De Chinees-Franse oorlog, ook bekend als de Tonkin-oorlog, was een gewapend conflict dat duurde van augustus 1884 tot april 1885, waarbij Frankrijk de Chinese macht probeerde te breken in Tonkin in het noorden van Vietnam. De oorlog liep uit op een nederlaag voor China. Beide landen sloten het Verdrag van Tianjin, waarmee Frankrijk het merendeel van zijn doelen verwezenlijkte.

Voorgeschiedenis Franse kolonisatie in Vietnam left|thumb|De Franse commandant Henri Rivìere De Franse interesse in Noord-Vietnam dateerde vanaf het einde van de 18e eeuw. De Franse priester Pierre Pigneau de Béhaine wierf toen vrijwilligers met als doel de Vietnamees Gia Long, de eerste heerser uit de Nguyen-dynastie, aan de macht te helpen. Op die manier hoopte hij Frankrijk en de Rooms-Katholieke Kerk in een gunstige positie te manoeuvreren. In 1858 begon Frankrijk met de annexatie in het zuiden van Vietnam, het feitelijke begin van de kolonie Frans-Cochin-China dat later opging in Frans-Indochina.

Franse ontdekkingsreizigers kwamen erachter dat de Rode Rivier ontsprong in de Chinese provincie Yunnan. Zij hoopten een winstgevende, binnenlandse handelsroute ontdekt te hebben, waarmee de dure tolhavens aan de Chinese kust omzeild konden worden. Het belangrijkste obstakel naar dat doel was het Zwarte Vlagleger onder leiding van Liu Yongfu. Deze groep hief hoge belastingen over elke handel over de rivier nabij Lào Cai.

Een kleine Frans expeditieleger onder leiding van luitenant Francis Garnier reisde in 1873 naar het noorden van Vietnam om een einde te maken aan deze situatie. Na een reeks Franse overwinningen versloeg het leger van Liu Yongfu de Fransen onder de muren van Hanoi. Daarbij werd Garnier gedood.

De Franse commandant Henri Rivìere werd in 1881 met een kleine legergroep richting Hanoi gestuurd om Vietnamese klachten over Franse handelaren te onderzoeken. Ondanks een verbod van zijn oversten bestormde Rivière de citadel van Hanoi op 25 april 1882. Hij gaf de citadel na afloop weer terug aan de Vietnamezen, maar China en Vietnam werden wel onrustig. De Vietnamese regering was niet in staat om zelf Rivière aan te pakken en schakelde wederom Liu Yongfu met zijn goed georganiseerde leger in. Hij pakte de Fransen hard aan. Vietnam zocht ook toenadering tot China, onder wiens invloedssferen zij als vazalstaat viel. China stemde erin toe Liu Yongfu te steunen.

Spanningen tussen China en Frankrijk right|300px|thumb|Haatgevoelens tegen buitenlanders in Guangzhou De regerende Qing-dynastie stuurde in de zomer van 1882 troepen naar Yunnan en Guangxi als signaal dat zij Tonkin niet zomaar in Franse handen zou laten vallen. Yunnan was voor Frankrijk bovendien aantrekkelijk doelwit omdat het rijk was aan grondstoffen.Chang, p.181 De Chinese troepen trokken de grens over en bezette verschillende Vietnamese steden. De Franse ambassadeur in China Frédéric Bourée wilde niets weten van een oorlog met China en kwam tot een overeenkomst met de Chinese staatsman Li Hongzhang om Tonkin tussen beide landen te verdelen. Vietnam werd niet geraadpleegd hierover.

Rivière moest weinig van deze afspraak weten en besloot de kwestie op de spits te drijven. Hij had vanuit Frankrijk een extra infanteriebataljon toegestuurd gekregen. Hij nam op 28 maart 1883 de citadel van Nam Dinh in. Het Zwarte Vlagleger viel in zijn afwezigheid Hanoi aan, maar werd daar verdreven door het plaatselijke Franse bataljon.

In Frankrijk zelf was intussen Jules Ferry aangetreden als nieuwe premier. Hij was voorstander van verdere koloniale expansie en steunde Rivière. Het verdrag dat Bourée had gesloten met China werd afgewezen. Dat betekende niet dat Tonkin zonder slag of stoot kon worden opgenomen. Op 10 mei 1883 leed Frankrijk een gevoelig verlies, waarbij Rivière en verschillende andere hoge commandanten omkwamen. De dood van Rivière riep veel reactie op in Frankrijk, waardoor er snel extra versterkingen werden gestuurd naar Tonkin.

