Bosandoornbochelwants (Dicyphus pallidus) is een wants uit de familie van de blindwantsen (Miridae). De soort werd in 1836 door Gottlieb August Wilhelm Herrich-Schäffer oorspronkelijk beschreven als Capsus pallidus. Dicyphus pallidus (Herrich-Schäffer, 1836), GBIF. Geraadpleegd op 18 september 2026. Dicyphus pallidus (Herrich-Schäffer, 1836), Integrated Taxonomic Information System (ITIS). Geraadpleegd op 18 september 2026.

Uiterlijk De bosandoornbochelwants is een slanke, overwegend lichtgroene, geelgroene tot groenbruine wants. Zowel mannetjes als vrouwtjes komen voor in een kortvleugelige (brachyptere) en een langvleugelige (macroptere) vorm. Brachyptere exemplaren zijn ongeveer 4,6–6,0 mm lang; macroptere dieren bereiken ongeveer 6,0–6,7 mm. Verspreidingsatlas Nederlandse wantsen (Hemiptera: Heteroptera), soortbespreking Dicyphus pallidus.

De kop is grotendeels licht van kleur, maar heeft donkere tekeningen op het voorhoofd en de kruin en donkere zones achter de ogen. Het eerste antennesegment is grotendeels rood- tot donkerbruin, met lichtere uiteinden; het tweede segment is voornamelijk lichtbruin en wordt naar het uiteinde donkerder. Het lichaam is grotendeels bleek tot geelgroen. Op het halsschild en het scutellum kunnen donkere vlekken aanwezig zijn. De poten zijn licht van kleur; op de dijen bevinden zich donkere vlekken en de schenen dragen donkere stekels. Sánchez, J.A. & Cassis, G. (2018). Towards solving the taxonomic impasse of the biocontrol plant bug subgenus Dicyphus (Dicyphus) (Insecta: Heteroptera: Miridae) using molecular, morphometric and morphological partitions. Zoological Journal of the Linnean Society 184(2): 330–406.

Binnen het geslacht Dicyphus kan de soort op andere bleek gekleurde soorten lijken. Voor een betrouwbare determinatie kunnen onder andere de verhouding tussen het tweede antennesegment en de breedte van de kop en kenmerken van het halsschild worden gebruikt.

Leefwijze De bosandoornbochelwants leeft zoöfytofaag: hij gebruikt zowel plantaardig als dierlijk voedsel. De soort wordt vooral aangetroffen op beschaduwde en relatief vochtige plaatsen, met name op bosandoorn (Stachys sylvatica). Incidenteel wordt hij ook op andere behaarde planten gevonden. In tuinen en parken is de soort bijvoorbeeld aangetroffen op Geranium macrorrhizum.

Ook uit ander Europees onderzoek is een sterke relatie met Stachys bekend. Naast Stachys sylvatica zijn onder meer Stachys alpina en Salvia glutinosa als waardplanten geregistreerd; daarnaast bestaan meldingen van Epilobium en Geranium.

De soort overwintert in het eistadium en heeft één generatie per jaar. In Nederland worden volwassen exemplaren waargenomen van begin juni tot ongeveer midden oktober.

Verspreiding De bosandoornbochelwants heeft een Palearctische verspreiding en is bekend uit grote delen van Europa. Binnen het westelijke Palearctische gebied ligt het zwaartepunt van de verspreiding in Noord- en Midden-Europa.

In Nederland is de soort vooral algemeen in het midden en zuiden van het land. Uit het noorden zijn aanzienlijk minder waarnemingen bekend. In de Nederlandse verspreidingsatlas wordt de soort als gewoon beschouwd in Midden- en Zuid-Nederland.

Categorie:Blindwantsen