Frances Burney (Lynn Regis, 13 juni 1752 - Bath, 6 januari 1840), ook bekend als Fanny Burney en na haar huwelijk als Madame D'Arblay, was een Engelse satirische roman- en dagboekschrijver en toneelschrijver.

Burney werd geboren in Lynn Regis, het huidige King's Lynn (Engeland) als dochter van muzikant en historicus Dr. Charles Burney (1726 - 1814) en zijn eerste vrouw Esther Sleepe Burney (1725-1762). Van die zes kinderen die Sleepe Burney zou krijgen was zij de derde.

Burney was een autodidact en begon op haar tiende met het schrijven van wat ze zelf 'gekrabbel' noemde. In 1793 - toen ze 41 was - trouwde ze met de Franse banneling Generaal Alexandre D'Arblay. Hun enige zoon, Alexander, werd in 1794 geboren. Na een lange carrière als schrijver en een reis waarbij ze meer dan tien jaar in Frankrijk strandde vanwege oorlog, vestigde ze zich in Bath (Engeland) waar ze uiteindelijk in 1840 overleed.

Carrière Burney schreef romans, dagboeken en toneelstukken. In totaal schreef ze vier romans, acht toneelstukken, een biografie en 25 volumes aan logboeken en brieven. Ze werd niet alleen door critici vanwege haar eigen werk gewaardeerd, ze was ook een voorbode van andere romanschrijvers met een satirische inslag, zoals Jane Austen en William Makepeace Thackeray.

In 1778 bracht Burney anoniem haar eerste roman 'Evelina' uit. In deze periode werd het lezen van romans veroordeeld als iets dat jonge vrouwen met een bepaalde sociale status niet hoorden te doen. Het schrijven van romans was al helemaal uitgesloten. Burney was bang dat haar vader haar 'gekrabbel' zou ontdekken en vertelde daarom alleen haar broers, zussen en twee tantes die ze vertrouwde, over haar anonieme publicatie van 'Evelina'. Toen haar vader echter de roman las, had hij door dat zijn dochter het boek geschreven had.

Toen het auteurschap van het boek aan het licht kwam, maakten de unieke verhaallijn en komische kwaliteiten ervan dat Burney bijna onmiddellijk beroemd was. Haar volgende romans waren 'Cecilia' (1782), 'Camilla' (1796) en 'The Wanderer' (1814). In deze vier romans bestudeerde Burney de levens van Engelse aristocraten en nam ze hun sociale pretenties en persoonlijke eigenaardigheden op de hak. Daarbij hield ze ook op grotere kwesties zoals de politiek van vrouwelijke identiteit. Op een enkele uitzondering na, lukte het Burney nooit om haar toneelstukken op te laten voeren, met name vanwege de bezwaren van haar vader. Hij vond dat de publiciteit bij zulke evenementen schadelijk zou zijn voor haar reputatie. De uitzondering was het toneelstuk 'Edwy and Elgiva' dat niet goed werd ontvangen door het publiek en na de eerste uitvoering werd stopgezet.

Hoewel haar romans tijdens haar leven zeer populair waren, verslechterde haar reputatie als romanschrijver na haar overlijden. Biografen en critici vonden dat haar uitgebreide dagboeken - die tussen 1842 en 1846 postuum werden gepubliceerd - een interessanter en historisch correcter portret waren van het leven in de achttiende eeuw. Tegenwoordig bekijken critici haar romans en toneelstukken met hernieuwde belangstelling vanwege haar kijk op de sociale levens en problemen van vrouwen in een grotendeels door mannen overheerste cultuur. Wetenschappers waarderen Burneys dagboeken ook nog steeds voor hun openhartige weergave van de Engelse samenleving in haar tijd.

Gedurende haar hele carrière als auteur werden haar gevatheid en talent voor satirische karikatuur alom erkend: literaire figuren als Dr. Samuel Johnson, Edmund Burke, Hester Thrale en David Garrick behoorden tot haar bewonderaars. Haar eerdere romans werden gelezen en geliefd door Jane Austen en de titel van dier roman Pride and Prejudice is afgeleid van de laatste pagina's van Burneys 'Cecilia'. Thackeray kreeg tijdens het schrijven van 'Vanity Fair' naar zeggen inspiratie van Burneys persoonlijke ervaringen tijdens de Slag om Waterloo die ze in haar dagboeken opschreef.

