Anna Laetitia Barbauld, geboortenaam Aikin (20 juni 1743 – 9 maart 1825) was een prominente Engelse dichteres, essayiste, literair criticus, redactrice en schrijfster van kinderliteratuur.
Als 'woman of letters' (een geletterde intellectuele vrouw) die in meerdere genres boeken publiceerde, had Barbauld een succesvolle auteurscarrière in een tijd dat weinig vrouwen professioneel schreven. Ze was een voornaam docent bij de Palgrave Academy en een innovatief schrijver van kinderboeken. Haar educatieve boeken voor basiskennis waren meer dan een eeuw lang een model voor pedagogie. Haar essays lieten zien dat het voor een vrouw mogelijk was om publiekelijk actief te zijn in de politiek; andere vrouwelijke auteurs zoals Elizabeth Benger traden in haar voetsporen. Barbaulds literaire carrière liep door verscheidene periodes in de Britse literaire geschiedenis: haar werk maakte zich sterk voor de waarden van zowel de Verlichting als de sentimentele literatuurstroming en haar poëzie hielp de basis te leggen van de Britse romantiek. Barbauld was ook een literair criticus en haar bloemlezing van 18e-eeuwse Britse romans hielp de huidige canon te vestigen.
Barbaulds carrière als dichter eindigde abrupt met de publicatie van 'Eight Hundred and Eleven' dat de bijdrage van Groot-Brittannië in de Napoleontische oorlogen bekritiseerde. Ze was geschokt door de hatelijke recensies die het werk kreeg en publiceerde gedurende haar verdere leven niets meer. Haar reputatie werd nog slechter toen belangrijke romantische dichters als Coleridge en Wordsworth, die ze in haar hoogtij (gedurende de Franse revolutie) had geïnspireerd, zich in hun latere conservatievere jaren tegen haar keerden. Barbauld werd in de negentiende eeuw alleen als een pedante kinderboekenschrijver herinnerd en in het grootste gedeelte van de twintigste eeuw vergeten; de opkomst van de feministische literaire kritiek in de jaren 1980 wekte nieuwe interesse in haar werk en herstelde haar plek in de literaire geschiedenis.
Jeugd Een groot gedeelte van wat over Barbaulds leven bekend is, komt uit twee memoires. De eerste werd in 1825 geschreven en gepubliceerd door haar nichtje Lucy Aikin, de tweede door haar achternicht Anna Letitia Le Breton in 1874. Er bestaan ook enkele brieven die Barbauld naar anderen schreef, maar een groot gedeelte van de documenten van de familie Barbauld werd verwoest in de Blitz van 1940 in Londen. Barbauld werd geboren op 20 juni 1743 in Kibworth Harcourt in Leicestershire, Engeland. Haar ouders, Jane en John Aikin, vernoemden haar naar haar grootmoeder van moeders kant en gaven haar de roepnaam 'Nancy' (een 19e-eeuwse bijnaam voor 'Anna'). Ze werd twee weken na haar geboorte in Huntingdonshire gedoopt door John Jennings, de broer van haar moeder. Barbaulds vader was het hoofd van de Academie voor Dissenters in Kibworth Harcourt en dominee bij een presbyteriaanse kerk. Barbauld bracht haar jeugd door in wat Barbauld-kenner William McCarthy omschrijft als een van de mooiste huizen in Kibworth en pal op het midden van het dorpsplein. Ze was bekend onder de dorpsbewoners, want het huis was ook een jongensschool. Het gezin had een comfortabele levensstandaard. Volgens McCarthy hadden ze kennissen onder grote landeigenaren, welgestelde handelaren en fabrikanten. Toen Barbaulds vader in 1780 overleed, werd zijn erfgoed op een waarde van meer dan £ 2.500 geschat.
In 1773 vertelde Barbauld haar man: In mijn vroege leven had ik weinig contact met mensen van mijn eigen geslacht. In het dorp waar ik woonde was niemand om mee te converseren. Barbauld was als kind omringd door jongens en ze nam hun opgetogen gedrag over. Haar moeder probeerde dit te onderdrukken, omdat het als onfatsoenlijk gezien zou worden. Volgens de memoires van Lucy Aiken was het resultaat een dubbele portie verlegenheid en meisjesachtige terughoudendheid in Barbaulds persoonlijkheid. Barbauld voelde zich nooit op haar gemak in haar vrouwelijke identiteit en bleef altijd geloven dat ze niet aan het ideaal van vrouwelijkheid voldeed; veel van wat ze schreef ging over vrouwspecifieke problemen'. Vanuit haar perspectief als 'buitenstaander' kon ze veel van de traditionele veronderstellingen over vrouwelijkheid in twijfel trekken.
