Zuid-Amerika is een continent op het zuidelijk halfrond, ten zuiden van Noord-Amerika en ten noorden van Antarctica. Het continent wordt in het westen door de Grote Oceaan en in het oosten door de Atlantische Oceaan begrensd.
Definitie Zuid-Amerika wordt van Noord-Amerika gescheiden door de Darién Gap op de grens van Colombia en Panama. Soms wordt het Panamakanaal als grens vermeld, in dat geval behoort de oostelijke helft van Panama tot Zuid-Amerika. Hoewel verschillende Caribische eilanden, waaronder Aruba, Bonaire, Curaçao, Trinidad en Tobago geologisch gezien op het Zuid-Amerikaans continentaal plat liggen worden zij in de praktijk tot het Caribische deel van Noord-Amerika gerekend. De Venezolaanse Federale gebieden en de Colombiaanse eilandengroepen in de Caraïbische Zee gelden dan weer als Zuid-Amerikaans.
Enkele Zuid-Amerikaanse landen hebben eilandengroepen die buiten het continentaal plat liggen. Zo heeft Brazilië de eilandengroep Fernando de Noronha in de Atlantische Oceaan en Ecuador de Galapagoseilanden in de Grote Oceaan. Deze gebieden worden doorgaans tot Zuid-Amerika gerekend, evenals de buiten het continentaal plat liggende Britse gebiedsdeel van Zuid-Georgia en de Zuidelijke Sandwicheilanden. Het tot Chili behorende Paaseiland wordt meestal samen met de Pitcairneilanden eerder als deel van Oceanië gerekend.
Overlap met Latijns-Amerika In de Spaans- en Engelstalige wereld is het gebruikelijke de beide Amerika's als één continent te beschouwen, maar in het Nederlands worden Noord- en Zuid-Amerika vaak als twee verschillende continenten gezien. In het dagelijks spraakgebruik wordt Zuid-Amerika soms verward met Latijns-Amerika. Hoewel er een grote overlap is, omvat Latijns-Amerika grote delen van Noord-Amerika, terwijl de Nederlands-, Frans- en Engelstalige delen van Zuid-Amerika niet altijd onder Latijns-Amerika gezien worden.
Geografie De totale oppervlakte van Zuid-Amerika bedraagt 17.840.000 km².
Geologie Zuid-Amerika is onderdeel Zuid-Amerikaanse plaat. Het continent is opgebouwd uit een kern die bestaat uit een aantal Proterozoïsche kratons waaromheen het continent gegroeid is. In het westen bevindt zich de Andes, die gevormd wordt door de subductie van oceanische korst onder de Grote Oceaan onder het Zuid-Amerikaanse continent.
Landen en gebieden thumb|300px|Kaart van Zuid-Amerika.
Tot Zuid-Amerika behoren geografisch gezien de volgende gebieden:
Onafhankelijke landen
(*) Wanneer het Panamakanaal als grens wordt gebruikt, ligt de Panamese provincie Darién in Zuid-Amerika.
Afhankelijke gebieden
Bouveteilandhttps://unstats.un.org/unsd/methodology/m49/
Klimaat thumb|300px|Recente kaart van de klimaatclassificatie van Köppen-Geiger. thumb|300px|Landschap in Zuid-Argentinië. Zuid-Amerika ligt voor een deel in een warme of tropische zone (tot ongeveer de Steenbokskeerkring) en voor een deel in een gematigde zone (ten zuiden van de Steenbokskeerkring). Vrijwel alle klimaatzones (van tropisch regenklimaat tot polair toendraklimaat) komen voor in Zuid-Amerika. Vgl. de klimaatclassificatie van Köppen
Zo heeft de Andes een hooggebergteklimaat. Ten oosten van de Andes zijn de variaties in de natuurlijke begroeiing groot. Het grootste gedeelte van het continent heeft een tropisch klimaat met als natuurlijke begroeiing regenwoud. In het zuiden gaat het regenwoud over in de pampa's en nog zuidelijker in nog gematigder begroeiing.
Metropolen Metropolen van Zuid-Amerika zijn:
Geschiedenis
De eerste nederzettingen in Zuid-Amerika worden gedateerd rond 15.000 v.Chr. en lagen in de kustzone van Ecuador en Peru. Rond 2700 v.Chr. werd in Caral de eerste stad met stenen huizen gebouwd. Door de ontwikkeling van aardewerk krijgt men de mogelijkheid voedsel langer te bewaren, zodat ook de inlandse valleien in de Andes gekoloniseerd kunnen worden.