De Franse admiraal Amédée Courbet bestormde op 20 augustus 1883 de forten die de toegang bewaakten tot de Vietnamese hoofdstad Huế. Hij won en de Vietnamese regering sloot onder grote druk het Verdrag van Huế, waarmee Tonkin een Frans protectoraat werd. Intussen viel in het noorden een Frans expeditieleger de troepen van Liu Yongfu aan. Zij brachten hem verliezen aan, maar slaagden er niet in hem definitief te verslaan. Aan eigen zijde vielen ook de nodige doden.

Frankrijk bereidde een groot offensief voor tegen het Zwarte Vlagleger voor het najaar van 1883. Intussen probeerden zij China over te halen de steun aan Liu Yongfu op te schorten. Onderhandelingen in Shanghai leverden niets op, omdat de Chinezen in de veronderstelling waren dat de Franse regering een grote oorlog met China niet zag zitten. Intussen haalde de Franse regering Duitsland over om de levering van twee slagschepen aan China te vertragen.

De Fransen meenden dat een aanval op Liu Yongfu waarschijnlijk zou leiden tot oorlog met China, maar calculeerden in dat een snelle overwinning in Tonkin de Chinezen voor een fait accompli zou stellen. Admiraal Courbet kreeg de zeggenschap over de campagne. Een eerste aanval op 14 december 1883 bij de stad Sơn Tây leverde aan Franse zijde veel slachtoffers op. Een tegenaanval van Liu Yongfu's soldaten leverde aan diens zijde eveneens veel slachtoffers op. Op 16 december namen de Fransen uiteindelijk de stad in. De kosten aan Franse zijde waren hoog: 83 doden en 320 gewonden.

Verdrag van Tianjin Vanuit Frankrijk en de Franse kolonies in Afrika arriveerden nieuwe troepen. In maart 1884 bedroeg de omvang van het Franse leger zo'n tienduizend man. Generaal Charles-Théodore Millot nam het bevel over van admiraal Courbet. Het eerste doelwit was Bắc Ninh, waar een sterke Chinese legermacht gestationeerd was. Het moraal aan Chinese zijde was echter zeer laag, waardoor de strijd uitmondde in een makkelijke overwinning voor Frankrijk.

Verdere Franse successen in het voorjaar brachten de Chinese keizerin-regentes Cixi tot de conclusie dat China gebaat was bij een snelle vrede. Zij wist van de Franse expansieplannen in Afrika en ging ervan uit dat Frankrijk geen trek had in een langdurige oorlog in Azië.Chang, p.184 In mei 1884 sloten China en Frankrijk een akkoord in Tianjin. China werd vertegenwoordigd door Li Hongzhang en Frankrijk door kapitein François-Ernest Fournier. In het verdrag erkende China het Franse protectoraat in Tonkin en in Annam. Frankrijk had 250 miljoen frank aan herstelbetalingen geëist, maar nadat keizerin-weduwe Cixi deze eis had afgewezen zette Fournier op dit punt niet verder door.Chang, p.185

Er werd afgesproken dat er een vervolgakkoord kwam met precieze afspraken over het verloop van de grens en de handel tussen beide landen. Met Vietnam sloot Frankrijk een hernieuw Akkoord van Huế, waarin als aanvulling op het eerdere akkoord werd afgesproken dat Frankrijk militairen mocht legeren op strategisch belangrijke punten en in de belangrijkste steden bestuurders mocht installeren.

Fournier was geen ervaren diplomaat en het Verdrag van Tianjin bevatte daardoor wel wat losse eindjes. Zo waren er geen afspraken gemaakt over het moment dat China zijn militairen precies zou terugtrekken uit Tonkin. Het akkoord werd zeer slecht ontvangen in China, waardoor de Chinese regering geen haast maakte met de terugtrekking. Frankrijk had juist verwacht dat China direct zou beginnen met de uitvoering van het verdrag. Op 23 juni stuitte een Frans legertje onder leiding van luitenant-kolonel Alphonse Dugenne op een sterke Chinese legergroep die het stadje Bắc Lệ bezet hield. De Chinezen legden een ultimatum naast zich neer en opende het vuur. Na twee dagen van vechten slaagden de Fransen erin te ontkomen.

