Falco, artiestennaam van Johann (Hans) Hölzel (Wenen, 19 februari 1957 – Puerto Plata (Dominicaanse Republiek), 6 februari 1998), was een Oostenrijkse popmuzikant. Hij had enkele internationale hits in de jaren tachtig. Zijn Rock me Amadeus bereikte de nummer 1-positie van de Amerikaanse Billboard Hot 100, als het enige Duitstalige lied tot dan toe.

Geboorte en kindertijd Hans Hölzel werd in 1957 in Wenen geboren. Hij overleefde als enige van een drieling.Die Welt, Falco – eine Pop-Ikone geistert in den Kinos, 3 juni 2008. Gearchiveerd op 19 april 2023. Zijn moeder verloor de andere twee kinderen al in de derde maand van de zwangerschap, na een inwendige bloeding waarvoor zij naar het ziekenhuis gebracht was. Hölzel groeide op als enig kind in de Ziegelofengasse in het Weense stadsdistrict Margareten.

Hij was de zoon van Maria (meisjesnaam Saurer, 1926-2014) en Aloïs Hölzel (1928-2019). Zijn vader was afkomstig uit de deelstaat Neder-Oostenrijk en werkte als ploegbaas in een machinefabriek. Zijn moeder kwam uit de plaats Bad Tatzmannsdorf in de deelstaat Burgenland. Ten tijde van de geboorte van haar zoon was zij bedrijfsleidster van een filiaal van Wasserij Habsburg in het Weense district Penzing. Om het gezinsinkomen te verbeteren nam zij in 1959 een levensmiddelenwinkel in de Ziegelofengasse over.

Al op jonge leeftijd kwam het uitgesproken muzikaal talent van Hölzel naar boven. Zo leerde de jonge Hölzel de schlagerliedjes die hij hoorde op de radio uit zijn hoofd. Op zijn vierde verjaardag kreeg hij een kleine vleugel voor zijn verjaardag. Een jaar later kreeg hij een platenspeler, waarop hij vooral Elvis Presley, Cliff Richard en The Beatles afspeelde. Toen hij op vijfjarige leeftijd voorspeelde bij de Weense muziekacademie, werd bij hem een absoluut gehoor vastgesteld.Laut Magazine, Falco. Gearchiveerd op 15 april 2023.

Jeugd en opleiding In 1963 werd Hölzel geplaatst in de rooms-katholieke privéschool van de Orde der Piaristen. Vanaf 1967 bezocht hij het Rainergymnasium in Margareten.Kurier, Falcos "Mamsch" hinterlässt zwei Millionen, 15 april 2014. Gearchiveerd op 27 oktober 2021. Enige tijd later verliet zijn vader het gezin en groeide hij op onder de hoede van zijn moeder, grootmoeder en een buurvrouw. In deze periode ontstond een hechte verstandhouding met zijn moeder die tot aan zijn dood voortduurde. Na veel spijbelen ging Hölzel van school af. Op aandringen van zijn moeder begon hij een opleiding tot kantoormedewerker bij een verzekeringsbedrijf van bedrijfspensioenen. Met vrienden richtte hij de band Umspannwerk op. Op 17-jarige leeftijd meldde hij zich vrijwillig voor de 8 maanden durende militaire dienst bij het Oostenrijkse leger.

In deze periode speelde hij in eerste instantie elektrische gitaar. Later stapte hij over op zijn favoriete instrument, de basgitaar.3sat, Pop around the clock, december 2002 / mei 2003] Hij schreef zich vervolgens in bij het Wener conservatorium, maar brak de studie al na een semester af om een "echte muzikant" te worden.

Muzikale carrière Start (1977–1980) Johann Hölzel vertrok voor een paar maanden naar West-Berlijn. Hier speelde hij als jazzgitarist bij verschillende clubs en hij kwam ook in contact met de muziekscene. In een Oostenrijks hotel zag hij op 1 januari 1978 het Schansspringen tijdens het Vierschansentoernooi in Garmisch-Partenkirchen. Hij was diep onder de indruk van "Falke" (valk), de bijnaam van de DDR-skiër Falko Weißpflog (niet te verwarren met de latere Olympisch kampioen Jens Weissflog). Hölzel besloot zich te noemen naar deze sporter, ook omdat 'Falco' volgens hem internationaal uit commercieel oogpunt een betere naam was. Eerst liet hij zich bij een aantal optredens nog aankondigen als Falco Gottehrer of als Falco Stürmer, maar deze toevoegingen werden op den duur weggelaten. Ook veranderde hij zijn officiële naam Hölzel tot het internationaal meer toegankelijker Hoelzel.

