De Siciliaanse oorlogen, of de Grieks-Punische oorlogen, waren een reeks van gevechten tussen Carthago en de Griekse stadstaten op Sicilië, geleid door Syracuse. Er werd gevochten om de alleenheerschappij in Sicilië en de westelijke Middellandse Zee, tussen 600 en 265 v.Chr.

Carthago's economische succes, en haar afhankelijkheid van de overzeese handel (Carthago's zuidgrens was een woestijn), leidden tot de creatie van een krachtige vloot, om zowel piraten als rivaliserende steden te ontmoedigen. Carthago had haar sterke vloot van haar Fenicische voorouders geërfd, en deze bovendien verder verbeterd om, anders dan de Feniciërs, niet afhankelijk te zijn van andere stadstaten. Haar groeiende hegemonie bracht Carthago steeds dichter bij een conflict met de Grieken, de rivaal om de macht over de centrale Middellandse Zee.

De Grieken waren, net als de Feniciërs, ervaren zeevaarders, die bloeiende kolonies hadden gesticht over de Middellandse Zee. De twee rivalen vochten hun oorlogen uit op het eiland Sicilië, dat dicht bij Carthago lag. Van oudsher waren zowel Grieken als Feniciërs aangetrokken tot het grote eiland, en stichtten ze kolonies en handelsposten op de kusten. Voor eeuwen werden er al kleine slagen geleverd tussen deze twee mogendheden.

Er zijn geen Carthaagse overleveringen bewaard over de oorlog. Toen de Romeinen de stad verwoestten in 146 v.Chr., deelden ze alle boeken uit de Carthaagse bibliotheek uit aan de omwonende berberstammen. Er bleef geen enkel boek over, waardoor alle historische kennis omtrent de Siciliaanse oorlogen van Griekse historici afkomstig is.

Achtergrond miniatuur|Geschatte locaties van de Elymiërs en hun buren, de Sicanen en de Sicelen, in de 11e eeuw v.Chr. (d.w.z. voor de kolonisatie van de Feniciërs en de Grieken). De Feniciërs hadden handelskolonies opgericht over de hele kust van Sicilië na 900 v.Chr. maar waren nooit ver het eiland ingetrokken. Ze handelden met de Elymiërs, de Sicanen en Sicelen en trokken zich uiteindelijk terug naar Motya, Panormus en Soluntum in het westelijke deel van het eiland toen de Griekse kolonisten aankwamen na 750 v.Chr.Thucydides, Historiae VI 2.6. Deze Fenicische steden bleven onafhankelijk totdat ze deel begonnen uitmaken van de Carthaagse hegemonie iets na 540 v.Chr.Freeman, Edward A., History of Sicily from the earliest times, I, Oxford, 1891, pp. 282-297.

Carthaagse hegemonie Carthago ontwikkelde haar hegemonie deels uit verdediging tegen de Grieken die de Fenicische invloedssfeer aan het aantasten waren. De Feniciërs boden eerst geen weerstand aan de Griekse kolonies. Maar toen de Grieken na 640 v.Chr. Iberië bereikten, ontpopte Carthago zich als leider van het Fenicische verzet. Tijdens de 6e eeuw v.Chr. stichtte Carthago een rijk dat de handel over de westelijke Middellandse Zee zou domineren tot de tweede eeuw v.Chr.Markoe, Glenn E., Phoenicians, Berkeley - Los Angeles, 2000, pp. 54-55. De Feniciërs in Sicilië en de Elymiërs hadden zich verenigd om de Grieken van Selinus en Rodos te verslaan in 580 v.Chr. bij Libyaeum, het eerste beschreven incident op Sicilië. Het volgende bekende conflict vond 70 jaar later plaats.

Magna Graecia thumb|Kaart van Magna Graecia ca. 280 v.Chr. met de diverse Griekse dialecten.Gebaseerd op: Woodard, R.D., The Ancient Languages of Europe, Cambridge - e.a., 2008, p. 51 (= verbeterde versie van The Cambridge Encyclopedia of Ancient Languages, 2004). De Griekse gekoloniseerde zone op Sicilië en Zuid-Italië werd bekend als Magna Graecia. De Grieken die in deze gebieden leefden, gedroegen zich ongeveer hetzelfde als de Grieken in Griekenland. Ze ontwikkelden hun politieke en commerciële invloed ten koste van hun buren terwijl ze de vete tussen de Ioniërs en Doriërs levend hielden. In Sicilië hadden de Ionische Grieken goede relaties met de oorspronkelijke Siciliërs en de Feniciërs. De Dorische kolonies waren echter agressiever en vergrootten hun grondgebied vanaf de kust naar het binnenland ten koste van de inboorlingen. Er ontstonden conflicten tussen de kolonies en inboorlingen maar die bleven meestal beperkt tot lokale incidenten. De handel floreerde ondertussen wel tussen de inboorlingen, Grieken en Feniciërs, en de Griekse kolonies werden rijk. Deze rijkdom bracht de Grieken in de mogelijkheid om hun grondgebied opnieuw te vergroten, wat uiteindelijk leidde tot de Eerste Siciliaanse Oorlog.

