Schijnegelantier (Rosa ×gremlii) is een nothospecies uit de rozenfamilie (Rosaceae). Ze omvat de hybriden tussen kleinbloemige roos en egelantier.

Determinatie Schijnegelantier is een struik die een hoogte bereikt van 1–2 m. Op de takken zitten stevige, gebogen en rechte priemvormige stekels. De brede, sterk beklierde bladeren zijn vijf- tot zevendelig geveerd met dubbelgezaagde deelblaadjes. Bij kneuzing van het blad komt een kenmerkende appelgeur vrij uit de klieren aan de achterkant van het blad. Schijnegelantier bloeit van juni tot in augustus met roze-witte bloemen met sterk beklierde bloemstelen. De stijlen zijn licht behaard. De scharlakenrode rozenbottel is een bloembodem met daarin de nootjesachtige vruchten. De stijlopening op de vrucht is ongeveer 1 mm groot. Bovenop de rozenbottel zit een afstaande kelk. Het aantal chromosomen is 2n = 35.

Gelijkende taxa Schijnegelantier lijkt sterk op egelantier. Bij egelantier zijn de stijlen meer behaard dan bij schijnegelantier. Voorts heeft egelantier alleen haakvormig omgebogen stekels aan de stengels, terwijl schijnegelantier ook nog priemvormige stekels heeft.

Ecologie Schijnegelantier komt voor op droge, kalkhoudende grond in zeeduinen, struwelen en bosranden.

Verspreiding Het natuurlijke verspreidingsgebied van schijnegelantier strekt zicht uit over Europa en West-Azië. In Nederland is deze nothospecies vooral te vinden in de kustduingebieden, de Waddeneilanden en Zuid-Limburg. Schijnegelantier staat op de Nederlandse Rode Lijst als zeldzaam en stabiel of toegenomen.

Externe links

Schijnegelantier op Wilde planten

Categorie:Rozenfamilie Categorie:Plant uit het Palearctisch gebied