Weer terug in Wenen trad Falco toe tot het Erste Wiener Musiktheater (later Hallucination Company), een avant-gardistisch rocktheater. Met deze groep behaalde hij zijn eerste successen, hoewel die binnen de grenzen van de Weense scene beperkt bleven. Later dat jaar stapte hij over naar de politiek-anarchistische band Drahdiwaberl. Daarnaast speelde hij ook nog in zijn eigen band Spinning Wheel. Hier liet Falco, naast zijn muzikale rol als bassist en gelegenheidszanger, ook zijn theatrale kant al zien. Bij de optredens van de "Chaotenband" beschermde hij zijn designerkleding met plastic hoezen tegen beschadigingen. Zijn zelfgeschreven stuk Ganz Wien, dat door de band alleen als opvulling voor de pauze bedoeld was, voerde hij in 1980 in een vocale versie uit als Falco. Dit lied, met het drugsgebruik in de Weense scene als onderwerp, was succesvol bij de Weense undergroundcultuur. Het werd op de radio geboycot.

In mei 1979 produceerde Falco zijn eerste single met de titels Chance to dance en Summer. Deze single werd pas 28 jaar later op een promotie-cd uitgebracht als onderdeel van een advertentiecampagne voor de Weense winkelstraten. De cd bevatte niet alleen de beide originele opnames, maar ook een remix met toegevoegde gitaardelen en een interview met de platenproducer, René Reitz.

De eerste albums (1981–1984) De Weense platenproducer Markus Spiegel herkende Falco's talent bij een concert van de band Drahdiwaberl en sloot een contract met hem (en de band) af voor drie solo-elpees.

Halverwege 1981 verscheen Psychoterror als eerste studioalbum van zijn band, met onder meer het nummer Ganz Wien. In de herfst bracht hij het uit in het Engels als That scene. De single werd opgepakt door radiozenders en bereikte de 11e plaats van de Oostenrijkse Ö3-hitparade.Austrian Charts, Falco - That Scene, 20 september 1981 (binnenkomst) Er verscheen ook nog een Duitstalige versie op zijn debuutalbum en op de B-kant van de derde single Maschine brennt.

Markus Spiegel bracht Falco in contact met de muziekproducent en soundmixer Robert Ponger, die in de zomer van 1981 een lied voor Reinhold Bilgeri had gecomponeerd. Dit lied viel bij hem niet in de smaak, maar wel bij Falco, die er een tekst op schreef. Gezamenlijk produceerden zij het nummer Der Kommissar, dat als clubhit meteen aansloeg. De single werd in de herfst van 1981 uitgebracht en bereikte in 1982 topnoteringen in heel Europa. Bij elkaar werden er van Der Kommissar ongeveer 7 miljoen exemplaren verkocht, waarvan 750.000 alleen al in Frankrijk. Ook aan de andere kant van de oceaan boekte de plaat grote successen: in Canada werd de single met goud onderscheiden en in de Verenigde Staten kwam het hoog in de rock- en dancelijsten terecht.Music VF, Falco Ook in Guatemala stond dit nummer aan de top van de hitparade. Door zijn vroege succes als blanke rapper werd hij door journalist Rupert Leutgeb ook wel de Godfather van de blanke rap genoemd.N-TV, "Godfather des weißen Rap" - 10. Todestag von Falco, 31 januari 2008. Gearchiveerd op 31 mei 2023.

Met de productie van de videoclips bij de singles ontstond er een samenwerking tussen Falco en de regisseurs Hannes Rossacher en Rudi Dolezal, die tot aan zijn dood zou voortduren. In hetzelfde jaar verscheen het bijbehorende album Einzelhaft. Het bereikte de top van de Oostenrijkse hitlijsten en er werden wereldwijd driekwart miljoen van verkocht.

In 1984 verscheen het tweede album Junge Roemer, opnieuw geproduceerd door Robert Ponger. Hoewel het album later werd gezien als Falco's best gelukte plaat, voldeden de verkoopcijfers niet aan de hoge verwachtingen na de voorganger Einzelhaft. In Duitsland werden er 120.000 exemplaren van verkocht en in Oostenrijk waren de verkoopcijfers goed voor een gouden plaat. Om de platenverkoop te vergroten nam Falco het lied Kann es Liebe sein opnieuw op als duet samen met Désirée Nosbusch, maar ook dit was niet erg succesvol.

