thumb|Petritoli Petritoli is een gemeente in de Italiaanse provincie Fermo (regio Marche) en telt 2509 inwoners (31-12-2004). De oppervlakte bedraagt 23,8 km², de bevolkingsdichtheid is 105 inwoners per km².

Demografie Petritoli telt ongeveer 925 huishoudens. Het aantal inwoners daalde in de periode 1991-2001 met 2,8% volgens cijfers uit de tienjaarlijkse volkstellingen van ISTAT.

Jaar Inwoneraantal 1991 2602 2001 2529

Geschiedenis In de Romeinse tijd was er al een nederzetting, zoals twee urnen uit de eerste en tweede eeuw na Christus en een militaire grenspaal getuigen. Het huidige historische centrum van Petritoli ontstond echter pas in de late middeleeuwen, dankzij de activiteiten van verschillende kloosterordes (o.a. de benedictijnen van Farfa), die drie oude dorpen (Petrosa, Petrania en Petrollavia) samenvoegden tot één: Castel Rodolfo, het huidige Petritoli. Onder directe macht van de Heilige Stoel groeide de vesting in de elfde eeuw al snel uit tot een burcht met groot strategisch belang en een grote autonome macht op het omringende land. Toch verloor Petritoli in 1250 zijn onafhankelijkheid doordat Frederik II Petritoli toewees aan het aartsbisdom Fermo. Het grootste deel van het huidige stadje is gebouwd op en rond de oude burcht van rond 1300. Gedurende de daarop volgende vier eeuwen bleef de geschiedenis van Petritoli nauw verweven met die van Fermo, ondanks de vele pogingen van de Petritolesi om hun autonomie weer terug te krijgen. In deze tijd trokken ook nog eens meerdere buitenlandse mogendheden door het gebied in hun poging het Fermaanse grondgebied te veroveren. In 1537 benoemde Paus Paulus III als dank voor hun hulp Petritoli tot een zelfstandig grondgebied, maar de autonomie was maar van korte duur: het stadje kwam aan einde van de zestiendde eeuw weer onder de heerschappij van Fermo. Gedurende de zeventiende en achttiende eeuw bleef Petritoli toch een van de belangrijkere plaatsen in de regio, vooral dankzij de talrijke belangrijke religieuze instellingen die zich hier gevestigd hadden. Onder Napoleon werd Petritoli, met de steun van de lokale politieke klasse, een Kanton, een van de acht in het departement Tronto. Na de nederlaag van Napoleon kwam Petritoli weer onder de macht van de Kerkelijke Staat en de bisschop van Fermo, maar de stad werd een van de belangrijkste centra van de Risorgimento in hun streven naar een Italiaanse staatkundige eenheid. In 1849 maakte Petritoli deel uit van de nieuwe Romeinse Republiek, dankzij de inspanningen van haar bewoners en met name Filippo Mannocchi Tornabuoni, gekozen gedeputeerde in een constituerende vergadering en Costantino Tamanti, die deel nam aan de gewapende strijd. Vanaf 1861 maakte Petritoli een politieke, culturele en artistieke bloeitijd door die vandaag nog terug te zien is in verschillende gebouwen van het historisch centrum. In deze tijd maakte ook Luigi Mannocchi zijn geschriften die nog steeds een mooi voorbeeld zijn van de Piceense folklore. De gruwelen van de Eerste Wereldoorlog hebben hun sporen achtergelaten in Petritoli, maar dat heeft de inwoners er niet van weerhouden om toch een groot aantal vluchtelingen op te nemen uit Vidor, Treviso, een stadje waar ze nu een zusterstad mee vormen. Ondanks de grote veranderingen in de maatschappij de laatste 50 jaar is Petritoli nog steeds een belangrijk centrum in de Val d’Aso op sociaal en economisch gebied.

Bezienswaardigheden Petritoli (uitspraak Petrítoli) is een middeleeuws vestingstadje gebouwd op een heuvel (358 m) met een weids uitzicht over het Val d’Aso, 30 km van de Monti Sibilini en 15 km van de Adriatische kust, omringd door olijfgaarden en moerbeibomen. Het grondgebied heeft in feite twee historische centra, Petritoli en Moregnano, dat ook van middeleeuwse oorsprong is.

Vanuit Petritoli kan je van verschillende punten genieten van het weidse uitzicht: het Val d’Aso in het zuiden, het grondgebied van Fermo en Macerata, de Monti Sibilini en de Monte Conero, en niet te vergeten de Adriatische Zee.

