Het Nederlands-Indisch verzet in de Tweede Wereldoorlog was het geheel van verzetsgroepen die in de Tweede Wereldoorlog actief waren in Nederlands-Indië. Dit verzet werd gepleegd van maart 1942 tot voorjaar 1944.

Geschiedenis Direct na de val en capitulatie van Nederlands-Indië, en de bezetting door Japan, brak strijd uit op de vele eilanden van groepen bewoners tegen de Japanners. Doordat de Japanners erin slaagden vrijwel het gehele verzet binnen een jaar uit te schakelen, werd de hoop op een geallieerde bevrijding via de weg van het verzet hierdoor ontnomen. Vanwege de Japanse militaire en organisatorische overmacht, de plunderingen van geheime Nederlandse wapen- en voedselopslagplaatsen door de Indonesische bevolking, kreeg een mogelijkheid tot een guerrilla-oorlog vrijwel geen kans van slagen, behalve op Celebes en Timor.

Het verzet Het verzet bestond uit mensen die een verbinding hadden met Nederland, vaak ex-militairen. Zoals zij die buiten de interneringskampen waren gebleven, zoals vrijgelaten ex-KNIL’ers, Indo-Europeanen en NipponwerkersDit waren personen die in strategisch belangrijke bedrijven en organisaties moesten werken, Molukkers en ook andere inheemse ex-KNIL’ers, en ondergedoken militairen. Zij vormden groepen, zoals de verzetsgroep Corsica in Soerabaja.

Verzet werd behalve op Java ook geboden op Sumatra, Celebes, de Molukken en Nieuw-Guinea. Het verzet was veelal kleinschalig en op verschillende plaatsen in Indië. Van enige structuur was geen sprake. Vanuit de Indische maatschappij werd heel anders tegen de Japanse aanwezigheid gekeken en werd -ondanks de ontevredenheid in de latere jaren- er geen verzet gepleegd tegen de nieuwe overheersers die vaak als bondgenoten werden gezien.

Taken Het verzet zette na de overgave de gewapende militaire strijd voort. Daarnaast werkten verzetsleden samen met de geallieerden: ingewonnen militair-strategische inlichtingen werden doorgegeven en er werden contacten gelegd met Australië, een land dat belangrijk was als springplank voor de geallieerden. Binnenlands ving het verzet diverse radioberichten op en verspreidde deze vervolgens in Indië, om zodoende de moraal op te vijzelen en verzetsgroepen van actuele informatie te voorzien. Wapens en munitie werden verzameld en verstopt, militairen die niet waren gecapituleerd werden geholpen bij het onderduiken. Verzetsleden infiltreerden in Japanse organisaties. Ook werden Japanners uitgeschakeld en werd er sabotage gepleegd.

Ook binnen de interneringskampen vonden verzetsdaden plaats, zoals voedsel en medicijnen het kamp in smokkelen, middelen waar een groot tekort aan was. Er werden berichten uitgewisseld; voornamelijk het kamp uit maar soms ook het kamp in. Verder vonden protesten plaats tegen de aanwijzing van vrouwen tot troostmeisje en de verplaatsing van jongens vanaf 10-jarige leeftijd naar de mannenkampen. Men probeerde de bezetter tegen te werken door opgedragen werkzaamheden te vertragen dan wel niet goed uit te voeren.

Verzetsgroepen De volgende verzetsgroepen bestonden: West-Java: Groep Wernink (o.l.v. reserve-kapitein A.L.J. Wernink) te Batavia; Gemengde groep (Tandjong Priok): F. Tessers en D. Tessers, met een tijdelijke radiozender; Verzetsgroep Welter (o.l.v. reserve-eerste luitenant mr. L.J. Welter) te Buitenzorg en Depok; Gemengde groep Stam (o.l.v. J.C. Stam), bestaande uit voornamelijk Ambonezen, te Buitenzorg; Australische guerrillagroep Salak te Buitenzorg; Verzetsgroep Grandpré Molière/Briët te Soekaboemi; Verzetsgroep De Lange (o.l.v. kapitein R.G. de Lange) te Bandoeng; Guerrillagroep: Van de Vorst te Bandoeng; Groep Soegondo-Baki (o.l.v. commandant Soegondo-Baki over een groep Timorezen) te Bandoeng; Ambonese groep Boy (o.l.v. Dirk Jan Kaihatu) te Bandoeng; Verzetsgroep Tjimahi met Ambonezen en Timorezen; Midden-Java: Guerrillagroep Gombong (o.l.v. onderluitenant Siahaija); Verzetsgroep Semarang met Timorezen, en Ambawara met gemengde groep; Guerrillagroep Salatiga (o.l.v. sergeant Frans); Verzetsgroep Magelang (o.l.v. Noengai Radji) met Javanen en Timorezen; Oost-Java: Groep Trauerbach op Oost-Java; Groep Steyn van Hoensbroek op Oost-Java; Inheemse groep ex-KNIL-militairen onder leiding van waarschijnlijk Saaka op Oost-Java; Groep-Meelhuysen/Verzetsgroep Nanne Halie/Verzetsgroep Corsica; Groep-Koops Dekker. Sumatra: Sapoe Tangan Merah (Rode Zakdoek) op Sumatra, die uit Molukse soldaten bestond en aangevuld werd met Menadonese, Timorese en Indo-Europese ex-militairen; Verzetsgroep-Van Dormolen; Groep generaal R. Th. Overakker; Groep Treffers (omgeving Medan); Groep Van Dijk (omgeving Padang); Nieuw-Guinea: Gevechtsgroep Kokkelink; Verzetsgroepen op Nieuw-Guinea. Diverse: Chinese groep o.l.v. dominee Tjoa Tek Soat; Ambonese groepen: Saija, Tanasale, Siahaija, Titarsoley, Hatusuput; Europese groep: Stevens-Carelsz; Verzetsgroepen op de Kei-eilanden.