Carthago komt op het strijdtoneel De Carthager Malchus zei dat hij 'heel Sicilië had veroverd' en zond oorlogsbuit naar Tyrus, in 540 v.Chr. of iets later, waarmee hij waarschijnlijk bedoelde dat Motya, Panormus en Solus onder de Carthaagse controle waren gevallen. De groei van Selinus en Himera tijdens deze periode tonen aan dat de Carthagers en de Grieken niet vochten op dat moment. Dertig later koloniseerde prins Dorieus van Sparta, die de Spartaanse troon had verloren, het stadje Eryx. Hij deed dit nadat hij was verdreven uit Lybië door Carthago in 511 v.Chr. na een driejarig conflict.

Carthago hielp Segesta in 510 v.Chr. de expeditie van Dorieus te verslaan. Op dit moment werd waarschijnlijk ook Minoa gesticht.Diodorus Siculus, Bibliotheca historica IV 23. Siciliaanse Grieken (waarschijnlijk inwoners van Akragas, Gela en Selinus) vochten hierna uit wraak tegen Carthago. Dat leidde tot de vernietiging van Minoa en een overeenkomst die economische voordelen voor de Grieken inhield.Freeman, Edward A., History of Sicily from the earliest times, II, Oxford, 1891, pp. 97-100. De vraag om hulp aan het Griekse vasteland om de dood van Dorieus, die gestorven was tijdens de vijandelijkheden, te wreken, vond weinig bijstand. Ze werd zelfs niet gesteund door Dorieus' broer, Leonidas I van Sparta, die beroemd is geworden door zijn rol in de Slag bij Thermopylae. Dit toonde ofwel de nutteloosheid om Carthago als individuele Griekse steden te bestrijden aanBaker, G.P., Hannibal, Londen, 1929, p. 15. ofwel de onbetrouwbaarheid van de hulp van het Griekse vasteland, een situatie die zou veranderen met de opkomst van de Griekse tirannen op Sicilië. Twee Grieken uit Gela, Cleander en Gelo, werden meegesleept in deze oorlog en zouden de hierop volgende gebeurtenissen erg versnellen.

Siciliaanse tirannen Terwijl de gebeurtenissen in het westen van Sicilië voortduurden, vielen de meeste van de Griekse kolonies onder de heerschappij van de tirannen. De tirannen van Gela, Akragas en Rhegion vergrootten succesvol hun grondgebied ten koste van de oorspronkelijke Siciliërs tussen 505 en 480 v.Chr. en hierbij was de Dorische stad Gela het meest succesvol.

Dorische Grieken worden dominant op Sicilië Cleander van Gela (505-498 v.Chr.) en zijn broer Hippocrates (498-491 v.Chr.) namen succesvol zowel Ionisch als Dorisch grondgebied over en tegen 490 v.Chr. waren Messina, Leontini, Catana, Naxos, naast de naburige landen van de Siceli en Kamarina, onder de controle van Gela gevallen. Gelo van Syracuse, de opvolger van Hippocrates nam Syracuse in in 485 v.Chr. en maakte het tot zijn hoofdstad. Door de voormalige inwoners uit te roeien, mensen te deporteren en tot slaaf te maken,Freeman, Edward A., History of Sicily from the earliest times, II, Oxford, 1891, pp. 130-131. transformeerde Gelo de vroegere Ionische steden in Dorische steden en maakte van Syracuse de dominante kracht in Sicilië. Ondertussen had Akragas succesvol grondgebied ingenomen van de Sicanen en Sicelen onder leiding van de tiran Theron van Akragas(488-472 v.Chr.). Om conflicten tussen Akragas en Syracuse te voorkomen, regelden Gelo en Theron huwelijken tussen hun families, waardoor ze een verenigd front vormden tegen de Sicelen en de Ionische Grieken op Sicilië. Het grootste deel van de voorraden en mankracht was dus geconcentreerd in de handen van deze twee tirannen, een bedreiging voor alle andere Siciliaanse steden.