Barbauld eiste van haar vader dat hij haar de klassieke vakken leerde en na veel gezeur deed hij dat ook. Zo kreeg ze de kans om Latijns, Grieks, Frans en Italiaans te leren en vele andere vakken die in die tijd ongeschikt werden geacht voor vrouwen. Barbaulds moeder was bezorgd over haar neiging tot studeren en verwachtte dat ze door haar intellectualisme als oude vrijster zou eindigen. De twee waren nooit zo hecht als Barbauld en haar vader. Toch was haar moeder trots op haar prestaties en schreef ze in latere jaren over haar dochter: Ik kende ooit inderdaad een klein meisje dat net zo graag wilde leren als haar onderwijzers haar wilden onderwijzen. En die toen ze twee jaar was al zinnen en korte verhalen uit haar wijsboekjes las zonder het te spellen. En die een half jaar later net zo goed kon lezen als de meeste vrouwen. Ik heb echter nooit iemand gekend die erop leek en denk dat dit ook niet meer zal gebeuren.
thumb|Warrington Academy in 1757 In 1758 verhuisde het gezin naar Warrington Academy in Warrington, waar Barbaulds vader een positie als docent was aangeboden. De school trok vele uitblinkers van de tijd, zoals natuurfilosoof en unitaristisch theoloog Joseph Priestley en kwam bekend te staan als het Athene van het Noorden vanwege zijn stimulerende intellectuele sfeer. Een andere van de grote denkers op de school was mogelijk de Franse revolutionair Jean-Paul Marat; volgens documenten van de school was hij daar in de jaren 1770 meester Frans. Hij was mogelijk ook een huwelijkskandidaat voor Barbauld; naar eigen zeggen verklaarde hij per brief aan John Aikin dat hij van plan was om Engels staatsburger te worden en met haar te trouwen. Archibald Hamilton Rowan werd ook verliefd op Barbauld en omschreef haar als: bezeten door grootste schoonheid, waarvan ze tot aan het einde van haar leven duidelijke sporen overhield. Haar figuur was slank, haar teint voortreffelijk licht met de gons van perfecte gezondheid; haar gelaatstrekken gelijkmatig en elegant, en haar donkere blauwe ogen glommen door het licht van gevatheid en inbeeldingsvermogen. Ondanks de angsten van haar moeder ontving Barbauld rond deze tijd veel huwelijksaanzoeken — die ze allemaal afsloeg.
Eerste literaire succes en huwelijk In 1773 bracht Barbauld haar eerste gedichtenbundel uit nadat haar vrienden haar poëzie hadden geprezen en haar overhaalden om ze te laten publiceren. De collectie, simpelweg getiteld 'Poems' (Nederlands: gedichten), kreeg vier edities in een jaar en verraste Barbauld met haar succes. Alleen al door de reputatie van deze bundel werd Barbauld een gerespecteerd literair figuur in Engeland. Datzelfde jaar publiceerden Barbauld en haar broer John samen 'Miscellaneous Pieces in Prose' dat ook goed werd ontvangen. De essays in dit boek - die grotendeels door Barbauld werden geschreven - werden op positieve manier vergeleken met het werk van Samuel Johnson.
In mei 1774 trouwde Barbauld, ondanks wat twijfels, met Rochemont Barbauld (1749-1808), de kleinzoon van een Franse hugenoot en een voormalig leerling bij Warrington. Na de bruiloft verhuisde het stel naar Suffolk in de buurt van waar haar echtgenoot een kerkgemeenschap en een jongensschool waren aangeboden. Barbauld schreef in deze tijd enkele van de psalmen, wat in de 18e eeuw een gebruikelijk tijdverdrijf was, en publiceerde deze als 'Devotional Pieces Compiled from the Psalms and the Book of Job'. Gekoppeld aan dit werk is haar essay 'Thoughts on the Devotional Taste, on Sects and on Establishments', dat haar theorie beschrijft over religieuze gevoelens en de diepgewortelde problemen van de institutionalisering van geloof. Het lijkt erop dat Barbauld en haar man bang waren dat ze nooit zelf een kind zouden krijgen; ze deden in 1775, na een jaar huwelijk, het voorstel aan Anna's broer om een van zijn kinderen te adopteren. Uiteindelijk gaf haar broer toe en adopteerden ze Charles. Voor hem schreef Barbauld haar populairste boeken: 'Lessons for Children' (1778–1779) en 'Hymns in Prose for Children' (1781).
