thumb|Bouw van de Eiffeltoren in juli 1888

Constructieleer is de wetenschap van het technisch ontwerpen en doorrekenen van constructies, zoals bruggen, gebouwen, machines, schepen en vliegtuigen.

De constructieleer vormt een onderdeel van verschillende ingenieur-disciplines, zoals de bouwkunde, civiele techniek, luchtvaart- en ruimtevaarttechniek, maritieme bouwkunde en de werktuigbouwkunde. Constructieprincipes en sterkteleer zijn onderdelen van de constructieleer.

Geschiedenis De geschiedschrijving van de constructiebouw werd reeds in de oudheid beoefend, naast praktische bouwhandboeken. De moderne constructieleer als wetenschap van het ontwerpen, doorrekenen en bouwen van constructies dateert uit de eerste helft van de 19e eeuw. In deze tijd werd de constructieleer ook onderdeel van het curriculumHandboek der schoone bouwkunst, 1841. p 367. Gearchiveerd op 18 juni 2023. en werden de eerste leerboeken gepubliceerd.Wilhelm Adam. Geometrische Constructie-leer en Algebraïsche Geometrie, 1866. vertaald door B. van Bruggen. Gearchiveerd op 10 april 2022.

De moderne constructieleer heeft zijn wortels in de antieke architectuurbeschouwing van Vitruvius, in de meetkunde, de mechanica, de elasticiteitsleer en in de technologische beschouwingen van Johann Beckmann.

Sinds de oprichting van de Technische Hogeschool te Delft maakte de constructieleer er deel uit van het curriculum, aan de faculteit van de bouwkunde. Het vak werd al eerder aan de Polytechnische School, de voorloper van de Technische Hogeschool, onderwezen.

Al in die tijd was het vak niet onbetwist.

Door de snelle technologische ontwikkelingen in de eerste helft van de twintigste eeuw zijn binnen de technische wetenschappen gespecialiseerde vakdisciplines ontstaan, ieder met een eigen theorie en praktijk en eigen normen en standaarden. De eerste gespecialiseerde leerstoel was van Henry Tino Zwiers, in 1938 aangesteld als hoogleraar constructieleer. Negen jaar eerder was Peter Landberg aangesteld als hoogleraar mechanische technologie en constructie der gereedschapswerktuigen.G Jensma en H de Vries. Veranderingen in het hoger onderwijs in Nederland tussen 1815 en 1940, 1997. p 359-61

Hoogleraren constructieleer J. Arbocz, vanaf 1976 hoogleraar constructieleer aan de TU DelftTU Delft Delta. Prof.dr. J. Arbocz, 2 mei 1996. Gearchiveerd op 10 april 2022. A. de Heer, van 1947 tot 1971 hoogleraar bouwconstructies aan de Technische Hogeschool te DelftBouwkundig Weekblad, 1960. 78, p 142 H. van den Kroonenberg (1933-1996), hoogleraar ontwerp en constructieleer aan de Universiteit Twente, en rector magnificus aldaar in 1979-1982 en 1985-1988Universiteit Twente. Wie is Van den Kroonenberg, 2018. J.P. Mazure, van 1960 tot zijn afscheid op 31 mei 1968J.P. Mazure voor de TH Delft. Levensduur in snel veranderende tijden, 1968. Afscheidscollege gehouden op 31 mei 1968 vanwege zijn afscheid als hoogleraar bouwconstructies hoogleraar in de bouwconstructie aan de TH in Delft, humanist en lid van de Eerste Kamer voor de Partij van de ArbeidProvinciale Zeeuwse Courant, 4 juli 1960, p 9 J. Vambersky, hoogleraar van 1988-2010 in de constructies van gebouwen aan de faculteit civiele techniek en geowetenschappen aan de TU Delftcementonline.nl. Vambersky neemt afscheid, 15 april 2010. Gearchiveerd op 10 april 2022. L. Wagemans, emeritus hoogleraar algemene constructieleer aan de TU DelftTU Delft Delta. Meer vrije keuze en meer interactie, 7 juni 2001. Gearchiveerd op 10 april 2022.