thumb|Middeleeuwse islamitische boomverzorging: Ibn Bassal en Abū l-Khayr al-Ishbīlī beschreven in detail op welke wijze vruchtbomen, als de olijfboom en dadelpalm, dienden te worden verzorgd en vermenigvuldigd.
De Arabische agrarische revolutie, ook wel islamitische agrarische revolutie genoemd, is de transformatie in de landbouw die van de 8e tot de 13e eeuw plaatsvond in de islamitische wereld, een periode die bekend staat als het islamitische gouden tijdperk. De agronomische literatuur van die periode, met belangrijke werken van Ibn Bassal en Abū l-Khayr al-Ishbīlī, weerspiegelde de grootschalige verspreiding van landbouwgewassen, met name naar het middeleeuwse Spanje (al-Andalus) en de toename van de wetenschappelijke kennis van land- en tuinbouw in de islamitische wereld. Middeleeuwse Arabische historici en geografen beschreven al-Andalus als een vruchtbare en welvarende regio met voldoende water en een overvloed aan vruchtbomen, zoals de olijfboom en granaatappel. Archeologisch onderzoek bevestigt dat er in die periode sprake was van belangrijke verbeteringen op het gebied van veeteelt en irrigatietechnieken, zoals het gebruik van het sakia-waterrad. Mede dankzij deze veranderingen werd de landbouw aanmerkelijk productiever, hetgeen leidde tot bevolkingsgroei, urbanisatie en een groeiende stratificatie van de samenleving.
In het Westen werd deze agrarische revolutie voor het eerst beschreven door de Spaanse historicus Antonio Garcia Maceira in 1876.Ruggles 2000, pp. 31-32 De term werd voor het eerst gebruikt door de historicus Andrew Watson in een invloedrijk maar destijds ook controversieel paper uit 1974. Veertig jaar later bleek zijn werk nog steeds van nut voor historici en werden zijn inzichten ondersteund door archeologische en archaeobotanische vondsten.Squatriti 2014, pp. 1205-1220
Middeleeuwse islamitische landbouwkunde
thumb|upright|Dorpsgezicht met gevogelte, schapen en geiten, kopie van een illustratie uit Maqamat al-Hariri geïllustreerd door al-Wasiti, 1237
Het eerste Arabische boek over landbouwkunde dat al-Andalus bereikte was in de 10e eeuw al-Filahat al-nabatiyya (Nabateaanse landbouw) uit Irak, geschreven door Ibn Wahshiyya; dit werd gevolgd door teksten geschreven in al-Andalus zelf, zoals de Mukhtasar kitab al-filaha (Beknopt boek van de landbouw) door al-Zahravi (Abu al-Qasim) uit Córdoba, omstreeks 1000 n.Chr.Ruggles 2008, pp. 32-35
De elfde-eeuwse landbouwkundige Ibn Bassal uit Toledo beschreef 177 plantensoorten in zijn werk Dīwān al-filāha (De hof van de landbouw). Hij had de hele islamitische wereld doorkruist en keerde terug naar al-Andalus met een gedetailleerde landbouwkundige kennis. Zijn praktische en systematische boek bevat gedetailleerde beschrijvingen van nuttige gewassen, waaronder blad- en wortelgroenten, kruiden, specerijen en bomen, en biedt een uitleg hoe deze te vermeerderen en te verzorgen.
De twaalfde-eeuwse landbouwkundige Abū l-Khayr al-Ishbīlī uit Sevilla beschreef in zijn werk Kitāb al-Filāha (Verhandeling over landbouw) nauwkeurig hoe olijfbomen dienen te worden gekweekt, geënt en geoogst, evenals de wijze waarop ze dienen te worden verzorgd bij ziekte; ook over andere gewassen, zoals katoen, gaf hij nauwkeurige beschrijvingen.Zaimeche 2002
Middeleeuwse islamitische veeteelt thumb|Arabische schaapherders, door Antonio Leto.
Uit archeologisch bottenonderzoek (osteometrie) is gebleken dat schapen in Zuid-Portugal groter werden tijdens de islamitische periode, terwijl de afmetingen van het rundvee toenamen na de herovering van het gebied door de christelijke vorsten. De archeoloog Simon Davis veronderstelt dat deze veranderingen wijzen op een verbetering in de veeteelt die werd ingezet in de islamitische periode; de keuze voor het schaap zou ingegeven zijn door de voorkeur voor schapenvlees in de islamitische cultuur.Davis 2008, pp. 991-1010
Middeleeuwse islamitische irrigatie thumb|left|Het oude Bahr Joesoef-kanaal verbindt de Fajoemdepressie met de 25 km verderop gelegen Nijl.
