thumb|Politieke kaart van de Kaukasus (2025) De geschiedenis van de Kaukasus omvat de gebeurtenissen in het gebied van de Kaukasus en de moderne staten van Armenië, Azerbeidzjan en Georgië. Het Kaukasusgebergte is de scheiding tussen het Oost-Europees Laagland enerzijds en het plateau van Anatolië en het Hoogland van Iran anderzijds en is de grens tussen Europa en Zuidwest-Azië.

Prehistorie

Paleolithicum De Kermek-site op het schiereiland Taman behoort tot de oudste vindplaatsen, niet alleen in Rusland, maar ook in West-Azië buiten de Kaukasus, Andere rond 2 miljoen jaar oude sites zijn Dmanisi in Georgië, Karachatsj en Moeradovo in Armenië, en Ajnikab, Moechkaj en Gegalasjoer in Dagestan. De Dmanisi-mensen behoren met 1.8 miljoen jaar tot de oudste menselijke resten buiten Afrika.

In het tijdperk van het middenpaleolithicum woonden er neanderthalers, zoals blijkt uit vondsten in de Achsjtyr en Mezmaj-grotten.

Tijdens het laatpaleolithicum verscheen de moderne mens. Het laatpaleolithicum wordt vertegenwoordigd door de Imereticultuur, die overeenkomsten vertoont met gelijktijdige culturen in Koerdistan.

Mesoliticum Het mesolithicum wordt in de Kaukasus vertegenwoordigd door de Mesolithische Trialeticultuur, met hoofdzakelijk tijdelijke kampementen van jager-verzamelaars. In dit tijdperk (15-14.000 BP) waren de Kaspische en Zwarte Zee verbonden door een zeestraat over de Koema-Manytsjlaagte, waardoor de ontwikkelingen in West-Azië zich niet verder naar het noorden uitbreidden: de zogenaamde "vertraging van de Kaukasus".

Neoliticum Het neolithicum verspreidde zich vanuit de Vruchtbare Sikkel naar het grondgebied van de Kaukasus. Ze begon in het 6e millennium v.Chr. in de overstromingsvlaktes van het zuiden van de regio, en verspreidde zich in het volgende millennium met de Sjoelaveri, Leyla-Tepe en Koera-Araxescultuur naar het noordwesten. Deze neolithisatie ging gepaard met migraties van bevolkingen afkomstig van zowel het Iraanse plateau als Anatolië, die opgenomen werden in de lokale bevolking.

Deze gemeenschappen beoefenden landbouw en veeteelt, en waren op zijn minst gedeeltelijk sedentair. Verschillende soorten granen (tarwe, gerst, gierst) werden gekweekt en opgeslagen, evenals linzen en erwten. Aardewerk is op enkele van de oudste locaties bijna afwezig. Zelfs in de daaropvolgende ontwikkelingsfasen blijft het zeldzaam. Het betreft vrij grof vaatwerk met soms geometrische en antropomorfe decoraties. Nederzettingen van stenen huizen verschijnen.

Bronstijd De Kaukasus was een van de vroegste plaatsen waar zich een bronsmetallurgie ontwikkelde. Deze was van grote invloed op het ontstaan van de bronstijd in Europa.

De Koera-Araxescultuur (ongeveer 3.400-2.000 v.Chr.) ontwikkelde zich voornamelijk in het zuiden van de Kaukasus, het oosten van Anatolië en het noordwesten van Iran. De bevolking bestond vooral uit landbouwer-veetelers. Het fokken van runderen en schapen en, in mindere mate, geiten, vormde een van de belangrijkste activiteiten, waar in een latere fase ook het fokken van paarden bijkwam. De druiventeelt in verband met wijnproductie is uit deze periode bevestigd. Het aardewerk van de Koera-Araxescultuur was rood en zwart, en van zeer goede kwaliteit. De vorm van het vaatwerk onderscheidt zich van die van de voorafgaande culturen. Deze nieuwe vormen suggereren verschillende toepassingen en verschillende culinaire tradities, bijvoorbeeld het belang van stoofgerechten.

