De Schola Cantorum de Paris, vaak genoemd La Schola, is een particulier conservatorium in Parijs, dat in 1894-1896 is opgericht. Het is sinds 1900 gevestigd in een voormalig klooster ("Couvent des Bénédictins anglais") in de Rue Saint-JacquesHet voormalig klooster van de Engelse Benedictijnen aan de Rue Saint-Jacques 269 is sinds 1961 als beschermd monument geregistreerd in de Base Mérimée. in het 5e arrondissement.

Geschiedenis De onderwijsinstelling werd opgericht op initiatief van Charles Bordes, die zich als kapelmeester-cantor van de Église Saint-Gervais-Saint-Protais in Parijs inzette voor de promotie van de kerkmuziek uit middeleeuwen en renaissance. Hij en zijn medeoprichters, de componist Vincent d'Indy, de organist-componist Alexandre Guilmant en de componist en rooms-katholieke geestelijke , waren van oordeel dat het in Parijs ontbrak aan een degelijke muziektheoretische opleiding. Volgens hen was het gerenommeerde Conservatoire de Paris, dat sinds 1871 geleid werd door Ambroise Thomas, te veel gericht op opera. Bovendien waren ze gekant tegen de prestatiegerichtheid van het Conservatoire met zijn vele prijzen en concoursen. Een goede reputatie in Parijs had de École de Musique Classique et Réligieuse, in 1853 opgericht door Louis Niedermeyer als opvolger van de École Choron, maar daarvan vonden zij de doelstellingen verwaterd, hoewel die overeenkwamen met de hunne.

D'Indy had als voorzitter van de Société nationale de musique plannen tot hervorming van het Conservatoire ingediend, maar die waren afgewezen. Daarna besloot het viermanschap, in samenwerking met de katholieke vicarissen abbé Noyer en abbé Chappuy, op 6 juni 1894 zijn eigen school op te richten.P.M. Dowd, Charles Bordes and the Schola Cantorum of Paris (proefschrift), Catholic University, Washington 1969. De oorspronkelijke benaming "Société de propagande pour la divulgation des chefs-d'œuvre religieux" werd op voorstel van Bordes veranderd in het kortere "Schola Cantorum".

Op 15 oktober 1896 vond de officiële opening plaats. Naast de initatiefnemers d'Indy, Bordes en Guilmant behoorden G. de Boisjardin, Louis-Albert Bourgault-Ducoudray, Edmond de Polignac en Fernand de La Tombelle tot de eerste docenten. De Schola Cantorum was speciaal bedoeld voor de studie van oude geestelijke muziek, met de nadruk op polyfonie en liturgische zang a capella, zoals de Gregoriaanse muziek. Door de Schola Cantorum ontstond nieuwe interesse in de renaissance- en barokmuziek van componisten als Palestrina, Josquin des Prez, De Victoria, Monteverdi, Rameau, Couperin en Lully. Van 1895 tot 1929 (met onderbrekingen) gaf de school het muziekwetenschappelijk jaarboek La Tribune de Saint-Gervais uit.Overzicht van alle 26 verschenen nummers op La Tribune de Saint-Gervais; revue musicologique de la Schola Cantorum in Musicologie Médiévale - Resources for medieval musicology and liturgy.

Alexandre Guilmant was de eerste directeur. Hij was tegelijk orgeldocent aan het Conservatoire de Paris, maar rechtvaardigde die combinatie met de opmerking "men kan nooit genoeg organisten opleiden". In 1900, het jaar waarin de school verhuisde van Montparnasse naar de definitieve locatie, werd hij opgevolgd door Vincent d'Indy, die aanbleef tot zijn dood in 1931. Ook hij zou (van 1912 tot 1929) zijn directeursfunctie combineren met lessen aan het eerst zo bekritiseerde Conservatoire.

De kapelzaal van het voormalige klooster werd ingericht als concertzaal voor La Schola. Daarvoor maakte Charles Mutin, eigenaar van de orgelbouwersfirma Mutin-Cavaillé-Coll, een orgel met drie manualen, 30 registers en vrij pedaal.Voor de dispositie zie Inventaire National des Orgues. Het werd door Guilmant ingewijd op 20 februari 1902 en functioneert tot op de huidige dag. Restauratie vond plaats in 1997 door Bernard Dargassies.