De Franse regering eiste excuses, wat zij niet kreeg van China. Wel stond China open voor nieuwe onderhandelingen. Frankrijk was niet bereid tot compromissen. De stad Keelung op het noordelijkste puntje van Taiwan werd bezet, met als doel de Chinezen te dwingen Tonkin te verlaten. De Chinezen slaagden er echter in om de Fransen van Taiwan te verdrijven.

Oorlog Vernietiging van de Chinese zuidelijke vloot Onderhandelingen tussen China en Frankrijk werden gestaakt. Op 22 augustus vielen de Fransen de Chinese vloot nabij Fuzhou aan. Daarbij werden binnen een uur negen schepen tot zinken gebracht, met bijna drieduizend doden als gevolg. Aan Franse zijde was de schade minimaal. De Franse aanval leidde in China tot een uitbraak van patriottisme, waarbij buitenlanders en buitenlandse bezittingen werden aangevallen. In september 1884 meerde een Frans Ironclad-schip aan in de Britse kolonie Hong Kong voor reparatiewerkzaamheden. Dit leidde tot een massale staking van Chinese dokwerkers. Andere dokwerkers werden verhinderd naar hun werk te gaan.

Invasie van Taiwan De Fransen deden op 1 oktober een nieuwe poging om Keelung in te nemen. Twaalfhonderd Fransen zetten voet aan wal op het noordelijk deel van Taiwan. Zij namen Keelung in, maar waren te weinig in aantal om de in de buurt gelegen kolenmijnen in te nemen. Daarmee bleef de expeditie achter bij de Franse verwachtingen.

In de loop van het najaar breidde de Fransen hun troepenmacht uit naar vierduizend man. Tegenover hen lag een Chinees leger van drieëntwintigduizend soldaten. Elke poging van de Fransen om verder op te rukken liep op niets uit. Intussen legde de Franse marine een blokkade rondom Taiwan. Mogelijk was de Chinese noordelijke vloot in staat geweest om de blokkade te breken, maar deze werd niet eens ingezet. Li Hongzhang, onder wiens commando de vloot stond, weigerde deze in te zetten, bang om de zeggenschap over de vloot te verliezen. In China was geen centraal gezag binnen de marine. De noordelijke en zuidelijke vloot concurreerden juist met elkaar en hadden daardoor soms wisselende belangen.

De zuidelijke vloot deed in februari 1885 een poging om de blokkade te breken, maar de meeste schepen sloegen op de vlucht toen zij de Franse boten in het zicht kregen. De Franse vloot onder leiding van admiraal Courbet slaagde erin een fregat en zeilboot klem te zetten. Op 14 februari vuurden zij twee torpedo's af op de boten, die beide geraakt werden. Daarna brachten de Chinezen de boten zelf tot zinken. Vervolgens slaagden admiraal Courbet erin de rest van de vloot, die haar toevlucht had gezocht tot de Baai van Zhenhai, voor de rest van de oorlog buiten spel te zetten door de baai te blokkeren.

Onder Chinese druk besloot de Britse regering dat de Franse oorlogsschepen niet langer welkom waren in Hong Kong en andere Britse havens in het Verre Oosten.

Op 31 maart bezette de Fransen de eilandengroep Pescadores vijftig kilometer ten oosten van Taiwan. Admiraal Courbet wilde er blijvend steunpunt voor de Franse vloot van maken. Omdat de oorlog in de weken daarna afliep kwam zijn wens niet uit.

Rijstblokkade De Franse regering gaf admiraal Courbet vervolgens de order om een rijstblokkade te beginnen. Door de toegang tot de Jangtsekiang te blokkeren hoopte zij de Qin-dynastie verder onder druk te zijn. Door de grote bevolking was de Chinese bevolking deels afhankelijk van de import van rijst, doordat de eigen akkers niet genoeg voedsel opleverden om alle monden te voeden. De oorlog was echter al afgelopen voordat de effecten van de blokkade duidelijk merkbaar werden.

Gevechten in Tonkin 300px|thumb|Chinese soldaten tijdens de Chinees-Franse oorlog