Junge Roemer was het eerste album dat volledig verfilmd werd. Verschillende delen werden opgenomen in de Verenigde Staten, onder andere in het Chelsea Hotel. Daar werd No answer opgenomen met het Oostenrijkse fotomodel Brigitta Cimarolli. De uitzending van deze muziekvideo volgde in 1984 in de ORF-reeks Helden von heute (Helden van nu) met een special over Falco.Musik Base, Falco Biographie

Internationale doorbraak (1985–1987) thumb|Lush Sux: Falco in Mozartoutfit als ode aan zijn hit Rock me Amadeus bij de Falcostiege vlakbij het U-Bahnstation Kettenbrückengasse Na de commerciële mislukking met Junge Roemer verliet Falco in 1985 Robert Ponger voor het Nederlandse producentenduo Rob en Ferdi Bolland. Hierna produceerde hij met de broers het album Falco 3. Beïnvloed door Milos Formans bioscoopfilm Amadeus (1984) en verschillende nieuwe Mozart-biografieën, ontstond daarop Rock me Amadeus, de grootste hit van Falco. Het lied had al in verschillende landen in Europa de top bereikt, toen het vanaf het begin van 1986 wekelijks steeg op de top-10 van de Amerikaanse Billboard-lijsten. Op 20 maart 1986 bereikte het nummer 1 en het bleef daar drie weken staanBillboard, Falco. Gearchiveerd op 1 november 2021., iets wat met geen enkele Duitse titel eerder gelukt was. Tegelijkertijd bereikte het album Falco 3 de derde plaats op van de Amerikaanse hitlijst Billboard 200. Rock me Amadeus bereikte een paar weken later ook in Groot-Brittannië de eerste plaats op de hitlijst. Falco was uitgegroeid tot wereldster. Dit onverwachte succes had voor Falco ook een schaduwzijde, want hiermee werd de lat hoog gelegd. Hij twijfelde of hij hierna nog kon tippen aan dit succes of dat de top van roem al bereikt was.

In het Duitstalige gebied waren er hevige en tegenstrijdige reacties op zijn lied Jeanny. Na Rock me Amadeus en Vienna calling werd Jeanny als derde titel van het album uitgebracht als single. Nadat de video op televisie te zien was geweest, braken er discussies over de inhoud van het lied uit. Er waren (radio)zenders die de plaat weigerden te laten horen, omdat Jeanny volgens hen niet alleen een daad van geweld beschreef, maar ook verheerlijkte. De boycots konden het succes niet beteugelen. Integendeel, de single werd alleen maar meer verkocht (→ Streisandeffect). Begin 1986 bezette Jeanny acht weken lang de 1e plaats in Duitsland en het werd met 2,5 miljoen verkochte exemplaren de meest verkochte single van het jaar.

Na zijn tournee in de zomer van 1986 voltooide Falco het vierde album Emotional, dat in de herfst van hetzelfde jaar uitkwam. Op dit album bevinden zich onder andere de singles The sound of musik. Hiermee maakte Falco de omstreden verkiezing van de Oostenrijkse bondspresident Kurt Waldheim tot onderwerp), Coming home (Jeanny part 2, One year later) en Emotional. Na het uitbrengen van deze albums ging Falco op wereldtournee: van Oostenrijk via Duitsland en Zwitserland naar Japan.

De zes concerten in Japan zouden dan ook meteen test zijn voor optredens in de Verenigde Staten, die gepland stonden tussen januari en maart 1987. Het succes van Rock me Amadeus en de andere successen wereldwijd maakten het Falco mogelijk als wereldster naar buiten te treden. Dit werd verijdeld door het uitstapje naar Japan en door Falco zelf. Door heimwee geplaagd, besloot Falco zijn ambities te staken, omdat dit betekende dat hij dan langer in het buitenland zou moeten blijven.Geocities Japan, Falco In een later interview met Der Spiegel zei hij: "Ik had meerdere malen de gelegenheid om naar Amerika te gaan. Ik heb het niet gedaan, omdat het mooiste aan de Amerikaanse vlag de rood-wit-rode strepen zijn."Mark Pätzold, Falco, Jeanny und der Wahnsinn, Der Spiegel Online, 26 maart 2008. Gearchiveerd op 20 april 2019.

Tegenslagen (1988–1991)