Ionische Grieken vragen hulp aan Carthago Om een antwoord te bieden aan deze Dorische dreiging sloot Anaxilas van Rhegion een bondgenootschap met Terrilus, de tiran van Himera, en trouwde met zijn dochter.Herodotus, Historiae VII 163. Himera en Rhegion werden vervolgens bondgenoten van Carthago, het dichtstbijzijnde machtige rijk dat sterk genoeg was om hulp te voorzien. Selinous, een Dorische stad waarvan het grondgebied aan Therons land grensde, werd ook een bondgenoot van Carthago. Misschien dreef de angst voor Theron en de vernietiging van Megara Hyblaea (moederstad van Selinous) door Gelo in 483 v.Chr. hen om dit te doen. Er waren dus drie machtsblokken in Sicilië in 483 v.Chr. De Ioniërs domineerden het noorden, Carthago het westen en de Doriërs het oosten en het zuiden. De Sicelen en Sicanen, volledig omsingeld in het midden, bleven passief, maar de Elymiërs sloten zich aan bij de Carthaagse alliantie.

De Eerste Siciliaanse Oorlog (480 v.Chr.) Nadat Theron in 483 v.Chr. Terrilus, tiran van Himera, had afgezet, reageerde Cartago op Terrilus'oproep om een expeditie naar Sicilië op te zetten. Carthago kon deze grote bedreiging niet negeren omdat de alliantie tussen Gelo en Theron heel Sicilië aan het innemen was. Daarenboven was Hamilcar, de toenmalige leider van Carthago, een vriend van Terrilus.

Carthago kon er ook voor gekozen hebben op dat moment aan te vallen omdat de Perzen toen het Griekse vasteland aanvielen. De theorie dat er een alliantie was met Perzië is weinig waarschijnlijk, omdat ook Carthago geen buitenlandse invloed verdroeg. Desondanks kon Carthago toch een enorm leger naar Sicilië brengen. Volgens oude bronnen was Hamilcars leger 300.000 man sterk. Dit lijkt weinig waarschijnlijk omdat, zelfs op haar hoogtepunt, het Carthaagse Rijk slechts 50 tot 100.000 man kon bijeenbrengen. Indien Carthago een bondgenootschap zou gesloten hebben met Perzië, konden de Perzen Carthago's huurlingenleger bevoorraden en betalen. Er zijn evenwel geen bewijzen dat Carthago een bondgenootschap had met de Perzen.

Op hun tocht naar Sicilië echter leed de Punische vloot verliezen, waarschijnlijk zware, wegens het slechte weer. Nadat ze aangelegd hadden bij Ziz, de Punische naam voor Panormus, het hedendaagse Palermo, werd Hamilcar beslissend verslagen door Gelo in de Slag bij Himera, die waarschijnlijk op dezelfde dag plaatsvond als de Slag bij Salamis.Herodotus, Historiae VII 166.

Ofwel werd Hamilcar gedood tijdens deze slag ofwel pleegde hij zelfmoord na de slag. De nederlaag veroorzaakte veranderingen in Carthago's politieke en economische landschap. De oude regering van edelmannen werd verdreven en vervangen door de Carthaagse Republiek. Er was nog steeds een koning maar deze had erg weinig macht. De meeste macht werd aan de Raad van Ouderen toevertrouwd. Carthago betaalde 2.000 talenten aan de Grieken als schadevergoeding en greep 70 jaar lang niet meer in op Sicilië.

In Sicilië verloor Carthago geen grondgebied en de Grieken veroverden er geen. Syracuse viel Rhegion noch Selinous, bondgenoten van Carthago, aan. De oorlogsbuit zorgde voor investeringen op Sicilië en de Griekse cultuur floreerde er. De handelscontacten werden verbeterd en de Griekse steden werden nog rijker. Gelo stierf in 478 v.Chr. en binnen 20 jaar werden de Griekse tirannen van de troon gestoten en de alliantie tussen Syracuse en Akragas viel uiteen in 11 strijdende partijen onder leiding van oligarchieën en democratieën. Hun gekibbel en toekomstige uitbreiding van hun grondgebied leidde tot de Tweede Siciliaanse Oorlog.

De Tweede Siciliaanse Oorlog (410-340 v.Chr.)