Katharina Margaretha KestHuberty et al. (1981): “von Ehrenkrook et al., Köllner (1841), p. 475 en Hiort-Lorenzen (1895) noemen haar Kest. Freytag von Loringhoven en Dek (1970) noemen haar Köst.” (Fechingen, 1 maart 1757Huberty et al. (1981), die in een voetnoot vermeldt: “Köllner (1841), von Ehrenkrook et al., III, 307 en Usener-Kipstein (1937) situeren de geboorte op 1 maart 1757 te Fechingen, gemeente Bischmisheim, maar Fechingen vormt tegenwoordig met Brebach de gemeente Brebach-Fechingen. Haar dochter Luise schrijft (Mitteilungen des Historischen Vereins für die Saargegend, Heft 7, Saarbrücken, 1900, p. 300): ‘Am 1-3-1787 dem Geburtstag der Gräfin liess der Fürst mit ihr trauen u. 9 Tage später proklamierte er sie öffentlich als Fürstin’. Feitelijk vond het huwelijk plaats op 28-2 (zie voetnoot hieronder). De datum wordt eveneens gegeven door Hiort-Lorenzen (1895). De andere auteurs specificeren de geboorteplaats niet. Volgens Dek (1970) werd ze geboren op 9-10-1757, en op 9-10-1751 volgens Freytag von Loringhoven. Het parochieregister van Bischmisheim (dat als parochie diende voor Fechingen) heeft de volgende inscriptie: ‘Fechingen. d. 1sten Marty wurde dem hiesigen gemeindeman Johann Georg Kest u. seiner Hausfrau Anna Barbara eine Tochter geboren, und d. 6ten ejusdem, welches war O. Reminiscere, getauft …’.” Medieval Lands - Nassau, Saarland Biografieën en Reichert (1989) vermelden ook Fechingen 1 maart 1751. Becker (1989) vermeldt 1 maart 1757. Dek (1970) vermeldt Ottweiler (?) 9 oktober 1757. Van der Venne & Stols (1937) vermeldt 9 oktober 1757. Gearchiveerd op 30 juli 2023. - Mannheim, 11 december 1829),Huberty et al. (1981), die in een voetnoot vermeldt: “Het overlijden vond plaats te Mannheim op 11-12-1829 volgens von Ehrenkrook et al., III, 307, Dek (1970) en Köllner (1841) (deze datum wordt ook vermeld door Freytag von Loringhoven), bevestigd door het overlijdensregister van evangelische kerk van Mannheim: ‘Den 11 Dec. Nachts eilf Uhr u. wurdt den 14 dieses Nachmittags 3 Uhr begraben’. Volgens Carstens (1948) en Hiort-Lorenzen (1895) is ze overleden op 25-11-1829.” Medieval Lands - Nassau, Saarland Biografieën, Reichert (1989) en Dek (1970) vermelden ook Mannheim 11 december 1829. Becker (1989) en Van der Venne & Stols (1937) vermelden 11 december 1829. Gearchiveerd op 30 juli 2023. rijksgravin van Ottweiler, hertogin van Dillingen, was de maîtresse en later de echtgenote van vorst Lodewijk van Nassau-Saarbrücken. In de volksmond werd ze das Gänsegretel von Fechingen (de ganzenhoedster van Fechingen) genoemd.Saarland Biografieën. Gearchiveerd op 23 oktober 2021.

Biografie thumb|Katharina Kest Katharina was de dochter van de horige landbouwer Johann Georg Kest (1702-1762) en zijn derde vrouw Anna Barbara Wohlfahrt (1717-1795).Berndt (2006), p. 31 e.v. en 221 e.v. Huberty et al. (1981): “Zie von Ehrenkrook et al., III, 308 en Usener-Kipstein (1937) die ook de vier grootouders specificeren.” Ook Medieval Lands - Nassau en Saarland Biografieën noemen de ouders. Gearchiveerd op 30 juli 2023. Na de dood van de vader, rond het jaar 1770, verhuisden moeder en dochter naar de nabijgelegen residentiestad Saarbrücken, waar Katharina door Frederike Amalie Freifrau von Dorsberg (1753-1802), de maîtresse van vorst Lodewijk van Nassau-Saarbrücken, als kindermeisje voor de buitenechtelijke kinderen van het paar, Luise Friederike Amalie en Ludwig Carl Philipp, en als kamermeisje aangesteld werd.Kolodziej (2013), p. 84–85.Plisch.

