250px|rechts|thumb|John Foster Dulles, de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, van wie het "Vodje" afkomstig was. Het "Vodje van Dulles" was een impliciete toezegging van de Amerikaanse minister John Foster Dulles, die op 7 oktober 1958 aan Nederland werd gedaan dat in het geval van een Indonesische inval op Nieuw-Guinea Nederland door Amerika geholpen zou worden.

Er is lange tijd getwijfeld over het bestaan van de verklaring, aangezien het papiertje met de verklaring nooit is opgedoken. Desondanks is de tekst van het Vodje wel bekend. Uit historisch onderzoek is gebleken dat de verklaring wel degelijk gegeven is.

Geschiedenis Sinds de Rondetafelconferentie van 1949 bleef de situatie omtrent Nederlands-Nieuw-Guinea met Indonesië onopgelost, omdat beide landen de regio opeisten en Nieuw-Guinea bleef daarop een overzees gebiedsdeel van Nederland. In de jaren 50 probeerde Joseph Luns, de Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken, internationale steun te winnen voor het Nederlandse standpunt. Al in 1952 wist hij een intentieverklaring bij Australië te verkrijgen. (2010): Luns, een politieke biografie, Boom, Amsterdam, blz. 114. Nederland trachtte ook de VS aan zijn zijde te krijgen, maar zij weigerden openlijk partij te kiezen in het conflict.

Eind september, begin oktober 1958, bracht Luns een bezoek aan Washington D.C. om voor de Nederlandse zaak te pleiten. Op 1 oktober ontmoette hij John Foster Dulles bij een diner in de ambassadeurswoning van Herman van Roijen. Na aandringen van Luns schreef Dulles in algemene bewoordingen een verklaring op het briefpapier van de ambassade. Een officiële verklaring zou door Dulles op 7 oktober aan Van Roijen worden overhandigd. (2005): Het vodje van Dulles 1958-1962. Amerikaanse steun of een dagdroom van Luns?, Leiden, blz. 5-6.

Verklaringen Na het diner in de ambassadeurswoning van Van Roijen verwoordde Dulles zijn standpunt zo:

Op 7 oktober gaf John Foster Dulles aan de Nederlandse ambassadeur in Amerika, Herman van Roijen, te verstaan:

Interpretatie Voor de Amerikanen was de verklaring een vaststelling van een algemene beleidslijn gespecificeerd op het geschil van Nieuw-Guinea. Deze lijn bleef het Amerikaanse beleid bepalen, ook later onder de regering van John F. Kennedy. Het is echter lastig vast te stellen of de verklaring van Dulles een referentiepunt voor het beleid van Kennedy was. De Nederlandse regering, en in het bijzonder Luns, fixeerde zich op de indirecte toezegging van hulp bij een Indonesische aanval. In 1962 zou de Amerikaanse regering ook bij een aanval deze steun hebben gegeven. (2005): Het vodje van Dulles 1958-1962. Amerikaanse steun of een dagdroom van Luns?, Leiden, blz. 12-13.

Categorie:Nederlandse politiek in 1958