Adriaan Joseph van Rossem (Chicago, 17 december 1892 - Los Angeles, 4 september 1949) was een Amerikaanse ornitholoog. Zijn vader was van Nederlandse afkomst. Van Rossem heeft uitgebreid studie verricht aan de vogels van het zuidwestelijk deel van Noord-Amerika, Mexico en El Salvador.

Familiegeschiedenis Zijn vader Adriaan Cornelis van Rossem (1865–1895) trouwde in 1891 met Josephine Williams (1873-1960). Uit dit huwelijk werd naast Adriaan een tweede zoon Walter Johannes geboren. Zijn vader werkte voor de Rotterdamse familiefirma Goossens & Van Rossem te New York en later te Chicago. In augustus 1894 verslechterde de gezondheidstoestand van zijn vader waardoor hij voor behandeling naar Nederland en vervolgens Zwitserland verhuisde. Hij overleed in 1895 in Leysin-sur-Aigle. Daarna keerde zijn moeder terug naar Noord-Amerika en na kort verblijf in Canada betrok zij met haar zoons een huis in Pasadena (Californië). Hier groeide Adriaan op. Na een opleiding aan openbare en particuliere scholen begon Adriaan aan een studie aan het Throop Polytechnic Institute. Tussen 1918 en 1934 was hij getrouwd met Grace Burr Coolidge (1888-1972); zij kregen twee zoons. Hierna trouwde hij nog twee keer; die huwelijken bleven kinderloos.

Wetenschappelijke carrière In 1903 raakte Adriaan door Joseph Grinnell (1877-1939) geïnspireerd voor het doen van vogelkundig onderzoek.Vanaf april 1909 ging hij regelmatig op onderzoekreizen. In 1912 besloot hij vogels te gaan verzamelen (schieten en prepareren) in El Salvador en dit werd het begin van zijn levenslange passie voor de tropische avifauna. In 1914 publiceerde hij een artikel over de grote kiskadie (Pitangus sulphuratus) in El Salvador, dat door Grinnell als "uitstekend" werd beoordeeld. Verder was hij inmiddels een ervaren preparateur en veldbioloog. In 1915 verzamelde hij vogels in de Chiricahua Mountains en kwam terug met een grote collectie die vervolgens in het Museum of Vertebrate Zoology in Berkeley (University of California) terecht kwam. Door onenigheid over de vergoeding voor deze onderneming verscheen nooit een publicatie over dit werk en verdween de collectie uiteindelijk naar Virginia.

Van 1915 tot 1917 werkte Van Rossem in het mijnbouw- en vastgoedbedrijf in Sierra City in de Sierra Nevada. Hoewel hij in die tijd toch ongeveer 300 balgen prepareerde, verslapte zijn aandacht voor de ornithologie. In 1917 werkte hij voor de B.F. Goodrich Company en moest daarna in dienst van de United States Army. Na opleidingen in San Diego en Fort Lewis en aan een officiersschool, ontving hij in 1919 een officiersrang en diende als commandant in Georgia. Daarna keerde hij terug als reservist naar Californië. In dezelfde tijd ontmoette hij de zoöloog Donald Ryder Dickey. Dickey was in die tijd een hartstochtelijk verzamelaar van specimens van gewervelde dieren. Zijn verzameling bereikte de 50.000 stuks. Van Rossem werkte 13 jaar met hem samen. Deze samenwerking bleek zeer productief; het hoogtepunt was de toekenning van de William Brewster-medaille voor hun werk The Birds of El Salvador in 1938., 1938. The birds of El Salvador. Zoological series field museum of natural history. Volume 23. BHL Title page Van Rossem deed het meeste schrijfwerk maar hij wilde zijn mentor de eer van het co-auteurschap niet ontnemen. Tijdens deze periode publiceerde Van Rossem over de rui (verenkleed) van de zwarte stern (Chlidonias niger), een studie over de zanggors (Melospiza melodia) op Santa Barbara Island en de Coronado-eilanden, verder onderzoek aan de dwergboomklever (Sitta pygmaea) en de gewone maskerzanger (Geothlypis trichas) in het zuidwesten aan de Pacifische kust. Daarnaast ondernam hij verzamelreizen naar Baja California, het zuiden van Nevada, Sonora en El Salvador.