D'Indy publiceerde in 1903 zijn leerdoelen voor een hoger muziekinstituut in de vierdelige Cours de composition musicale, met als belangrijkste pijlers de inzichten van zijn leermeester César Franck, de integratie van de muziek van Bach en Beethoven en de herontdekking van de oude muziek, die in de tijd van classicisme en romantiek vrijwel vergeten was.Vincent d'Indy, Cours de composition musicale, 4 delen, Durand, Paris, 1903.

Door onhandige beslissingen van Charles Bordes ontstonden financiële problemen, zodat de rijke graaf d'Indy zijn privévermogen moest aanspreken om het voortbestaan van La Schola te verzekeren. Bordes bleef daarna op afstand betrokken bij de school, maar hij verliet Parijs en stichtte in 1905 een soortgelijke school in Montpellier.Schola cantorum de Paris op www.musicologie.org Hij overleed relatief vroeg in 1909. Medeoprichter monseigneur Perruchot was in 1903 naar Monaco vertrokken, Guilmant stierf in 1911. La Schola bleef "het instituut van Vincent d'Indy" tot diens dood in 1931.

Docenten en studenten

thumb|Louis Vierne en orgelstudenten in de Schola Cantorum in 1930 Het instituut breidde zich sterk uit en telde aan het eind van de jaren twintig enkele honderden studenten. Het aantal opleidingen groeide mee, waardoor de Schola Cantorum een algemener karakter kreeg en niet meer uitsluitend gericht was op kerkmuziek.Vincent d'Indy e.a., La Schola cantorum. Son histoire depuis sa fondation jusqu'en 1925. Bloud et Gay, Paris, 1927. Tot de studenten behoorden Georges Auric, Thérèse Cahen, Joseph Canteloube, Jean Daetwyler, Abel Decaux, Albert Dupuis, Paul Le Flem, Gabriel Grovlez, André Jolivet, Marcel Labey, Albéric Magnard, Marius Monnikendam, Alberto Nepomuceno, Cor van der Peet, Jean-René Quignard, Yvonne Rokseth, Albert Roussel, Gustave Samazeuilh, Erik Satie, Ahmet Adnan Saygun, Déodat de Séverac, Charlotte Sohy, Édouard Souberbielle, Joaquin Turina, José Maria Usandizaga, Edgard Varèse en Régine Wieniawski. Ook hebben Louis Durey, Joseph Jongen, Jaap Kool, Leevi Madetoja en Cole Porter korte tijd op La Schola doorgebracht.

Sommige oud-studenten keerden later terug als docent, onder wie Labey, Le Flem, Grovlez, Decaux, Magnard, Roussel en Souberbielle. Andere bekende docenten voor korte of langere tijd waren Isaac Albéniz, Pierre de Bréville, Wanda Landowska, Olivier Messiaen, Georges Migot, Darius Milhaud, Henri Mulet, Armand Parent, André Pirro, Francis Planté, Édouard Risler, Blanche Selva, Fernand de La Tombelle, Louis Vierne en Victor Vreuls.

Scheuring Op 8 december 1934, drie jaar na de dood van Vincent d'Indy, vond een paleisrevolutie plaats bij de Schola Cantorum, die door vooruitstrevende musici al jaren als achterhaald werd beschouwd. Er brak een conflict uit over de koers. Het verwijt was dat het instituut zich meer richtte op degelijkheid en rechtlijnigheid dan op creativiteit en originaliteit. De eveneens particuliere École Normale de Musique de Paris, in 1919 opgericht door Alfred Cortot en Auguste Mangeot, was een geduchte concurrent geworden en bood een betere aansluiting met de eigentijdse stromingen dan de nogal academische Schola Cantorum. Ook op het Conservatoire de Paris stond, zelfs onder de behoudende directeur Henri Rabaud, de tijdgeest niet stil.