Het verschijnen van strijdwagens, grafheuvels en metalen wapens wordt geassocieerd met de dragers van de Majkop- en Trialeti-culturen. In de Noordelijke Kaukasus strekte zich de Majkopcultuur uit, van het schiereiland Taman, de uitlopers van de Grote Kaukasus en de kust van de Zwarte Zee in het Westen, richting het huidige Tsjetsjenië in het Oosten. Het onderging de invloed van de Koera-Araxescultuur. Ze is vooral bekend om haar begrafenispraktijken: graven begrensd door stenen en bedekt door een grafheuvel. Majkop is opmerkelijk voor de overvloed aan fijn versierde bronzen, evenals gouden en zilveren objecten. De economie van deze stammen was gebaseerd op haklandbouw met stenen of bronzen werktuigen, en het fokken van runderen en schapen, evenals paarden en varkens. Het verzamelen lijkt ook enig belang te hebben. De nederzettingen bestonden uit hutten van planken bevestigd door klei, vierkant of ovaal, van ongeveer 5 m². In dit tijdperk begon men in het westen van de Kaukasus dolmens te bouwen.

IJzertijd Met de Kobancultuur begon de ijzertijd in de noordelijke en centrale Kaukasus.

De noordelijke Kaukasus kwam in het verspreidingsgebied van de Scythische volkeren. De Cimmeriërs waren een nomadisch ruitervolk dat aanvankelijk in de Pontische steppe ten noorden van de Zwarte Zee woonde. Via de Tsjernogorovskcultuur en de Thraco-Cimmerische expansie verspreidde deze zich naar Midden-Europa, waardoor de IJzertijd in Europa begon.

De Zuidelijke Kaukasus kwam onder het Hurritische Urartu (860-590). Het voormalige Urartische fort van Erebouni, gebouwd in 782 v.Chr., bevindt zich aan de oorsprong van Jerevan. Van 559-330 v.Chr. valt het onder het Perzische rijk van de Achaemeniden. Ten tijde van de Seleuciden (305-64 v.Chr.) vormde Atropatene een zelfstandige satrapie, die ruwweg overeenkwam met het huidige Azerbeidzjan.

Oudheid De twee meest gekende vorstendommen uit die tijd zijn Colchis en Urartu. In de 8e eeuw v.Chr. en 7e eeuw waren er invallen van de Scythen en de Cimmeriërs. In de zesde en vijfde eeuw kunnen ze de aanvallen van Meden en Perzen weerstaan, maar ze zijn wel schatplichtig.http://www.iranicaonline.org/articles/colchis. In 522 v.Chr. werd Urartu een satrapie van de Achaemeniden.

Na de Slag bij Gaugamela in 331 v.Chr. behoorde Armenië tot het rijk van Alexander de Grote en na de opsplitsing tot het Seleucidische Rijk.

Koninkrijk Iberië thumb Rond 302 v.Chr. scheurde de regio zich af van het Seleucidische Rijk. Parnavaz riep zich uit als eerste koning van het Koninkrijk Iberië.

Koninkrijk Armenië Na de Slag bij Magnesia (190 v.Chr.), die werd gewonnen door de Romeinen, scheurde Artaxias I zich af van het Seleucidische Rijk en stichtte het Koninkrijk Armenië, dat werd geregeerd door de Artaxiaden. Tigranes II thumb|Regio in 89 v.Chr. Na veertig jaar ballingschap onder Mithridates II van Parthië had Tigranes II met de koning een goede band opgebouwd. Hij had zelf zijn oudste dochter Aryazate-Automé ten huwelijk gegeven Cyril Toumanoff, Les dynasties de la Caucasie chrétienne de l'Antiquité jusqu'au xixe siècle: Tables généalogiques et chronologiques, Rome, 1990, pp. 500-501. Na de dood van zijn vader Tigranes I in 95 V.Chr. kreeg hij de toelating hem op te volgen. Een jaar later sloot hij met Mithridates VI van Pontus een bondgenootschap door zijn dochter Cleopatra van Pontus te trouwen. Mithridates VI had rond 100 v.Chr. het koninkrijk Colchis tot aan de Krim veroverd en had zich een gedegen reputatie opgebouwd. De bevolking van de Romeinse provincie Asia vroegen hem om hulp tegen de onderdrukking van de Romeinen.

In 89 v.Chr. viel hij de Romeinse provincie binnen. Mithridates legers veroverde in een vrij korte tijd de Romeinse gebieden in Klein-Azië. Hij werd door de plaatselijke Griekse bevolking als redder binnengehaald. Toen Mithridates in mei 88 v.Chr. de stad Efeze veroverde, gaf hij daar het bevel tot het uitmoorden van de gehele Romeinse bevolking in Azië. Naar schatting werden er 80.000 Romeinen gedood. Rome stuurde Lucius Cornelius Sulla, die Mithridates terug dreef naar zijn koninkrijk.