Antieke beschavingen zijn de Chavincultuur (1700 - 300 v.Chr.), de Mochicacultuur (0 - 750 n.Chr.) en de Nazcacultuur (200 v.Chr. - 1000 n.Chr.), alle in Peru.
De Inca's heersten van 1438 tot 1532 over een groot gebied dat van Noord-Chili tot Ecuador liep. Hun rijk werd centralistisch geregeerd door een keizer vanuit Cuzco. Hoewel de beschaving een hoog niveau had bereikt waren sommige uitvindingen zoals het wiel bij de Inca's niet bekend.
In een poging om een zeeroute naar India te openen, stak Christoffel Columbus in 1492 de Atlantische Oceaan over en ontdekte de Grote Antillen. De eerste expeditie werd gevolgd door een tweede, toen een derde. Hij legde de route van zijn derde expeditie veel verder naar het zuiden van de landen die hem al bekend waren en ontdekte het eiland Trinidad, waarbij hij een schip tussen het eiland en een onbekende kust leidde. De Spanjaarden waren verrast dat het water erlangs bijna zoet was. De admiraal schreef in zijn dagboek: "... Zo'n krachtige rivier zou alleen op het vasteland kunnen bestaan, en er is nog steeds een continent in het zuiden."
Na Columbus gingen talrijke Spaanse expedities naar Zuid-Amerika op zoek naar nieuw land en nieuwe rijkdommen - goud en sieraden.
In de 16e eeuw begonnen Spaanse en Portugese ontdekkingsreizigers de Zuid-Amerikaanse oostkust te verkennen. Gelokt door verhalen van een gouden rijk in het binnenland begaven ze zich steeds verder landinwaarts. Voor de lokale bevolking waren de bacteriën die de Europeanen meebrachten een ongekende ramp. Schattingen geven aan dat misschien meer dan twee derde van de Indiaanse bevolking aan voor hen onbekende ziekten als de pest, waartegen ze geen resistentie hadden, stierf. Daaropvolgend lukte het de Spaanse ontdekkingsreiziger Francisco Pizarro in 1532 met een klein legertje het grootste deel van het Incarijk te veroveren door de keizer gevangen te nemen. Tot 1572 hielden de Inca's in delen van hun rijk stand tegen de Spanjaarden. Een zo'n afgelegen uitwijkoord was Machu Picchu.
Zuid-Amerika was in 1494 met het verdrag van Tordesillas tussen de Portugezen en Spanjaarden verdeeld. Brazilië werd Portugees, de rest Spaans. In de eeuwen daarop viel Zuid-Amerika langzaam in handen van de beide koloniale machten, hoewel ook andere Europese landen, met name Engeland en Nederland, enige invloed hadden. Toen de Verenigde Staten in 1776 onafhankelijk werden werd de roep om onafhankelijkheid in Zuid-Amerika ook sterker. De bezetting van Spanje door Napoleon in 1808 bood de gelegenheid onafhankelijkheidsoorlogen te beginnen. Een bekend leider van de onafhankelijkheid was Simón Bolívar. De decennia die volgden werden gekenmerkt door grote politieke instabiliteit: vrijwel overal braken burgeroorlogen uit en de verenigde republieken vielen uiteen in een lappendeken van staten. Pas in de laatste decennia van de 19e eeuw stabiliseerde Latijns-Amerika; in vele landen kwamen oligarchische regimes aan de macht, die onder het motto van Orden y Progreso ("orde en vooruitgang") economische voorspoed maar ook brute onderdrukking brachten.
Rond de jaren dertig werden de oligarchische regimes in de meeste landen afgelost door populistische regeringen, waarvan die van Juan Perón wellicht het bekendste is. In de jaren vijftig werden de meeste van deze regimes vervangen door regeringen die meer democratisch waren, maar ook instabieler. Gevolg was dat staatsgrepen plaatsvonden die militaire dictaturen vestigden die berucht werden om hun mensenrechtenschendingen. In de Koude Oorlog en met name na de Cubaanse revolutie vreesden de Verenigde Staten communistische invloeden in Latijns-Amerika. Ze bemoeiden zich met de politieke situatie, waarbij vaak steun aan militaire dictaturen werd verleend. Over de buitenlandse politiek van de Verenigde Staten wordt soms gesproken als de Monroe-doctrine waarin Zuid-Amerika als de "achtertuin" van het land wordt opgevat, als rechtvaardiging voor inmenging. In de jaren tachtig raakten de meeste landen in een diepe economische crisis. Landen konden hun schulden niet meer afbetalen, wat tot hyperinflatie leidde. De militaire regimes konden niet langer standhouden en het grootste deel van Zuid-Amerika kreeg een democratisch bewind. Tegen het eind van de 20e eeuw en het begin van de 21e eeuw raakten veel Latijns-Amerikanen gedesillusioneerd met het neoliberale economische systeem, en werden er in diverse landen linkse kandidaten tot president gekozen. Een bekend voorbeeld is de Venezolaanse president Hugo Chávez.