Lodewijk liet het meisje in Metz, Nancy en Parijs tot dame opleiden. Op 16-jarige leeftijd keerde ze terug naar haar beschermster in Saarbrücken, Freifrau von Dorsberg, en werkte opnieuw als kamermeisje. Gedurende deze tijd werd Katharina de maîtresse van Lodewijk en beëindigde hij zijn relatie met Freifrau von Dorsberg. Lodewijk was sinds 1766 met Wilhelmina van Schwarzburg-Rudolstadt (1751-1780) gehuwd en had één zoon, de erfprins Hendrik. Sommige bronnen vermelden dat Lodewijk en Katharina op 1 november 1774 morganatisch huwden.Bijvoorbeeld Reichert (1989), Saarland Biografieën. Gearchiveerd op 23 oktober 2021. Omdat Lodewijks echtgenote toen nog in leven was, is een tweede huwelijk op die datum onmogelijk. Vermoedelijk is het de datum waarop Katharina maîtresse en titre werd.

In het jaar 1781 werd Katharina door hertog Karel II August van Palts-Zweibrücken verheven tot Frau von Ludwigsberg (genoemd naar de Ludwigsberg in Maltstatt). De buitenechtelijke kinderen werden op 20 november 1781 gelegitimeerd door keizer Jozef II.Grewenig (2013), p. 8–9. Katharina werd op 24 november 1781 te Wenen verheven tot rijksbarones van Ottweiler en op 27 juli 1784 te Wenen tot rijksgravin van Ottweiler.Huberty et al. (1981), die in een voetnoot vermeldt: “Zie Köllner (1841), p. 475, volgens wie ze eerst de naam van Frau von Ludwigsburg droeg. Reichsfrau von Ottweiler d.d. Wenen 24-11-1781 (zie von Ehrenkrook et al., Köllner (1841), Usener-Kipstein (1937)). Reichsgräfin von Ottweiler d.d. Wenen 27-7-1784, volgens von Ehrenkrook et al., Usener-Kipstein (1937). Bij Freytag von Loringhoven, Köllner (1841), Hiort-Lorenzen (1895) en Dek (1970) anderzijds, vond de verheffing al in 1783 plaats. Medieval Lands - Nassau vermeldt dezelfde data als Huberty et al. (1981). Gearchiveerd op 30 juli 2023.

Op 28 februari 1787, zeven jaar na de dood van Lodewijks vrouw Wilhelmina, huwden Lodewijk en Katharina.Huberty et al. (1981), die in een voetnoot vermeldt: “Zie von Ehrenkrook et al. III, 307. Zie brief van de vorstelijke regering in het Staatsarchiv te Wiesbaden 130II 1096) d.d. Saarbrücken 6-3-1787: ‘Demnach Serenessimi regentes … untern heutigen gnädigst erlassenen Notifikation mit der Frau Reichsgräfin von Ottweiler … am 28ten vorigen Monats Februar durch priesterliche Einsegnung (eine christliche Eheverbindung) wirklich vollzogen haben …’. We weten niet waarom Usener-Kipstein (1937), die ook 28-2-1787 geeft als de huwelijksdatum, in zijn tabel aan het begin van het boek, dan schrijft op p. 48: ‘liess sich Fürst Ludwig in Gegenwart der gültigen Zeugen am 1-3-1787 dem Geburtstag der Gräfin, mit dieser zur rechten hand und sie 7 Tage darauf am 8-3 öffentlich als regierende Fürstin zu Nassau aufrufen’. Ongetwijfeld heeft hij hier gereproduceerd wat Louise Fischer in haar memoires zegt (zie Mitteilungen des Historischen Vereins für die Saargegend, Heft 7, Saarbrücken, 1900). Verder, op p. 82, herhaalt hij deze datum wanneer hij schrijft over het weduwschap van de vorstin: ‘so fiel denne auf die ersten Tage des Monats März der Fürstin Geburts-, Hochzeits- u. Witwentag’. In feite moeten we hier de wens zien om de feiten enigszins te wijzigen om ze opvallender te maken: Ruppersberg (1910), II, 316 specificeert dat het niet de dag van de verjaardag van de vorstin is, maar de avond ervoor dat het huwelijk van de vorst en zijn vrouw werd gevierd: ‘Am 28-2-1787 am Vorabend des Geburtstag der Gräfin vollzog der Konsistorialrat Bartels die Trauung’. Zie ten slotte de evangelische parochieregisters van Saarbrücken, 4, jaar 1787, p. 1002: ‘den 28 Februaris 1787 sind … auf dem Fürstl. Schloss dahier … copuliert … Herr Ludwig, regierenden … Fürst zu Nassau-Saarbrücken, und die … Reichsgräfin Frau Catharina, Gräfin von Ottweiler’.” Medieval Lands - Nassau vermeldt ook Saarbrücken 28 februari 1787. Saarland Biografieën, Dek (1970) en Van der Venne & Stols (1937) vermelden 28 februari 1787. https://web.archive.org/web/20230730025915/http://fmg.ac/Projects/MedLands/NASSAU.htm Gearchiveerd] op 30 juli 2023. Lodewijk liet haar op 8 maart 1787 als heersende vorstin van Nassau-Saarbrücken uitroepen. Hoewel Lodewijk het huwelijk niet als morganatisch bedoelde, werd het door overige vorsten van Nassau alleen als morganatisch erkend. Ze erkenden de kinderen uit het huwelijk niet als erfgenamen van Nassau-Saarbrücken.

