, Issue 5837, p. 519-523. Gearchiveerd op 26 maart 2023. Domesticatie vond vanaf zo'n 9000 jg zowel in het oude Nabije Oosten als in het oude Egypte plaats.; ; ; ; ; ; ; ; ; ; ; ; ; ; ; ; ; ; ; ; ; ; ; ; ; ; ; ; (2017): 'The palaeogenetics of cat dispersal in the ancient world' in Nature Ecology & Evolution, Volume 1. Gearchiveerd op 6 maart 2023.
Varkens hebben mogelijk het commensale pad gevolgd, maar zijn ook bejaagd. Zowel in China als in Europa waren ze al vroeg aanwezig, wat zou wijzen op het commensale pad, evenals hun vermogen om menselijk afval te verwerken. Net als bij de hond zijn een kleinere schedel en korter wordende tanden een kenmerk van domesticatie.