Barbauld en haar man gaven elf jaar les aan de Palgrave Academy in Suffolk. In het begin was Barbauld niet alleen verantwoordelijk voor haar eigen huishouden, maar ook voor die van de school — ze was boekhouder, huishoudster en schoonmaakster. Bij opening zaten maar acht jongens op de school. Toen de Barbaulds in 1785 vertrokken waren het er ongeveer veertig; een bewijs van de uitstekende reputatie die de school had gekregen. De onderwijsfilosofie van de Barbaulds trok zowel dissenters als anglicanen aan. Palgrave verving de strenge discipline van traditionele scholen zoals Eton, die vaak lijfstraffen gebruikten, door een systeem van boetes en reprimandes en zelfs 'jeugdrechtszaken' (rechtszaken die door de leerlingen zelf werden uitgevoerd). Daarnaast bood de school in plaats van de traditionele klassieke vakken een praktisch curriculum dat de nadruk legde op wetenschap en moderne talen. Barbauld zelf onderwees de basisvakken lezen en religie aan de jongste leerlingen, en aardrijkskunde, geschiedenis, schrijven en retoriek, natuurwetenschap aan de hogere groepen. Ze was een toegewijde lerares en schreef naast een wekelijkse kroniek voor de school ook theaterstukken die de leerlingen opvoerden. Barbauld had een diepgaande invloed op veel van haar leerlingen; een van hen, William Taylor — kenner van Duitse literatuur bij uitstek — noemde Barbauld 'de moeder van [zijn] geest'.
Politieke betrokkenheid thumb|Detail van The nine living muses of Great Britain van Richard Samuel (1779). Vanaf links: Elizabeth Carter, Barbauld (gebarend), Angelica Kauffmann, Elizabeth Linley In september 1785 verlieten de Barbaulds Palgrave om een rondreis in Frankrijk te maken; de geestelijke gezondheid van Barbaulds echtgenoot was achteruit gegaan en hij was niet langer in staat om les te geven. In 1787 verhuisden ze naar Hampstead, waar hij werd gevraagd om als dominee te dienen bij wat later Rosslyn Hill Unitarian Chapel zou worden. Hier raakte Barbauld goed bevriend met Joanna Baillie, de toneelschrijver. Hoewel ze niet meer de leiding over een school hadden, verloochenden de Barbaulds hun toewijding aan het onderwijs niet. Vaak woonden een of twee leerlingen die door vrienden waren aangeraden, bij hen in.
In deze periode, de hoogtij van de Franse Revolutie, publiceerde Barbauld haar meest radicale politieke stukken. Tussen 1787 en 1790 probeerde Charles James Fox het Britse Lagerhuis te overtuigen van een wet die dissenters volledige burgerrechten zou geven. Toen deze wet voor de derde keer niet werd doorgevoerd, schreef Barbauld een van haar meest vurige pamfletten, 'An Address to the Opposers of the Repeal of the Corporation and Test Acts'. Lezers waren geschokt dat zo'n goed doordacht betoog van een vrouw kwam. In 1791, toen de poging van William Wilberforce mislukte om de slavenhandel illegaal te maken, bracht Barbauld haar 'Epistle to William Wilberforce Esq. On the Rejection of the Bill for Abolishing the Slave Trade' uit dat niet alleen het lot van de slaven betreurde, maar ook waarschuwde voor de culturele en sociale neergang die de Britten konden verwachten als ze de slavernij niet afschaften. In 1792 zette ze dit thema van nationale verantwoordelijkheid door in een preek tegen oorlog getiteld 'Sins of Government, Sins of the Nation', waarin ze aanvoerde dat elk individu verantwoordelijk is voor de acties van het land: We worden opgeroepen tot het berouwen van nationale zondes, omdat we hen kunnen helpen en omdat we hen zouden moeten helpen.
Einde van een literaire carrière