Net als in het islamitische Spanje (al-Andalus), kenmerkte de islamitische periode in de Fajoemdepressie van Centraal-Egypte zich door zeer grootschalige irrigatiesystemen, waarbij zowel de wateraanvoer, door middel van kanalen, als het waterbeheer in handen was van het lokale tribale gezag.Rapoport & Shahar 2012, pp.1-31 Gedurende de islamitische periode in Spanje, waar de landelijke gebieden ook een tribaal karakter hadden, werd het netwerk van irrigatiekanalen aanzienlijk uitgebreid.Jayyusi 1994, pp. 974-986 Ook in al-Fajoem werden in die periode nieuwe dorpen gesticht en nieuwe van irrigatie afhankelijke boomgaarden en suikerrietplantages ontwikkeld.
thumb|Het door dieren aangedreven sakia-irrigatierad werd verbeterd en ook buiten islamitische Spanje verspreid.
De sakia, het door dieren aangedreven irrigatierad, is waarschijnlijk rond het begin van het Omajjadentijdperk (in de 7e eeuw) in islamitisch Spanje geïntroduceerd. In de 11e en 12e eeuw werden verbeteringen van het irrigatierad door Hispano-Arabische agronomen beschreven. Op basis daarvan werd de sakia-irrigatie verder verspreid in Spanje en Marokko. Een waarnemer uit de 13e eeuw beweerde dat er alleen al langs de Guadalquivir "5000" waterraderen in islamitisch Spanje waren; ook als men rekening houdt met enige middeleeuwse overdrijving,Ruggles 2007 was er in die regio sprake van een groot aantal irrigatiesystemen. De toevoer van water was voldoende, zowel voor de steden als de landbouw: het Romeinse aquaductennetwerk naar de stad Córdoba werd in het Omajjadentijdperk hersteld en verder uitgebreid.
Middeleeuwse beschrijvingen van het islamitische Spanje Middeleeuwse Arabische historici, waaronder Ibn Bassam, Ibn Hayyan en Ibn Hazm, en geografen als al-Bakri,Lévi-Provençal 2012Meri 2006, p. 96 al-Idrisi, en Al-Zuhri, beschreven islamitisch Spanje als een welvarend gebied.Scales 1993, p. 3Decter 2007, pp. 20-21, 35 Ook de tiende-eeuwse joodse schrijver Menahem Ben Saruq liet zich in lovende bewoordingen uit over al-Andalus in een brief aan de koning van Khazar: "De naam van het land waarin we wonen ... al-Andalus in de taal van de Arabieren, de bewoners van het land, ... het land is rijk, met een overvloed aan rivieren, bronnen en aquaducten; een land van koren, olie en wijn, van fruit en allerlei lekkernijen; het heeft lusthoven en boomgaarden, vruchtbare bomen van elke soort, waaronder … [de witte moerbei] waarmee de zijderups zich voedt". Al-Maqqari citeert de negende-eeuwse Ahmad Ibn Muhammad Ibn Musa al-Razi die al-Andalus beschreef als een rijk land "met goede landbouwgrond, vruchtbare nederzettingen, rijkelijk doorstroomd met overvloedige rivieren en frisse bronnen." Al-Andalus werd geassocieerd met gecultiveerde bomen, als olijfbomen en granaatappelbomen. Na de christelijke herovering van Spanje bleven veel akkers braak liggen en veranderde het akkerland weer in weidegrond, hoewel een aantal boeren de islamitische landbouwpraktijken probeerden voort te zetten.Decter 2007, p. 35 Hoewel westerse historici enige vraagtekens plaatsten bij de betrouwbaarheid van de beschrijvingen van de middeleeuwse Arabische historici, omdat deze een motief zouden kunnen hebben bij het benadrukken van de welvaart van al-Andalus, is er een ruime hoeveelheid archeologisch bewijsmateriaal gevonden dat hun beweringen staaft.Schildgen 2016, p. 84
Agrarische revolutie thumb|upright|Landbouwtafereel uit een middeleeuws Arabisch manuscript uit al-Andalus (Islamitisch Spanje) c. 1200.