Intussen was Mithridates II van Parthië gestorven en was Tigranes II volledig autonoom. Het Seleucidische Rijk of wat er nog van over bleef, volledig gedomineerd door het Romeinse Rijk, riep om hulp bij Tigranes en boden hem de kroon van Syrië aan. In 83 v.Chr. palmde hij Syrië en Fenicië in. Ondertussen deed Mithridates VI van Pontus een tweede poging om Asia te veroveren. Die mislukte en Mithridates vluchtte naar Armenië. Met veel geluk ontsnapte Armenië aan een Romeinse strafcampagne.

Hardleers startte Mithridates samen met Tigranes en andere bondgenoten, een derde oorlog. De oorlog duurde tien jaar van 73-63 v.Chr.. Op het eind pleegde Mithridates zelfmoord en gaf Tigranes zich over aan de Romeinse generaal Pompeius. Het Seleucidische Rijk werd een Romeinse provincie, Syria en in de Kaukasus verscheen het Vorstendom Albanië.

Romeins-Parthische oorlogen Tijdens de laatste fase van de Derde Mithridatische Oorlog kreeg Pompeius steun van de Partische koning Phraates III Theos. Toen na de oorlog Tigranes zijn koninkrijk en zijn titel terug kreeg, ging Phraates hiermee niet akkoord, het begin van de Romeins-Parthische oorlogen.

In 59 v.Chr. werd er in Rome het Eerste triumviraat gesmeed tussen Gaius Julius Caesar, Gnaeus Pompeius Magnus en Marcus Licinius Crassus. Het Rijk werd in drie zones verdeeld, Crassus kreeg het Oosten, Syria. Om te bewijzen dat hij een evengoed veldheer was als Julius Caesar, viel hij Parthië aan. Hij sloeg alle raadgevingen in de wind en zijn leger werd in de Slag bij Carrhae in 53 v.Chr. in de pan gehakt. Bij de daarop volgende vredesonderhandeling werd hij vermoord. De Parthen volgden hun overwinning op en dreven de Romeinen terug tot ver in Syria en maakten van Armenië een vazalstaat.

Tijdens de burgeroorlog tussen Pompeius en Caesar kozen de Parthen de kant van Pompeius en na de dood van Caesar, de kant van Marcus Junius Brutus. Tussen 40 en 38 v.Chr. veroverde de Parth Pacorus I de Levant, maar dat moest hij met zijn leven bekopen. De nieuwe sterke man in het Romeinse Rijk was Marcus Antonius. Hij achtervolgde de Parthen tot in de Kaukasus (37-36 v.Chr.). Hij kon zijn hachje ternauwernood redden, hij verloor meer dan 30 000 man tijdens de campagne Emma Strugnell, Ventidius' Parthian War: Rome's Forgotten Eastern Triumph, vol. 46, 2006 (DOI 10.1556/AAnt.46.2006.3.3), chap. 3, p. 239-252. Marcus Antonius slaagde erin de koninklijke familie gevangen te nemen en op te sluiten bij de Egyptische koningin Cleopatra VII. De oudste zoon Artaxias II wist te ontsnappen en met de hulp van de Parthische koning, Phraates IV, de Armeense troon te heroveren. Uit voorzorgen werd zijn broer Tigranes III naar Rome verplaatst.

In 20 v.Chr. kwamen Armeense onderdanen klagen bij keizer Augustus over het beleid van Artaxias II. Augustus stuurde zijn stiefzoon Tiberius met een groot leger en Tigranes III richting Armenië. Het kwam niet tot een veldslag, maar tot een verdrag, waarbij de door de Romeinen gevangen gehouden zoon van Phraates IV werd uitgeleverd in ruil voor de veldtekens, die Phraates IV en zijn vader Orodes II hadden buitgemaakt op Crassus en Antonius (afgebeeld op de borstplaat van de zogenaamde Augustus van Prima Porta).Cass. Dio, LI 18, LIII 33, LIV 8; Iustin., XLII 5; Suet., Aug. 21; Hor., Epist. I 18.56, Carm. IV 15.6; Ovid., Trist. II 1.228; Fast. VI 467, Ars Amat. I 179 e.v.; Propert., II 10, III 4, 5.49, IV 6.79. Daarnaast werden door het verdrag ook veel Romeinse krijgsgevangen uitgeleverd, de Eufraat als grens tussen de beide rijken vastgelegd en het koninkrijk Armenië door Parthië erkend als cliënteelstaat van Rome. Bij deze uitwisseling schonk Augustus hem ook een slavin, genaamd Musa (Thermusa), die hij later tot zijn echtgenote zou maken en na de geboorte van hun zoon zelfs de naam Thea Urania Musa (Hemelse Godin Musa) zou geven. Ook werden vier zonen van Phraates IV naar Rome gestuurd, om daar te worden opgevoed.