In 1928 volgde hij een driejarige opleiding hij aan het Occidental College in Los Angeles. De studie leverde hem 20 jaar later (in 1948) een eredoctoraat in de natuurwetenschappen. In 1932, na de dood van Dickey, werd diens verzameling voorlopig ondergebracht in het California Institute of Technology. Het beheer van deze collectie liet, door financiële problemen, veel te wensen over. Pas in 1940 kwam hiervoor een oplossing en werd de collectie overgebracht naar de University of California in Los Angeles. Van Rossem kreeg een betrekking als conservator verantwoordelijk voor Dickey's verzameling. Later werd hij senior zoölogisch onderzoeker. Na 1946 werkte hij ook als docent zoölogie. Na zijn dood in 1949 werd de waardevolle verzameling van ongeveer 60.000 specimens in een brandbestendig gebouw op de campus van de universiteit te Westwood ondergebracht.

Tussen 1930 en 1940 deed Van Rossem onderzoek in het noordwesten van Mexico. Dit resulteerde in de publicatie van A Distributional Survey of the Birds of Sonora, Mexico. Hiervoor gebruikte hij het door Dickey verzamelde materiaal, maar doorkruiste hij zelf het hele land inclusief de eilanden langs de kust van Sonora. Voor zijn taxonomisch werk aan de vogels van Mexico en Midden-Amerika bezocht hij in 1933 Europa en in het bijzonder het Natural History Museum en in 1938 bezocht hij in Rouen het 9e International Ornithological Congress. In 1934 verscheen zijn Critical Notes on Middle American Birds, 1934. Critical Notes on Middle American Birds, Volume 77 van Bulletin of the Museum of Comparative Zoology. In 1939 reisde hij opnieuw naar Europa en bezocht musea in Parijs, Londen, Brussel, Leiden en enkele steden in Duitsland. Zijn laatste publicaties zijn studies aan de vogels van Noord-Amerika en Mexico. Kort voor zijn overlijden was hij bezig met een studie aan de schreeuwuilen (Megascops) van Sonora. Hij werkte hierbij samen met Loye Miller. Laatstgenoemde rondde de studie af met een artikel in het ornithologische tijdschrift voor Westelijk Noord-Amerika Condor (sinds 2013: Ornithological Applications)., 1951. Geographic Variation of the Screech Owls of the Deserts of Western North America. The Condor. 53(4): 161-177. Oxford University Press Van Rossem was lid van diverse ornithologische verenigingen. In 1934 werd hij tot fellow van de American Ornithologists' Union gekozen en in 1946 werd hij bestuurslid. In 1944 was hij voorzitter van de afdeling Zuid van de Cooper Ornithological Club. In 1937 werd hij verkozen tot corresponderend lid van de Sociedad de Biología de México.

Nalatenschap in naamgevingen aan vogels Er zijn zeven naar Van Rossem vernoemde ondersoorten vogels: wenkbrauwmotmot (Eumomota superciliosa vanrossemi) – benoemd door Ludlow Griscom, 1929, bruinkapmotmot (Momotus mexicanus vanrossemi) – benoemd door Robert Thomas Moore, 1932, cayennebosral (Aramides cajaneus vanrossemi) – benoemd door Donald Ryder Dickey, 1929, lachstern (Gelochelidon nilotica vanrossemi) – benoemd door Griffing Bancroft, 1929, vale winterkoning (Cantorchilus modestus vanrossem) – benoemd door Allan Robert Phillips, 1986, geelgroene vireo (Vireo flavoviridis vanrossemi) – benoemd door Allan Robert Phillips, 1991 en witteugelmuggenvanger (Polioptila albiloris vanrossemi) – benoemd door Pierce Brodkorb, 1944. Daarnaast is hij de auteur van 112 ondersoorten die op de IOC World Bird List versie 15.1 staan vermeld:

Categorie:Amerikaans ornitholoog Adriaan Joseph