thumb|Slot Dillingen In 1788 reisde het paar naar Parijs om daar een passende territoriale heerlijkheid voor Katharina te verwerven. Op 22 januari 1789 kocht Lodewijk de heerlijkheid Dillingen voor een prijs van 225.000 frank en liet in april 1789 door koning Lodewijk XVI van Frankrijk de heerlijkheid Dillingen tot hertogdom en zijn vrouw Katharina tot hertogin van Dillingen verheffen, welke verheffing op 23 mei 1789 door het Parlement van Nancy werd geregistreerd.Huberty et al. (1981), die in een voetnoot vermeldt: “Erfelijk hertogin (van Dillingen), Versailles, april 1789, geregistreerd bij het Parlement in Nancy: 23-5-1789 (volgens von Ehrenkrook et al., III, 307). Köllner (1841) schrijft verder: ‘Ihr Mann schenkte ihr … die Herrschaft Dillingen, die zwar in der Revolution sequestriert, aber von ihr wieder zurückgegeben, u. von ihr verkauft wurde’. De heerlijkheid Dillingen werd datzelfde jaar 1789 door de vorst van Nassau-Saarbrücken gekocht van luitenant-kolonel von Mendel (zie Historische Stätten Deutschlands, Stuttgart, 1964-1975 (11 delen), V, 77). Hefner (1860) (artikel Ottweiler) geeft aan dat Catherine Kest haar titel van hertogin van Dillingen nooit lijkt te hebben gebruikt. In haar overlijdensartikel wordt ze inderdaad ‘Frau Reichsgräfin von Ottweiler Witwe S.D. des regier. Fürsten zu Nassau-Saarbrücken’ genoemd.” Medieval Lands - Nassau vermeldt de verheffing en de registratie. Saarland Biografieën vermeldt de koop en de verheffing, niet de registratie. Gearchiveerd op 30 juli 2023. Tegelijkertijd liet hij het bestaande Slot Dillingen tot een kleine hertogelijke residentie uitbreiden.

Op 31 oktober 1791 vielen Franse revolutionaire troepen onder generaal Ligneville Saarbrücken binnen. Op 13 mei 1793 vluchtten Lodewijk, die in slechte gezondheid was, Katharina en hun kinderen via Mannheim naar Aschaffenburg in Keur-Mainz, waar ze in ballingschap gingen. Daar overleed Lodewijk in 1794. In 1799 sneuvelde haar zoon Ludwig Carl in Zwitserland.

thumb|Woning van Katharina Kest in Mannheim sinds 1800 Katharina ging terug naar Mannheim. Hier woonde ze sinds 1800 met haar kinderen in een paleis in de buurt van de Paradeplatz en in de buurt van Slot Mannheim. In 1802 kwam het tot een breuk tussen Katharina en haar dochter Luise (1778-1855), die met de toen beroemde Weense operazanger en componist Joseph Fischer huwde.

In hetzelfde jaar reisde Katharina met haar zoon Adolf naar Parijs om bij Napoleon Bonaparte de aanspraken op het hertogdom Dillingen geldend te kunnen maken. De Franse staat had tijdens de revolutie het hertogdom Dillingen in beslag genomen. Op bevel van Napoleon kreeg Katharina het hertogdom en Slot Dillingen weliswaar terug, maar in 1806 verkocht ze alle goederen (1600 hectare bos en 400 hectare aan tuinen, akkers en weiden en ook het slot) aan de Dillinger Hütte (thans: AG der Dillinger Hüttenwerke). Het bedrijf liet het slot vervolgens voor woondoeleinden verbouwen. Het slot, de landgoederen en het bos zijn sindsdien eigendom van de Dillinger Hütte. Daarnaast onderhandelde Katharina met Napoleon om de aanspraken van haar zoon Adolf op het vorstendom Nassau-Saarbrücken geldend te kunnen maken. Hier had Katharina echter geen succes.

In 1812 stierf Katharina's geliefde zoon Adolf tijdens zijn dienst als luitenant in het Württembergse leger in Vilnius als deelnemer aan de veldtocht van Napoleon naar Rusland in 1812. Katharina heeft tijdens de rest van haar leven op de terugkeer van haar zoon gehoopt en omvangrijk meerjarig onderzoek naar zijn verblijfplaats gedaan. Zelfs tot tsaar Alexander I van Rusland heeft ze zich hieromtrent gewend, die haar echter niets over het lot van Adolf kon mededelen. Tot haar dood hield Katharina aan de fictie vast dat haar zoon nog leefde en stelde hem na de breuk met haar dochters als hoofderfgenaam aan. Haar dochter Luise kon pas een jaar na de dood van Katharina, na een getuigenoproep in verscheidene kranten, de dood van haar broer zonder twijfel aantonen, en daarmee aan de geblokkeerde nalatenschap van Katharina komen.

Kinderen