De vroege carrière van Burney werd sterk beïnvloed door de verstandhouding met haar vader en de kritische aandacht van familievriend Samuel Crisp. Beiden moedigden haar schrijfwerk aan. Ze maakten ook op een kritische manier gebruik van hun invloed door haar te ontmoedigen haar dramatische komedies uit te brengen of op te voeren, omdat ze dit genre niets vonden voor een dame. Volgens veel feministen is Burney daarom een auteur wier natuurlijke talent voor satire ietwat werd geremd door de sociale druk die in die tijd op vrouwelijke schrijvers werd uitgeoefend. Ondanks die struikelblokken bleef Burney schrijven. Toen haar komedies slecht werden ontvangen richtte ze zich weer op het schrijven van romans en later zelfs een tragedie. Ze onderhield zichzelf en haar gezin met de opbrengsten van haar latere romans, 'Camilla' en 'The Wanderer'.

Gezinsleven Frances was het derde kind in een gezin van zes. Ze had de oudere zus en broer Esther (bijnaam 'Hetty', 1749-1832) en James (1750-1821), en de jongere zussen en broer Susanna Elizabeth (1755-1800), Charles (1757-1817) en Charlotte Ann (1761-1838). James werd admiraal en vaarde met Kapitein James Cook op diens tweede en derde reis. De jongere broer, Charles Burney, werd een bekende classicus, en de 'Burney Collection of Newspapers' werd naar hem vernoemd. Susanna trouwde in 1781 met Molesworth Philips, een officier in de Royal Marines die in de laatste expeditie van Kapitein Cook had meegevaren. Ze liet een dagboek na met daarin een van de meest voorname ooggetuigenissen van de Gordon Riots. Frances' jongere halfzus Sarah Harriet Burney (1772-1844) werd net als Frances een romanschrijfster en publiceerde zeven werken. Esther Sleep Burney kreeg nog twee andere zoons, die beide Charles heetten en in 1752 en 1754 als baby overleden.

Frances Burney begon bijna zo vroeg als ze het alfabet had geleerd al kleine brieven en verhalen te schrijven. Ook maakte ze vaak toneelstukken met haar broers en zussen, die ze zowel schreef als uitvoerde. Het gezin Burney had veel hechte vrienden, waaronder schrijver Samuel Crisp, die de bijnaam 'Daddy Crisp' had. Hij was praktisch een tweede vader voor Frances en een grote invloed op haar vroege jaren als schrijfster. Burney-expert Margaret Anne Doody onderzocht de conflicten binnen het gezin die effect hadden op het schrijfwerk en leven van Burney. Doody beweert dat een van deze moeilijkheden een incestueuze relatie tussen haar broer James en hun halfzus Sarah was. Deze relatie zou tussen 1798 en 1803 plaatsgevonden hebben. Hiervoor is echter geen direct bewijs en het zou indruisen tegen de genegenheid die Frances voor Sarah had en de financiële steun die ze haar later zou geven.

Frances' moeder was katholiek opgevoed en ze wordt door historici omschreven als een vrouw met 'warmte en intelligentie'. Sleep Burney was de dochter van een Franse vluchteling genaamd Dubois. Deze Franse afkomst had invloed op Frances' zelfbeeld in haar latere leven, wat mogelijk leidde tot haar liefde voor en latere huwelijk met Alexandre D'Arblay. Sleep Burney overleed in 1762 toen Frances tien was, een verlies dat ze haar hele leven lang zou voelen.

De vader van Frances, Charles Burney, stond bekend om zijn persoonlijke charme en nog meer om zijn talent als muzikant, musicoloog, componist en taalkundig intellectueel. In 1760 verhuisde hij zijn gezin naar Londen, wat hun toegang tot de gecultiveerde gedeeltes van de Engelse samenleving gemakkelijker maakte en hun sociale status verbeterde. Ze werden omringd door een artistiek geneigde sociale cirkel die zich in hun woning in Poland Street in Soho om Charles heen verzamelde.