De indruk bestond dat d'Indy, die persoonlijk eigenaar was geweest van het gebouw, na zijn dood had willen doorregeren door zelf zijn favorieten Louis de Serres, Guy de Lioncourt en Marcel Labey als opvolgers aan te wijzen. Zij werden als directeuren aan de kant geschoven en vervangen door de violist Nestor Lejeune. Ook de artistieke raad, die bestond uit d'Indy's oude vrienden Pierre de Bréville, Paul Dukas, Gabriel Pierné, Joseph Guy Ropartz en Albert Roussel, ruimde het veld.Laurence Davies, César Franck and his circle, Barrie & Jenkins, London, 1970, pp. 317-318.

Daarop namen 49 van de 54 docenten ontslag; 220 van de 250 studenten verlieten de school.Aldus Joseph Canteloube in zijn boek Vincent d'Indy (Laurens, Paris, 1951), waarin hij schrijft de aard van het conflict niet te willen onthullen. Zij vonden een heenkomen bij een nieuw instituut dat verder wilde werken in de geest van Franck en d'Indy. Deze , gesteund door Pierre de Bréville en geleid door De Serres, later door De Lioncourt en Labey gezamenlijk, opende de deuren aan de Rue Jules-Chaplain in het 6e arrondissement al na een maand op 7 januari 1935. Zij heeft bestaan tot ongeveer 1985, toen na het pensioen van directeur Charles Brown geen opvolger meer werd aangesteld. Bekende alumni van de École César-Franck zijn Odile Bailleux, Michel Chapuis, Jean Daetwyler, Joseph Gelineau en André Isoir.

Na de Tweede Wereldoorlog De Schola Cantorum de Paris bleef achter met weinig docenten en studenten, maar zette de vernieuwing door onder leiding van Nestor Lejeune, die aanbleef tot 1957 en toen als directeur werd opgevolgd door Jean-Yves Daniel-Lesur. Tot degenen die er na de Tweede Wereldoorlog studeerden, behoren Jean-Louis Capezzali, Kees van Eersel, Sébastien Guillot, Margreeth de Jong, Ewald Kooiman, Kevin Krumenauer, Mario Lavista, Michelle Leclerc, Gijsbert Lekkerkerker, Godelieve Monden, Petra Veenswijk en Simone Vebber. Onder de naoorlogse docenten waren Gaby Casadesus, Jean-Jacques Grunenwald, Germaine Tailleferre, Huguette Dreyfus, Gabriel Tacchino, Alexandre Lagoya, Ida Presti, Iannis Xenakis, Pierre Pierlot en het echtpaar Jean Langlais en Marie-Louise Jaquet-Langlais.

De Schola Cantorum is sinds 1980 geregistreerd als een particuliere instelling voor hoger onderwijs die door de staat erkende masterdiploma's mag uitreiken. De opleiding is verdeeld in drie cycli, elk van drie jaar: 'Premier cycle', 'Cycle supérieur', 'Cycle diplômant'. De school onderwijst in 50 instrumentale en vocale disciplines, voor solisten zowel als muziekensembles, en ook theater en dans. Er worden cursussen gegeven in onder meer harmonieleer, contrapunt, muziekanalyse, solfège, compositie en orkestratie. Al vanaf het begin hanteert La Schola geen leeftijdsgrenzen bij de toelating van studenten en cursisten. Er zijn in 2026 ongeveer 1200 studenten (voltijd en deeltijd samen) en 80 docenten.Bron: Website Schola Cantorum de Paris, geraadpleegd 2 september 2026. Hoofdgebouw is nog steeds het "Couvent des Bénédictins anglais" in de Rue Saint-Jacques in het Quartier Latin. Directeur is Michel Denis.

Literatuur Vincent d'Indy e.a., La Schola Cantorum, son histoire depuis sa fondation jusqu'en 1925, Bloud et Gay, Paris, 1927. P.M. Dowd, Charles Bordes and the Schola Cantorum of Paris (proefschrift), Catholic University, Washington, 1969.

Externe link Officiële website Officiële website

Categorie:Conservatorium in Frankrijk Categorie:Cultuur in Parijs