De Rado-Bijbel is een verlucht handschrift, dat tussen 834 en 866 gemaakt werd. Het manuscript bevat het Oude en het Nieuwe Testament volgens de Vulgaat.Michael Denis: Codices Manuscripti Bibliothecae Palatinae Vindobonensis Latini Aliarumque Occidentis Linguarum. Vol. I. Pars I. Wien 1793, k. 1-4. Het wordt bewaard in de Österreichische Nationalbibliothek in Wenen met als signatuur Cod. 1190.
Beschrijving De bijbel meet 225×360 mm en bevat 292 perkamenten folia. De tekst is geschreven in een kleine Karolingische minuskel in drie kolommen met 45 à 55 lijnen per blad. Het handschrift bevat 6 kanontafels op 3 bladzijden, 8 grote en 48 kleine initialen.H. J. Hermann, Die frühmittelalterlichen Handschriften des Abendlandes (Beschreibendes Verzeichnis der illuminierten Handschriften in Österreich. I. Band: Die illuminierten Handschriften und Inkunabeln der Nationalbibliothek in Wien). Leipzig 1923, Verlag von Karl W. Hiersemann, p. b66.
Naamgeving Volgens de catalogus van de ÖNB werd het handschrift gemaakt in opdracht van abt Rado van de Sint-Vaastabdij in Arras.Catalogus ÖNB. Rado was abt tussen 795 en 815. Hij herbouwde de abdijkerk die door brand verwoest was en naar aanleiding van deze ramp zou de Bijbel besteld zijn.Maurits Smeyers, 1998, Vlaamse Miniaturen van de 8e tot het midden van de 16e eeuw, Leuven, Davidsfonds, p. 27. De naam Rado-Bijbel werd gegeven en de herkomst werd afgeleid van een gedicht van Alcuinus van York dat de Bijbelse tekst voorafgaat. Op fol. 16v wordt een zekere Rado genoemd die dan vereenzelvigd werd met abt Rado van de Sint-Vaastabdij. Het feit dat zowel Alcuinus als Rado omstreeks het jaar 800 actief waren, terwijl de bijbel gedateerd wordt tussen 834 en 866, laat veronderstellen dat de naam Rado-Bijbel eigenlijk incorrect is. Men heeft vastgesteld dat het model voor deze Bijbel een tweedelige Bijbel was die nu bewaard wordt in de Bibliothèque nationale de France als ms. lat. 45 en 93.Las biblias más bellas, ed. Andreas Fingernagel, red. Christian Gastgeber, Taschen, 2008, pp. 50-53. Deze tekst zou afkomstig zijn van de abdij van Saint-Riquier zoals blijkt uit de reliekenlijst op f261v. De exemplaren die nu bewaard worden in de BnF zouden gekopieerd zijn tussen 820 en 840 in de abdij van Saint-Denis in Parijs.Latin 45 in de catalogus van de BnF.
De Bijbel was in het bezit van het benedictijnenklooster in Sázava en bevat Slavische glossen die waarschijnlijk daar werden toegevoegd.
Inhoud f1r: Gregorius de Grote, Homilia decima: Celeste desiderium redolere valeamus f1r-f2r: Lectionarium feriae V f2r-f3v: Gregorius de Grote, Paashomilie voor de gelovigen van de basiliek S. Mariae f3v-f15v: Canticum van Mozes uit Exodus 15; Psalm 102:18-150; apocriefe psalm Pusillus eram f16r-f16v: Alcuinus, Twee gedichten f17v: Bijbeltekst f18r-f292v: Oude testament: Pentateuch en Makkabeeën en Nieuwe Testament
Categorie:Manuscript uit de 12e eeuw Categorie:Latijns manuscript Categorie:Bijbel