In 1767 trouwde Charles nogmaals, nu met Elizabeth Allen, de rijke weduwe van een wijnhandelaar uit King's Lynn. Allen had zelf drie kinderen en een aantal jaar na het huwelijk voegden de twee gezinnen zich samen. De nieuwe thuissituatie zat vol spanningen. De kinderen Burney vonden dat hun nieuwe stiefmoeder bemoeizuchtig en snel boos was en verlichtten de situatie voor zichzelf door haar achter haar rug om te bespotten. Hun collectieve ongenoegen maakte ze op sommige manieren alleen maar hechter bij elkaar. In 1774 verhuisde het gezin opnieuw, deze keer naar een huis in St. Martin Street in Westminster dat eerder van Isaac Newton was geweest.

Onderwijs Frances' zussen Esther en Susanna werden door hun vader voorgetrokken op Frances, vanwege hun in zijn ogen grotere aantrekkelijkheid en intelligentie. Toen ze acht was had Frances het alfabet nog niet geleerd en sommige experts denken dat Burney een vorm van dyslexie had. Op haar tiende begon ze echter voor haar eigen vermaak met schrijven. Esther en Susanna werden door hun vader weggestuurd om in Parijs naar school te gaan, terwijl Frances zichzelf thuis onderwees door uit de boekenverzameling van het gezin te lezen. Ze las onder andere de 'Levens'-uitgaven van Plutarchus, werken van William Shakespeare, historische verslagen, preken, poëzie, toneelstukken en (sociale) romans. Ze kreeg inspiratie uit deze boeken en haar eigen dagboeken, toen ze haar eerste romans schreef. Geleerden die de diepte van Burneys leesmateriaal en zelfstudie hebben bestudeerd, zagen in haar een ongebruikelijk voorlijk en ambitieus kind dat hard werkte om een handicap uit haar kindertijd te overwinnen.

Een uiterst belangrijk aspect van de literaire ontwikkeling van Frances was haar relatie met een familievriend van de Burneys, de 'gecultiveerde littérateur' Samuel Crisp. Hij spoorde het schrijfwerk van Frances aan door haar om frequente dagboekbrieven over het reilen en zeilen van het gezin en de sociale cirkel in Londen te vragen. Frances bracht in 1766 haar eerste formele bezoek aan Crisp bij Chessington Hall in Surrey. Dr. Burney ontmoette Crisp voor het eerst rond 1745, in het huis van Charles Cavendish Fulke Greville. Crisps toneelstuk 'Virginia', dat in 1754 op verzoek van de Gravin van Coventry (Maria Gunning) door David Garrick werd opgevoerd, was geen succes geweest. Crisp trok zich terug in Chessington Hall waar hij Dr. Burney en zijn gezin vaak uitnodigde.

Dagboeken en The History of Caroline Evelyn Burney schreef op 27 maart 1768 voor het eerst een bericht in haar dagboek, gericht aan 'Niemand'. Ze zou het dagboek 72 jaar lang bijhouden. Burney was een getalenteerde verhalenverteller met een sterk gevoel voor personage, en schreef deze 'journal-diaries' (logboek-dagboeken) als vorm van correspondentie met familie en vrienden, waarbij ze hen over de gebeurtenissen in haar leven en haar observaties erover vertelde. In haar dagboek hield ze een logboek bij van de vele boeken die ze las uit de bibliotheek van haar vader en vertelde ze over de bezoeken en het gedrag van de verscheidene belangrijke figuren uit de kunsten die bij haar thuis kwamen. Frances was vooral hecht met haar zus Susanna en ze zou haar hele volwassen leven via zulke dagboekbrieven met haar blijven corresponderen.

Frances was vijftien toen haar vader in 1767 hertrouwde. Uit haar dagboek is op te maken dat ze druk voelde om haar schrijfwerk op te geven, omdat het 'niet damesachtig' was en 'Mevrouw Allen zou kunnen irriteren'. Omdat ze vond dat ze fatsoensregels had gebroken, verbrandde ze datzelfde jaar haar eerste manuscript, 'The History of Caroline Evelyn', dat ze in het geheim had geschreven. Ondanks deze verwerping van haar schrijfwerk bleef Frances bezig met haar dagboeken, waarin ze de verslag legde van de emoties die tot die dramatische handeling leidden. Ze compenseerde uiteindelijk voor de verloren tijd die ze in dit eerste manuscript stak door het als basis te gebruiken voor haar eerste roman, 'Evelina', die het leven van de dochter van de fictieve Caroline Evelyn volgt.