In 1876 betoogde de Spaanse historicus Antonia Garcia Maceira dat waar de Romeinen en vervolgens de Goten in Spanje niet veel aandacht schonken aan gewasverbetering of het invoeren van nieuwe gewassoorten uit andere regio's, er onder "de Arabieren" in al-Andalus sprake was van een agrarische "revolutie" die werd teweeg gebracht "door het toepassen van kennis die ze hadden verkregen door waarnemingen tijdens hun pelgrimstochten, en dit resulteerde in een grote toename van agrarische nederzettingen." In 1974 publiceerde de historicus Andrew Watson een paper waarin hij voortborduurde op Garcia Maceira's hypothese over een agrarische revolutie in al-Andalus.Ruggles 2000, pp. 15-34 Watson betoogde dat de economie die Arabische en andere islamitische handelaren in de Oude Wereld vestigden, leidde tot de verspreiding van veel gewassen en landbouwtechnieken over de islamitische wereld, evenals de aanpassingen van en naar regio's buiten de islamitische wereld. Gewassen zoals sorgo uit Afrika, citrusvruchten uit China en mango, rijst, katoen en suikerriet uit India, werden in de islamitische landen verspreid, waar ze volgens Watson voorheen niet werden verbouwd. Hij identificeerde achttien van deze gewassenDecker 2009, pp. 187-188 en stelde dat deze introducties, samen met een verhoogde landbouwmechanisatie en irrigatie, hebben geleid tot grote veranderingen in de samenleving. Ze beïnvloedden de economie, bevolkingsspreiding, vegetatiestructuur,Watson 2008 landbouwproductie en -inkomen, bevolking, stedelijke groei en de verdeling van de beroepsbevolking, maar ook landbouw-gerelateerde activiteiten in de islamitische wereld, bijvoorbeeld voeding, voedselbereiding en kleding.
thumb|upright|left|Handmatige irrigatie in de 20e eeuw. In 1997 schreef de wetenschapshistoricus Howard R. Turner dat de bestudering van grond, klimaat, seizoen en ecologie in de islamitische wereld "een opvallend geavanceerde tuinbouw en landbouw had bevorderd. De resulterende kennis, die na de elfde eeuw aan Europa werd doorgeven, droeg bij aan het verbeteren van landbouwtechnieken, het verbreden van de verscheidenheid aan gewassen en het verhogen van de opbrengst op de landbouwgronden van het continent. Daarnaast is er vanuit of door moslimlanden een enorme variëteit aan gewassen in het Westen geïntroduceerd".Turner 1997, p. 173
De islamhistoricus Salah Zaimeche verklaarde in 2002 dat het werk van onder andere Watson, Thomas GlickGlick 1996 en L. BolensZie bijvoorbeeld Bolens 1972.Zaimeche 2002 de "geaccepteerde wijsheid" weerlegde dat de landbouw in Europa pas in de laatste paar eeuwen verbeterd zou zijn.
In 2006 verklaarden James E. McClellan III en Harold Dorn in hun werk Science and Technology in World History dat het islamitische rijk net zo afhankelijk was van zijn boeren als van zijn soldaten, en dat de boeren hadden bijgedragen aan het ontwikkelen van een "wetenschappelijke beschaving": "in hetgeen neerkwam op een landbouwrevolutie, pasten zij nieuwe en meer gevarieerde voedselgewassen aan aan het mediterrane ecosysteem: rijst, suikerriet, katoen, meloenen, citrusvruchten en andere producten. Door middel van herbouwde en uitgebreide irrigatiesystemen, verlengde de islamitische landbouw het landbouwseizoen en verhoogde het de productiviteit."McClellan & Dorn 2006, p. 102 Ze verklaarden verder dat het belang van deze inspanningen onder meer bleek uit de "ononderbroken reeks" boeken over landbouw en irrigatie, en de vele boeken over specifieke dieren die van belang waren voor de islamitische landbouw en de overheid, waaronder paarden en bijen. Ze schreven de bevolkingsgroei, verstedelijking, sociale stratificatie, politieke centralisatie en door de staat gecontroleerde wetenschap toe aan de verbetering van de landbouwproductiviteit.
thumb|Innovatie in het islamitische gouden tijdperk: de Moren introduceerden ook een nieuwe architectuur in al-Andalus, waaronder tuinen met waterbouwkundige werken, zoals die van het Generalifepaleis bij het Alhambra. Rond 2008 bevestigde de archeozoöloog Simon Davis dat op het Iberisch schiereiland de "landbouw bloeide: de moslims introduceerden nieuwe irrigatietechnieken en nieuwe gewassen zoals suikerriet, rijst, katoen, spinazie, granaatappel- en citrusbomen, om er een paar op te noemen... Sevilla was een Mekka voor landbouwkundigen geworden, en het achterland, of Aljarafe, hun laboratorium."Davis 2008, pp. 991-1010
Aanvankelijk scepticisme