Kerken St Maria in Piazza is in 1537 gebouwd op de fundamenten van de oude St Marzialekerk dankzij de financiële steun van Paus Paulus III, maar is gedurende de eeuwen regelmatig mee geëvolueerd met de tijden. De laatste update dateert van 1958: twee muurschilderingen van de schilder Dino Ferrari: De Kruisiging en de Bruiloft van Kana.

De oeroude St Anatolia kerk stond aanvankelijk langs de oevers van de Aso, vlak bij het Sanctuarium van de Madonna della Liberata, maar werd in de middeleeuwen verplaatst. Aan het begin van de twintigste eeuw werd de kerk neergehaald en herbouwd in de huidige vorm onder leiding van de Milanese architect Romolini. Naast muurschilderingen van de schilder Dario Galeazzi worden er relikwieën bewaard van St Anatolia en St Innocenzo. Twee urnen met de as van een echtpaar dat in de Romeinse tijd leefde, worden in deze kerk bewaard: Tito Saturio Celere en zijn vrouw Fadia Paulla, voor de laatste werd in het grafschrift vermeld dat ze een zoon had: Quinto Latrone, uit een eerder huwelijk. De twee urnen zijn afgesloten met twee gelijke deksels in de vorm van een opgerolde slang.

Het laatmiddeleeuwse sanctuarium van de Madonna della Liberata bevindt zich enkele kilometers van het historisch centrum in de heuvels. De kerk werd in de jaren vijftig van de twintigste eeuw gerenoveerd. Het heiligdom herbergt een schildering van Giovanni Battista Morale uit 1529, een Madonna met het Kind, als dank voor de bescherming van de Petritolesi door de heilige maagd tegen de Franse troepen en de pest. Een oude Romeinse grenssteen met een lofrede op keizer Magnentius (350-353 na Chr.) dient nu als wijwatervat.

Overigen

De 40 meter hoge Torre Civica, aan de Piazza Rocca, gebouwd in 1831, biedt uitzicht over de omgeving. De toren bestaat uit verschillende verdiepingen, met een vierkante basis in rustieke stijl, een achthoekig deel in het midden van de toren en een ronde top met een koepeltje. De gerestaureerde toren is op bepaalde dagen open voor publiek. Waarschijnlijk hebben oudere gebouwen in het historisch centrum plaats moeten maken voor deze toren. Aan hetzelfde plein kan je ook de studio van een schilder Franco Tizi, bezoeken. Regelmatig stelt deze zijn schilderijen buiten op het plein tentoon.

De Drie Bogen met kruisribben in neogotische stijl zijn pas in 1872 tussen de twee bastions uit de vijftiende eeuw gebouwd geven toegang tot de stad. Onlangs zijn ze gerestaureerd en van verlichting voorzien die ’s avonds een sprookjesachtig effect geven.

De meeste toegangspoorten tot de vesting Petritoli hebben in de twintigste eeuw plaats moeten maken voor het autoverkeer. De enige overgebleven zijn die van de Drie Bogen en de veertiende-eeuwse toegangspoort bij de Borgo Vecchio. Wel zijn er her en der delen van de oude vijftiende-eeuwse vestingmuren bewaard gebleven.

Palazzo Vitali-Rosati in gotische stijl is een stukje Venetië in Petritoli, werd door Pietro Vitali voor zijn vrouw, die gek was op Venetië, gebouwd naast het oude paleis van de familie. Dit negentiende-eeuwse Venetiaanse paleis is een duidelijk voorbeeld van een opleving van een oudere stijl uit de veertiende en vijftiende eeuw. Het oude Vitali-paleis, dat aan het nieuwere deel grenst, heeft nog een muur uit de veertiende eeuw, en is in de loop der eeuwen steeds aangepast aan de geldende mode. Er is een vierde verdieping opgebouwd en de inrichting is in de achttiende eeuw gerealiseerd, maar vooral in het keldergewelf zijn duidelijk de Romeinse fundamenten te zien die eerst nog een oud klooster hebben gedragen en nu deel uitmaken van het huidige gebouw. De kelders en de stallen zijn aan drie kanten ingegraven, maar de vierde muur geeft toegang tot de tuin op een bastion van ongeveer 9 meter hoog, met een schitterend uitzicht over de vallei. Vanuit de kelder is er een geheime gang naar buiten de muren van de stad om in tijden van oorlog een ontsnappingsroute te hebben. Alle ruimtes op de begane grond bestaan uit gepleisterde bakstenen met tongewelven, onder andere de grote keuken, met de monumentale haard en twee eetzalen (voor de adel en voor het volk), een salon, een studeerkamer, een magazijn en een graanopslag. In het oude Vitalipaleis bevindt zich nu een museum over de Vitali’s en een expositie van de schilderes Sharon Kantor bevinden. Op de eerste verdieping zijn de gepleisterde plafonds a camorcanna in de achttiende eeuw geschilderd met typische afbeeldingen van die tijd. Hier bevindt zich een grote salon en herenkamer. De bovenste verdieping is in de achttiende eeuw gebouwd: kamers voor de kleinste kinderen, de bediendes, en opslagruimte.