Demografie Taal In Brazilië spreekt men Portugees; in Frans-Guyana Frans; in Guyana, Zuid-Georgia, op de Falklandeilanden Engels; in Suriname Nederlands. Alle andere landen zijn Spaanstalig. Daarnaast worden er in verschillende landen nog enkele oude inheemse talen, als Guaraní en Quechua gesproken. De Spaans, Portugees en Frans sprekende landen behoren met Mexico en andere Frans- en Spaanstalige landen in Midden-Amerika tot Latijns-Amerika. Guyana en Suriname worden zo wél tot Zuid-Amerika, maar niet tot Latijns-Amerika gerekend.
Etnische samenstelling Tot de 15e eeuw werd Zuid-Amerika uitsluitend bevolkt door de oorspronkelijke bewoners, de Indianen. Sindsdien heeft een grootschalige vermenging plaatsgevonden. De hedendaagse Zuid-Amerikaanse bevolking bestaat uit Europese, Inheemse en Afrikaanse elementen. In de centrale Andes is de Inheemse bevolking vaak nog in de meerderheid, grote indianenvolken in de Andes zijn de Quechua, Aymara en Mapuche. Ook in het dunbevolkte Amazonegebied vormt de Inheemse bevolking nog een meerderheid. In de landen van de Zuidkegel is het Europese aandeel van de bevolking het grootst. Aan de Grote Oceaankust en in de Guyana's leven bovendien relatief veel mensen van Aziatische afkomst. In Peru wonen relatief veel immigranten uit Japan (de peruano-japonés of nipo-peruano) en in Venezuela uit Libanon. Venezuela heeft zo'n 341.000 tot 500.000 inwoners van Libanese afkomst.
Inwoners Zuid-Amerika heeft 439 miljoen inwoners anno 2025.http://www.worldometers.info/world-population/south-america-population/ Brazilië is het volkrijkste land. In de jaren 1950 en 1960 lag de totale vruchtbaarheidsgraad (TFR) in Latijns-Amerika en het Caribisch gebied nog rond de 5,8 à 6 kinderen per vrouw. Volgens de meest recente gegevens van de ECLAC (Economische Commissie voor Latijns-Amerika en het Caribisch gebied) bedroeg de gemiddelde TFR in de regio in 2024 nog maar 1,8 kinderen per vrouw. Dat ligt al sinds 2015 onder het vervangingsniveau van 2,1, dat nodig is om een bevolking op lange termijn stabiel te houden zonder immigratie. In driekwart van de landen in de regio is de TFR nu lager dan 2,1.
Economie Landbouw thumb | Suikerrietplantage in São Paulo. In 2018 was Brazilië met 746 miljoen ton de grootste producent ter wereld. Zuid-Amerika produceert de helft van het suikerriet in de wereld. thumb | Soja-plantage in Mato Grosso. In 2020 was Brazilië met 130 miljoen ton de grootste producent ter wereld. Zuid-Amerika produceert de helft van alle sojabonen in de wereld.
De vier landen met de grootste landbouw in Zuid-Amerika zijn Brazilië, Argentinië, Chili en Colombia: Brazilië is 's werelds grootste producent van suikerriet, sojaboon, koffie, sinaasappel, guaraná, açaí en paranoot; is een van de vijf grootste producenten van maïs, papaja, tabak, ananas, banaan, katoen, gewone boon, kokosnoot, watermeloen en citroen; en is een van de 10 grootste producenten ter wereld van cacao, cashewnoot, avocado, kaki, mango, guave, rijst, sorghum en tomaat; Argentinië is een van de vijf grootste producenten ter wereld van sojaboon, maïs, zonnebloem, citroen en peer, een van 's werelds 10 grootste producenten van gerst, druif, artisjok, tabak en katoen en een van 's werelds 15 grootste producenten van tarwe, suikerriet, sorghum, en grapefruit; Chili is een van 's werelds top vijf producenten van kers en cranberry en een van 's werelds top 10 producenten van druif, appel, kiwi en perzik, gericht op de export van hoogwaardig fruit;