Vermeend einde Door de fanatieke inzet van de Indonesische rechercheurs van de Politieke Inlichtingendienst (PID), de coöperatieve medewerking van de Indonesische bevolking, Japanse militaire inlichtingendiensten en de Kempeitai is uiteindelijk in het voorjaar van 1943 het verzet gebroken. Reeds in december 1942 was de grootste verzetsgroep van ruim 200 personen, de groep-Meelhuysen ofwel Verzetsgroep Corsica, grotendeels opgerold door de bezetter. De Verzetsgroep Corsica bleef echter door nieuwe leiding en nieuwe aanwas van leden tot 1944 functioneren.

Gevangenen Van de groepen zijn rond 15.000 man gevangen genomen en door marteling, gebrek, ziekte, fusillade of onthoofding om het leven gekomen. In Jakarta liggen op het Ereveld Antjol 1.328 deelnemers aan het verzet begraven.

De Grote Oost In de Grote Oost werden in 1943-1944 de kansen op een geallieerd offensief hoog ingeschat, vanwege een mogelijke militaire doorbraak vanuit Australië. Voor de inlichtingendiensten waren de schaarse contacten op de diverse eilanden daarom zeer belangrijk. Door de Netherlands Forces Intelligence Service (NEFIS) werden party'sParty's waren speciale verkenners die werden gedropt om samen met de lokale contacten de weg voor latere invasies voor te bereiden gedropt, die ook verzetsdaden pleegden.

Mislukking van het verzet Het Indisch verzet had weinig kans van slagen door verschillende factoren: a. het geografisch isolement: contact met de geallieerden in Australië was zeer moeilijk en droppings van wapens of agenten waren vrijwel onmogelijk; b. sociale uitsluiting: verzetslieden konden zich amper mengen onder de lokale bevolking zonder op te vallen. Meelhuysens vermomming als de Javaan 'Tahir' was hierop een uitzondering; c. de Kempeitai: de Japanse opsporingsmethoden waren meedogenloos, aangezien systematische marteling ongetwijfeld leidde tot het doorslaan van arrestanten, waardoor hele netwerken opgerold werden.

Na de oorlog Onderzoek naar het Indisch Verzet kwam pas zeer laat op gang, namelijk in de jaren '80. De uitkomsten van het onderzoek hebben geleid tot het instellen van de Commissie Indisch Verzet, die tot taak had een vergelijking te trekken tussen het Nederlands verzet en het Indisch verzet. Uit documentatie van het toenmalige RIOD bleek weinig voorhanden om aan te nemen dat er veel verzet was gepleegd. Pas nadat de Commissie dossiers bekeken had uit de Kanselarij der Nederlandse Orden, waarin opgenomen waren degenen die een Verzetsster Oost-Azië hadden ontvangen, kon de aanbeveling volgen voor de invoering van de Wet buitengewoon pensioen Indisch verzet (WIV). Deze wet ging in mei 1986 in, waarbij uitvoeringsinstantie Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds (ABP) uitging van hooguit 1000 harde aanspraken. Uiteindelijk volgden er 1300 claims, waarvan er tot september 1989, slechts een 76-tal werd toegekend.Het verzet in Nederlands-Indië tegen de Japanse bezetter. Deel 5. Het Indisch verzet in het geheugen van Nederland en in de maatschappelijke context, Indischhistorisch.nl

miniatuur|Monument Indisch Verzet

Monument Voor het verzet in Nederlands-Indië is het Monument Indisch verzet in 1997 opgericht op landgoed Bronbeek in Arnhem. Monument Indisch verzet, Traces of war. Hierop staat de tekst: DEN VADERLANT GHETROUWE BLIJF ICK TOT IN DEN DOET...

Literatuur Strijden voor erkenning. Vergeten verzet in Nederlands-Indië, Onno Sinke; Trouw, 12 augustus 2009. Guerrilla in Mori. Het verzet tegen de Japanners op Midden-Celebes in de tweede wereldoorlog, Michiel Hegener; uitgeverij Contact, Amsterdam 1990, . Verzet in Nederlands-Indië tegen de Japanse bezetting 1942-1945, B.R. Immerzeel en F. van Esch (red.); SDU Uitgevers, Den Haag 1993, . Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog. 11b. Nederlands-Indië II. Eerste helft, L. de Jong; Staatsuitgeverij, ’s-Gravenhage 1985. Het Overakker complot, Indisch verzet tegen de Japanse bezetter op Sumatra 1942-1945, Esther Zwinkels; Uitgeverij Unieboek Het Spectrum bv, Houten - Antwerpen 2011, .

Categorie:Tweede Wereldoorlog in Nederlands-Indië Categorie:Verzet in de Tweede Wereldoorlog Categorie:Verzetsmonument in Nederland