In de mooi gerestaureerde opslagruimte en graanopslag op de begane grond zijn er nu een museum en een schilderijtentoonstelling. Onder andere een eind-negentiende-eeuwse trouwjurk, een spaghettimachine van de eerste helft van de zestiende eeuw en enkele huishoudelijke gebruiksvoorwerpen uit de achttiende en negentiende eeuw. De schilderijententoonstelling omvat de laatste schilderijen van Sharon Kandor, echtgenote van de laatste eigenaar van het pand, Luigi Vitali.

Teatro dell’Iride (1873-77) ontworpen door Giuseppe Sabbatini en gedecoreerd door Salomone Salomoni en de schilder Nunzi. Het U-vormige theater herinnert ons nog aan de achttiende-eeuwse theaters, maar dankzij de elegante vorm en de schitterende decoraties is het nu een van de mooiste van de historische theaters in de Marche. De eerste opvoering, bij de inauguratie in oktober 1875 was Don Pasquale van Gaetano Donizetti, maar nog steeds worden er allerlei voorstellingen gegeven.

Het voormalige Clarissenklooster met zijn versierde bakstenen voorgevel, dat nu dienstdoet als het gemeentehuis, herbergt nog een houten koor uit de zeventiende eeuw en de bijbehorende St Klarakerk werden in de zestiende en zeventiende eeuw gebouwd dankzij een nalatenschap van Don Censorio Marziali. In de tweede helft van de achttiende eeuw werden beide gebouwen door de architect Pietro Magi gerenoveerd en verfraaid, waaronder het schitterende houten koor. In het begin van de twintigste eeuw werd de St Andreakerk, nadat de oude St Andrea kerk gesloopt werd. In het gemeentehuis is een permanente fototentoonstelling over de Eerste Wereldoorlog in de Veneto. Een vrolijker noot wordt gegeven door de andere permanente tentoonstelling hier: tekeningen van kinderen uit de hele wereld. Nadat de gemeenteraad het oude stadhuis, het tegenwoordige Palazzo Fabiani, had verlaten, kwam ze tijdens de Italiaanse Eenwording eerst in de voormalige bibliotheek samen en eind jaren twintig van de twintigste eeuw naar hun huidige plaats, het oude Clarissenklooster.

Buiten het historisch centrum vind je nog het Minderbroederklooster dat inmiddels is omgebouwd tot polikliniek. De naastgelegen S. Maria dei Martiri zijn beide vlak voor de zeventiende eeuw gebouwd. Het schitterende plafond met achthoekige koffers vertoont afbeeldingen in eigeel tempera van de geschiedenis en leerstellingen van de franciscanen. Een muurschildering uit de zestiende eeuw van de Mandonna van de Melk, en een Callido-orgel uit de negentiende eeuw zijn het levende bewijs van de kunstzinnigheid van deze kerk.

Het zestiende-eeuwse Gemeentehuis, het tegenwoordige Palazzo Fabiani, tegenwoordige woonhuis van de familie Fabiani, werd dankzij de economische steun van Paus Paulus III in de vijftiende en zestiende eeuw gebouwd. De terracotta kozijnen en pilaren geven het gebouw zijn karakteristieke uiterlijk, maar nog opvallender is de grote zonnewijzer op de façade.

Buiten de muren

Ten oosten van het historisch centrum bevindt zich de oven van Vitellozzi, een getuigenis van de vroege industriële tijd, waarin ambachtslieden en landbouwers uit de omgeving van Petritoli producten van hoge kwaliteit maakten, iets wat vandaag de dag nog steeds gebeurt.